Regeling seinen luchtvaart BES
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. grondsein: visueel signaal dat wordt gegeven door middel van een figuur op de grond;
- b. lichtsein: visueel signaal dat wordt gegeven door middel van een kunstmatige lichtbron;
- c. morsesein: signaal dat bestaat uit korte en lange tekens uit het morsealfabet;
- d. noodsein: signaal dat blijk geeft van een ernstige situatie waarbij gevaar dreigt en onmiddellijk hulp is vereist;
- e. spoedsein: signaal dat blijk geeft van een ernstige situatie waarbij mogelijk gevaar dreigt en hulp is gewenst.
Hoofdstuk 2. Nood- en spoedseinen
Artikel 2
-
- Een luchtvaartuig dat zich in ernstig en onmiddellijk gevaar bevindt en dringend hulp behoeft, geeft gezamenlijk of afzonderlijk de volgende noodseinen:
- a. het morsesein -…---…- met de betekenis SOS, door middel van radiotelegrafie of enige andere vorm van signaaloverdracht;
- b. het gesproken woord MAYDAY bij gebruik van radiotelegrafie;
- c. een noodbericht dat de bedoeling van het woord MAYDAY doorgeeft bij gebruik van een gegevensverbinding;
- d. rood licht voortbrengende licht- of vuurpijlen, die met korte tussenpozen één voor één worden afgevuurd;
- e. een rood licht voortbrengende fakkel die, verbonden aan een valscherm, uit een luchtvaartuig wordt geworpen.
-
- Indien het gebruik van één der in het eerste lid genoemde seinen niet mogelijk is, kan een in nood verkerend luchtvaartuig andere seinen gebruiken om de aandacht te trekken, zijn positie kenbaar te maken of hulp te verkrijgen.
Artikel 3
Een luchtvaartuig dat moeilijkheden heeft waardoor het gedwongen wordt te landen zonder dat onmiddellijke hulp nodig is, geeft de volgende spoedseinen, gezamenlijk of afzonderlijk:
- a. het herhaaldelijk in- en uitschakelen van de landingslichten;
- b. het herhaaldelijk in- en uitschakelen van de navigatielichten op zodanige wijze dat er verschil bestaat met knipperende navigatielichten.
Artikel 4
Een luchtvaartuig dat een zeer dringend bericht heeft over te brengen betreffende de veiligheid van een luchtvaartuig, vaartuig of voertuig dan wel over de veiligheid van één of meer personen aan boord of in zicht, geeft de volgende spoedseinen, gezamenlijk of afzonderlijk:
- a. het morsesein -..- , bestaande uit de groep XXX, te geven door middel van radiotelegrafie of enige andere vorm van signaaloverdracht;
- b. de gesproken woorden PAN PAN bij gebruik van radiotelefonie;
- c. een spoedbericht dat de bedoeling van het woord PAN PAN doorgeeft bij gebruik van een gegevensverbinding.
Hoofdstuk 3. zoek- en reddingsseinen; seinen bij onderschepping
Artikel 5
Ten behoeve van zoek- en reddingsacties worden door de desbetreffende luchtvaartuigen, reddingsvoertuigen, reddingseenheden en overlevenden de seinen gebruikt als in de bij deze regeling behorende bijlage 1 is aangegeven. In deze bijlage is tevens aangegeven hoe overeenkomstig deze seinen moet worden gehandeld.
Artikel 6
Bij onderschepping van een luchtvaartuig worden door het onderscheppende en het onderschepte luchtvaartuig de seinen gebruikt als in de bij deze regeling behorende bijlage 2 is aangegeven.
Artikel 7
-
- Luchtvaartuigen die zonder toestemming in of bijna in een beperkt, verboden of gevaarlijk gebied vliegen, worden bij dag en bij nacht gewaarschuwd door het met tussenpozen van 10 seconden vanaf de grond afvuren van een serie projectielen, die bij het springen rode en groene lichten of sterren vertonen.
-
- Het luchtvaartuig neemt geschikte maatregelen om het desbetreffende gebied te verlaten of te vermijden.
Hoofdstuk 4. Seinen voor het luchtvaartterreinverkeer
Artikel 8
-
- De volgende lichtseinen van een plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst aan luchtvaartuigen hebben de daarachter vermelde betekenis:
| Lichtsein | Van luchtverkeersleidingsdienst naar luchtvaartuig in de lucht | luchtvaartuig op de grond |
|---|---|---|
| Vast groen | Klaring om te landen | Klaring om op te stijgen |
| Vast rood | Wijk uit voor andere luchtvaartuigen en blijf cirkelen | Stop |
| Groen knipperlicht | Keer terug om te landen; klaring om te landen wordt later gegeven | Klaring om te taxiën |
| Rood knipperlicht | Luchtvaartterrein onveilig, niet landen | Taxi vrij van de in gebruik zijnde landingsbaan |
| Wit knipperlicht | Land op dit luchtvaartterrein en ga naar het platform; klaring om te landen of te taxiën wordt later gegeven | Keer terug naar de plaats op het terrein waar u begonnen bent |
| Rode lichtkogels of vuurpijlen | Ongeacht enige voorgaande instructie voorlopig niet landen |
-
- Ontvangst van de volgens het eerste lid gegeven seinen wordt door een luchtvaartuig bevestigd:
- a. in de lucht:
- –. bij dag: door het schommelen over de langsas, echter niet op het basisbeen of op het eindnaderingsbeen voor de landing, of
- –. bij nacht: door het tweemaal in- en uitschakelen van de landingslichten of, bij het ontbreken daarvan, het tweemaal uit- en inschakelen van de navigatielichten;
- b. op de grond:
- –. bij dag: door het bewegen van de rolroeren of het richtingsroer, of
- –. bij nacht: door het tweemaal in- en uitschakelen van de landingslichten of, bij het ontbreken daarvan, het tweemaal uit- en inschakelen van de navigatielichten.
