Uitvoeringsbesluit verdrag chemische wapens BES

Type Amvb Bes
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. begripsomschrijvingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. aanwijzing van te verstrekken gegevens

Artikel 2
1.

Degene die een inrichting in bedrijf neemt waarop artikel 3, tweede of derde lid, van de wet van toepassing is verstrekt tenminste zeven maanden voor de productie aanvangt aan Onze Minister de volgende gegevens:

2.

Van voorgenomen veranderingen ten opzichte van de in het eerste lid bedoelde opgave wordt tenminste zeven maanden voordat de veranderingen zullen plaatsvinden aan Onze Minister mededeling gedaan.

3.

Degene die een inrichting in bedrijf houdt waarop artikel 3, tweede of derde lid, van de wet van toepassing is verstrekt jaarlijks voor 1 maart aan Onze Minister de volgende gegevens over het afgelopen kalenderjaar:

4.

Voorts verstrekt degene die een inrichting in bedrijf houdt waarop artikel 3, tweede of derde lid, van de wet van toepassing is jaarlijks voor 1 september aan Onze Minister de volgende gegevens over voorgenomen activiteiten en de verwachte productie in de inrichting in het komende kalenderjaar:

5.

Het tweede en derde lid gelden niet, indien de betrokken, in artikel 3, tweede lid, bedoelde inrichting een ziekenhuis betreft.

Artikel 3
1.

Degene aan wie een ontheffing als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, van de wet is verleend verstrekt tenminste zeven maanden voor de ingebruikneming van de betrokken inrichting aan Onze Minister de volgende gegevens:

2.

Van voorgenomen veranderingen ten opzichte van de in het eerste lid bedoelde opgave wordt tenminste zeven maanden voordat de veranderingen zullen plaatsvinden aan Onze Minister mededeling gedaan.

3.

Degene aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend verstrekt jaarlijks voor 1 maart aan Onze Minister de volgende gegevens over het afgelopen jaar:

4.

Voorts verstrekt degene aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend jaarlijks voor 1 september aan Onze Minister de volgende gegevens over voorgenomen activiteiten en de verwachte productie in de inrichting in het komende kalenderjaar:

Artikel 4
1.

Degene aan wie een ontheffing als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b, van de wet is verleend stelt Onze Minister van iedere voorgenomen overdracht van stoffen van Lijst 1 tenminste acht weken voor de overdracht in kennis.

2.

Voorts verstrekt degene aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend jaarlijks voor 1 maart aan Onze Minister een opgave van de verrichte overdrachten van stoffen van Lijst 1 gedurende het voorafgaande kalenderjaar. Van elke overgedragen stof worden daarbij vermeld:

Artikel 5
1.

Degene die een inrichting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet in bedrijf houdt waarin in een van de drie voorafgaande kalenderjaren of in het komende kalenderjaar naar verwachting meer wordt geproduceerd, verwerkt of verbruikt dan:

verstrekt aan Onze Minister met betrekking tot de desbetreffende activiteiten in het verleden jaarlijks voor 1 maart, respectievelijk met betrekking tot verwachte activiteiten jaarlijks voor 1 september de gegevens overeenkomstig het tweede lid. Elke activiteit die extra wordt verwacht na het verstrekken van de jaaropgave dient uiterlijk twee weken voordat die activiteit begint te worden opgegeven.

2.

Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt, verstrekt voor de in dat lid genoemde data de volgende gegevens:

3.

Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt verschaft voorts voor elk fabriekscomplex met betrekking tot elke stof van Lijst 2 boven de in dat lid aangegeven hoeveelheid de volgende gegevens:

4.

Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot mengsels met een laag gehalte aan stoffen van Lijst 2.

Artikel 6
1.

Degene die een inrichting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet in bedrijf houdt waarin in een van de drie voorafgaande kalenderjaren of in het komende kalenderjaar naar verwachting meer wordt geproduceerd dan 30 ton van een stof van Lijst 3, verstrekt aan Onze Minister met betrekking tot de desbetreffende activiteiten in het verleden jaarlijks voor 1 maart, respectievelijk met betrekking tot verwachte activiteiten jaarlijks voor 1 september de gegevens overeenkomstig het tweede lid. Elke activiteit die extra wordt verwacht na het verstrekken van de jaaropgave dient uiterlijk twee weken voordat die activiteit begint te worden opgegeven.

2.

Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt, verstrekt voor de in dat lid genoemde data de volgende gegevens:

3.

Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt verschaft voorts voor elk fabriekscomplex met betrekking tot elke stof van Lijst 3 boven de in dat lid aangegeven hoeveelheid de volgende gegevens:

4.

Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot mengsels met een laag gehalte aan stoffen van Lijst 3.

Artikel 7
1.

Degene die een inrichting als bedoeld in artikel 6 van de wet in bedrijf houdt, waarin in het voorafgaande kalenderjaar:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.