Regeling nummerplan BES en tariefvoorschriften voor toegangsnummers en informatienummers BES

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2020-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1

Deze regeling berust op de artikelen 7, eerste en tweede lid, en artikel 44c en 44e Wet telecommunicatievoorzieningen BES.

Artikel 2

De inleiding, de hoofdstukken 1 tot en met 4 en de bijlagen 1 tot en met 7 vormen tezamen het nummerplan BES en tariefvoorschriften voor toegangsnummers en informatienummers BES met toelichting en vormen de bijlage behorende bij deze regeling.

Artikel 3

Deze Regeling wordt aangehaald als: Regeling nummerplan BES en tariefvoorschriften voor toegangsnummers en informatienummers BES.

Bijlage behorende bij de Regeling nummerplan BES en tariefvoorschriften voor toegangsnummers en informatienummers BES.

Bijlage

Inleiding

Bij Ministeriële Beschikkingen van 11 juli 2003, no. 4112/a tot en met bb RNA en Ministeriële Beschikking van 7 november 2005, no. 6547/RNA (a-c) heeft de Minister van Verkeer en Vervoer (hierna de Minister) het Nationaal Nummerplan van de Nederlandse Antillen (hierna het nummerplan) vastgesteld per concessiehouder. Sinds de datum van vaststelling van het nummerplan is de tekst enkele keren aangepast ter verduidelijking van enkele voorwaarden. Om te beschikken over een lopende tekst van het nummerplan is het noodzakelijk om een herziene tekst van het nummerplan vast te stellen. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het nummerplan op een aantal punten nader aan te scherpen en is aan het nummerplan een hoofdstuk toegevoegd waarin voorwaarden worden gesteld ten aanzien van nummers voor netwerkgebruik.

Het nummerplan is het plan waarin de Minister zijn algemeen nummerbeleid en nummerbeheer formuleert. Zowel bij het nummerbeleid als bij het nummerbeheer staat het faciliteren van de telecommunicatiemarkt voorop. Het nummerplan bepaalt de voor een bepaalde bestemming beschikbare nummerruimte en stelt zo de grenzen waarbinnen de toekenning dient te geschieden.

De vrijheid van de Minister om in een nummerplan nummerruimte te creëren is echter in zekere mate beperkt. Zo dient een nummerplan te passen binnen de overeengekomen internationale nummersystemen vastgesteld door de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU-T) en leggen beleidsmatige aspecten, bijvoorbeeld herkenbaarheid, hanteerbaarheid van nummers voor eindgebruikers en interoperabiliteit van telecommunicatienetwerken en -diensten, beperkingen op. De Nederlandse Antillen is als onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden tevens lid van de ITU.

