← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit basisadministraties persoonsgegevens BES

Geldende tekst a fecha 2010-10-10

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Het bijhouden van de basisadministratie

Paragraaf 1. Inschrijving en vertrek

Artikel 2
1.

Vanwege hun bijzondere verblijfsrechtelijke status komen niet in aanmerking voor inschrijving personen die geen Nederlander zijn en die behoren tot de volgende categorieën:

2.

Leden van de Nederlandse krijgsmacht komen eveneens niet in aanmerking voor inschrijving, tenzij zij woonachtig zijn aan de wal.

3.

Ten aanzien van een persoon die gaat behoren tot een van de in het eerste of tweede lid genoemde categorieën, terwijl hij reeds is ingeschreven, wordt de bijhouding van de persoonslijst opgeschort.

Artikel 3
1.

Bijlage I bevat de algemene, bijzondere en administratieve gegevens, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b en c, van de wet.

2.

Bijlage II bevat de verwijsgegevens en de administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet.

Artikel 4
1.

De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift, als bedoeld in onderdeel a, en bij gebreke hiervan aan een geschrift, als bedoeld in onderdeel b:

2.

De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich niet in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift, als bedoeld in onderdeel a, bij gebreke hiervan aan een geschrift, als bedoeld in onderdeel b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift, als bedoeld in onderdeel d en bij gebreke tenslotte ook hiervan aan een geschrift, als bedoeld in onderdeel e:

3.

De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba hebben voorgedaan, en waarvan een in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba geaccrediteerde consulaire ambtenaar van een ander land bevoegd een akte heeft opgemaakt, die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, ontleend aan die akte.

Artikel 5

Aan een geschrift als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, d of e, dan wel artikel 4, derde lid, worden geen gegevens ontleend over het huwelijk dat is gesloten tussen echtgenoten dan wel geregistreerde partners van wie ten minste één niet de Nederlandse nationaliteit heeft, voordat aan het bestuurscollege een verklaring is overlegd als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel h, van het Burgerlijk Wetboek BES.

Artikel 6
1.

Indien aannemelijk is dat omtrent een gegeven over de familierechtelijke betrekkingen tot de ouders of de kinderen, over het huwelijk en de eerdere huwelijken, over de echtgenoot en de eerdere echtgenoten, over het geregistreerd partnerschap en de eerdere geregistreerde partnerschappen of over de geregistreerde partner en de eerdere geregistreerde partners een geschrift als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c of d, kan worden verschaft, mogen deze gegevens niet worden ontleend aan een geschrift als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel e.

2.

Aan een geschrift, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, d of e, alsmede artikel 4, derde lid, worden geen gegevens ontleend, voor zover de openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de in deze geschriften vermelde feiten.

3.

Aan een geschrift als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel d of e, worden geen gegevens ontleend, indien aannemelijk is dat de gegevens onjuist zijn.

Artikel 7
1.

Op de persoonslijst van een persoon behoeven geen gegevens over zijn kind te worden opgenomen indien:

2.

Een wijziging van een algemeen gegeven over de naam van een ouder, de eerdere echtgenoot, de eerdere geregistreerde partner of het kind van de ingeschrevene, in verband met een rechterlijke last tot wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte van de betrokkene, wordt niet opgenomen op de persoonslijst van de ingeschrevene.

Artikel 8

De datum van ingang of beëindiging van de rechtsgeldigheid van een gegeven over de burgerlijke staat van de ouders, de echtgenoot, de eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partner of het kind, wordt slechts opgenomen op de persoonslijst van de ingeschrevene, indien die datum ligt na de datum waarop de familierechtelijke betrekking met de ingeschrevene is ontstaan.

Artikel 9
1.

Gegevens over curatele worden ontleend aan het daartoe door de griffie van de rechtbank te ’s-Gravenhage bijgehouden register.

2.

Gegevens over het gezag dat over de minderjarige wordt uitgeoefend, worden ontleend aan de openbare registers, als bedoeld in artikel 1 : 244 van het Burgerlijk Wetboek BES.

Artikel 10
1.

Gegevens over het Nederlanderschap worden opgenomen met toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap, van andere op het Nederlanderschap betrekking hebbende wettelijke bepalingen en van verdragen waaruit het Nederlanderschap voortvloeit.

2.

