Regeling vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht BES
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. afzender: degene die de gevaarlijke stoffen voor vervoer aanbiedt;
- b. Bijlage 18: de op grond van de artikelen 37, 54 en 90 van het Verdrag van Chicago vastgestelde Bijlage 18 (The Safe Transport of Dangerous Goods by Air);
- d. gebruiker van een luchtvaartuig: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die ofwel alseigenaar of houder van een luchtvaartuig dit te zijner regeling heeft en dit onder zijn verantwoordelijkheid laat deelnemen aan het luchtverkeer;
- e. luchtvrachtbrief: een document opgesteld door de luchtvrachtexpediteur die geldt als vervoerscontract tussen de verzender, de ontvanger en de luchtvaartmaatschappij;
- f. technische voorschriften: de voorschriften vervat in de ‘Technical instructions for the Safe Transport of Dangerous Goods by Air’ (ICAO Doc 9284-AN/905), behorend bij Bijlage 18, zoals ter inzage gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;
- g. vrachtafhandelaar: een persoon of organisatie die diensten verleent voor het regelen van het vervoer van vracht door de lucht.
Op deze regeling zijn voorts van toepassing de begripsbepalingen zoals neergelegd in paragraaf 18.1.1 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Artikel 2
Voor de toepassing van deze regeling gelden de bepalingen van Bijlage 18 en de bepalingen opgenomen in de Technische voorschriften alsmede eventuele wijzigingen daarop. Een wijziging van Bijlage 18 treedt in werking vanaf het moment waarop in het Tractatenblad mededeling van deze wijziging is gedaan. Van een wijziging in de Technische Voorschriften wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Deze regeling is van toepassing op:
- a. gevaarlijke stoffen welke zich bevinden op een luchtvaartterrein, waaronder begrepen de aldaar aanwezige opstallen, of in een luchtvaartuig voor zover deze stoffen bestemd zijn om door de lucht te worden vervoerd, daadwerkelijk door de lucht worden vervoerd of door de lucht zijn vervoerd;
- b. iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die gevaarlijke stoffen aanbiedt voor vervoer door de lucht;
- c. iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die gevaarlijke stoffen door de lucht doet vervoeren of daadwerkelijk door de lucht vervoert;
- d. iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die direct betrokken is bij het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht.
Het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht vindt plaats met inachtneming van de algemene bepalingen opgenomen in de paragrafen 18.1.2 tot en met 18.1.10 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Artikel 3
Artikelen en stoffen worden in gevarenklassen ingedeeld conform hoofdstuk 18.2 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Artikel 4
Het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht is verboden tenzij er sprake is van de gevallen bedoeld in de paragrafen 18.3.1 en 18.3.2 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Het is verboden de gevaarlijke stoffen bedoeld in paragraaf 18.3.3 van de bij deze regeling behorende bijlage A aan boord van een luchtvaartuig te vervoeren.
Artikel 5
Gevaarlijke stoffen worden verpakt overeenkomstig de voorschriften en voldoen aan de vereisten neergelegd in hoofdstuk 18.4 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Artikel 6
Gevaarlijke stoffen worden verpakt en voorzien van etiketten en verpakkingskenmerken overeenkomstig de bepalingen neergelegd in hoofdstuk 18.5 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Artikel 7
Alvorens een zending gevaarlijke stoffen voor vervoer door de lucht wordt aangeboden voldoet de afzender aan de vereisten neergelegd in paragraaf 18.6.1 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Artikel 8
Tenzij hieromtrent in de Technische Voorschriften een uitzonderingsbepaling is opgenomen zal de afzender een ondertekende luchtvrachtbrief, die de informatie en schriftelijke verklaring bedoeld in paragraaf 18.6.2, leden 1 en 2, van de bij deze regeling behorende bijlage A bevat, overleggen aan de gebruiker van een luchtvaartuig.
