Besluit burgerlijke stand BES
Hoofdstuk 1. De ambtenaar van de burgerlijke stand, de registers van de burgerlijke stand, de akten en de dubbelen, de latere vermeldingen, de afschriften en uittreksels en de in verband met het opmaken van bepaalde akten over te leggen bescheiden
Afdeling 1. De ambtenaar van de burgerlijke stand
Artikel 1
De ambtenaar van de burgerlijke stand en de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand verrichten hun ambtsbezigheden in het bureau van de burgerlijke stand.
De ambtenaar van de burgerlijke stand en de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand kunnen ook elders binnen het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba ambtsbezigheden verrichten voor zover daartoe gewichtige redenen bestaan.
Artikel 2
Het bestuurscollege wijst, voor zoveel nodig, de ambtenaar van de burgerlijke stand aan die belast is met de leiding van de dienst.
Artikel 3
Het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba verschaft de ambtenaren van de burgerlijke stand kantoorruimte alsmede alle materiële voorzieningen welke voor een behoorlijke uitoefening van hun taak vereist zijn. Het bezoldigt voorts het personeel nodig om de ambtenaren van de burgerlijke stand bij te staan.
Artikel 4
Het personeel, bedoeld in artikel 3, wordt, de ambtenaren van de burgerlijke stand gehoord, door het bestuurscollege benoemd en ontslagen. Het ontvangt van de ambtenaar van de burgerlijke stand, onder wiens leiding het zijn werkzaamheden verricht, zijn instructie en is aan hem of de ambtenaar die hem vervangt, onmiddellijk ondergeschikt.
Artikel 5
De ambtenaar van de burgerlijke stand verricht, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten, onverwijld de werkzaamheden vereist voor het houden der registers.
Afdeling 2. De registers van de burgerlijke stand en de dubbelen van de akten
Artikel 6
De registers van de burgerlijke stand zijn losbladig.
De beschreven losse bladen moeten worden samengevoegd tot een register, telkens wanneer hiervan een deel van de gebruikelijke omvang kan worden samengesteld.
De ambtenaar van de burgerlijke stand bewaart de onder hem berustende bescheiden zorgvuldig in een afgesloten, tegen brand beschermde ruimte. Slechts indien de uitoefening van de dienst dit noodzakelijk maakt, mogen registers, dubbelen of afschriften uit die ruimte worden verwijderd.
Artikel 7
De ambtenaar van de burgerlijke stand sluit aan het eind van ieder jaar de registers af door een gedagtekende en ondertekende verklaring, welke onmiddellijk na de laatste akte wordt gesteld.
Binnen een maand nadat de losse bladen tot een registerdeel zijn samengevoegd, doch uiterlijk na ieder half jaar worden de dubbelen of afschriften van de akten overgebracht naar de in de achtste afdeling bedoelde centrale bewaarplaats.
Artikel 8
Van de overbrenging maakt de beheerder van de centrale bewaarplaats een verklaring op, die een specificatie van de overgebrachte stukken inhoudt. Hij bewaart een door hem ondertekend exemplaar van de verklaring.
Artikel 9
Ten aanzien van de dubbelen of de afschriften die zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Archiefwet BES, is de beheerder van die bewaarplaats belast met het bewaren van de onder hem berustende bescheiden.
De dubbelen of de afschriften en de daarop betrekking hebbende latere vermeldingen worden op zodanige wijze gearchiveerd, dat het verband tussen de latere vermeldingen en de akten, waarop zij betrekking hebben, kan worden gelegd.
Artikel 10
Bij ministeriële regeling worden door Onze Minister van Justitie regels gesteld betreffende het voor de akten en de dubbelen of de afschriften te gebruiken papier en de voor het opmaken van deze stukken te hanteren middelen.
Afdeling 3. De klappers op de akten
Artikel 11
De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt jaarlijks per registersoort klappers samen van de akten die gedurende het afgelopen jaar zijn ingeschreven in de registers van geboorten, van huwelijken en van overlijden, alsmede van het register, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES.
Artikel 12
De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt tienjaarlijkse klappers in dubbel op.
Hij bewaart deze klappers zorgvuldig in een afgesloten, tegen brand beschermde ruimte. Slechts indien de uitoefening van de dienst dit noodzakelijk maakt, mogen de klappers uit die ruimte worden verwijderd.
Hij zendt het dubbel van de klapper binnen een jaar na afloop van de in het eerste lid genoemde periode toe aan de centrale bewaarplaats.
