Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

Type Wet Bes
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Titel I. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

Ambtenaar in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen is degene die door het bevoegde gezag is aangesteld om in openbare dienst op Bonaire, Sint Eustatius of Saba werkzaam te zijn.

2.

Tot de openbare dienst behoren alle diensten en bedrijven door de staat en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba beheerd, met inbegrip van het van overheidswege gegeven openbare onderwijs.

3.

Niet zijn ambtenaren in de zin dezer wet:

4.

Tenzij het tegendeel blijkt, zijn in deze wet onder ambtenaren gewezen ambtenaren begrepen.

5.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt niet onder ambtenaren verstaan:

Artikel 2a

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 3
1.

Over de beschikkingen, handelingen en weigeringen (om te beschikken of te handelen) ten aanzien van ambtenaren als zodanig, hun nagelaten betrekkingen en rechtverkrijgenden door een administratief orgaan genomen, verricht of uitgesproken, oordeelt bij uitsluiting in eerste aanleg het gerecht in ambtenarenzaken en in hoger beroep de raad van beroep in ambtenarenzaken.

2.

Onder «gerecht» verstaan deze wet en de daarop berustende algemene maatregelen van bestuur en beschikkingen, het gerecht in ambtenarenzaken; onder "raad" de raad van beroep in ambtenarenzaken.

Artikel 4
1.

Alle voorgeschreven kennisgevingen en oproepingen geschieden schriftelijk.

2.

Ambtshalve toezending van stukken alsmede toezending van stukken vanwege partijen vinden plaats bij aangetekende brief.

3.

Door de griffier van het gerecht onderscheidenlijk de raad wordt zo spoedig mogelijk na de ontvangst van een aangetekend stuk daarvan kennis gegeven aan de inzender.

4.

Toezending bij aangetekende brief kan vervangen worden door terhandstelling tegen gedagtekend ontvangstbewijs:

5.

Bij twijfel, of enig door middel van de post verzonden geschrift tijdig is ingediend, wordt de dag van bezorgen ten postkantore en voor wat betreft de eilanden Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten (N.G.) de tiende dag na de bezorging ten postkantore beschouwd als de dag, waarop het geschrift is ontvangen.

6.

Op aanvrage van de rechter in ambtenarenzaken onderscheidenlijk de raad geeft de administratie der posterijen schriftelijk inlichtingen omtrent het tijdstip in het vorig lid bedoeld.

Artikel 5

[vervallen]

Artikel 6
1.

Indien een administratief orgaan dat een college is, als partij optreedt, wordt het door zijn voorzitter vertegenwoordigd.

2.

Een college is evenwel bevoegd aan een zijner leden de vertegenwoordiging in bepaalde gedingen of bepaalde soorten van gedingen op te dragen.

Titel II. Het gerecht en de raad van beroep in ambtenarenzaken

Hoofdstuk Eerste. Het gerecht in ambtenarenzaken

§ 1. Samenstelling

Artikel 7
1.

Het rechtsgebied van het gerecht in ambtenarenzaken strekt zich uit over het gehele gebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2.

Het gerecht is gevestigd in de zittingsplaats van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3.

Het gerecht kan ook elders zitting houden.

Artikel 8
1.

Het gerecht bestaat uit een lid van het Hof van justitie als rechter in ambtenarenzaken en een ander lid van dat hof als rechter-plaatsvervanger.

2.

Als griffier van het gerecht in ambtenarenzaken treedt op de ambtenaar die als griffier van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba dienst doet, of, voor zoveel nodig, de ambtenaren die deze vervangen.

Artikel 9
1.

De rechter in ambtenarenzaken en de rechter-plaatsvervanger worden bij koninklijk besluit op gezamenlijke voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie benoemd voor een tijdvak van zes jaren en zijn bij hun aftreden terstond herbenoembaar.

2.

Op hun verzoek wordt hun vóór het verstrijken van evengenoemd tijdvak bij koninklijk besluit op gezamenlijke voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie ontslag verleend.

Artikel 10
1.

Een algemene maatregel van bestuur stelt voor het gerecht voorschriften vast omtrent:

2.

Wanneer de zaak, waaromtrent bericht en advies zijn gevraagd, aan de beslissing van het gerecht is onderworpen, of het te voorzien is, dat zulks zal geschieden, is het geven van eenvoudig bericht voldoende.