Artikel 9
Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht voldoet de gebruiker van een luchtvaartuig aan de vereisten opgenomen in hoofdstuk 18.7 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Artikel 10
De gebruiker van een luchtvaartuig waarmee gevaarlijke stoffen door de lucht worden vervoerd voorziet, vóór het vertrek van het desbetreffende luchtvaartuig, de gezagvoerder van de schriftelijke informatie bedoeld in paragraaf 18.8.1 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Artikel 11
De gebruiker van een luchtvaartuig voorziet de bemanningsleden van informatie en geeft hen instructies met inachtneming van paragraaf 18.8.2 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Artikel 12
De gebruiker van een luchtvaartuig draagt er zorg voor dat vóór het vertrek van het desbetreffende luchtvaartuig de passagiers worden voorzien van informatie met inachtneming van paragraaf 18.8.3 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Artikel 13
De gebruiker van een luchtvaartuig, afzenders en andere organisaties betrokken bij het vervoer van gevaarlijke stoffen, voorzien hun personeel van informatie en geven hen instructies met inachtneming van paragraaf 18.8.4 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Artikel 14
In geval van een noodtoestand gedurende de vlucht voorziet de gezagvoerder de luchthavenautoriteiten van informatie met inachtneming van paragraaf 18.8.5 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Artikel 15
Voorvallen en ongevallen met gevaarlijke stoffen optredend vóór, tijdens of na de vlucht worden door de gebruiker van een luchtvaartuig gemeld met inachtneming van paragraaf 18.8.6 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
Artikel 16
De gebruiker van een luchtvaartuig, afzenders en andere organisaties betrokken bij het vervoer van gevaarlijke stoffen dragen er zorg voor dat trainingsprogramma’s over gevaarlijke stoffen worden vastgesteld en bijgewerkt overeenkomstig hoofdstuk 18.9 van de bij deze regeling behorende bijlage A.
De programma’s, bedoeld in het eerste lid, worden door de Minister goedgekeurd.
Artikel 17
De gebruiker van een luchtvaartuig, afzender en vrachtafhandelaar verrichten geen werkzaamheden die verband houden met het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht, tenzij zij in het bezit zijn van een vergunning als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Luchtvaartwet BES.
Artikel 18
Een vergunning als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Luchtvaartwet BES, kan op aanvraag worden verleend voor een termijn van ten hoogste vijf jaar.
Artikel 19
De aanvraag voor verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 17, wordt ingediend door middel van een daartoe volledig ingevuld en ondertekend formulier, waarvan het model in de bij deze regeling behorende bijlage B is neergelegd en exemplaren bij de Minister verkrijgbaar zijn.
De aanvraag voor verlening van een vergunning ingediend door de gebruiker van een luchtvaartuig gaat vergezeld van:
- a. algemene informatie over de procedures van de gebruiker van een luchtvaartuig voor het afhandelen, voor het ter vervoer aanbieden en het vervoer van gevaarlijke stoffen;
- b. een door de gebruiker behoorlijk ingevuld en ondertekend formulier getiteld ‘Content of Dangerous Goods Operation’s Manual’ waarvan het model in de bij deze regeling behorende bijlage C is neergelegd;
- c. een exemplaar van de ‘Application for Dangerous Goods Training Programs approval’ waarvan het model in de bij deze regeling behorende bijlage D is neergelegd; en
- d. een voor goedkeuring door de aanvrager opgesteld ‘Security Manual’.
De aanvraag voor verlening van een vergunning ingediend door:
- a. een afzender, gaat vergezeld van:
- 1°. algemene informatie over de procedures van de afzender voor het in gevarenklassen indelen, verpakken, voorzien van etiketten en verpakkingken-merken, afhandelen en voor het ter vervoer aanbieden van gevaarlijke stoffen;
- 2°. een exemplaar van de ‘Application for Dangerous Goods Training Programs approval’ waarvan het model in de bij deze regeling behorende bijlage D is neergelegd;
- 3°. een voor goedkeuring door de aanvrager opgesteld ‘Security Manual’.