Artikel 13
In de tienjaarlijkse klappers worden ten minste opgenomen:
- a. alfabetisch-lexicografisch geordend de geslachtsnaam van hen op wie de akten betrekking hebben;
- b. de eerste voornaam en de voorletters van de overige voornamen van de in onderdeel a bedoelde personen;
- c. achter de namen van de gehuwden, de geslachtsnaam van degene met wie het huwelijk is gesloten;
- d. de dagtekening van de akten of, voor zover het de akten van geboorte of overlijden betreft, de datum van de geboorte of van het overlijden;
- e. het codenummer van de akte.
Artikel 14
Bij ministeriële regeling kan Onze Minister van Justitie nadere regels stellen omtrent de inrichting van de klappers en de daarbij te hanteren middelen.
Afdeling 4. De akten en de latere vermeldingen
Artikel 15
De akten bevatten geen andere gegevens dan die, welke zijn vermeld in hoofdstuk 2.
Niettemin kunnen latere gegevens, bij wege van latere vermelding, aan de akten worden toegevoegd. Ook de latere vermeldingen bevatten geen andere gegevens dan die, welke zijn vermeld in hoofdstuk 2.
Artikel 16
De ambtenaar van de burgerlijke stand neemt de akten doorlopend genummerd in de registers op.
Hij neemt latere vermeldingen afzonderlijk op.
Bevindt een akte waaraan een latere vermelding dient te worden toegevoegd, zich in een ingebonden register, dan kan deze latere vermelding aan de kant of de voet van de akte worden opgemaakt dan wel op een afzonderlijk blad, dat in een daarvoor bestemd supplement bij het register wordt opgenomen. Dat supplement wordt geacht deel uit te maken van het register.
In het geval, bedoeld in het derde lid, wordt, indien de latere vermelding op een afzonderlijk blad wordt opgemaakt, aan de kant of de voet van de akte een verwijzing naar de latere vermelding opgenomen.
Artikel 17
De ambtenaar van de burgerlijke stand zorgt ervoor dat de akten duidelijk leesbaar zijn en in de Nederlandse taal gesteld.
Hij haalt gedeelten van een voorgedrukte tekst, die niet van toepassing zijn, door, en waarmerkt de doorhalingen.
In staatakten geeft hij vermeldingen die niet van toepassing zijn, aan door een liggend streepje.
Hij ondertekent iedere akte en iedere latere vermelding.
Artikel 18
In de akten mag, behoudens het navolgende, niets bij verkorting worden uitgedrukt.
In de akten en de latere vermeldingen worden data in cijfers aangegeven door achtereenvolgens de dag, de maand en het jaar te vermelden. De eerste negen dagen van de maand en de eerste negen maanden van het jaar worden aangegeven door de cijfers 01 tot en met 09.
De datum van geboorte in een geboorteakte en de datum van overlijden in een overlijdensakte worden tevens in letters uitgedrukt. Voor zover latere vermeldingen een verbetering inhouden van een datum van geboorte of overlijden, wordt ook deze tevens in letters uitgedrukt.
Wanneer in een akte of een latere vermelding het uur wordt uitgedrukt, geschiedt dit naar een dagindeling in vierentwintig uren.
Het geslacht wordt aangegeven door de tekst «F (vrouwelijk)» en «M (mannelijk)».
De aanduiding van een plaats omvat in elk geval de vermelding van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.
Artikel 19
Bijvoegingen en doorhalingen bij het opmaken van akten of latere vermeldingen worden duidelijk aan de voet van de akte aangegeven en worden goedgekeurd en ondertekend door degenen die de akte of de latere vermelding ondertekenen.
Artikel 20
De verschijnende partijen en de ambtenaar van de burgerlijke stand ondertekenen achtereenvolgens de akte in elkanders bijzijn.
Indien een verschijnende partij verklaart niet te kunnen of te willen tekenen, wordt die verklaring in de akte vermeld.
Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de getuigen.
Artikel 21
Een ambtenaar van de burgerlijke stand die een akte heeft opgemaakt, waarvan ingevolge wettelijk voorschrift een latere vermelding moet worden gemaakt door een ambtenaar van de burgerlijke stand van een ander openbaar lichaam, geeft aan deze ambtenaar kennis van de door hem opgemaakte akte.
Artikel 22
Latere vermeldingen worden opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand onder wie de akte berust, waaraan de latere vermelding moet worden toegevoegd.
Indien het register is overgebracht naar een archiefbewaarplaats voor de bewaring van archiefbescheiden van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt de latere vermelding overeenkomstig een aanwijzing van de ambtenaar van de burgerlijke stand die het register laatstelijk onder zijn berusting had, opgemaakt door de beheerder van die bewaarplaats. Na het opmaken van de latere vermelding wordt de daarop betrekking hebbende kennisgeving vernietigd op een bij ministeriële regeling door Onze Minister van Justitie, te bepalen wijze.
