Besluit kwaliteit drinkwater BES
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. ISO-norm 17025: norm 17025, getiteld «Algemene eisen aan de competentie van beproevings- en kalibratielaboratoria» van de Internationale Organisatie voor Standaardisatie;
- b. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Artikel 2
Dit besluit is van toepassing op:
- a. drinkwater als bedoeld in de Wet drinkwater BES, behoudens voor zover die bij of krachtens die wet van de werking van die wet zijn uitgesloten;
- b. drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal, niet zijnde mineraal water; en
- c. drinkwater dat in enig levensmiddelenbedrijf wordt gebruikt voor de vervaardiging, de behandeling, de conservering of het in de handel brengen van voor menselijke consumptie bestemde producten of stoffen, voor zover dit water in direct contact komt of kan komen met deze producten of stoffen.
Artikel 3
Bij dit besluit horen de volgende bijlagen:
- a. Bijlage A. Minimum kwaliteitseisen, omvattende de volgende onderdelen:
- Ia. Microbiologische parameters, openbare of interne watervoorziening.
- Ib. Microbiologische parameters, drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal
- II. Chemische parameters
- IIIa. Indicatoren – bedrijfstechnische parameters
- IIIb. Indicatoren – organoleptische – esthetische parameters
- IIIc. Indicatoren – signaleringsparameters;
- b. Bijlage B. Bewaking en audit bij een openbare of een interne watervoorziening, omvattende de volgende tabellen: Tabel I. Bewaking en audit parameters voor drinkwater geleverd door een openbare of interne watervoorziening Tabel II. Meetfrequenties behorend bij bewaking en audit bij een openbare of een interne watervoorziening Tabel III. Meetfrequenties en te onderzoeken parameters voor de gebruikte grondstof bij een openbare watervoorziening en interne watervoorziening in acht te nemen bij het opstellen van het meetprogramma;
- c. Bijlage C. Bewaking en audit van drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal, omvattende de volgende tabellen: Tabel I. Microbiologische bewaking- en auditparameters voor drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal Tabel II. Meetfrequentie behorende bij bewaking en audit van lokaal geproduceerd drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal Tabel III. Meetfrequentie behorende bij bewaking en audit van geïmporteerd drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal;
- d. Bijlage D. Meetmethoden en Prestatiekenmerken, omvattende de volgende tabellen: Tabel I. Parameters waarvoor analysemethoden zijn gespecificeerd Tabel II. Parameters waarvoor prestatiekenmerken zijn gespecificeerd;
- e. Bijlage E. Monstername en -stabilisatie.
Hoofdstuk 2. Regels met betrekking tot de kwaliteit
Artikel 4
De minimum kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Wet drinkwater BES zijn opgenomen in bijlage A.
Artikel 5
Drinkwater voldoet op de volgende punten aan de parameters die zijn opgenomen in de onderdelen I, II en III van de tabel in bijlage A:
- a. voor water dat via een distributienet wordt geleverd, op het punt waar het binnen een gebouw of perceel aan de tappunten ter beschikking komt;
- b. voor water dat geleverd wordt uit een tankschip of tankauto, op het punt waar het uit het tankschip of tankauto komt;
- c. voor water in flessen of verpakkingen, op het punt waarop de flessen of verpakkingen worden gevuld of bij import voordat deze in het vrije verkeer worden gebracht; of
- d. voor water dat wordt gebruikt in een levensmiddelenbedrijf, op het punt waar het in het bedrijf wordt gebruikt.
Artikel 6
Indien het drinkwater aan een tappunt niet voldoet aan de in artikel 5 bedoelde parameters en wordt vastgesteld dat het drinkwater bij het desbetreffende leverantiepunt van de distributeur daaraan wèl voldoet, wordt ervan uitgegaan dat het niet voldoen aan bedoelde parameters wordt veroorzaakt in het intern leidingnet.
Artikel 7
In gevallen als bedoeld in artikel 6, waarin is vastgesteld dat het niet voldoen aan de in artikel 5 bedoelde parameters wordt veroorzaakt in het intern leidingnet, nemen de producenten en distributeurs in het geval van bij algemene maatregel van bestuur, nader aan te wijzen categorieën van openbare gelegenheden, voor zover zulks in hun vermogen ligt, passende maatregelen.
Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoren in elk geval het terstond informeren van de toezichthouder en van de eigenaar, beheerder, huurder of bewoner van het desbetreffende gebouw over de normoverschrijding en de mogelijke nadelige gevolgen voor de volksgezondheid alsmede het adviseren van deze eigenaar, beheerder, huurder of bewoner omtrent herstelmaatregelen die zij kunnen nemen.
