Regeling maritieme radiocommunicatie examens BES
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. commissie: de examencommissie belast met het afnemen van examens ter verkrijging van een certificaat voor het bedienen van een zendinrichting, bedoeld in artikel 30 van het Besluit telecommunicatie scheepvaart BES;
- b. voorzitter: de voorzitter van de commissie of bij ontstentenis van deze de plaatsvervangend voorzitter;
- c. kandidaat: degene die zich voor deelneming aan een examen heeft aangemeld;
- d. examen: een examen, als bedoeld in de artikelen 30 en 31 van het Besluit telecommunicatie scheepvaart BES;
- e. certificaat: het bewijsstuk van een met goed gevolg afgelegd examen.
Toelating tot de examens
Artikel 2
Voor deelname aan een examen moet de kandidaat de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt.
Aanmelding
Artikel 3
De voorzitter stelt de plaats, de datum en het tijdstip van de examens vast. Van de wijze van aanmelding wordt mededeling gedaan in de plaatselijke media.
Na voldoening van de verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel 31, zesde lid, van het Besluit telecommunicatie scheepvaart BES, binnen de door de voorzitter te stellen termijn, ontvangt de kandidaat ten minste acht dagen voor het examen een schriftelijke uitnodiging tot deelneming.
De vergoedingen bedoeld in het tweede lid worden niet terugbetaald indien een kandidaat zich terugtrekt dan wel niet op het examen verschijnt.
Categorieën examens
Artikel 4
De volgende examens worden afgenomen:
- a. het examen algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie;
- b. het examen beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie;
- c. het examen VHF marifonie certificaat.
De in het eerste lid genoemde examens zijn in overeenstemming met de geldende internationaal voorgeschreven exameneisen.
Het eerste lid genoemde examens bestaan uit de volgende onderdelen:
- a. voorschriften met betrekking tot de maritieme radiocommunicatie;
- b. procedures met betrekking tot de maritieme radiocommunicatie procedures;
- c. techniek;
- d. engels;
- e. aardrijkskunde.
Het examen VHF marifonie, bestaat uit de stof voor het examen beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie met uitzondering van de examenmodule ‘Global Maritime Distress and Safety System’ (GMDSS).
De houder van het VHF marifonie certificaat ontleent aan het desbetreffende certificaat slechts de bevoegdheid een VHF marifonie installatie te bedienen die binnen het bereik van een kuststation en kustwachtpost van een openbaar lichaam hun vaar- en werkgebied hebben.
De stof voor de in het eerste lid bedoelde examens is omschreven in de bij deze regeling behorende bijlagen 1, 2 en 3.
Het examen
Artikel 5
Desgevraagd legitimeert de kandidaat zich overeenkomstig de door de voorzitter gegeven voorschriften.
Door of vanwege de voorzitter wordt de kandidaat voor de aanvang van het examen in kennis gesteld van de regels van het examen.
Door of vanwege de voorzitter gegeven aanwijzingen met betrekking tot het examen dienen door de kandidaat te worden opgevolgd.
Het schriftelijk examen wordt in beginsel in groepsverband afgenomen.
Artikel 6
De examenonderdelen voorschriften, maritieme radiocommunicatie procedures, techniek, aardrijkskunde en engels worden schriftelijk afgenomen. Het examen heeft een tijdsduur van ten minste één uur en ten hoogste twee uur per onderdeel.
Het examen maritieme radiocommunicatie procedures bevat tevens het onderdeel praktische bediening van radiocommunicatie apparatuur.
Tijdens het examen zijn ten minste 2 leden van de commissie aanwezig.
Artikel 7
Indien een kandidaat zich ten aanzien van het examen aan enig bedrog heeft schuldig gemaakt en dit voor of tijdens het examen wordt ontdekt, ontzegt de voorzitter hem van deelneming of verdere deelneming aan het examen.
Indien een kandidaat in enig ander opzicht in strijd met dit reglement heeft gehandeld en dit voor of tijdens het examen wordt ontdekt, kan de voorzitter hem de deelneming of de verdere deelneming aan het examen ontzeggen.
