Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES

Type Amvb Bes
Publication 2026-04-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

[vervallen]

Artikel 2
1.

Dit besluit is niet van toepassing op de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit rechtspositie korps politie BES.

2.

Voor de toepassing van hoofdstuk II van dit besluit worden niet als ambtenaar beschouwd:

Artikel 3

[vervallen]

Artikel 4
1.

Voor de toepassing van dit besluit en de uit kracht daarvan gegeven voorschriften wordt verstaan onder:

Voor het onderwijzend personeel bij het van overheidswege gegeven openbare onderwijs wordt mede als inkomen aangemerkt de aan dit personeel op grond van geldende wettelijke regelingen toegekende vaste toelagen.

Voor de berekening van de vakantie-uitkering bedoeld in hoofdstuk IV wordt de compensatietoeslag hiervoor bedoeld niet als deel van het inkomen aangemerkt.

2.

In dit besluit wordt onder echtgenoot of echtgenote mede verstaan de levenspartner met wie de niet gehuwde ambtenaar een gemeenschappelijke huishouding voert. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede verstaan de achtergebleven levenspartner, bedoeld in de vorige volzin. Slechts één persoon kan als levenspartner worden aangemerkt.

Hoofdstuk II. Vakantie van ambtenaren niet behorende tot het onderwijzend personeel bij het van overheidswege gegeven openbaar onderwijs en tot die bedoeld in Hoofdstuk IIIA alsmede die bedoeld in het Besluit rechtspositie korps politie BES

Artikel 5
1.

De ambtenaar heeft jaarlijks aanspraak op vakantie met behoud van zijn volle inkomen.

2.

Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt de aanspraak op vakantie per kalenderjaar 182 werkuren.

3.

Aan de ambtenaar die ingevolge het voor hem geldende werkrooster avond- of nachtdienst en dienst op zon- en feestdagen moet verrichten, wordt per kalenderjaar 22 extra vakantie-uren verleend.

4.

Voor de ambtenaar met een deelbetrekking, worden de in het tweede en derde lid genoemde aantallen uren vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor.

5.

Bij beëindiging of aanvang van het dienstverband in de loop van een kalenderjaar, wordt de aanspraak op vakantie vastgesteld naar evenredigheid van de dienst, die de ambtenaar in dat jaar verricht heeft of zal verrichten.

6.

Indien gedurende een kalenderjaar wijziging optreedt in de omvang van de voor een ambtenaar geldende werktijd, wordt de aanspraak op vakantie die gedurende het gedeelte van dat kalenderjaar na die wijziging ontstaat, opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe werktijd. De tot aan de datum van ingang van de wijziging van de werktijd verworven aanspraak op vakantie blijft ongewijzigd gehandhaafd.

7.

Het aantal uren waarvoor ingevolge dit artikel aanspraak op vakantie bestaat, wordt zo nodig naar boven afgerond op hele uren.

Artikel 6
1.

Behoudens het bepaalde in artikel 7 vervalt de aanspraak op vakantie-uren na verloop van een jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op vakantie-uren die de ambtenaar op grond van artikel 8a heeft gespaard ten behoeve van levensfaseverlof.

Artikel 7
1.

De in dit hoofdstuk bedoelde vakantie kan wegens dringende redenen van dienstbelang geheel of gedeeltelijk worden geweigerd of ingetrokken bij gemotiveerde beschikking van het bevoegd gezag.

2.

Indien de vakantie krachtens het vorige lid geheel of gedeeltelijk is geweigerd of ingetrokken behoudt de ambtenaar zijn aanspraak op het aantal door hem niet genoten vakantieuren. Weigering of intrekking kan voor ten hoogste 12 maanden uitstel van de desbetreffende vakantie tot gevolg hebben. Behalve in het geval dat de dienstverhouding tot de overheid wegens ontslag eindigt, kan aan de ambtenaar in enig kalenderjaar nimmer een langere vakantie worden verleend dan tweemaal het hem volgens artikel 5 toekomende aantal vakantieuren.

3.

In geval van intrekking van de vakantie zoals bedoeld in het voorgaande lid wordt, indien de ambtenaar als gevolg daarvan van de hem op een bepaalde dag toegekende vakantieuren er een deel niet heeft kunnen genieten, geen van de op die dag vallende vakantieuren als zodanig aangemerkt. Indien de ambtenaar tengevolge van de intrekking van vakantie geldelijke schade lijdt, wordt deze schade hem vergoed. In het geval de ambtenaar zijn vakantie doorbrengt buiten het eiland waar hij werkzaam is, wordt hem, indien hij op het tijdstip waarop hij zijn werkzaamheden hervat minder dan 3/4 gedeelte van het aantal vakantieuren dat hij buiten het eiland waar hij werkzaam is zou doorbrengen heeft genoten, bovendien vergoed de door hem voor zich en zijn gezin gemaakte reiskosten naar de plaats waar hij op het tijdstip van de intrekking met vakantie vertoeft, vermeerderd met een vergoeding van de door hem gemaakte kosten van een rechtstreekse reis van die plaats naar het eiland waar hij werkzaam is.