Indien omtrent de ingeschrevene akten als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel b en c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, zijn opgenomen in het in dat lid bedoelde register, wordt aan deze akten het gegeven over het Nederlanderschap ontleend. Indien omtrent een ingeschrevene een afschrift wordt overgelegd van de in de eerste volzin bedoelde akten, uit het register, als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de genoemde wet, wordt het gegeven over het Nederlanderschap aan dit afschrift ontleend.

3.

Indien een afschrift wordt overgelegd van een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of van een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van een rechterlijke instantie in Nederland, krachtens artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap, worden de gegevens aan dit afschrift ontleend.

Artikel 11
1.

Gegevens over een vreemde nationaliteit worden ontleend aan een beschikking of uitspraak van een daartoe volgens het ter plaatse geldend recht bevoegde administratieve of rechterlijke instantie, die tot doel heeft tot bewijs te dienen van de desbetreffende nationaliteit, danwel opgenomen met toepassing van het desbetreffende nationaliteitsrecht.

2.

Indien gegevens over een vreemde nationaliteit niet overeenkomstig het eerste lid kunnen worden verkregen, kunnen deze gegevens worden ontleend aan een geschrift van een volgens het ter plaatse geldend recht bevoegde autoriteit, dat gegevens vermeldt over de nationaliteit.

3.

Indien de betrokkene geen nationaliteit bezit of de nationaliteit niet kan worden vastgesteld, wordt dit gegeven opgenomen. Indien een rechterlijke uitspraak op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap is gedaan, waarbij is vastgesteld dat de betrokkene niet de Nederlandse nationaliteit bezit, wordt daarvan melding gemaakt.

Artikel 12

Gegevens over de verblijfstitel worden ontleend aan mededelingen daarover van de Minister van Justitie of aan documenten die daartoe door de Minister van Justitie zijn verstrekt.

Artikel 13

Bij de inschrijving op grond van geboorte worden de gegevens omtrent het adres ontleend aan de persoonslijst van de moeder, dan wel, indien deze niet in de basisadministratie als ingezetene is ingeschreven aan de persoonslijst van de vader.

Artikel 14
1.

Gegevens betreffende het verblijf, het vorige land van verblijf buiten het Koninkrijk en het adres worden bij de inschrijving ontleend aan de aangifte van verblijf en adres van degene die naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derden van de tijd in het openbaar lichaam verblijf zal houden.

2.

Gegevens over het voorafgaand verblijf in een ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of het Europese deel van Nederland, worden ontleend aan het verhuisbericht.

3.

Indien aannemelijk is dat het gegeven betreffende het vorige land van verblijf onjuist is, wordt dit gegeven niet opgenomen.

4.

Als datum van aanvang van verblijf in het openbaar lichaam geldt de dag waarop de aangifte is ontvangen, dan wel de dag waarop van het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens over het verblijf en adres aan betrokkene schriftelijk mededeling is gedaan.

Artikel 15
1.

Bij adreswijziging worden de gegevens betreffende het nieuwe adres ontleend aan de aangifte van een ingezetene die zijn adres heeft gewijzigd, tenzij aannemelijk is dat hij het vermelde adres niet heeft.

2.

Als datum van adreswijziging geldt de dag waarop de aangifte is ontvangen, dan wel de dag waarop van het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens betreffende het adres aan betrokkene schriftelijk mededeling is gedaan.

Artikel 16
1.

Bij vertrek worden aan de aangifte van vertrek gegevens ontleend betreffende het openbaar lichaam, het land binnen het Koninkrijk, de gemeente dan wel het land buiten het Koninkrijk waar de ingezetene meldt te gaan verblijven.

2.

Als datum van vertrek geldt de dag waarop de aangifte is ontvangen, dan wel de dag waarop van het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens betreffende het vertrek aan de ingeschrevene schriftelijk mededeling is gedaan.

3.

Indien de ingezetene in de aangifte van vertrek meldt te gaan verblijven in een ander openbaar lichaam, een ander land binnen het Koninkrijk of een gemeente, wordt aan hem kosteloos een verhuisbericht verstrekt. In het geval van vertrek naar een gemeente worden tevens de in artikel 27a, eerste lid, van de wet bedoelde gegevens aan het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente verstrekt.

Artikel 17
1.

De administratienummers, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden automatisch toegekend uit een serie, binnen het Koninkrijk unieke nummers. Het administratienummer bevat geen informatie omtrent de persoon op wie het betrekking heeft.

2.

De administratienummers van de ouders, de echtgenoot, de eerdere echtgenoten, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partners en de kinderen worden ontleend aan de desbetreffende persoonslijsten.

3.

