Besluit toezicht luchtvaart BES
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit landsbesluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- AIS (Aeronautical Information Services): vluchtvoorlichtingsdienst die is belast met het geven van luchtvaartinlichtingen, die nodig zijn voor een veilig, ordelijk en vlot verloop van het luchtverkeer vòòr de vlucht en het in ontvangst nemen daarvan na de vlucht;
- baan: een al dan niet verhard gedeelte van het landingsterrein uitsluitend bestemd voor het opstijgen of landen van luchtvaartuigen;
- bij nacht: op enig tussen zonsondergang en zonsopgang gelegen tijdstip;
- clearway: een aangegeven hindernisvrij rechthoekig gedeelte boven grond of water in het verlengde van de baan, zodat het mogelijk is dat een vliegtuig in het beginstadium van de stijgvlucht tot een voorgeschreven hoogte komt;
- drempel: het begin van het voor het landen bestemde gedeelte van een verharde baan;
- houder: degene die recht van gebruik heeft van een luchtvaartuig, anders dan ingevolge een hem in dienstverband verstrekte opdracht;
- instrumentenbaan: een baan, welke is uitgerust met elektronische hulpmiddelen ten dienste van het opstijgen of landen van luchtvaartuigen;
- instrumentweersomstandigheden: weersomstandigheden, die uitgedrukt in termen van zicht, afstand tot wolken en wolkenbasis, minder zijn dan de voorgeschreven minimumwaarden voor zichtweersomstandigheden;
- kunstvlucht: een vlucht, waarbij met opzet bewegingen worden uitgevoerd, welke een plotselinge verandering in de stand, een abnormale stand of een abnormale verandering in de snelheid van het luchtvaartuig medebrengen;
- platform: een gedeelte van het luchtvaartterrein dat bestemd is voor het opstellen van luchtvaartuigen, met het doel passagiers te laten in- of uitstappen, post te laden of te lossen, brandstof in te nemen, te parkeren of eenvoudige onderhoudswerkzaamheden te verrichten;
- rijbaan: een al dan niet verhard gedeelte van het landingsterrein, bestemd voor het zich op de grond voortbewegen van luchtvaartuigen;
- stopway: een aangegeven rechthoekig gedeelte op de grond aan het einde van de baan, dat een zodanig draagvermogen heeft, dat het mogelijk is dat een vliegtuig kan stoppen in het geval dat vliegtuig afziet van de start;
- strook: een gedeelte van het landingsterrein waarin een baan is gelegen;
De definities, opgenomen in artikel 1 van het Besluit luchtverkeer BES, zijn van toepassing op dit besluit.
Artikel 2
De bepalingen van dit besluit gelden niet ten aanzien van militaire luchtvaartuigen, de leden van het boordpersoneel, passagiers en lading van deze luchtvaartuigen alsmede ten aanzien van militaire luchtvaartterreinen.
Artikel 2A
Door de minister worden regels gesteld betreffende meeteenheden met betrekking tot lucht- en grondoperaties waaromtrent bij of krachtens de Luchtvaartwet BES voorschriften zijn gesteld.
Hoofdstuk 2. Orde en veiligheid vluchtuitvoering
Hoofdstuk 6. Samenwerkingsovereenkomsten met andere landen
Artikel 129
Wanneer een of meer in het Nederlandse nationaliteitsregister ingeschreven luchtvaartuigen ingevolge een lease-, charter, of ruilovereenkomst of soortgelijke regeling wordt geëxploiteerd door een luchtvaartmaatschappij of een luchtvaartonderneming, welke haar hoofdkantoor of, bij afwezigheid daarvan, haar vaste woonplaats heeft in een buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba gelegen Staat welke aangesloten is bij het Verdrag kunnen de functies en taken met betrekking tot de luchtverkeersregels, het bewijs van luchtwaardigheid annex radiovergunning behorende bij het betreffende luchtvaartuig, alsmede het bewijs van bevoegdheid en de bevoegdverklaringen van het stuurhutpersoneel geheel of ten dele worden overgedragen, teneinde de Staat van Operatie in staat te stellen toezicht hierop uit te oefenen.
Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op buitenlandse luchtvaartuigen van een Staat welke aangesloten is bij het Verdrag, die ingevolge een lease-, charter, of ruilovereenkomst of soortgelijke regeling worden geëxploiteerd door een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartonderneming, waarvan haar hoofdkantoor of, bij afwezigheid daarvan, haar vaste woonplaats in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is gelegen.
De overdracht van functies en taken aan de Staat van Operatie, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van een bilaterale overeenkomst.
Overeenkomsten als bedoeld in het eerste lid kunnen tevens worden aangegaan met betrekking tot luchtvaartuigen, welke geëxploiteerd worden door op te richten organisaties voor de gezamenlijke exploitatie van luchtvervoer of internationale exploitatiebureaus, dan wel van het gemeenschappelijk uitoefenen van luchtdiensten op enige route of in enig gebied.
Aan de sluiting van een overeenkomst als bedoeld in het derde en vierde lid gaat een evaluatie van de normen en voorschriften vooraf, zulks met inachtneming van de regels inzake gelijkstelling van buitenlandse bewijzen van luchtwaardigheid en buitenlandse bewijzen van bevoegdheid zoals bepaald bij of krachtens de Wet luchtvaart.
Hoofdstuk 6. Samenwerkingsovereenkomsten met andere landen
§ 1. Algemeen
Artikel 130
De bepalingen in dit hoofdstuk en de bij dit besluit behorende bijlage CARNA Part 14 zijn van toepassing op alle burgerlijke luchtvaart-terreinen in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
De zorg voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk en de bij dit besluit behorende bijlage CARNA Part 14 genoemde bepalingen berust bij de exploitant van het luchtvaartterrein.
Door de Minister kunnen nadere regels gesteld worden met betrekking tot de bepalingen in dit hoofdstuk.
Artikel 131
De aanleg van een luchtvaartterrein is ter beoordeling door de Minister zodanig, dat luchtvaartuigen daarvan een veilig gebruik kunnen maken. Hiertoe worden desgevraagd gegevens overgelegd.
Er worden ten genoegen van de Minister voorzieningen getroffen, dat de aan- en uitvlieghoogtes zodanig zijn, dat luchtvaartuigen veilig kunnen landen op en opstijgen van het luchtvaartterrein.
Artikel 132
Door de Minister wordt de lengte van een baan op een luchtvaartterrein vastgesteld.
De minimale breedte van een rijbaan wordt vastgesteld conform hoofdstuk 3, paragraaf 3.4 van de bij dit besluit behorende bijlage CARNA Part 14.
Op verzoek van de exploitant kan door de Minister voor de baan of rijbaan een breedte worden toegestaan, welke kleiner is dan aangegeven in hoofdstuk 3 van de bij dit besluit behorende bijlage CARNA Part 14, mits:
- a. de exploitant de afwijking met redenen omkleed heeft voorgelegd;
- b. de exploitant een schatting van de veiligheid heeft gemaakt, die volgens de directie aan de minimale veiligheidsvereisten voldoet;
- c. de exploitant, voorzover fysiek mogelijk, een actieplan heeft ingediend ter verbreding van de baan of rijbaan.
Door de Minister kunnen regels gesteld worden met betrekking tot de minimale veiligheidsvereiste.
