Tijdelijk Besluit vrijstelling van dienst ambtenaren en werknemers BES
Artikel 1
De bepalingen van dit besluit en de uit kracht daarvan gegeven voorschriften vinden slechts toepassing voor zover niet anders is of wordt bepaald.
De hoofdstukken IV, V en VI zijn niet van toepassing op ambtenaren die niet regelmatig dienst doen.
Artikel 2
Aanstelling geschiedt in vaste of in tijdelijke dienst.
Aan de aanstelling in vaste dienst gaat in de regel vooraf een aanstelling in tijdelijke dienst.
Aanstelling in tijdelijke dienst kan slechts plaats hebben:
- a. indien mag worden aangenomen, dat de werkzaamheden, waarmede de ambtenaar zal worden belast, van aflopende aard zijn. Wanneer werkzaamheden als in de vorige volzin bedoeld elkaar in een aaneensluitende reeks opvolgen, wordt de aanstelling in tijdelijke dienst van de ambtenaar, die met die werkzaamheden is belast, na vijf jaren door een aanstelling in vaste dienst vervangen, indien mag worden aangenomen, dat deze werkzaamheden tenminste nog vijf jaren zullen voortduren. De aanstelling in tijdelijke dienst wordt in elk geval na tien jaren dienst als zodanig door een aanstelling in vaste dienst vervangen;
- b. indien een wijziging van de taak van de betrokken dienst is voorgenomen;
- c. van personen, in dienst genomen ter vervanging van tijdelijk afwezig personeel;
- d. van personen in opleiding;
- e. van personen als bedoeld in artikel 1;
- f. voor een proeftijd van niet langer dan één jaar, ten hoogste met nog één jaar te verlengen. In bijzondere gevallen kan op verzoek van de ambtenaar de proeftijd na twee jaren nog uiterlijk met één jaar worden verlengd;
- g. van personen, met wie voor de aanstelling overeengekomen is dat zij voor een bepaaldelijk aangeduide tijd in dienst treden.
Een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het derde lid onder b, c en d duurt niet langer dan vijf jaren.
De aanstelling van de ambtenaren kan geschieden onder de voorwaarde, dat ontslag zal worden verleend, indien niet binnen een daarvoor te stellen termijn een bepaald diploma of bepaalde diploma’s zijn behaald.
Artikel 3
Voor aanstelling tot ambtenaar kan, met inachtneming van de voor de bekleding van het ambt vast te stellen bepalingen, slechts in aanmerking komen hij die:
- a. van goed zedelijk gedrag is, hetgeen dient te blijken uit een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES;
- b. Nederlander is, tenzij bij wet dan wel bij eilandsverordening voor de benoeming in een bepaald ambt is afgeweken van het voorschrift dat geen vreemdeling benoembaar is;
- c. op grond van de uitslag van een geneeskundig onderzoek, ingesteld door een of meer door het bevoegde gezag aangewezen geneeskundigen, geschikt is verklaard voor de vervulling van het ambt.
Een geneeskundig onderzoek behoeft in spoedeisende gevallen niet vooraf te worden ingesteld, indien de ambtenaar in tijdelijke dienst wordt aangesteld en zijn dienst, naar mag worden aangenomen, niet langer dan zes maanden zal duren.
Artikel 4
De uitslag van het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 3, wordt aan de belanghebbende zo spoedig mogelijk medegedeeld.
De kosten van het geneeskundig onderzoek alsmede de eventuele reis- en verblijfkosten terzake van dit onderzoek van belanghebbende komen ten laste van de overheid.
De belanghebbende kan tegen de uitslag van het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het eerste lid, in beroep komen volgens door het bevoegd gezag te stellen regelen.
Artikel 5
In bijzondere gevallen kan hij, die bij het geneeskundig onderzoek niet geschikt bevonden is, desniettemin in het belang van de dienst tot ambtenaar in tijdelijke dienst worden aangesteld, mits de geneeskundige(n), bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, verklaart (verklaren), dat tegen een aanstelling in tijdelijke dienst uit medisch oogpunt geen bezwaar bestaat. Aan de betrokkene wordt, alvorens hij wordt aangesteld, mededeling gedaan van de inhoud en strekking van artikel 6, eerste lid, van de Pensioenwet ambtenaren BES.