Indien bedrog of een andere onregelmatigheid eerst na afloop van het examen wordt ontdekt, kan de voorzitter het examen van de kandidaat die zich hieraan heeft schuldig gemaakt, ongeldig verklaren.
Indien buiten de in het derde lid genoemde gevallen het examen niet op rechtmatige wijze heeft plaatsgevonden kan de voorzitter besluiten dat het examen geheel of gedeeltelijk opnieuw wordt afgenomen.
Het bijzonder examen
Artikel 8
In afwijking van de artikelen 5 en 6 kan de voorzitter, op verzoek van de kandidaat, besluiten het examen op andere wijze af te doen nemen, indien:
- a. de gezondheidstoestand van een kandidaat het afnemen van het examen op de wijze, bedoeld in artikel 4, niet toelaat. De kandidaat dient daartoe bij het verzoek een medische indicatie te overleggen;
- b. een kandidaat gedurende lange periode buiten het grondgebied van een openbaar lichaam verblijft;
- c. een kandidaat onvoldoende de Nederlandse of de Engelse taal beheerst.
Het examen wordt in een zodanig geval afgenomen door twee leden van de commissie.
Ontheffing
Artikel 9
De voorzitter kan geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van een der examens bedoeld in artikel 4, eerste lid, indien een kandidaat is geslaagd voor een ander examen, welke is afgenomen door een bevoegde autoriteit en dat naar het oordeel van de commissie gelijkwaardig is aan een der examens bedoeld in artikel 4, eerste lid.
Uitslag van het examen
Artikel 10
Een kandidaat wordt binnen 30 dagen na het afleggen van het examen door de commissie van de uitslag in kennis gesteld.
Indien het examen met goed gevolg is afgelegd, ontvangt de kandidaat een certificaat.
Over de uitslag van het examen, alsmede de inhoud van de vraagstukken wordt niet gecorrespondeerd.
Nadere regels
Artikel 11
De commissie kan nadere regels vaststellen voor de gang van zaken met betrekking tot het examen, welke niet in strijd mogen zijn met deze regeling
Beroep
Artikel 12
Tegen de uitslag van het examen staat geen beroep open.
Tegen een beslissing van de voorzitter als bedoeld in artikel 7, kan de kandidaat binnen 30 dagen in beroep gaan bij de Minister van Economische Zaken. Het beroep dient schriftelijk en met redenen omkleed te worden ingediend.
Slotbepalingen
Artikel 13
In de gevallen waarin deze regeling en de ingevolge artikel 11 vastgestelde regels niet voorzien, beslist de voorzitter.
Artikel 14
Deze regeling berust op de artikelen 30 en 31 van het Besluit telecommunicatie scheepvaart BES.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling maritieme radiocommunicatie examens BES.
Bijlage 1. behorende bij de Regeling maritieme radiocommunicatie examens BES
Algemene toelichting:
De in het examenprogramma gebruikte gradaties hebben de volgende betekenis:
Kennis: het weten en begrijpen van de hoofdzaken;
Grondige kennis: het weten en begrijpen van de stof tot in bijzonderheden;
Vaardigheden: blijk geven de vereiste handelingen te kunnen uitvoeren.
Examenprogramma voor het behalen van het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie:
Het examenprogramma voor het behalen van het Algemeen Certificaat bestaat uit vijf onderdelen:
VOORSCHRIFTEN EN PROCEDURES:
De kandidaat dient kennis te hebben van:
Maritieme radiocommunicatieprocedures
Algemeen:
De kandidaat dient grondige kennis te hebben van:
Nood, Spoed en Veiligheidsverkeer:
De kandidaat dient grondige kennis en/of vaardigheid te hebben met betrekking tot:
Openbaar verkeer:
De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:
Onderling (intership) en havenverkeer:
De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:
TECHNIEK:
Algemeen
De kandidaat dient kennis te hebben van:
De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:
Het gebruik van de in de apparatuur ingebouwde testmogelijkheden:
Apparatuur:
De kandidaat dient kennis en vaardigheden te hebben van:
EZBzenders/ontvangers:
Digital Selective Calling (DSC)-modem:
De bediening in combinatie met de relevante radioapparatuur.