De wettelijke bevoegdheid tot het vaststellen van het nummerplan ontleent de Minister aan de concessies. De wettelijke grondslag voor de uitgifte van de concessies is neergelegd in de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen (P.B. 1995, no. 196) (hierna Ltv). In dit kader wordt verwezen naar artikel 2, eerste lid, Ltv waarin is bepaald dat een concessiehouder een concessie ontvangt voor de aanleg, instandhouding en exploitatie van een telecommunicatie-infrastructuur. Ingevolge artikel 7, eerste lid, Ltv wordt de concessie onder voorwaarden verleend bij landsbesluit. In artikel 7, tweede lid, Ltv staat een opsomming van de voorwaarden die in een landsbesluit kunnen worden opgenomen. De wettelijke grond voor het vaststellen van een nummerplan valt af te leiden uit artikel 7, tweede lid, onderdelen a tot en met d, Ltv. Laatstgenoemd artikel verwijst naar de voorwaarden die in de concessie kunnen worden opgenomen die een duidelijk verband leggen met het gebruik van nummers afkomstig uit een nummerplan. In artikel 8(9) van de bij landsbesluiten verleende concessies voor lokale- en mobiele telefoondiensten en in artikel 23 van de bij landsbesluiten verleende concessies voor lange afstand telefoondiensten is ter uitvoering van artikel 7, tweede lid, onderdelen a tot en met d, Ltv de voorwaarde opgenomen dat de Minister het nummerplan vaststelt en voor het gebruik van de nieuwe nummerseries goedkeuring geeft. In verband met het voorgaande wordt tevens verwezen naar artikel 10 van het Landsbesluit opgedragen telecommunicatiediensten (P.B. 1995, no. 220) waaruit eveneens de noodzaak tot het nummergebruik valt af te leiden.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, Ltv is de concessiehouder in het belang van het algemeen maatschappelijk en economisch verkeer verplicht de opgedragen telecommunicatie-diensten, zoals omschreven in het Landsbesluit opgedragen telecommunicatiediensten (P.B. 1995, no. 220), te verzorgen en een ieder tegen vergoeding het gebruik daarvan ter beschikking te stellen. De concessiehouder kan de opgedragen telecommunicatiediensten in rekening brengen aan een contractant of eindgebruiker door middel van een abonnement plus de gesprekskosten, zogenoemde ‘postpaid’ systeem, of bij vooruitbetaling, zogenoemde ‘prepaid’ systeem. Deze wettelijke plicht heeft tot gevolg dat de concessiehouder alle nummers (geografische en niet-geografische) uitgegeven conform het nummerplan aankiesbaar moet stellen voor zijn contractanten (abonnees en eindgebruikers). Het voorgaande is bevestigd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba in de uitspraken van in de zaken Setel N.V. vs de Minister van Verkeer en Vervoer H-LAR 2005/13 uitspraak 21 november 2005 en H-LAR 2005/23 uitspraak 21 november 2005.

Het onderhavige document bevat mede een tariefrichtlijn. Het betreft een tariefrichtlijn voor de tarieven die een concessiehouder in rekening kan brengen voor het gebruik van

080X en 090X nummers. Tevens is een tariefrichtlijn opgenomen voor de wijze waarop de concessiehouder het tarief dat aan contractanten die informatiediensten aanbieden via een 080X en 090X nummer teneinde een dienst te verlenen aan de eigen klanten, in rekening brengt. Hierbij wordt gedacht aan particuliere bedrijven of de overheid (08001515 ‘Bentana di informashon’) die hun diensten kunnen aanbieden aan hun klanten met gebruikmaking van 0800 nummers. De bevoegdheid om een tariefrichtlijn vast te stellen ontleent de Minister uit de concessies.

In het nummerplan komen achtereenvolgens de navolgende onderwerpen aan de orde: Hoofdstuk 1 ‘Nummerbeleid’ hierin wordt het beleid met betrekking tot de toekenning, reservering, weigering, intrekking en de overdracht van nummers aan de orde gesteld. Verder is aandacht besteed aan de procedure voor het in behandeling nemen van aanvragen.

Hoofdstuk 2 ‘Nummerplan’ geeft een toelichting op verschillende onderdelen van het nummerplan.

Hoofdstuk 3 ‘Tabellen van het nummerplan’ besteedt aandacht aan de verdeling van de nummerruimte in diverse gebruikscategorieën en tabellen.

Hoofdstuk 4 ‘Nummers voor netwerkgebruik’ geeft een toelichting op de nummers die bestemd zijn voor gebruik in mobiele netwerken.

Aan het einde van het onderhavige nummerplan is het model aanvraagformulier, de lijsten van nummers voor netwerkgebruik en een begrippenlijst toegevoegd.

Hoofdstuk 1. Nummerbeleid

1.1. Inleiding

Om telecommunicatiediensten te kunnen aanbieden moet een concessiehouder of een dienstaanbieder(1) de beschikking hebben over nummers ter identificatie van zowel de eindgebruiker als de dienst. Een nummer dient ook ter identificatie van de betrokken concessiehouder (bijvoorbeeld: carrier selectie code). Een telefoonnummer is de drager van een aantal – maatschappelijke als technische – functies. De nummerfuncties zijn relevant voor de betrokken partijen in de telecommunicatiemarkt. De te onderscheiden partijen zijn: concessiehouders, dienstaanbieders van telecommunicatiediensten, contractanten(2) die informatiediensten aanbieden of eindgebruikers (abonnees) van een telecommunicatiedienst.