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Hoofdstuk II. Aanstelling en bevordering
Artikel 6
Bij overgang naar een ander ambt wordt een ambtenaar niet opnieuw gekeurd, tenzij voor dat ambt keuringseisen zijn vastgesteld of redelijkerwijze kunnen geacht worden te gelden, zwaarder dan die, welke zijn vastgesteld of redelijkerwijze geacht kunnen worden te gelden voor het ambt, dat hij tevoren bekleed heeft.
In het geval, bedoeld in het eerste lid, vinden de artikelen 4 en 5 overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
De ambtenaar is, in geval van ziekte en wanneer het bevoegde gezag zulks in verband met zijn gezondheidstoestand nodig acht, verplicht zich te onderwerpen aan een onderzoek van een of meer geneeskundigen, daartoe door het bevoegde gezag aan te wijzen.
Artikel 8
De ambtenaar ontvangt zo spoedig mogelijk een schriftelijk aanstellingsbesluit, welke het ambt alsmede zijn naam, voornamen en geboortedatum vermeldt.
De aanstelling vermeldt voorts:
- a. of de ambtenaar in vaste of tijdelijke dienst wordt aangesteld. In het laatstbedoelde geval wordt tevens vermeld of de aanstelling voor een bepaalde tijd, voor een proeftijd, dan wel voor onbepaalde tijd geschiedt;
- b. zo mogelijk de dag van ingang van de aanstelling;
- c. de bezoldiging en de andere voordelen in geld, welke de ambtenaar worden toegekend;
- d. in voorkomende gevallen, het feit dat artikel 6, eerste lid, van de Pensioenwet ambtenaren BES op hem van toepassing is alsmede de grond of gronden daarvan.
Alle wijzigingen, welke worden gebracht in de punten als in het tweede lid vermeld, worden de ambtenaar schriftelijk medegedeeld.
Artikel 9
Een exemplaar van dit besluit, de Ambtenarenwet BES, de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES en andere wettelijke regelingen die voor de rechtspositie van de ambtenaar van rechtstreeks belang zullen blijken te zijn, zo mogelijk in een overeenkomstig latere wijzigingen bijgewerkte vorm of anders onder toevoeging van de wettelijke regelingen waarin zulke wijzigingen zijn aangebracht, alsmede de uit kracht van een of meer van de genoemde wettelijke regelingen gegeven voorschriften liggen voor de ambtenaar bij de dienst waarbij hij werkzaam is op door het hoofd van de dienst te bepalen plaatsen en tijden ter inzage.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de onherroepelijke rechterlijke uitspraken in ambtenarenzaken.
Artikel 10
Ingeval ten aanzien van de aanstelling en de bevordering ontwikkelings- en andere eisen moeten worden vastgesteld, geschiedt zulks:
- a. bij ministeriële regeling, voor ambtenaren in dienst van de staat;
- b. bij eilandbesluit houdende algemene maatregelen, voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
Artikel 11
De ambtenaar is verplicht de Nederlandse taal te verstaan.
De ambtenaar die belast is met een functie op Bonaire, dan wel op Sint Eustatius of Saba, waarin hij als zodanig geregeld met het publiek in aanraking komt, is verplicht de Papiamentse respectievelijk de Engelse taal te verstaan binnen een jaar, nadat hij met een zodanige functie wordt belast.
Het bevoegd gezag bepaalt zo nodig of de ambtenaar is belast met een functie als bedoeld in het tweede lid. Het bevoegd gezag kan de in dat lid genoemde verplichting ook aan andere categorieën van ambtenaren opleggen.
Hoofdstuk III. Beoordeling en ranglijst
Artikel 12
Aan de wijze waarop de ambtenaar zijn functie vervult wordt door of namens het bevoegde gezag geregeld aandacht besteed door functioneringsgesprekken met hem te houden en beoordelingen van zijn functioneren op te maken.
Een beoordeling wordt in elk geval opgemaakt, wanneer degene die door het bevoegde gezag als beoordelingsautoriteit is aangewezen dit wenselijk acht of de betrokken ambtenaar hierom op redelijke gronden verzoekt.
Alvorens een beoordeling wordt vastgesteld, wordt deze met de betrokken ambtenaar besproken; hem wordt de gelegenheid geboden zijn mening erover kenbaar te maken.
