Besluit productie en uitvoer producten op basis van melk BES

Type Amvb Bes
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

§ 1. Algemene voorschriften

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 1a

Dit besluit berust op artikel 3, eerste lid, onderdeel j, van de Warenwet BES.

Artikel 2
1.

Het is verboden naar het douanegebied van de Europese Gemeenschap uit te voeren: rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk, met toepassing van de regels inzake producten van oorsprong, bedoeld in bijlage III bij het Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Economische Gemeenschap (PbEG L 314).

2.

Van het verbod kan door Onze Minister ontheffing verleend worden voor producten op basis van melk.

3.

Bij verzoeken om een ontheffing worden overlegd:

4.

Een ontheffing wordt ingetrokken indien gehandeld wordt in strijd met voorschriften bij of krachtens de Warenwet BES gegeven.

§ 2. Voorschriften voor de productie van producten op basis van melk, bestemd voor uitvoer naar het douanegebied van de Europese Gemeenschap.

Artikel 3
1.

Het gebruik van inheemse, in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geproduceerde, rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk, hetzij vloeibaar of bevroren, alsmede het gebruik van uit derde landen ingevoerde rauwe melk en warmtebehandelde melk, hetzij vloeibare of bevroren melk, is niet toegestaan voor de productie van producten op basis van melk bestemd voor de export naar het douanegebied van de Europese Gemeenschap.

2.

Voor de productie van producten op basis van melk mogen uitsluitend worden gebruikt producten op basis van melk, die afkomstig zijn uit de landen behorende tot de Europese Gemeenschap dan wel uit landen die geplaatst zijn op de lijst, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel a, van richtlijn 92/46/EEG van de Europese Raad van 16 juni 1992, mits deze producten op basis van melk afkomstig zijn vanuit in die landen door de Europese Gemeenschap geïnspecteerde inrichtingen en vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat welke tenminste gelijkwaardige garanties biedt als de in bijlage D opgenomen gezondheidscertificaten.

3.

Producten op basis van melk:

4.

Producten op basis van melk mogen niet worden onderworpen aan ioniserende straling.

Artikel 4
1.

De bevoegde autoriteit stelt de lijst op van erkende melkverwerkingsinrichtingen. Elke inrichting krijgt een erkenningsnummer.

2.

De bevoegde autoriteit erkent de desbetreffende inrichtingen slechts indien zij zich ervan vergewist heeft dat deze aan de eisen van dit besluit voldoen.

3.

Wanneer de exploitant of de beheerder van de inrichting een geconstateerde inbreuk niet binnen de door de bevoegde autoriteit vastgestelde termijn verhelpt, trekt deze autoriteit de erkenning in.

4.

De bevoegde autoriteit dient zich met name te voegen naar de conclusies van een eventuele controle overeenkomstig artikel 6.

5.

Wanneer een erkenning wordt opgeschort of ingetrokken, wordt dit medegedeeld aan de Europese Commissie.

6.

De inrichtingen worden door de bevoegde autoriteit geïnspecteerd en gecontroleerd overeenkomstig bijlage B, hoofdstuk V.

7.

De inrichting staat onder permanente controle van de bevoegde autoriteit, met dien verstande dat de noodzaak van een permanente of periodieke aanwezigheid van de bevoegde autoriteit in een bepaalde inrichting afhangt van de grootte daarvan, het soort product dat wordt vervaardigd, het risicobeoordelingssysteem en de overeenkomstig artikel 6, eerste lid, aanhef, onderdelen e en f, geboden garanties.

8.

De bevoegde autoriteit analyseert regelmatig de resultaten van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde controles. Zij kan op grond van deze analyses aanvullend onderzoek laten verrichten in alle productiestadia of op de producten.

9.

De aard en de frequentie van de controles, alsmede de bemonsteringsmethoden en de methoden voor microbiologisch onderzoek worden vastgesteld door de bevoegde autoriteit.

10.

Het resultaat van de analyses wordt neergelegd in een verslag waarvan de conclusies of aanbevelingen ter kennis worden gebracht van de exploitant of de beheerder van de inrichting, die er zorg voor draagt dat de vastgestelde gebreken worden verholpen ter verbetering van de hygiëne.

Artikel 5

De thans in bedrijf zijnde inrichtingen die voornemens hebben te exporteren naar de Europese Gemeenschap dienen bij de bevoegde autoriteit een verzoek in om op basis van artikel 4 te worden erkend.

Artikel 6
1.

De bevoegde autoriteit ziet erop toe dat de exploitant of de beheerder van de melkverwerkingsinrichting alle nodige maatregelen treft om ervoor te zorgen dat de relevante voorschriften van dit besluit in alle stadia van de productie worden nageleefd. Daartoe dient de exploitant of de beheerder van de inrichting zelf constant controles uit te oefenen die gebaseerd zijn op de volgende beginselen:

2.

De in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde beginselen worden aan de bevoegde autoriteit meegedeeld, die op gezette tijden controleert of ze worden nageleefd.

3.

De exploitant of de beheerder van de inrichting verstrekt een opleidingsprogramma of zet een zodanig programma op dat het personeel in staat stelt te voldoen aan de voorschriften inzake hygiënische productie die zijn aangepast aan de productiestructuur, behalve indien het personeel reeds over een voldoende kwalificatie beschikt, ten bewijze waarvan het een diploma kan overleggen. De bevoegde autoriteit waaronder de inrichting ressorteert, wordt bij het opzetten en de uitvoering van dit programma of, wanneer het een programma betreft dat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaat, bij de controle daarop, betrokken.

4.

Wanneer een gegrond vermoeden bestaat dat niet aan de eisen van dit besluit wordt voldaan, verricht de bevoegde autoriteit de nodige controles en, indien dat vermoeden wordt bevestigd, neemt zij de passende maatregelen die kunnen leiden tot schorsing van de erkenning.

Artikel 7
1.

De bevoegde autoriteit ziet erop toe dat in het kader van de in artikel 6 bedoelde controles, controles worden verricht met het oog op het opsporen van residuen van stoffen met farmacologische en hormonale werking, van antibiotica, van bestrijdingsmiddelen, van detergenten en van andere stoffen die schadelijk zijn, die de organoleptische kenmerken van de producten op basis van melk kunnen beïnvloeden of die eventueel ertoe kunnen leiden dat de consumptie van producten op basis van melk gevaarlijk of schadelijk is voor de menselijke gezondheid wanneer deze residuen de toegestane toleranties overschrijden.

2.

Indien in de onderzochte producten op basis van melk sporen van residuen voorkomen in hoeveelheden die de toegestane toleranties overschrijden, worden zij van gebruik voor menselijke consumptie uitgesloten.

3.

Het onderzoek op residuen moet worden verricht volgens methoden die wetenschappelijk zijn erkend en op hun praktische waarde zijn getoetst, en met name volgens die welke zijn omschreven op internationaal niveau.

4.

De bevoegde autoriteit stelt steekproefsgewijze onderzoek in of de voorschriften, bedoeld in het eerste lid, worden nageleefd en naar de wijze van uitvoering en de frequentie van deze controles, alsmede de in het eerste lid bedoelde toleranties en referentiemethoden.

Artikel 8
1.

De lokalen, de installaties en de apparatuur mogen voor andere levensmiddelen worden gebruikt mits alle passende maatregelen worden genomen om besmetting of aantasting van de producten op basis van melk te voorkomen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.