Artikel 133
Op verzoek van de exploitant kan door de Minister, indien het betreft een instrumentenbaan niet zijnde een precisiebaan met als codenummer 3 of 4 ontheffing worden verleend inzake de strookbreedte van 150 meter zoals vereist onder paragraaf 3.4.4 van de bij dit besluit behorende bijlage CARNA Part 14 mits de afstand tussen de lengteas van de baan en de lange zijde van de strook niet minder dan 75 meter bedraagt; en
- a. de exploitant de afwijking met redenen omkleed heeft voorgelegd;
- b. de exploitant een schatting van de veiligheid heeft gemaakt, die volgens de Minister aan de minimale veiligheidsvereiste voldoet;
- c. de exploitant een actieplan heeft ingediend ter verbreding van de strook om tegemoet te komen aan het vereiste neergelegd onder paragraaf 3.4.4 van de bij dit besluit bijbehorende bijlage CARNA Part 14.
Artikel 134
Een gedeelte of gedeelten van een luchtvaartterrein kan worden bestemd tot platform.
De inrichting en de regels voor het gebruik van platforms behoeven de goedkeuring van de Minister.
De Minister onthoudt de goedkeuring, bedoeld in het tweede lid, indien de regels voor het gebruik van het platform de orde en veiligheid van het platform naar zijn oordeel onvoldoende waarborgen bevatten.
Artikel 135
De exploitant draagt er zorg voor dat op het luchtvaartterrein aan alle vereisten wordt voldaan zoals neergelegd in de bij dit besluit bijbehorende bijlage CARNA Part 14.
Door de Minister kan op verzoek van de exploitant ontheffing worden verleend van de bepalingen neergelegd in hoofdstuk 6 «Visual Aids for denoting obstacles»; hoofdstuk 7 «Visual Aids for denoting restricted use areas»; hoofdstuk 8 «Electrical systems»; hoofdstuk 9 «aerodrome operational services equipment and installations» welke opgenomen zijn in de bij dit besluit behorende bijlage CARNA Part 14, mits:
- a. de exploitant de afwijking met redenen omkleed heeft voorgelegd;
- b. de exploitant schriftelijk heeft aangetoond een schatting van de veiligheid te hebben gemaakt en de gedetailleerde beoordeling hiervan door de Minister uitwijst dat het minimale veiligheidsniveau wordt bereikt.
De exploitant draagt er zorg voor dat bij operaties van luchtvaartterreinen rekening wordt gehouden met de richtlijnen neergelegd in Doc 9137 AN/898 «Airport Services Manual».
De exploitant draagt er zorg voor dat bij het opstellen van systemen, visuele hulpmiddelen, uitrusting en faciliteiten rekening wordt gehouden met de aanwijzingen en/of richtlijnen neergelegd in Doc 9157 AN/901 «Aerodrome Design Manual».
Artikel 136
Een luchtvaartterreinreferentiecode (codenummer en letter), die wordt bepaald bij de planning van een luchtvaartterrein, wordt vastgesteld in overeenstemming met de kenmerken van de vliegtuigen waarvoor de luchtvaartterreinvoorzieningen zijn bestemd zulks conform tabel 1.1. «Aerodrome Reference code» van hoofdstuk 1 van de bij dit besluit behorende bijlage CARNA Part 14.
Voor een luchtvaartterrein wordt een referentiepunt vastgesteld.
De referentietemperatuur van een luchtvaartterrein wordt vastgesteld in graden Celsius.
Artikel 137
[vervallen]
Artikel 138
Luchtvaartdata, luchtvaartterrein referentie, luchtvaartterrein referentie temperatuur, luchtvaartterreindimensies en daaraan gerelateerde informatie alsmede de sterkte van de banen, rijbanen en het platform worden aangegeven conform hoofdstuk 2 «Aerodrome data» van de bij dit besluit behorende bijlage CARNA Part 14.
Artikel 139
Op een baan bestemd voor internationale verkeersvluchten worden de afstanden berekend van:
- a. de beschikbare baan (take-off runway available);
- b. de beschikbare baan plus de lengte van de clearway, indien aanwezig (take-off distance available);
- c. de beschikbare baan plus de lengte van de stopway indien aanwezig (accelerate stop distance available); en
- d. de beschikbare baan die geschikt is voor het landen tot het tot stilstand komen van een luchtvaartuig (landing distance available).
