Warenwet BES

Type Wet Bes
Publication 2023-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

§ 2. Algemene bepalingen

Artikel 2
1.

Deze wet is niet van toepassing op het vervaardigen van waren in de sfeer van die particuliere huishouding waarbinnen zij worden genuttigd of gebruikt.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kan een huishouding gelijk worden gesteld met een particuliere huishouding als bedoeld in het eerste lid.

3.

In geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat deze wet niet van toepassing is op voor militair gebruik bestemde waren.

4.

Voorts kunnen bij algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van bindende verdragen of andere internationale afspraken en bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties regels worden gegeven, waarbij van de bepalingen van deze wet kan worden afgeweken of de bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk buiten werking kunnen worden gesteld.

5.

Binnen zes maanden na het in werking treden van een algemene maatregel van bestuur bedoeld in het vierde lid, wordt een voorstel aan de Staten-Generaal gedaan om het in dat algemene maatregel van bestuur bepaalde, bij wet te bekrachtigen. Indien een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vierde lid, niet wordt bekrachtigd ingevolge het vijfde lid, wordt dit algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.

Artikel 3
1.

In het belang van de volksgezondheid kunnen, na overleg tussen Onze Minister en Onze Minister van Economische Zaken, bij algemene maatregel van bestuur de Adviescommissie gehoord, ten aanzien van waren regels worden gegeven met betrekking tot:

2.

Ter zake van eet- en drinkwaren in het bijzonder kunnen, na overleg tussen Onze Minister en Onze Minister van Economische Zaken, ter bescherming van het belang in het eerste lid, bij algemene maatregel van bestuur de Adviescommissie gehoord, bovendien regels worden gegeven met betrekking tot:

3.

Voorts kunnen in verband met het milieubelang bij algemene maatregel van bestuur de Adviescommissie gehoord, regels worden gegeven met betrekking tot de verpakking van waren.

4.

De regels, bedoeld in het eerste lid tot en met het derde lid, kunnen van toepassing zijn in alle openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba dan wel in een of meer van die openbare lichamen afzonderlijk.

5.

Bij het geven van regels, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, kan het verplicht stellen van een onderzoek behoren.

6.

Ter zake van waren die uitsluitend of mede zijn voorbestemd om, al dan niet na in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba dan wel Aruba, Curacao of Sint Maarten een bewerking of verwerking te hebben ondergaan, in het gebied van de Europese Unie te worden ingevoerd, kan de inhoud van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel bestaan uit de toepasselijk-verklaring van een of meer verordeningen, beschikkingen of richtlijnen die door de Commissie of de Raad van de Europese Unie zijn vastgesteld, of van een of meer bepaalde titels, hoofdstukken, artikelen of andere onderdelen daarvan, mits deze verordeningen, beschikkingen en richtlijnen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn opgenomen en de tekst ervan als bijlage bij de betreffende algemene maatregel van bestuur wordt gevoegd. Het tijdstip van inwerkingtreding ervan voor een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba dan wel Aruba, Curacao of Sint Maarten wordt bij of krachtens de wet bepaald; voor een verordening of ministeriële regeling is dit tijdstip niet gelegen vóór dat waarop de verordening, onderscheidenlijk ministeriële regeling, zelf in enige Lid-Staat van de Europese Unie in werking treedt.

7.

Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van een algemene maatregel van bestuur als in dit artikel bedoeld nadere voorschriften van technische of anderszins praktische aard worden gegeven en kunnen instanties worden aangewezen die de onderzoeken, bedoeld in het vijfde lid, zullen verrichten.

Artikel 4
1.

In een spoedeisend geval kunnen de regels, bedoeld in artikel 3, eerste tot en met derde lid, worden gegeven bij deze regeling. Bij deze regeling kunnen bepalingen van de op artikel 3, eerste lid tot derde lid berustende algemene maatregelen van bestuur, zo nodig buiten werking worden gesteld.

2.

De ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, vervalt na verloop van een termijn van zes maanden nadat zij in werking is getreden, of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die ministeriële regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die algemene maatregel van bestuur in werking treedt.

Artikel 5
1.

De regels, krachtens artikel 3, eerste tot en met derde lid, kunnen voorschriften inhouden ten aanzien van daarbij omschreven waren of categorieën van waren of een verbod om daarbij omschreven waren of categorieën van waren te vervaardigen dan wel te verhandelen. Aan Onze Minister kan bij de desbetreffende algemene maatregel van bestuur, de bevoegdheid worden toegekend vrijstelling dan wel ontheffing van de gegeven voorschriften of verboden te verlenen of namens hem te doen verlenen.

2.

Aan de vrijstelling of de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan onder beperking worden verleend.

3.

Tot de voorschriften die aan een ontheffing, bedoeld in het tweede lid, worden verbonden, kan een voorschrift behoren, inhoudende dat de houder van de ontheffing verplicht is bij het verhandelen van waren waarvoor de ontheffing geldt, op of bij de waar of op haar verpakking ten behoeve van degenen die haar verder verhandelen, aanwijzigingen op te nemen met betrekking tot het bewaren, vervoeren of behandelen van de waar.

4.