De functies van nummers aan de zijde van een concessiehouder en een dienstaanbieder zijn als volgt te onderscheiden:

De functies van nummers aan de zijde van een eindgebruiker worden onderscheiden als volgt:

Nummerfuncties hebben mede ten doel om overheidstaken uit te voeren. In dit verband wordt verwezen naar het rechtmatig tappen van een telefoonnummer door het bevoegde gezag.

Vóór het intreden van de liberalisatie – op de lokale- en mobiele telecommunicatiemarkt

De vaststelling van het Interim Nummerplan door de Minister heeft ertoe geleid dat er in zekere mate ordening is gebracht in de verdeling en het gebruik van nummers.

In verband met de geconstateerde tekortkoming in het Interim Nummerplan heeft Bureau Telecommunicatie en Post na overleg met de concessiehouders de richtlijnen vastgesteld om te komen tot de vaststelling van het nummerplan.

De belangrijkste beleidsuitgangspunten en doelstellingen voor het opstellen van het nummerplan zijn:

Het uitgangspunt van de Minister bij de vaststelling van het nieuwe nummerbeleid is dat er waarborgen moeten worden gesteld om te komen tot een geordende (zuinige) nummertoedeling in de telecommunicatiemarkt. In verband hiermee gelden vier uitgangspunten:

De specifieke taken van de Minister met betrekking tot het nummerbeheer zijn onder te verdelen in het:

Bureau Telecommunicatie en Post zal namens de Minister worden belast met de uitvoering van het nummerbeleid en nummerbeheer.

1.2. Toekennen, weigeren en intrekken van nummers

De Minister kan nummers toekennen aan concessiehouders en dienstaanbieders. Met de toewijzing van een nummer verwerft een concessiehouder of dienstaanbieder een gebruiksrecht van het toegewezen nummer of nummerblokken. Bij de toekenning van nummers wordt onderscheid gemaakt tussen de aan een concessiehouder en een dienstaanbieder toe te wijzen nummers.

Concessiehouders kunnen in aanmerking komen voor:

Een contractant van een concessiehouder die informatiediensten wenst aan te bieden kan in aanmerking komen voor:

Het optreden van schaarste aan nummers – met name de gratis – en betaal toegangsnummers en informatiedienst nummers en de carrier select codes – enerzijds en de intentie de markt zo goed mogelijk te faciliteren anderzijds brengt met zich mee dat bij het toekennen van nummers afwegingen moeten worden gemaakt, waarbij de Minister een zekere vrijheid moet hebben om in het geschetste spanningsveld op een verstandige, eerlijke en transparante manier te werk te gaan. Bij de beoordeling van individuele aanvragen zullen altijd de belangen van andere aanvragers of potentiële aanvragers moeten worden betrokken. Daarmee moet worden voorkomen dat een reële behoefte uit de markt – aan nummers – met een weigering zou moeten worden beantwoord. Het spaarzaam omgaan met de beschikbare nummerruimte leidt ertoe dat een aanvrager niet meer nummers toegewezen moet krijgen dan hij binnen afzienbare tijd nodig heeft. In verband hiermee zal een aanvraag om toekenning van nummers – geheel of gedeeltelijk – kunnen worden geweigerd indien op grond van de aanvraag redelijkerwijs niet is te verwachten dat het voorgenomen gebruik binnen zes maanden kan worden verwezenlijkt of indien het in de aanvraag omschreven voorgenomen gebruik de gevraagde hoeveelheid nummers niet rechtvaardigt. Wat in het kader van een aanvraag redelijkerwijs te verwachten is en in hoeverre het voorgenomen gebruik de gevraagde hoeveelheid nummers rechtvaardigt zal veelal moeten worden beoordeeld op basis van een door de aanvrager bij de aanvraag te verstrekken ondernemingsplan en technisch plan. Bij het bepalen van wat in dit verband redelijk is spelen verschillende factoren een rol. Zo zal uiteraard worden gekeken in hoeverre de aanvrager op een efficiënte wijze gebruik maakt van de aan hem toe te delen nummers maar bijvoorbeeld ook naar de mate waarin door de aanvrager wordt bijgedragen aan het gemak van de eindgebruiker (de abonnee). Vanzelfsprekend zullen ook vergelijkbare reeds ingewilligde aanvragen tot maatstaf dienen.