Voor de berekening van de afstanden bedoeld in het eerste lid wordt gebruik gemaakt van de richtlijnen neergelegd in attachment A section 3 van de bij dit besluit behorende bijlage CARNA Part 14.
Artikel 140
Informatie met betrekking tot de toestand waarin het landingsterrein, het platform en de daarbij behorende voorzieningen zich bevinden, wordt onverwijld aan de vluchtvoorlichtingsdienst (AIS) en voor wat betreft het landingsterrein tevens aan de luchtverkeersdienst doorgegeven, opdat de noodzakelijke inlichtingen verstrekt kunnen worden aan de luchtvaartuigen, die landen of vertrekken. De informatie moet bijgewerkt zijn en veranderingen moeten onverwijld gemeld worden.
De toestand, waarin het landingsterrein, het platform en de daarbij behorende voorzieningen zich bevinden, worden voor wat betreft hun werking gecontroleerd en met betrekking tot zaken die van belang zijn voor vluchtvoorbereiding en vluchtuitvoering of die de prestaties van luchtvaartuigen betreffen, wordt in het bijzonder melding gemaakt van:
- a. constructie- en onderhoudswerkzaamheden;
- b. ruw of beschadigd oppervlak op een baan of rijbaan;
- c. water op de baan;
- d. andere gevaren van tijdelijke aard, daaronder begrepen geparkeerde luchtvaartuigen;
- e. uitvallen of onregelmatige werking van een deel of van alle lichten van het luchtvaartterrein;
- f. uitvallen van de normale of reserve energievoorziening.
Ten aanzien van de informatie, controles en meldingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen door de Minister nadere voorschriften worden vastgesteld en kunnen aanwijzingen worden gegeven.
De exploitant van een luchtvaartterrein draagt er zorg voor dat een regeling tot stand komt met de AIS inzake de ontvangst en distributie van de informatie bedoeld in het eerste en tweede lid.
Artikel 141
Inzake het verplaatsen van onklaar geraakte luchtvaartuigen worden de aanwijzingen van paragraaf 9.3 van de bij dit besluit behorende bijlage CARNA Part 14 opgevolgd.
Ten aanzien van het verplaatsen van onklaar geraakte luchtvaartuigen wordt door de exploitant van het luchtvaartterrein een plan opgemaakt ten aanzien van de wijze waarop het een en ander wordt uitgevoerd.
Artikel 142
Op een luchtvaartterrein is informatie beschikbaar met betrekking tot de mate van hulpverlening aan luchtvaartuigen en brandbestrijding.
Indien belangrijke wijzigingen optreden in de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, worden deze medegedeeld aan de desbetreffende luchtverkeersdiensten en de vluchtvoorlichtingsdienst (AIS), opdat deze diensten in staat zijn de luchtvaartuigen, die vertrekken en landen, van de noodzakelijke informatie te voorzien.
Artikel 143
Elke luchtvaartterrein met een luchtvaartterreinreferentiecode 3 of 4, bedoeld in artikel 136, beschikt over een PAPI (Precision Approach Path Indicator)
Elke luchtvaartterrein met een luchtvaartterreinreferentiecode 1 of 2, bedoeld in artikel 136, beschikt over een PAPI (Precision Approach Path Indicator) of APAPI (Abbreviated Precision Approach Path Indicator)
Artikel 144
[vervallen]
Artikel 145
Op het luchtvaartterrein wordt een plaats aangewezen of wordt aan de plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst een plaats gemeld waar luchtvaartuigen kunnen parkeren, die vermoed worden betrokken te zijn bij een wederrechtelijk vergrijp of die anderszins afgezonderd moeten worden van normale werkzaamheden op het luchtvaartterrein.
De exploitant houdt bij de keuze van de plaats bedoeld in het eerste lid rekening met de specificaties van paragraaf 3.14 van de bij dit besluit behorende bijlage CARNA Part 14.
Artikel 146
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.