Artikel 9
Op een luchtvaartterrein worden de in de bij deze regelingbehorende bijlage 3 opgenomen grondseinen met de daarachter vermelde betekenis gebruikt.
Artikel 10
-
- De seinen, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4, worden gegeven met de hand, zo nodig voorzien van een middel ter verduidelijking of verlichting, waarbij de seiner zich heeft opgesteld met zijn gezicht gewend naar het luchtvaartuig op een plaats
- a. bij vliegtuigen: vóór de linkervleugel in het gezichtsveld van de bestuurder; en
- b. bij helikopters: waar hij het best kan worden gezien door de bestuurder.
-
- De seiner gebruikt geen seinen, wanneer het gebied waarin het luchtvaartuig wordt geleid, niet vrij is van voorwerpen die het luchtvaartuig zouden kunnen raken bij het opvolgen van de te geven aanwijzing.
-
- De betekenis van de seinen blijft gelijk wanneer de seiner borden, verlichte stokken of lantaarns gebruikt.
Artikel 11
De volgende seinen worden gegeven door de bestuurder van een luchtvaartuig vanuit de cockpit, met zijn handen duidelijk zichtbaar voor de seiner, waarbij de handen zo nodig verlicht worden:
- a. remmen vast: een arm wordt opgeheven met geopende hand, waarna een vuist wordt gemaakt op het moment dat de remmen worden vastgezet;
- b. remmen los: een arm wordt opgeheven met gebalde vuist, waarna de vuist wordt geopend op het moment dat de remmen worden losgelaten;
- c. wielblokken vastzetten: de armen worden, met de handpalm naar buiten, gestrekt en daarna naar binnen bewogen en vóór het gelaat gekruist;
- d. wielblokken wegnemen: de armen worden gekruist vóór het gelaat en daarna gestrekt met de handpalm naar buiten;
- e. klaar om motor(en) te starten: een hand wordt opgestoken, waarbij met het aantal gestrekte vingers wordt aangegeven welke motor klaar is om te worden gestart; de motoren worden aangeduid door opeenvolgende nummering, te beginnen met de buitenste linkermotor, die als nummer 1 wordt aangeduid.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling seinen luchtvaart BES.
Artikel 13
Deze regeling berust op artikel 105, tweede lid, van het Besluit luchtverkeer BES.
Bijlage 1. Behorende bij artikel 5 van de Regeling seinen luchtvaart BES
-
- Het luchtvaartuig dat een reddingsvoertuig naar een luchtvaartuig of voertuig wil leiden dat in nood verkeert, geeft dit met de volgende, eventueel herhaalde, bewegingen aan:
- a. minstens één keer cirkelen boven het reddingsvoertuig,
- b. op lage hoogte vlak voor het reddingsvoertuig langs vliegen en
- 1°. schommelen met de vleugels,
- 2°. het openen en sluiten van de gashandel, of
- 3°. het veranderen van de spoed van de propeller,
- c. koers zetten in de richting waarin het reddingsvoertuig wordt gestuurd.
-
- De volgende, eventueel herhaalde, bewegingen van een luchtvaartuig betekenen dat de hulp van het reddingsvoertuig waaraan het sein wordt gegeven niet langer nodig is:
op lage hoogte vlak achter het reddingsvoertuig langs vliegen en
- 1°. schommelen met de vleugels,
- 2°. het openen en sluiten van de gashandel, of
- 3°. het veranderen van de spoed van de propeller.
-
- Reddingsvoertuigen reageren als volgt op de seinen, bedoeld in onderdeel 1 of 2:
- a. ter bevestiging:
- 1°. het hijsen van een vlag met verticale rode en witte strepen,
- 2°. het met een lamp herhaald seinen van de letter T met het sein - in morse code,
- 3°. het veranderen van koers in de gewenste richting;
- b. om aan te geven dat men niet aan de vraag kan voldoen:
- 1°. het hijsen van een blauw met wit geblokte vlag,
- 2°. het met een lamp herhaald seinen van de letter N met het sein -. in morse code.
-
- Overlevenden gebruiken de volgende grondseinen naar luchtvaartuigen:
- a. hulp gevraagd: V
- b. medische hulp gevraagd: X
- c. nee of ontkennend: N
- d. ja of bevestigend: Y
- e. verplaatsend in deze richting: ?