- b. een vrachtafhandelaar, gaat vergezeld van:
- 1°. algemene informatie over de procedures van de vrachtafhandelaar voor het ter vervoer aanbieden van gevaarlijke stoffen;
- 2°. een exemplaar van de ‘Application for Dangerous Goods Training Programs approval’ waarvan het model in de bij deze regeling behorende bijlage D is neergelegd;
- 3°. een voor goedkeuring door de aanvrager opgesteld ‘Security Manual’.
De vergunning wordt door de Minister verleend indien:
- a. de aanvrager aantoont dat er adequate procedures zijn om gevaarlijke stoffen af te handelen;
- b. de aanvrager aantoont dat er in voldoende mate training aan het personeel werd verschaft;
De aanvrager tevens gebruiker toont voorts aan dat:
- 1°. indien van toepassing, er regelingen zijn getroffen met de vrachtafhandelaars;
- 2°. het ‘Operations Manual’ of de andere personeelsinstructies de vereiste informatie bevatten.
De vergunning wordt bekendgemaakt in het blad waarin van de Staatscourant.
Indien op de aanvraag afwijzend wordt beslist, wordt zulks bij een met redenen omklede regeling aan de aanvrager medegedeeld.
Artikel 21
De Minister stelt de veiligheidsmaatregelen, bedoeld in hoofdstuk 18.11 van de bij deze regeling behorende bijlage A vast.
Artikel 22
Deze regeling wordt aangeduid als: Regeling vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht BES.
Artikel 23
Deze regeling berust op artikel 16, tweede lid, van de Luchtvaartwet BES
Bijlage A. behorende bij de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen door de luct BES
Civil aviation regulations
Part 18
The safe transport of dangerous goods by air
18.1. General
18.1.1. Definitions
When the following terms are used in this part, they have the following meanings:
Note: A unit load device is not included in this definition.
Note: For radioactive material, see Part 2, paragraph 7.2 of the Technical Instructions.
Note: An overpack is not included in this definition.
18.1.2. Applicability
18.1.2.1
The Minister may grant exemptions for the following, as long as every effort is made to achieve an overall level of safety in transport that is equivalent to the level of safety provided by this part:
in cases of extreme urgency; or
when other forms of transport are inappropriate; or
full compliance with the prescribed requirements is contrary to the public interest.
18.1.2.2
If the Netherlandse are the State of Overflight and none of the criteria for granting an above mentioned exemption are relevant, an exemption may be granted based solely on whether it is believed that an equivalent level of safety in air transport has been achieved.
18.1.3. Any location on aircraft
Any instructions or limitations contained in the Technical Instructions for the carriage of dangerous goods on passenger or cargo aircraft, as therein defined shall for the purpose of this part be interpreted as applying also to the carriage of such goods beneath passenger or cargo aircraft.
18.1.4. General Prohibition
With respect to any goods which a person knows or ought to know or suspect to be dangerous goods, that person shall not, without determining and complying with the restrictions regarding carriage by air:
take or cause it to be taken on board;
suspend or cause it to be suspended beneath; or
deliver or cause it to be delivered for loading or suspension beneath an aircraft.
18.1.5. Authorization required
Dangerous goods shall not be carried or loaded on an aircraft or suspended there under unless such goods are carried, loaded or suspended:
with the written authorization of the Minister;
in accordance with any conditions to which such approvals may be subject; and
in accordance with the Technical Instructions and any conditions specified therein.
18.1.6. Dangerous Goods Tecnical Instructions
18.1.7. Exceptions
18.1.8. Notification of variations from the Technical Instructions
18.1.9. Surface transport
Dangerous goods intended for air transport and prepared in accordance with this part and the ICAO Technical Instructions will be accepted for surface transport to and from aerodromes.
18.1.10. National authority
The Minister is the authority responsible for ensuring compliance with this part. ICAO will be advised of this designation and of any eventual changes.