Indien aan een persoon eerder een administratienummer als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet is toegekend, wordt bij de inschrijving het administratienummer ontleend aan de mededeling van de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in de andere basisadministratie waar de betrokkene laatstelijk met dat administratienummer was ingeschreven.

Artikel 18
1.

Het identiteitsnummer wordt opgenomen overeenkomstig de Wet identiteitskaarten BES.

2.

De identiteitsnummers van ouders, de echtgenoot, de eerdere echtgenoten, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partners en de kinderen worden ontleend aan de desbetreffende persoonslijsten in de basisadministratie.

Artikel 19
1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder «echtgenoot» mede verstaan de geregistreerde partner en onder «gehuwd» onderscheidenlijk «hertrouwd» net zijn aangegaan van geregistreerd partnerschap.

2.

De gegevens omtrent het gebruik van de geslachtsnaam van de echtgenoot of de eerdere echtgenoot door de vrouw die gehuwd is, of die gehuwd is geweest en niet is hertrouwd, worden opgenomen op schriftelijk verzoek van de bevoegde ingeschrevene, tenzij een rechterlijke uitspraak haar het gebruik van de geslachtsnaam van de eerdere echtgenoot heeft ontzegd.

Artikel 20

Met betrekking tot de ingeschrevene die geen ingezetene is, worden geen nieuwe algemene gegevens opgenomen, tenzij deze feiten betreffen die zich hebben voorgedaan in de tijd dat hij nog ingezetene was.

Artikel 21

Omtrent de beslissing dat een opgenomen gegeven onjuist is of, indien het een gegeven over de burgerlijke staat betreft, in strijd is met de openbare orde, omtrent een onderzoek naar die onjuistheid of strijdigheid, alsmede omtrent het van toepassing zijn van artikel 20, wordt een aantekening geplaatst bij de desbetreffende gegevens.

Paragraaf 2. De verplichtingen van instanties belast met de uitvoering van publiekrechtelijke taken

Artikel 22

De ambtenaar van de burgerlijke stand die in een van de onder hem berustende registers melding heeft gemaakt van een feit dat van belang is voor de bijhouding van de basisadministratie of van een andere basisadministratie, brengt de gegevens ter zake terstond ter kennis aan de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in de betrokken basisadministratie.

Paragraaf 3. De verplichtingen van de burger

Artikel 23
1.

Bij een aangifte als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, doet de betrokkene in de aangifte mededeling van zijn toekomstig verblijf in het openbaar lichaam, van het vorige verblijf in een ander openbaar lichaam, in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in een gemeente dan wel van het vorige land van verblijf buiten het Koninkrijk en van zijn adres.

2.

Bij een aangifte als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, verstrekt de betrokkene de inlichtingen en overlegt hij de geschriften ter zake van feiten betreffende zijn burgerlijke staat, zijn nationaliteit en zijn eerdere verblijf in het openbaar lichaam, die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de op hem betrekking hebbende gegevens in de basisadministratie. Indien hij zich in het openbaar lichaam vestigt, komende vanuit een ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten dan wel een gemeente, is hij verplicht een hem betreffend verhuisbericht over te leggen, verstrekt door de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in de andere basisadministratie waar hij laatstelijk als ingezetene was ingeschreven.

3.

De persoon die ophoudt te behoren tot een categorie, als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, en die naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in het openbaar lichaam verblijf zal houden, doet aangifte van verblijf en adres overeenkomstig artikel 13, eerste lid, van de wet.

4.

Bij een aangifte als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de wet, doet de betrokkene in de aangifte mededeling van het nieuwe en het oude adres.

5.

Bij een aangifte als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet, doet de betrokkene in de aangifte mededeling van dat vertrek en van het openbaar lichaam, het land binnen het Koninkrijk of de gemeente dan wel het land buiten het Koninkrijk waar hij zal verblijven en van het nieuwe adres.

Artikel 24
1.

Een aangifte van verblijf en adres blijft achterwege indien:

2.

Niet verplicht tot het doen van aangifte van vertrek, als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet, is de ingezetene die vanaf het tijdstip van vertrek naar redelijke verwachting niet langer dan twee jaar buiten het openbaar lichaam zal verblijven en die gedurende zijn verblijf buiten het openbaar lichaam vaart aan boord van een schip dat het openbaar lichaam als thuishaven heeft.

Artikel 25

Degene die een aangifte heeft gedaan als bedoeld in artikel 13, eerste tot en met derde lid, van de wet, verschaft op verzoek van het bestuurscollege desverlangd in persoon, ter zake van zijn aangifte de inlichtingen en legt de geschriften over die noodzakelijk zijn voor het bijhouden van de basisadministratie.

