Tijdelijk Besluit vrijstelling van dienst ambtenaren en werknemers BES

Type Amvb Bes
Publication 2026-04-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1
1.

De bepalingen van dit besluit en de uit kracht daarvan gegeven voorschriften vinden slechts toepassing voor zover niet anders is of wordt bepaald.

2.

De hoofdstukken IV, V en VI zijn niet van toepassing op ambtenaren die niet regelmatig dienst doen.

Artikel 2
1.

Aanstelling geschiedt in vaste of in tijdelijke dienst.

2.

Aan de aanstelling in vaste dienst gaat in de regel vooraf een aanstelling in tijdelijke dienst.

3.

Aanstelling in tijdelijke dienst kan slechts plaats hebben:

4.

Een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het derde lid onder b, c en d duurt niet langer dan vijf jaren.

5.

De aanstelling van de ambtenaren kan geschieden onder de voorwaarde, dat ontslag zal worden verleend, indien niet binnen een daarvoor te stellen termijn een bepaald diploma of bepaalde diploma’s zijn behaald.

Artikel 3
1.

Voor aanstelling tot ambtenaar kan, met inachtneming van de voor de bekleding van het ambt vast te stellen bepalingen, slechts in aanmerking komen hij die:

2.

Een geneeskundig onderzoek behoeft in spoedeisende gevallen niet vooraf te worden ingesteld, indien de ambtenaar in tijdelijke dienst wordt aangesteld en zijn dienst, naar mag worden aangenomen, niet langer dan zes maanden zal duren.

Artikel 4
1.

De uitslag van het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 3, wordt aan de belanghebbende zo spoedig mogelijk medegedeeld.

2.

De kosten van het geneeskundig onderzoek alsmede de eventuele reis- en verblijfkosten terzake van dit onderzoek van belanghebbende komen ten laste van de overheid.

3.

De belanghebbende kan tegen de uitslag van het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het eerste lid, in beroep komen volgens door het bevoegd gezag te stellen regelen.

Artikel 5

In bijzondere gevallen kan hij, die bij het geneeskundig onderzoek niet geschikt bevonden is, desniettemin in het belang van de dienst tot ambtenaar in tijdelijke dienst worden aangesteld, mits de geneeskundige(n), bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, verklaart (verklaren), dat tegen een aanstelling in tijdelijke dienst uit medisch oogpunt geen bezwaar bestaat. Aan de betrokkene wordt, alvorens hij wordt aangesteld, mededeling gedaan van de inhoud en strekking van artikel 6, eerste lid, van de Pensioenwet ambtenaren BES.

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Hoofdstuk II. Aanstelling en bevordering

Artikel 6
1.

Bij overgang naar een ander ambt wordt een ambtenaar niet opnieuw gekeurd, tenzij voor dat ambt keuringseisen zijn vastgesteld of redelijkerwijze kunnen geacht worden te gelden, zwaarder dan die, welke zijn vastgesteld of redelijkerwijze geacht kunnen worden te gelden voor het ambt, dat hij tevoren bekleed heeft.

2.

In het geval, bedoeld in het eerste lid, vinden de artikelen 4 en 5 overeenkomstige toepassing.

Artikel 7

De ambtenaar is, in geval van ziekte en wanneer het bevoegde gezag zulks in verband met zijn gezondheidstoestand nodig acht, verplicht zich te onderwerpen aan een onderzoek van een of meer geneeskundigen, daartoe door het bevoegde gezag aan te wijzen.

Artikel 8
1.

De ambtenaar ontvangt zo spoedig mogelijk een schriftelijk aanstellingsbesluit, welke het ambt alsmede zijn naam, voornamen en geboortedatum vermeldt.

2.

De aanstelling vermeldt voorts:

3.

Alle wijzigingen, welke worden gebracht in de punten als in het tweede lid vermeld, worden de ambtenaar schriftelijk medegedeeld.

Artikel 9
1.

Een exemplaar van dit besluit, de Ambtenarenwet BES, de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES en andere wettelijke regelingen die voor de rechtspositie van de ambtenaar van rechtstreeks belang zullen blijken te zijn, zo mogelijk in een overeenkomstig latere wijzigingen bijgewerkte vorm of anders onder toevoeging van de wettelijke regelingen waarin zulke wijzigingen zijn aangebracht, alsmede de uit kracht van een of meer van de genoemde wettelijke regelingen gegeven voorschriften liggen voor de ambtenaar bij de dienst waarbij hij werkzaam is op door het hoofd van de dienst te bepalen plaatsen en tijden ter inzage.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de onherroepelijke rechterlijke uitspraken in ambtenarenzaken.

Artikel 10

Ingeval ten aanzien van de aanstelling en de bevordering ontwikkelings- en andere eisen moeten worden vastgesteld, geschiedt zulks:

Artikel 11
1.

De ambtenaar is verplicht de Nederlandse taal te verstaan.

2.