De houder van een ontheffing als bedoeld in het derde lid, is verplicht bij het verhandelen van de waren waarvoor de ontheffing geldt, op of bij de waar of op haar verpakking een vermelding met betrekking tot het besluit waarbij de ontheffing werd verleend, te plaatsen. Ingeval bij het verlenen van de ontheffing toepassing is gegeven aan het derde lid, is hij voorts verplicht zulks bij de aldaar bedoelde aanwijzingen te vermelden.

5.

Voor degenen die waren waarvoor een ontheffing is verleend verder verhandelen, geldt met betrekking tot die waren vrijstelling van de voorschriften waarvan de ontheffing is verleend. Het bepaalde in het vierde lid is op hun van toepassing.

6.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven omtrent de wijze waarop de aanvraag om een vrijstelling of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dient te geschieden en de gegevens die van de aanvrager worden verlangd; zolang de verlangde gegevens niet zijn verstrekt en de vergoeding, bedoeld in het zevende lid, niet is voldaan, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

7.

Voor de behandeling van de aanvraag om vrijstelling of ontheffing is een vergoeding verschuldigd. De hoogte van de vergoeding en de wijze van betaling daarvan worden bij ministeriële regeling vastgesteld.

8.

Een vrijstelling of ontheffing kan door Onze Minister worden ingetrokken, indien:

9.

Een beslissing houdende weigering van een vrijstelling of ontheffing, dan wel houdende intrekking van een vrijstelling of ontheffing wordt aan de aanvrager schriftelijk medegedeeld onder opgave van redenen.

Artikel 6
1.

Bij ministeriële regeling kunnen vergoedingen worden vastgesteld, verschuldigd door degenen ten behoeve van wie werkzaamheden of diensten door of namens het Land zijn verricht of verleend.

2.

De Staat onderscheidenlijk de personen, bedoeld in het eerste lid, kunnen alvorens over te gaan tot het verrichten van werkzaamheden of verlenen van diensten, vooruitbetaling van de vastgestelde tarieven verlangen.

§ 3. Adviescommissie

Artikel 7
1.

Er is een Adviescommissie inzake waren.

2.

De commissie heeft tot taak Onze Minister desgevraagd of uit eigen beweging te adviseren over aangelegenheden die verband houden met deze wet.

3.

De commissie wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over ontwerpen krachtens deze wet.

4.

De commissie bestaat uit ten hoogste 15 leden, en in elk geval uit een oneven aantal, die door Onze Minister worden benoemd, geschorst en ontslagen. Van de leden wordt een derde deel benoemd op aanbeveling van organisaties van lokale fabrikanten of importeurs van waren en een derde deel op aanbeveling van organisaties van consumenten. Een derde deel wordt door Onze Minister voorgedragen.

5.

De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een secretaris aan.

6.

De commissie kan subcommissies instellen. De commissie kan personen, niet zijnde leden, uitnodigen deel te nemen aan de vergaderingen van een subcommissie.

7.

De commissie alsmede de subcommissies kunnen ten aanzien van bepaalde onderwerpen deskundigen horen.

8.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven met betrekking tot de werkwijze van de commissie en de subcommissies, alsmede de aan de leden toe te kennen vergoeding.

§ 3. Adviescommissie

Artikel 8

Het is verboden eet- of drinkwaren te bereiden dan wel te verhandelen die door hun ondeugdelijkheid de gezondheid of veiligheid van de mens in gevaar kunnen brengen.

Artikel 9
1.

Onverminderd het bepaalde in de Vergunningwet BES is het verboden eet- of drinkwaren te bereiden zonder daartoe strekkende vergunning door of namens Onze Minister.

2.

De vergunning wordt niet eerder afgegeven dan nadat voldaan is aan de voorschriften bij of krachtens deze wet gegeven inzake:

3.

Ten aanzien van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is het bepaalde in artikel 5, tweede, zesde tot en met negende lid, van toepassing.

Artikel 10

Het is verboden waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, te verhandelen die bij het gezien hun bestemming te verwachten gebruik bijzondere gevaren kunnen opleveren voor de gezondheid of veiligheid van de mens.

Artikel 11

Het is verboden in de uitoefening van een beroep of bedrijf waren aan te prijzen op zodanige wijze, dat dit in strijd is met voorschriften inzake de etikettering en het verhandelen, gesteld bij of krachtens deze wet.

Artikel 12

Het is verboden waren te verhandelen waarvan de samenstelling, uitvoering, hoedanigheid, eigenschappen of toestand in ernstige mate minder is dan wat in redelijkheid mag worden verlangd.

Artikel 13

Het is verboden waren te verhandelen die ongeschikt zijn voor gebruik.

Artikel 14

Het is verboden waren te bereiden dan wel te verhandelen, anders dan met inachtneming van de regels gegeven bij of krachtens deze wet met betrekking tot de samenstelling en de wijze van bereiding onderscheidenlijk de verpakking en de etikettering.

Artikel 15

Het is verboden een etikettering op of bij waren aan te brengen of bij aanprijzing te bezigen, die, doordat zij onjuist, onvolledig is of een onjuiste indruk wekt, misleidend is.

Artikel 16

Het is verboden waren te verhandelen die door hun ondeugdelijkheid de gezondheid of veiligheid van de mens in gevaar kunnen brengen.

§ 5. Bestuursmaatregelen

Artikel 17

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.