Tot de in het tweede lid bedoelde maatregelen kan ook behoren het toepassen van behandelingstechnieken.
Artikel 8
Indien niet voldaan wordt aan de onderdelen II of III van de tabel in bijlage A, kan het bestuurscollege, gehoord de toezichthouder, indien het belang van de volksgezondheid zich daartegen niet verzet en de watervoorziening in het desbetreffende gebied redelijkerwijs niet op een andere wijze kan worden voortgezet, op verzoek van de producent of distributeur ontheffing verlenen van waarden uit onderdelen II of III van de tabel in bijlage A.
Een verzoek tot verlening van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid omvat in ieder geval de volgende gegevens:
- a. de redenen voor het verzoek tot ontheffing;
- b. de parameter waarop het verzoek betrekking heeft, de resultaten van eerdere metingen in verband met deze parameter en de waarde voor genoemde parameter ingevolge het verzoek;
- c. het geografisch gebied, de hoeveelheid geleverd water per dag, het aantal verbruikers en de betrokken bevolkingsgroep alsmede de eventuele gevolgen van het niet voldoen aan de kwaliteitseisen voor de levensmiddelenindustrie;
- d. een adequaat meetschema, met verhoogde meetfrequentie indien noodzakelijk;
- e. een plan voor de noodzakelijke herstelmaatregelen, waaronder een tijdschema, een kostenraming en voorzieningen voor onderzoek en evaluatie;
de periode voor ontheffing.
Indien het bestuurscollege van mening is dat de overgelegde gegevens, bedoeld in het tweede lid, onvoldoende zijn om tot een verantwoorde beslissing te komen is het bevoegd nadere gegevens te vragen. Het bestuurscollege kan het aanleveren van die gegevens aan een tijd binden.
Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan onder beperkingen worden verleend en aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. De beperkingen en voorschriften worden gesteld in het belang van de volksgezondheid. In het belang van de volksgezondheid kan de ontheffing worden ingetrokken en kunnen de aan de ontheffing verbonden voorschriften worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.
De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend voor een zo kort mogelijke periode van ten hoogste een jaar.
De houder van de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, stelt het bestuurscollege terstond op de hoogte van omstandigheden die er redelijkerwijs toe kunnen leiden dat aan het eind van de periode, bedoeld in het vierde lid, niet wordt voldaan aan de in het eerste lid genoemde onderdelen II of III.
In het geval, bedoeld in het zesde lid, kan het bestuurscollege op verzoek van de houder van de ontheffing besluiten tot verlenging van de periode waarvoor de ontheffing geldt. Het eerste tot en met vijfde lid is van overeenkomstige toepassing. Nadien is in uitzonderlijke gevallen op overeenkomstige wijze verlenging mogelijk.
Artikel 9
Een besluit tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of tot verlenging van de periode waarvoor de ontheffing geldt als bedoeld in artikel 8, zevende lid, omvat in ieder geval de volgende gegevens:
- a. de redenen voor de ontheffing;
- b. de parameter waarop de ontheffing betrekking heeft, de resultaten van eerdere metingen in verband met deze parameter en de maximaal toegestane waarde ingevolge de ontheffing;
- c. het geografisch gebied, de hoeveelheid geleverd water per dag, het aantal verbruikers en de betrokken bevolkingsgroep alsmede de eventuele gevolgen van de ontheffing voor de levensmiddelenindustrie;
- d. een adequaat meetschema, met verhoogde meetfrequentie indien noodzakelijk;
- e. een samenvatting van het plan voor de noodzakelijke herstelmaatregelen, waaronder een tijdschema, een kostenraming en voorzieningen voor onderzoek en evaluatie;
- f. de periode waarvoor de ontheffing geldt.
In geval van ontheffing licht het bestuurscollege Onze Minister en de inspecteur in.
De bepalingen van dit artikel hebben geen betrekking op water verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal.
Artikel 10
Indien het bestuurscollege, gehoord de toezichthouder, van oordeel is dat de overschrijding van de parameterwaarde van onderdelen II of III onbeduidend is en indien herstelmaatregelen overeenkomstig artikel 13, eerste lid, onderdeel c, van de Wet drinkwater BES, het probleem binnen maximaal dertig dagen kunnen beëindigen, is artikel 8 niet van toepassing.
In dat geval stelt het bestuurscollege, gehoord de toezichthouder, alleen de maximaal toelaatbare parameterwaarde vast en de tijd waarin het probleem moet worden opgelost.