Artikel 8
1.

Tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich daartegen verzetten, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar in dienst van de Staat zijn aanspraak op vakantie-uren eenmaal per kalenderjaar met ten hoogste 50 vakantie-uren verlagen.

2.

Tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich daartegen verzetten, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar in dienst van de Staat eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie-uren met ten hoogste 72 vakantie-uren verhogen.

3.

Ten aanzien van het in het eerste en tweede lid genoemde aantal vakantie-uren is artikel 5, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

4.

Een aanvraag als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt voor 1 november van het lopende kalenderjaar ingediend. Het bevoegd gezag beslist op of na 1 november en voor het einde van dat kalenderjaar gelijktijdig over alle voor die datum ingediende aanvragen.

5.

De ambtenaar wordt een vergoeding toegekend voor elk uur waarmee zijn aanspraak op vakantie-uren ingevolge het eerste lid wordt verlaagd, ten bedrage van de bezoldiging per uur die hij geniet op de dag waarop de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is goedgekeurd.

6.

De ambtenaar is een vergoeding verschuldigd voor elk uur waarmee zijn aanspraak op vakantie-uren ingevolge het tweede lid wordt verhoogd ten bedrage van de bezoldiging per uur die hij geniet op de dag waarop de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, is goedgekeurd.

7.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit artikel.

Artikel 8a
1.

De ambtenaar in dienst van de Staat kan per kalenderjaar ten hoogste 24 van de vakantie-uren waarop hij aanspraak heeft op grond van artikel 5, tweede lid, sparen ten behoeve van levensfaseverlof.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de ambtenaar in dienst van de Staat aan het einde van elk kalenderjaar ten hoogste 59,7 van de vakantie-uren waarop hij aanspraak heeft op grond van artikel 5, tweede lid, sparen ten behoeve van levensfaseverlof, op voorwaarde dat hij in dat kalenderjaar ten minste 108 vakantie-uren heeft genoten.

3.

De ambtenaar aan wie op grond van artikel 5, derde lid, extra vakantie-uren zijn verleend, kan een derde deel van die extra-vakantie-uren sparen ten behoeve van levensfaseverlof.

4.

Onverminderd artikel 8, tweede lid, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar zijn aanspraak op vakantie-uren met ten hoogste 28,8 uren verhogen, welke uren de ambtenaar spaart ten behoeve van levensfaseverlof. Artikel 8, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.

Het aantal op grond van dit artikel in totaal door een ambtenaar gespaarde en nog niet op grond van artikel 8b opgenomen vakantie-uren bedraagt ten hoogste 1.800.

6.

Ten aanzien van de in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid genoemde aantallen vakantie-uren is artikel 5, vierde tot en met zevende lid, van overeenkomstige toepassing.

7.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit artikel.

Artikel 9
1.

Indien een ambtenaar tijdens zijn vakantie blijkens een geneeskundige verklaring gedurende een of meer dagen arbeidsongeschikt is geweest, wordt het aantal hem verleende vakantieuren dat overeenkomt met het aantal werkuren gedurende welke hij arbeidsongeschikt was, beschouwd niet als vakantie te zijn genoten en wordt hem voor de duur van zijn arbeidsongeschiktheid met inachtneming van de bepalingen van hoofdstuk VI vrijstelling van dienst wegens ziekte verleend.

2.

Voor het aantal werkuren volgens de voor de ambtenaar geldende werktijd, waarop hij in verband met de toepassing van het eerste lid geen vakantie heeft genoten, wordt hem opnieuw vakantie verleend met inachtneming van de bepalingen van dit hoofdstuk.

3.

Het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die levensfaseverlof geniet.

Artikel 10
1.

In alle gevallen waarin de ambtenaar in een kalenderjaar dertig dagen of meer al dan niet aaneengesloten anders dan ten gevolge van verleende vakantie, levensfaseverlof, vrijstelling van dienst wegens ziekte, vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden met behoud van vol inkomen of vergoeding in vrije tijd wegens verricht overwerk geen werkelijke dienst doet, worden zijn aanspraken op vakantie op grond van artikel 5 naar evenredigheid verminderd.

2.

Indien de tijd, gedurende welke de ambtenaar geen werkelijke dienst doet, zich over meer dan één kalenderjaar uitstrekt, worden de aanspraken op vakantie bij toepassing van het vorige lid, over de desbetreffende kalenderjaren naar evenredigheid verminderd.

3.

Indien de vermindering bedoeld in het eerste lid niet kan worden toegepast omdat de aan de ambtenaar toekomende vakantie in het desbetreffende kalenderjaar reeds geheel is genoten of daarvoor niet toereikend is, geschiedt de vermindering of verdere vermindering in het eerstvolgende kalenderjaar.

4.

Het aantal uren, waarop de ambtenaar ingevolge dit artikel over enig kalenderjaar aanspraak blijft houden op vakantie, wordt zo nodig naar boven afgerond op hele uren.

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.