De inhoudelijke beoordelingscriteria ten aanzien van de nummertoekenning zijn:

Teneinde het mogelijk te maken dat nummers zo efficiënt en zo eerlijk mogelijk toegedeeld worden, zal de Minister bepalen welke nummers aan een aanvrager worden toegewezen. De mogelijkheid om een aanvraag tot toekenning van nummers te doen moet dan ook zo worden begrepen dat een aanvrager voor een bepaalde bestemming om toewijzing van een bepaalde nummercapaciteit (dus een bepaald aantal nummers) kan vragen. Besluit de Minister de aanvraag te honoreren dan is het aan hem te bepalen welke nummers daadwerkelijk aan de aanvrager worden toegekend. Dit neemt niet weg dat een aanvrager bij de aanvraag zijn voorkeur kan uitspreken voor bepaalde nummers. Het uitspreken van een dergelijke voorkeur geeft echter geen enkel recht op toewijzing van de ‘voorkeurnummers’. Zo zal de Minister bijvoorbeeld bij een aanvraag om toekenning van nummers waarbij de aanvrager zijn voorkeur uitspreekt voor toekenning van bijvoorbeeld verkorte nummers, deze voorkeur niet behoeven te honoreren indien hij van oordeel is dat de gevraagde hoeveelheid verkorte nummers een eerlijke verdeling van dergelijke nummers onder bestaande en toekomstige aanvragers zou verhinderen. Het vorenstaande neemt uiteraard niet weg dat de Minister zoveel mogelijk rekening zal houden met de geuite voorkeuren.

De Minister trekt nummers in wanneer:

Vanuit de beleidsoptiek kan de Minister nummers intrekken:

1.3. Reserveren van nummers

Zoals gezegd zullen in de regel geen nummers worden toegekend indien redelijkerwijs niet is te verwachten dat het voorgenomen gebruik binnen de aangegeven periode kan worden verwezenlijkt. Hier doet niet aan af dat bij partijen in de markt in het kader van door hen te nemen strategische beslissingen behoefte kan bestaan aan een – grotere – mate van zekerheid ten aanzien van de beschikbaarheid in de toekomst van de voor de realisering van hun plannen noodzakelijke nummercapaciteit. In verband met het voorgaande is de mogelijkheid opgenomen om de gratis – en betaal toegangsnummers en informatie nummers (de 080X en 090X nummers) voor zes maanden te reserveren terwijl de reserveringstermijn voor abonneenummers is gesteld op één jaar. Een reserveringhouder kan er namelijk in beginsel op rekenen dat gedurende de reserveringsperiode de voor hem gereserveerde nummers niet aan een derde worden toegekend en dat hij, zolang de reservering geldt, de gereserveerde nummers krijgt toegewezen indien de door hem gemaakte plannen worden gerealiseerd. De behandeling van een aanvraag tot reservering verloopt via dezelfde procedure als is voorgeschreven voor een aanvraag om toekenning van nummers.

Evenals bij de toekenning van nummers geldt bij reservering van nummers dat, omwille van een zo efficiënt en zo eerlijk mogelijk omgaan met de relatief schaarse nummers, de aanvrager slechts een voor de Minister niet bindende voorkeur kan uitspreken ten aanzien van de voor hem te reserveren nummers. In een groeiende telecommunicatiemarkt en een daarmee gepaard gaande toenemende vraag naar nummers heeft de reservering in dit verband wel als voordeel dat de aanvrager zijn voorkeur voor bepaalde nummers eerder in de tijd kenbaar kan maken dan bij een latere aanvraag om toekenning van nummers het geval was geweest waardoor de kans groter is dat de Minister aan de uitgesproken voorkeur tegemoet kan komen. Voor de overheid heeft de reservering tenslotte het voordeel dat de omvang van de voor de komende jaren gereserveerde nummercapaciteit een goede indicatie vormt voor de toekomstige groei van de nummerbehoefte. De reserveringen leveren derhalve belangrijke informatie op voor zowel het nummerbeleid als het nummerbeheer.