18.2. Classification
The classification of an article or substance shall be in accordance with the provisions of the Technical Instructions.
18.3. Linmitations on the transport of dangerous goods by air
18.3.1. Dangerous goods permitted for tranport by air
The transport of dangerous goods by air is forbidden except as established in this part and the detailed specifications and procedures provided in the Technical Instructions.
18.3.2. Dangerous godds forbidden for transport by air unless exempted
The dangerous goods described hereunder shall be forbidden on aircraft unless exempted by the States concerned under the provisions of paragraph 18.1.2.1 or unless the provisions of the Technical Instructions indicate they may be transported under an approval issued by the State of :
18.3.3. Dangerous goods forbidden for transport by air under any circumtances
Articles and substances that are specifically identified by name or by generic description in the Technical Instructions as being forbidden for transport by air under any circumstances shall not be carried on any aircraft.
18.4. Packing
18.4.1. General Requirements
Dangerous goods shall be packed in accordance with the provisions of this chapter and as provided for in the Technical Instructions.
18.4.2. Packagings
18.5. Labeling and marking
18.5.1. Labels
Unless otherwise provided for in the Technical Instructions, each package of dangerous goods shall be labeled with the appropriate labels and in accordance with the provisions set forth in those Instructions.
18.5.2. Markings
18.5.3. Languages to be used for markings
In addition to the languages required by the State of Origin and pending the development and adoption of a more suitable form of expression for universal use, English must be used for the markings related to dangerous goods.
18.6. Shipper’s responsibilities
18.6.1. General requirements
Before a person offers any package or overpack of dangerous goods for transport by air, that person shall ensure that the dangerous goods are not forbidden for transport by air and are properly classified, packed, marked, labeled and accompanied by a properly executed dangerous goods transport document, as specified in this part and the Technical Instructions.
18.6.2. Dangerous goods transport document
18.7. Operator’s responsibilities
18.7.1. Acceptance for transport
An operator shall not accept dangerous goods for transport by air:
18.7.2. Acceptance checklist
An operator shall develop and use an acceptance checklist as an aid to compliance with the provisions mentioned above.
18.7.3. Loading and stowage
Packages and overpacks containing dangerous goods and freight containers containing radioactive materials shall be loaded and stowed on an aircraft in accordance with the provisions of the Technical Instructions.
18.7.4. Inspection for damage or leakage
18.7.5. Loading restrictions in passenger cabin of on flight deck
Dangerous goods shall not be carried in an aircraft cabin occupied by passengers or on the flight deck of an aircraft, except in circumstances permitted by the provisions of the Technical Instructions.
18.7.6. Removal of contamination
18.7.7. Separation and segregation
18.7.8. Securing of dangerous goods cargo loads
When dangerous goods subject to the provisions contained in this part are loaded in an aircraft, the operator shall protect the dangerous goods from being damaged, and shall secure such goods in the aircraft in such a manner that will prevent any movement in flight which would change the orientation of the packages. For packages containing radioactive materials, the securing shall be adequate to ensure that the separation requirements mentioned above are met at all times.
18.7.9. Loading on cargo aircraft
Except as otherwise provided in the Technical Instructions, packages of dangerous goods bearing the ‘Cargo aircraft only’ label shall be loaded in such a manner that a crew member or other authorized person can see, handle and, where size and weight permit, separate such packages from other cargo in flight.
18.8. Provision of information
18.8.1. Information to pilot-in-command
The operator of an aircraft in which dangerous goods are to be carried shall provide the pilot-in-command as early as practicable before departure of the aircraft with written information as specified in the Technical Instructions. The pilot-in-command must indicate on a copy of the information provided to the pilot-in-command, or in some other way, that the information has been received. The NOTOC must be readily accessible to the aerodromes of last departure and next scheduled arrival point, until after the flight to which the information refers.