Artikel 26

De ingezetene verschaft op verzoek van het bestuurscollege omtrent feiten betreffende zijn burgerlijke staat en nationaliteit, desverlangd in persoon, de inlichtingen en legt de geschriften over die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisadministratie.

Artikel 27

Degene ten aanzien van wie het bestuurscollege het redelijk vermoeden heeft dat hij in gebreke is met het doen van een aangifte als bedoeld in artikel 13, eerste tot en met derde lid, van de wet, verschaft op verzoek van het bestuurscollege, desverlangd in persoon, de inlichtingen en legt de geschriften over die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisadministratie.

Paragraaf 4. De rechten van de burger

Artikel 28
1.

Het bestuurscollege verwijdert op schriftelijk verzoek van betrokkene binnen 4 weken kosteloos van de persoonslijst van een adoptiefkind, de voor de adoptie geldende algemene gegevens voor zover het betreft:

2.

Het bestuurscollege verwijdert op schriftelijk verzoek van de ouder met wie door een uitspraak van adoptie de familierechtelijke betrekkingen tot een kind zijn verbroken, binnen vier weken kosteloos van de persoonslijst van die ouder de gegevens over dat kind.

3.

Het bestuurscollege verwijdert op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene de algemene gegevens die zijn gewijzigd in verband met een rechterlijke last tot wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte, voor zover deze gegevens golden vóór de wijziging en het betreft:

4.

Het bestuurscollege doet van de verwijdering terstond schriftelijk mededeling aan de verzoeker.

Hoofdstuk III. Het verstrekken van gegevens uit de basisadministratie

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 29

[Vervallen]

Artikel 30
1.

Een verzoek als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet, bevat:

2.

Bij de indiening van een verzoek aan Onze Minister om een besluit te nemen tot verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet, maakt de verzoeker gebruik van een door Onze Minister vastgesteld formulier.

Artikel 31
1.

De systematische wijzen van verstrekking van gegevens, die kunnen plaatsvinden op grond van een besluit van Onze Minister als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de wet, worden vastgelegd in een ministeriële regeling.

2.

De verantwoordelijke voor de verstrekking van gegevens houdt gedurende het jaar volgend op de verstrekking aantekening van de verstrekking, tenzij de verstrekking van gegevens in de genoemde periode anderszins is te herleiden uit de basisregistratie of de verstrekkingenvoorziening dan wel van de verstrekking ingevolge artikel 31a, derde lid, geen mededeling wordt gedaan.

Paragraaf 4. De rechten van de burger met betrekking tot de verstrekkingen

Artikel 31a
1.

Het bestuurscollege deelt aan de betrokkene op diens verzoek schriftelijk binnen vier weken mede of hem betreffende gegevens in het jaar voorafgaande aan het verzoek uit de basisadministratie zijn verstrekt.

2.

Indien zodanige verstrekking is geschied, doet het bestuurscollege daarvan desverlangd binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk mededeling aan verzoeker. Het bestuurscollege kan volstaan met een in algemene termen gestelde mededeling omtrent de verstrekking, tenzij het belang van de verzoeker daardoor onevenredig wordt geschaad.

3.

Het bestuurscollege voldoet niet aan het in het eerste en tweede lid bedoelde verzoek, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten. Bij ministeriële regeling kan een nadere regeling worden getroffen welke afnemers, overheidsorganen en derden het betreft en in verband met welke aan deze afnemers, overheidsorganen of derden opgedragen wettelijke taken het niet voldoen aan het verzoek noodzakelijk is.

4.

Artikel 32 van de wet is van toepassing.

Artikel 32
1.

Het bestuurscollege doet op schriftelijk verzoek van betrokkene, indien op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 18 van de wet, de beslissing van het bestuurscollege, als bedoeld in artikel 19 van de wet, dan wel een gerechtelijke uitspraak, ten aanzien van hem gegevens zijn verbeterd, aangevuld of verwijderd, van de verbetering, de aanvulling of de verwijdering mededeling aan de afnemers, overheidsorganen en derden aan wie in het jaar voorafgaand aan dat verzoek en in de sedert dat verzoek verstreken tijd, de desbetreffende gegevens zijn verstrekt, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.

2.

Een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, kan de betrokkene aan het bestuurscollege richten tot uiterlijk acht weken nadat hij van de verbetering, de aanvulling of de verwijdering, kennis heeft kunnen nemen.