Nadere regels aangaande het beoordelen van ambtenaren kunnen worden vastgesteld:
- a. bij ministeriële regeling, voor zover het de ambtenaren in dienst van de staat betreft, en
- b. bij besluit van het bestuurscollege van een openbaar lichaam, houdende algemene maatregelen, voor zover het de ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam betreft.
Artikel 13
Door het bevoegd gezag kunnen regels worden vastgesteld aangaande de inrichting en het bijhouden van een ranglijst.
Bij de vaststelling van regels als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald dat diensttijd, in een gelijkwaardige rang in dienst van de staat of van een openbaar lichaam doorgebracht en zonder onderbreking voorafgaande aan de betrekking in verband waarmede de ranglijst wordt opgemaakt, volledig meetelt voor het bepalen van de plaats van de betrokken ambtenaar op die ranglijst.
Artikel 14
De beoordeling, bedoeld in artikel 12, de aantekening met betrekking tot een ambtenaar in de ranglijst, bedoeld in artikel 13, aangebracht, en de weigering om een beoordeling te doen plaatsvinden of een aantekening in de ranglijst aan te brengen zijn beschikkingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES.
In de regels, bedoeld in de artikelen 12 en 13, wordt in elk geval de mogelijkheid geopend van een administratief beroep tegen een beoordeling, een aantekening in de ranglijst of een weigering om een beoordeling te doen plaatsvinden of een aantekening aan te brengen.
Eveneens wordt de mogelijkheid van administratief beroep geopend tegen beschikkingen met betrekking tot verhogingen van een bezoldiging, toekenning van een toelage of beloning, en de weigering om een verhoging, een toelage of een beloning toe te kennen, voor zover de daartoe strekkende beschikkingen mede of uitsluitend op grond van een beoordeling als bedoeld in artikel 12 zijn tot stand gebracht.
Op het administratief beroep wordt beslist door het bevoegde gezag.
Hoofdstuk IV. Bezoldiging, uitkeringen en toelagen
§ 1. Bezoldiging, persoonlijke toelage en beloning voor overwerk
Artikel 15
Voor zover niet bij of krachtens de wet afwijkende regels zijn gesteld, geschiedt de bezoldiging met in achtneming van de bepalingen in deze paragraaf en overeenkomstig regels, vastgesteld
- a. bij of krachtens het Bezoldigingsbesluit 1998 BES voor ambtenaren in dienst van de staat, en
- b. bij eilandbelsuit, houdende algemene maatregelen, voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam.
Artikel 16
Indien de bezoldiging geschiedt overeenkomstig een schaal die verschillende, naar de hoogte van de bedragen opstijgende bezoldigingstreden vertoont, kan de toekenning van verhogingen van de bezoldiging mede of uitsluitend afhankelijk worden gemaakt van de inhoud van een beoordeling als bedoeld in artikel 12. Hieromtrent kunnen nadere voorschriften worden gegeven bij ministeriële regeling voor zover het de ambtenaren in dienst van de staat betreft en bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor zover het de ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam betreft.
Artikel 17
Aan de gewone bezoldiging welke voor een ambtenaar geldt kunnen behalve de toelagen en vergoedingen, bedoeld in de artikelen 24, tweede en derde lid, en 25, vijfde lid, ook bijzondere individuele vergoedingen en verhogingen of persoonlijke toelagen met een periodiek karakter worden verbonden. De gronden waarop een zodanige verhoging of toelage kunnen worden toegekend worden bij ministeriële regeling vastgesteld voor zover het ambtenaren in dienst van de staat betreft en bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor zover het ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam betreft. Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18
De laagste bezoldiging die ingevolge enige voor ambtenaren in dienst van de staat geldende regeling kan worden vastgesteld, is niet lager dan het in overeenkomstige gevallen en voor een overeenkomstig tijdvak van in loondienst verrichte arbeid krachtens de Wet minimumlonen BES voor enig openbaar lichaam vastgesteld bedrag van het minimumloon.
Artikel 19
De bezoldiging van de ambtenaar met een deelbetrekking is gelijk aan de bezoldiging die hij in die functie zou hebben genoten bij een volledige betrekking, vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de noemer 36 is en de teller het aantal voor die ambtenaar geldende arbeidsuren per week.
Artikel 20
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.