Indien het dubbel van een akte is overgebracht naar een archiefbewaarplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Archiefwet BES, wordt de latere vermelding overeenkomstig een aanwijzing van de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte laatstelijk onder zijn berusting had, gearchiveerd door de beheerder van die bewaarplaats.
Artikel 23
De ambtenaar van de burgerlijke stand geeft in het buitenland opgemaakte stukken, die ten behoeve van het opmaken van een akte van de burgerlijke stand of van een latere vermelding dienen te worden overgelegd, terug nadat hij zich daarvan een afschrift heeft doen overleggen.
De in het eerste lid bedoelde afschriften en de overige stukken die ten behoeve van het opmaken van een akte van de burgerlijke stand of van een latere vermelding in een lopend register zijn overgelegd, worden vernietigd nadat achttien maanden zijn verstreken sedert de datum waarop het register waarvan deze stukken de bijlagen zijn, is afgesloten.
De in het eerste lid bedoelde afschriften en de overige stukken die ten behoeve van het opmaken van een latere vermelding in een afgesloten register dienen te worden overgelegd, worden vernietigd nadat achttien maanden zijn verstreken sedert de datum waarop deze latere vermelding is opgemaakt.
De akten van huwelijksaangifte en van huwelijkstoestemming worden vernietigd nadat achttien maanden zijn verstreken sedert de datum waarop zij zijn opgemaakt.
De akte van erkenning en de akte van ontkenning van het vaderschap door de moeder worden vernietigd:
- a. nadat achttien maanden zijn verstreken sinds de ontvangst van het afschrift, bedoeld in artikel 20f van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES, of
- b. nadat achttien maanden zijn verstreken sinds het opmaken van de akte van erkenning of de akte van ontkenning van het vaderschap door de moeder, zonder dat een akte van geboorte is opgemaakt.
Bij ministeriële regeling kan Onze Minister van Justitie regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de in het tweede en derde lid bedoelde vernietiging plaatsvindt.
Artikel 24
Het uittreksel, bedoeld in de artikelen 19a, tweede lid, en 19g, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES wordt opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van de op 8 september 1976 te Wenen tot stand gekomen Overeenkomst betreffende de uitgifte van meertalige uittreksels uit akten van de burgerlijke stand (Trb. 1977, 70).
Afdeling 5. Afschriften en uittreksels
Artikel 25
Van akten van huwelijk of van overlijden welke vóór de inwerkingtreding van dit besluit zijn opgemaakt, kan een afschrift worden uitgegeven.
Artikel 26
Een afschrift van een akte van de burgerlijke stand bevat mede de latere vermeldingen die krachtens wettelijk voorschrift aan de akte zijn toegevoegd.
Een uittreksel als bedoeld in artikel 23b, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES bevat de gegevens ter zake van de toestand op het tijdstip van afgifte.
De in het eerste en tweede lid bedoelde afschriften of uittreksels worden door de bewaarder van het register voorzien van de verklaring dat de daarin vermelde gegevens overeenstemmen met, dan wel zijn ontleend aan het origineel. Zij worden door hem gedagtekend en ondertekend en voorzien van zijn dienststempel.
Afdeling 6. De in verband met de aangifte van de geboorte over te leggen verklaring van een arts of een verloskundige
Artikel 27
De in verband met de aangifte van de geboorte over te leggen verklaring van een arts of een verloskundige vermeldt zo mogelijk:
- a. de datum en het tijdstip van de geboorte;
- b. de plaats waar de geboorte heeft plaatsgevonden;
- c. het geslacht van het kind;
- d. de geslachtsnaam van de moeder;
- e. de voornamen van de moeder;
- f. de datum van geboorte van de moeder;
- g. de woonplaats en het woonadres van de moeder;
- h. de mededeling van degene die de verklaring opmaakt, dat hij al of niet bij de geboorte aanwezig was;
- i. de mededeling van degene die de verklaring opmaakt, dat hij al dan niet overtuigd is van de juistheid van bepaalde daarin opgenomen gegevens, dan wel met bepaalde gegevens onbekend is;
- j. de datum waarop de verklaring is opgemaakt;
- k. de geslachtsnaam en de voorletters van de persoon die de verklaring heeft opgemaakt;
- l. de bevoegdheid van de in onderdeel k bedoelde persoon;
- m. de plaats, het adres en het telefoonnummer van de praktijk van de in onderdeel k bedoelde persoon.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.