§ 2. Werkzaamheden

Artikel 11

Indien om enige reden de rechter of de plaatsvervanger die het onderzoek op de zitting verricht heeft, niet in staat is te beslissen, wordt de zaak opnieuw op de zitting behandeld.

Artikel 12
1.

Het is de rechter en de plaatsvervanger verboden:

2.

De in het vorige lid onder a. omschreven verbodsbepaling geldt ook voor de dienstdoende griffier.

Artikel 13

De rechter, de griffier of enig ander ambtenaar, die zich voor plaatselijk onderzoek of andere ingevolge deze wet te verrichten werkzaamheid begeeft buiten zijn woonplaats of buiten de plaats waar het gerecht is gevestigd, heeft aanspraak op vergoeding overeenkomstig de bepalingen van het tarief van gerechtskosten en salarissen in burgerlijke zaken.

§ 3. Wraking, verschoning en uitsluiting

Artikel 14
1.

Vóór de aanvang van de behandeling ener zaak ter zitting kan door elke partij elke rechter die over de zaak zit, bij ondertekende akte worden gewraakt:

2.

In de gevallen in lid 1 genoemd kan elke rechter zich verschonen.

Artikel 15
1.

Indien de gewraakte rechter de reden van wraking als juist erkent, moet hij zich van de zaak onthouden.

2.

Indien hij in de wraking niet berust, vraagt hij zo spoedig mogelijk de beslissing van de raad van beroep, onder overlegging van de desbetreffende akte van wraking, alsmede van zijn schriftelijk antwoord daarop.

Artikel 16
1.

De redenen waarom een rechter gewraakt kan worden gelden ook voor de dienstdoende griffier.

2.

Bij wraking of vermeende reden van verschoning van de griffier beslist de rechter in hoogste ressort.

Hoofdstuk Tweede. De raad van beroep

§ 1. Samenstelling

Artikel 17
1.

Het rechtsgebied van de Raad van beroep strekt zich uit over het gehele gebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2.

De raad is gevestigd in de zittingsplaats van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3.

Het gerecht kan ook elders zitting houden.

Artikel 18
1.

De raad is samengesteld uit de voorzitter van het hof van justitie of het lid van het hof, hetwelk hem als zodanig vervangt, als ambtshalve lid tevens voorzitter en twee leden, benevens drie leden-plaatsvervangers.

2.

Tenzij het tegendeel blijkt, zijn in deze wet onder leden van de raad leden-plaatsvervangers begrepen.

3.

Als griffier van de raad treedt op de griffier of substituut-griffier van het hof van justitie of voor zoveel nodig de ambtenaren die deze vervangen.

Artikel 19
1.

De leden en de leden-plaatsvervangers van de raad worden bij koninklijk besluit op gezamenlijke voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie benoemd voor een tijdvak van zes jaren en zijn bij hun aftreden terstond herbenoembaar.

2.

Op hun verzoek wordt hun voor het verstrijken van evengenoemd tijdvak bij koninklijk besluit op gezamenlijke voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie ontslag verleend.

Artikel 20
1.

Benoembaar tot lid is iedere Nederlander, die woonplaats heeft in het Caribische deel van het Koninkrijk.

2.

Niet benoembaar zijn echter:

3.

Indien ten aanzien van een lid of plaatsvervangend lid zich na zijn benoeming een van de gevallen genoemd in lid 2 van dit artikel voordoet, houdt hij op lid of plaatsvervangend lid te zijn.

Artikel 21

Ingeval van gelijktijdige benoeming geldt als oudst benoemde het lid, wiens naam in de benoemingsbeschikking het eerst is vermeld en zo vervolgens. Heeft de benoeming plaats gehad bij verschillende beschikkingen van gelijke datum, dan wordt de laagst genummerde beschikking geacht het eerst te zijn genomen en zo vervolgens.

Artikel 22
1.

Een algemene maatregel van bestuur, stelt voor de raad voorschriften vast omtrent:

2.

Wanneer de zaak, waaromtrent bericht en advies zijn gevraagd, aan de beslissing van de raad is onderworpen, of het te voorzien is, dat zulks zal geschieden, is het geven van eenvoudig bericht voldoende.

Artikel 23
1.

De benoemde leden van de raad kunnen door het hof van justitie bij met redenen omklede beschikking, worden ontslagen:

2.

Zij worden door het hof van justitie bij met redenen omklede beschikken ontslagen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.