18.8.2. Information and intructions to flight crew members
The operator shall provide such information in the Operations Manual as will enable the flight crew to carry out it’s responsibilities with regard to the transport of dangerous goods and shall provide instructions as to the action to be taken in the event of emergencies arising involving dangerous goods.
18.8.3. Information to passengers
The aircraft operators must provide information to the passengers as to the types of dangerous goods that are forbidden to transport on board an aircraft, on their person, in carry-on and/or hold baggage as provided for in the Technical Instructions.
18.8.4. Information to other persons
Operators, shippers or other organizations involved in the transport of dangerous goods by air shall provide such information to their personnel as will enable them to carry out their responsibilities with regard to the transport of dangerous goods and shall provide instructions as to the action to be taken in the event of emergencies arising involving dangerous goods.
18.8.5. Information from pilot-in-command to aerodrome authorities
If an in-flight emergency occurs, the pilot-in-command shall, as soon as the situation permits, inform the appropriate air traffic services unit, for the information of aerodrome authorities, of any dangerous goods on board the aircraft, as provided for in the Technical Instructions.
18.8.6. Information in the event of an aircracft accident or incident
18.9. Establishment of training programmes
Dangerous goods training programmes shall be established and updated as provided for in the Technical Instructions. Initial and recurrent dangerous goods training programmes must be established and maintained by or on behalf of:
Above-mentioned training programmes must be approved by the Minister.
18.10. Compliance
18.10.1. Dangerous goods by mail
The Minister in coordination with the ‘Postal Services’ will establish procedures with a view to controlling the introduction of dangerous goods into air transport through the Postal Services.
18.11. Dangerous goods security provisions
The Minister shall establish dangerous goods security measures, applicable to shippers, operators and other individuals engaged in the transport of dangerous goods by air, to be taken to minimize theft or misuse of dangerous goods that may endanger persons, property or the environment. These measures must be commensurate with security provisions specified in other Annexes and the Technical Instructions.
18.12
The operator must ensure that at least one copy of the documents appropriate to the transport by air of a consignment of dangerous goods is retained for a minimum period of three months, after the flight on which the dangerous goods were transported. As a minimum, the documents which must be retained are the dangerous goods transport documents, the acceptance checklist (when this is in a form which requires physical completion) and the written information to the pilot-in-command.
Note: Where the documents are kept electronically or in a computer system, they shall be capable of being reproduced in a printed manner.
Bijlage B. behorende bij artikel 19, eerste lid, van de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht BES
Application for an authorization to carry dangerous goods in normal circumstances
This application is for: INITIAL AUTHORIZATION / RENEWAL
Full legal name of the operator/shipper/freight forwarder:1Delete what is not applicable
Operating/trading name (if different from above):
Name and position of the person with overall responsibility for the transport of dangerous goods by air for the company mentioned under 2.:
Contact information of the person mentioned under 4.:
Date:
Signature
Bijlage C. behorende bij artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht BES
Content of dangerous goods operation’s manual
Operator’s Name: …..
The information provided to the employees in the operation’s Manual complies with the requirements of the Technical Instructions Chapter 4 of Part 7.
Declaration and Signature
The information given in this application form is correct to the best of my knowledge and belief.
Name:….. Date: …..
Position in the operator: Signature:
Bijlage D. behorende bij artikel 19, tweede lid, onderdeel c, de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht BES
Application for dangerous goods training programs approval
The attached Dangerous Goods Training Program was prepared according to the requirements of Chapter 4 of Part 1 of ICAO Technical Instructions for the Safe Transport of Dangerous Goods by Air.
Operator’s name: …..
Type of Training program: (Specify Category of personnel):
…..
Yes or No
All pages are identified ….., dated ….., numbered …...
The test to verify understanding is attached to the training program …..
Reference manuals mentioned:
Operation’s manual …..,
ICAO Emergency Response Guidance …..,
Other manual (specify) …...
Category of personnel:
CONTENT OF TRAINING PROGRAMS APPLICABLE TO PERSONNEL INVOLVED IN / AS:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)