Het eerste lid kan niet langer worden toegepast wanneer dezelfde parameterwaarde voor een bepaalde waterlevering in de voorafgaande twaalf maanden in totaal meer dan dertig dagen is overschreden.
Het bestuurscollege, dat van de in het eerste en tweede lid bedoelde afwijkingsmogelijkheden gebruik maakt, zorgt ervoor dat de betrokken afnemers zo spoedig mogelijk naar behoren over het besluit omtrent de afwijking en de daaraan verbonden voorwaarden worden geïnformeerd. Bovendien zorgt het bestuurscollege ervoor dat specifieke bevolkingsgroepen waarvoor de afwijking een speciaal risico kan opleveren zo nodig advies wordt verstrekt.
Hoofdstuk 3. Regels met betrekking tot de waarborging van de kwaliteit
Artikel 11
De producent en de distributeur voeren met het oog op de waarborging van de kwaliteit en continuïteit van de productie en levering van drinkwater een risicoanalyse uit van de productie- en distributievoorzieningen van het drinkwater van bron tot verbruiker.
De risicoanalyse wordt elke vijf jaar uitgevoerd of zoveel eerder als grote veranderingen in de productie- of distributievoorzieningen die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit en continuïteit van de productie of distributie van drinkwater, daartoe naar het oordeel van het bestuurscollege aanleiding geven.
De risicoanalyse wordt aan het bestuurscollege overgelegd.
Het bestuurscollege stelt de toezichthouder in de gelegenheid advies uit te brengen over de risicoanalyse.
Het bestuurscollege zendt een exemplaar van de risicoanalyse aan Onze Minister en aan de inspecteur.
Artikel 12
De producent en distributeur maken op basis van de risicoanalyse een beheersplan.
De producent of distributeur stelt vast, beheert en onderhoudt een kwaliteitsborgingsysteem, dat deel uit maakt van het beheersplan. Een kwaliteitsborgingsysteem omvat ten minste een voortdurende bewaking van de kwaliteit en de continuïteit, een calamiteitenplan waarin onder meer opgenomen de herstelmaatregelen, welke instanties gemeld moeten worden bij calamiteiten en de voorlichting aan de verbruikers.
Het beheersplan wordt aan het bestuurscollege overgelegd.
Artikel 13
De eigenaren en beheerders van de in artikel 5 van de Wet drinkwater BES genoemde locaties bemonsteren het water twee keer per jaar voor onderzoek op de aanwezigheid van legionellabacteriën. Het aantal monsterpunten is afhankelijk van het aantal tappunten in de installatie, met dien verstande dat:
- –. tot 50 tappunten: 2 monsterpunten,
- –. van 51 tot 100 tappunten: 4 monsterpunten,
- –. van 101 tot 200 tappunten: 6 monsterpunten,
- –. meer dan 200 tappunten: 8 monsterpunten, worden gebruikt.
De monstername en analyse worden uitgevoerd door een laboratorium dat een kwaliteitsborgingssysteem hanteert dat gebaseerd is op ISO 17025 of een door de inspecteur gelijkwaardig verklaarde norm en dat daarvoor overeenkomstig deze norm geaccrediteerd is. De monstername kan ook plaatsvinden door een ander, voor zover het laboratorium voor de deugdelijkheid van de monstername kan instaan.
De monstername en analyse vinden plaats overeenkomstig NEN 6265 danwel een door de inspecteur gelijkwaardig verklaarde norm.
De analyseresultaten worden onmiddellijk aan de inspecteur verstrekt.
Indien uit de analyseresultaten blijkt dat het aantal kolonievormende eenheden legionellabacteriën per liter water in één of meer van de monsters meer dan 100 bedraagt, draagt de in het eerste lid bedoelde eigenaar of beheerder ervoor zorg dat een overeenkomstig BRL 6010 gecertificeerd bedrijf een risicoanalyse uitvoert en een beheersplan opstelt, specifiek gericht op de beheersing van het aantal legionellabacteriën. De eigenaar of beheerder voert de in het beheersplan opgenomen maatregelen uit.
Artikel 14
In het kader van de waarborging van de kwaliteit van het drinkwater controleert de producent of distributeur van een openbare watervoorziening de rechtstreeks of indirect op het leidingnet van zijn bedrijf aangesloten woninginstallaties, interne watervoorzieningen en interne leidingnetten op gevaar voor verontreiniging van het leidingnet van zijn bedrijf.
Hoofdstuk 4. Regels met betrekking tot de controle van de kwaliteit
Artikel 15
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.