3.

Het bestuurscollege doet aan de verzoeker desgevraagd opgave van degenen aan wie de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan. Artikel 31a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4.

Artikel 32 van de wet is van toepassing.

Hoofdstuk IV. Slotbepalingen

Artikel 33

[Vervallen]

Artikel 34

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit basisadministraties persoonsgegevens BES.

Bijlage I. bij artikel 3, eerste lid

Bijlage II. bij artikel 3, tweede lid

Bijlage III. bij artikel 29, eerste lid

[Vervallen]

Bijlage IV. bij artikel 31

[Vervallen]

Paragraaf 4. De rechten van de burger met betrekking tot de verstrekkingen

Artikel 31b
1.

Het bestuurscollege deelt aan de betrokkene op diens verzoek schriftelijk binnen vier weken mede of hem betreffende gegevens in het jaar voorafgaande aan het verzoek uit de basisadministratie zijn verstrekt.

2.

Indien zodanige verstrekking is geschied, doet het bestuurscollege daarvan desverlangd binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk mededeling aan verzoeker. Het bestuurscollege kan volstaan met een in algemene termen gestelde mededeling omtrent de verstrekking, tenzij het belang van de verzoeker daardoor onevenredig wordt geschaad.

3.

Het bestuurscollege voldoet niet aan het in het eerste en tweede lid bedoelde verzoek, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten. Bij ministeriële regeling kan een nadere regeling worden getroffen welke afnemers, overheidsorganen en derden het betreft en in verband met welke aan deze afnemers, overheidsorganen of derden opgedragen wettelijke taken het niet voldoen aan het verzoek noodzakelijk is.

4.

Artikel 32 van de wet is van toepassing.

Hoofdstuk IV. Slotbepalingen

Bijlage III. bij artikel 31a

Werkzaamheden Categorieën van derden Clausulering van de werkzaamheden Artikel 28 toepasselijk
De uitvoering van pensioenregelingen – Pensioenuitvoerders als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet BES. – Het fonds, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet ambtenaren BES. – Pensioenfondsen, beroepspensioenfondsen, de Stichting Notarieel Pensioenfonds en premiepensioeninstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht. – Verzekeraars als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet of in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. – De stichting, bedoeld in artikel 2 van de Wet privatisering FVP. Nee
De bijhouding van een registratie betreffende overleden personen Stichting Centraal Bureau voor Genealogie. De bijhouding geschiedt zonder de verwerking van de uit de basisadministratie verkregen gegevens over een in leven zijnde persoon die de stichting schriftelijk heeft verzocht om beëindiging van die verwerking. Nee
Het opsporen van personen in het kader van de werkzaamheden op het terrein van de maatschappelijke zorg, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Kaderwet VWS-subsidies Stichting Ambulante Fiom. De werkzaamheden geschieden zodanig dat geen gegevens aan derden worden verstrekt zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de ingeschrevene. Nee

Bijlage IV. bij artikel 31

[Vervallen]

Artikel 4a
1.

Bij een verzoek op grond van artikel 17a van de wet worden de gegevens over het kind, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet, indien het feit zich in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba heeft voorgedaan, ontleend aan een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in het overlijdensregister van de burgerlijke stand van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

2.

Bij een verzoek op grond van artikel 17a van de wet worden de gegevens over het kind, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet, indien het feit zich niet in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft voorgedaan, ontleend aan een akte als bedoeld in onderdeel a, bij gebreke hiervan aan een akte als bedoeld in onderdeel b, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld in onderdeel c en bij gebreke ook hiervan aan een verklaring als bedoeld in onderdeel d:

3.

Indien op de akte of het geschrift, bedoeld in het eerste of tweede lid, de gegevens met betrekking tot de naam van het kind, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet ontbreken, worden deze gegevens ontleend aan de opgave van de ouder die om de opneming van die gegevens in de basisadministratie verzoekt.

Paragraaf 2. De verplichtingen van instanties belast met de uitvoering van publiekrechtelijke taken

Paragraaf 3. De verplichtingen van de burger

Paragraaf 4. De rechten van de burger

Hoofdstuk III. Het verstrekken van gegevens uit de basisadministratie

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2. De verstrekking aan overheidsorganen en aan derden

Paragraaf 4. De rechten van de burger met betrekking tot de verstrekkingen

Hoofdstuk IV. Slotbepalingen

Bijlage IV. bij artikel 31

[Vervallen]