Radiotelex-modem:
De bediening in combinatie met de relevante radio-apparatuur.
Satelliet-communicatie-apparatuur:
VHF radiotelefonie installaties:
Radartransponders (SART): (Search and Rescue Radar Transponder)
Overige apparatuur:
Bediening van de installaties.
Voeding:
ENGELS
De kandidaat dient kennis en/of vaardigheid te hebben met betrekking tot:
AARDRIJKSKUNDE
De ligging van de belangrijkste kuststations en grondstations van het INMARSAT systeem.
Men neemt hiervoor kuststations die over HF telefonie en radiotelex beschikken.
Daar er regelmatig wijzigingen plaatsvinden, wordt het lesprogramma per schooljaar vastgesteld.
Bijlage 2. behorende bij de Regeling maritieme radiocommunicatie examens BES
Algemene toelichting
De in de examenprogramma's gebruikte gradaties hebben de volgende betekenis:
Kennis: het weten en begrijpen van de hoofdzaken;
Grondige kennis: het weten en begrijpen van de stof tot in bijzonderheden;
Vaardigheden: blijk geven de vereiste handeling te kunnen uitvoeren.
Examenprogramma voor het behalen van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie:
Het examen voor het behalen van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie bestaat uit de volgende onderdelen:
BEPERKT CERTIFICAAT MARITIEME RADIOCOMMUNICATIE:
Voorschriften
De kandidaat dient kennis te hebben van:
Maritieme communicatie procedures
Nood, Spoed en Veiligheidsverkeer
De kandidaat dient grondige kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot:
Openbaar verkeer:
De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot:
Nautisch radioverkeer:
De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:
Bijzonder radioverkeer:
De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot:
TECHNIEK:
De kandidaat dient kennis te hebben van:
De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot:
Het doel, de werking en de bediening van de VHF Radiotelefonie installatie met betrekking tot:
GLOBAL MARITIME DISTRESS and SAFETY SYSTEM MODULE:
Voorschriften
De kandidaat dient kennis te hebben van:
Maritieme communicatie procedures:
De kandidaat dient grondige kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:
TECHNIEK
De kandidaat dient kennis of vaardigheden te hebben met betrekking tot:
Het doel en de werking van een radartransponder (SART), NAVTEX, een radionoodbaken (EPIRB) en andere radiocommunicatie-apparatuur voor groepsreddingmiddelen.
De bediening van een DSC-modem.
Het gebruik van de in de apparatuur ingebouwde eenvoudige testmogelijkheden.
Aan de hand van een gebruikershandleiding lokaliseren en repareren van eenvoudige defecten.
Het rapporteren van defecten ten behoeve van de reparatie aan wal.
ENGELS
De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:
Taalgebruik met kuststations (aanroepprocedure) in het internationale radioverkeer.
Bijlage 3. behorende bij de Regeling maritieme radiocommunicatie examens BES
Algemene toelichting
De in het examenprogramma gebruikte gradaties hebben de volgende betekenis:
Examenprogramma voor het behalen van het certificaat VHF marifonie:
Voorschriften
De kandidaat dient kennis te hebben van:
Maritieme communicatie procedures
Nood, Spoed en Veiligheidsverkeer
De kandidaat dient grondige kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot:
Openbaar verkeer
De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot:
Nautisch radioverkeer
De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:
Bijzonder radioverkeer
De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot:
Bijlage. bij het examenprogramma algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie
Operationele vaardigheden algemeen certificaat maritieme radio-communicatie
Onderdeel A VHF radioinstallatie
Onderdeel B MF/HF radio-installatie
Onderdeel C NAVTEX ontvanger/printer
Onderdeel D Ship Earth Station (SES):
Onderdeel E MF Luisterwachtontvanger (LWO)
Onderdeel F EPIRB
Onderdeel G SART
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.