De ambtenaar die belast is met een functie op Bonaire, dan wel op Sint Eustatius of Saba, waarin hij als zodanig geregeld met het publiek in aanraking komt, is verplicht de Papiamentse respectievelijk de Engelse taal te verstaan binnen een jaar, nadat hij met een zodanige functie wordt belast.

3.

Het bevoegd gezag bepaalt zo nodig of de ambtenaar is belast met een functie als bedoeld in het tweede lid. Het bevoegd gezag kan de in dat lid genoemde verplichting ook aan andere categorieën van ambtenaren opleggen.

Hoofdstuk III. Beoordeling en ranglijst

Artikel 12
1.

Aan de wijze waarop de ambtenaar zijn functie vervult wordt door of namens het bevoegde gezag geregeld aandacht besteed door functioneringsgesprekken met hem te houden en beoordelingen van zijn functioneren op te maken.

2.

Een beoordeling wordt in elk geval opgemaakt, wanneer degene die door het bevoegde gezag als beoordelingsautoriteit is aangewezen dit wenselijk acht of de betrokken ambtenaar hierom op redelijke gronden verzoekt.

3.

Alvorens een beoordeling wordt vastgesteld, wordt deze met de betrokken ambtenaar besproken; hem wordt de gelegenheid geboden zijn mening erover kenbaar te maken.

4.

Nadere regels aangaande het beoordelen van ambtenaren kunnen worden vastgesteld:

Artikel 13
1.

Door het bevoegd gezag kunnen regels worden vastgesteld aangaande de inrichting en het bijhouden van een ranglijst.

2.

Bij de vaststelling van regels als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald dat diensttijd, in een gelijkwaardige rang in dienst van de staat of van een openbaar lichaam doorgebracht en zonder onderbreking voorafgaande aan de betrekking in verband waarmede de ranglijst wordt opgemaakt, volledig meetelt voor het bepalen van de plaats van de betrokken ambtenaar op die ranglijst.

Artikel 14
1.

De beoordeling, bedoeld in artikel 12, de aantekening met betrekking tot een ambtenaar in de ranglijst, bedoeld in artikel 13, aangebracht, en de weigering om een beoordeling te doen plaatsvinden of een aantekening in de ranglijst aan te brengen zijn beschikkingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES.

2.

In de regels, bedoeld in de artikelen 12 en 13, wordt in elk geval de mogelijkheid geopend van een administratief beroep tegen een beoordeling, een aantekening in de ranglijst of een weigering om een beoordeling te doen plaatsvinden of een aantekening aan te brengen.

3.

Eveneens wordt de mogelijkheid van administratief beroep geopend tegen beschikkingen met betrekking tot verhogingen van een bezoldiging, toekenning van een toelage of beloning, en de weigering om een verhoging, een toelage of een beloning toe te kennen, voor zover de daartoe strekkende beschikkingen mede of uitsluitend op grond van een beoordeling als bedoeld in artikel 12 zijn tot stand gebracht.

4.

Op het administratief beroep wordt beslist door het bevoegde gezag.

Hoofdstuk IV. Bezoldiging, uitkeringen en toelagen

§ 1. Bezoldiging, persoonlijke toelage en beloning voor overwerk

Artikel 15

Voor zover niet bij of krachtens de wet afwijkende regels zijn gesteld, geschiedt de bezoldiging met in achtneming van de bepalingen in deze paragraaf en overeenkomstig regels, vastgesteld

Artikel 16

Indien de bezoldiging geschiedt overeenkomstig een schaal die verschillende, naar de hoogte van de bedragen opstijgende bezoldigingstreden vertoont, kan de toekenning van verhogingen van de bezoldiging mede of uitsluitend afhankelijk worden gemaakt van de inhoud van een beoordeling als bedoeld in artikel 12. Hieromtrent kunnen nadere voorschriften worden gegeven bij ministeriële regeling voor zover het de ambtenaren in dienst van de staat betreft en bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor zover het de ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam betreft.

Artikel 17

Aan de gewone bezoldiging welke voor een ambtenaar geldt kunnen behalve de toelagen en vergoedingen, bedoeld in de artikelen 24, tweede en derde lid, en 25, vijfde lid, ook bijzondere individuele vergoedingen en verhogingen of persoonlijke toelagen met een periodiek karakter worden verbonden. De gronden waarop een zodanige verhoging of toelage kunnen worden toegekend worden bij ministeriële regeling vastgesteld voor zover het ambtenaren in dienst van de staat betreft en bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor zover het ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam betreft. Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 18

De laagste bezoldiging die ingevolge enige voor ambtenaren in dienst van de staat geldende regeling kan worden vastgesteld, is niet lager dan het in overeenkomstige gevallen en voor een overeenkomstig tijdvak van in loondienst verrichte arbeid krachtens de Wet minimumlonen BES voor enig openbaar lichaam vastgesteld bedrag van het minimumloon.

Artikel 19

De bezoldiging van de ambtenaar met een deelbetrekking is gelijk aan de bezoldiging die hij in die functie zou hebben genoten bij een volledige betrekking, vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de noemer 36 is en de teller het aantal voor die ambtenaar geldende arbeidsuren per week.

Artikel 20

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.