-
- Reddingseenheden gebruiken de volgende grondseinen naar luchtvaartuigen:
- a. werkzaamheden afgerond: LLL
- b. wij hebben alle inzittenden gevonden: LL
- c. wij hebben sommige inzittenden gevonden: ++
- d. wij zijn niet in staat door te gaan en komen terug naar de basis: XX
- e. zijn opgesplitst in twee groepen; van iedere groep is de richting aangegeven: ?/?
- f. informatie ontvangen dat het luchtvaartuig zich in de volgende richting bevindt: ??
- g. niets gevonden; zullen doorgaan met zoeken: NN.
-
- De grondseinen, bedoeld in onderdeel 4 of 5, worden ten minste 2,5 m (8 voet) hoog en zo opvallend mogelijk gemaakt. Aandacht voor deze seinen kan met andere middelen worden verkregen, zoals radio, vuur, rook en reflectie.
-
- De volgende seinen van luchtvaartuigen betekenen dat de grondseinen zijn begrepen:
- a. bij dag: schommelen met de vleugels,
- b. bij nacht: twee maal in- en uitschakelen van de landingslichten, of indien niet aanwezig, twee maal aan- en uitzetten van de navigatielichten.
-
- Het uitblijven van het sein, bedoeld in onderdeel 7, betekent dat het grondsein niet is begrepen.
-
- Wanneer een gezagvoerder bemerkt dat een luchtvaartuig, voertuig of vaartuig in nood verkeert is deze verplicht, tenzij hij hiertoe niet in staat is of de omstandigheden dit onredelijk of onnodig maken:
- a. zicht te houden op het in nood verkerende toestel, totdat zijn aanwezigheid niet langer noodzakelijk is,
- b. zijn positie vast te stellen als daarover geen zekerheid bestaat,
- c. het reddingscoördinatiecentrum of de luchtverkeersdienst indien mogelijk de volgende informatie te verstrekken:
- 1°. het type luchtvaartuig, voertuig of vaartuig in nood, diens identificatie en toestand,
- 2°. diens positie, uitgedrukt in geografische coördinaten of in afstand en ware koers gezien vanuit een bepaald landkenmerk of van een radionavigatiehulpmiddel,
- 3°. tijdstip van waarneming, uitgedrukt in uren en minuten gecoördineerde wereldtijd,
- 4°. aantal waargenomen personen,
- 5°. of personen in de omgeving van het in nood verkerende toestel zijn waargenomen,
- 6°. het aantal personen in vlotten,
- 7°. de waarschijnlijke fysieke conditie van overlevenden,
- d. te handelen volgens de opdrachten van het reddingscoördinatiecentrum of de luchtverkeerdienst.
-
- Wanneer het eerste luchtvaartuig dat de plaats van een ongeval bereikt, niet van een zoek- of reddingsdienst is, is het belast met de leiding van de plaatselijke activiteiten van alle andere luchtvaartuigen totdat het eerste luchtvaartuig van een zoek- of reddingsdienst de locatie bereikt. Als het luchtvaartuig echter in de tussentijd niet in staat is te communiceren met het reddingscoördinatiecentrum of de luchtverkeersdienst, draagt het met wederzijdse goedkeuring zijn verantwoordelijkheid over aan een luchtvaartuig dat wel in staat is die communicatie te verzorgen, tot de komst van het eerste luchtvaartuig van de zoek- of reddingsdienst.
-
- Wanneer het noodzakelijk is voor een luchtvaartuig om een voertuig of vaartuig te leiden naar de plaats waar een luchtvaartuig, voertuig of vaartuig in nood is, doet de gezagvoerder dat door nauwkeurige aanwijzingen te geven met elk willekeurig middel dat ter beschikking is. Wanneer geen radiocontact tot stand kan worden gebracht, gebruikt het luchtvaartuig de seinen, bedoeld in onderdeel 1 of 2.
-
- Wanneer het noodzakelijk is voor een luchtvaartuig om informatie te verstrekken aan overlevenden of reddingseenheden en tweezijdig radiocontact niet mogelijk is, dropt het, indien uitvoerbaar, communicatiemiddelen waarmee wel rechtstreeks radiocontact mogelijk is, of verstrekt het de informatie door deze te droppen.
-
- Wanneer een grondsein zichtbaar is, geeft het luchtvaartuig aan of dit sein is begrepen middels de seinen, bedoeld in onderdeel 7 of 8, of via de methode als bedoeld in onderdeel 12.
-
- Wanneer een noodsein of -bericht of een soortgelijke boodschap door een luchtvaartuig is opgevangen middels telegrafie of radiotelefonie, is de gezagvoerder verplicht:
- a. de positie van het toestel in nood vast te leggen als deze is gegeven,
- b. indien mogelijk een peiling van de uitzending te verrichten,
- c. het reddingscoördinatiecentrum of de luchtverkeersdienst alle beschikbare informatie te verstrekken, en
- d. te overwegen om in afwachting van instructies koers te zetten naar de positie die in het bericht is vermeld.
Bijlage 2. Behorende bij artikel 6 van de Regeling seinen luchtvaart BES
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.