1.4. Omzetting van een reservering in toekenning

Gereserveerde nummers moeten op enig moment gebruikt worden. Hiervoor zal de aanvrager de Minister om toestemming moeten vragen om het gereserveerde nummer of nummers in gebruik te nemen en met de dienstverlening te beginnen. Dit verzoek, ingeval van gratis – en betaal toegangsnummers en informatiedienst nummers, moet vergezeld zijn van een kopie van de overeenkomst met de betrokken concessiehouder(s). Met betrekking tot het gebruik van de nummers zal de Minister nagaan of het gebruik van de nummers nog binnen de bestemming valt en niet afwijkt van de dienst die als grondslag heeft gediend voor de reservering van de nummers. Er vindt dus een vergelijking plaats tussen de beiden aanvraagmomenten (reservering en toekenning).

Bij gebreken van een omzettingsaanvraag vóór het verstrijken van de reserveringstermijn komt de reservering van rechtswege te vervallen.

1.5. Overdracht van nummers

Verhandeling van nummers is verboden en vormt dan ook, indien uit de aanvraag blijkt dat deze wordt gedaan met de kennelijke bedoeling de gevraagde nummers te verhandelen, een grond voor weigering van de toekenning van aangevraagde nummers, alsmede een grond voor intrekking van reeds toegekende nummers. Wel kan een toekenning of reservering van nummers op gezamenlijke aanvraag door de houder van de nummers of de reservering en een derde met toestemming door de Minister worden overgedragen.

1.6. Aanvraagformulier en de termijn

Een aanvraag voor toekenning of reservering van gratis – en betaal toegangsnummers en informatiedienst nummers en een carrier select code geschiedt via een daartoe bestemd aanvraagformulier. Het aanvraagformulier (zie de bijlage) is gratis verkrijgbaar bij Bureau Telecommunicatie en Post. Het aanvraagformulier wordt volledig ingevuld en voorzien van de relevante bijlagen ingediend ten kantore van Bureau Telecommunicatie en Post.

Indien meerdere aanvragen worden ingediend voor eenzelfde nummer of voor dezelfde nummers dan wordt op basis van ‘first come first served’ de aanvraag in behandeling genomen. Op een aanvraag wordt binnen zes weken na datum van ontvangst beslist. Indien de Minister niet binnen de aangegeven termijn een beslissing heeft genomen op het verzoekschrift van de aanvrager wordt laatstgenoemde drie dagen voor het verstrijken van de termijn hiervan op de hoogte gesteld en wordt de termijn eenmaal verlengd.

Indien het aanvraagformulier niet volledig is ingevuld of de relevante bescheiden ontbreken wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om binnen een door de Minister te bepalen termijn aanvullende informatie of de ontbrekende bescheiden te overleggen bij Bureau Telecommunicatie en Post. Het verloop van de termijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt van rechtswege opgeschort met ingang van de dag waarop de Minister een aanvrager verzoekt de aanvraag aan te vullen tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de door de Minister gestelde termijn is verstreken.

Hoofdstuk 2. Nummerplan

2.1. Inleiding

In het nummerplan is de nummerruimte gestructureerd. Daarbij zijn de hierna volgende uitgangspunten in aanmerking genomen bij het opstellen het nummerplan:

In het nummerplan zijn de nummers onderverdeeld per gebruikscategorie of bestemming te weten de internationale toegangscode, carrier select code, nummers ten behoeve van lokale- en mobiele diensten, alarmnummers, verkorte nummers ten behoeve van publieke – en commerciële diensten, gratis – en betaal toegangsnummers en informatiedienst nummers, en nummers voor speciale diensten.

Om het nummerplan inzichtelijk te maken zijn er acht tabellen vastgesteld waarbij onderscheid wordt gemaakt in.

2.2. Voorschriften en beperkingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.