Wet tot inschrijving van arbeidskrachten 1945 BES

Type Wet Bes
Publication 2013-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1

In deze wet wordt verstaan:

Artikel 2
1.

De bepalingen van deze wet zijn ook van toepassing:

2.

De bepalingen van deze wet zijn niet van toepassing:

3.

Voor arbeiders, zijnde Nederlander, die zich niet in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevinden, kunnen bij algemene maatregel van bestuur andere voorschriften worden gegeven.

Artikel 3
1.

De arbeider is behoudens vrijstelling als bedoeld in het zesde lid van dit artikel, verplicht een werkboekje te hebben, hetwelk hem wordt uitgereikt vanwege het bestuurscollege.

2.

Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen wordt alles geregeld wat de vorm en de uitgifte van het werkboekje betreft, alsmede de prijs ervan.

3.

Het werkboekje vermeldt de namen, de voornamen, den geboortedatum, de plaats van geboorte, het geslacht, de woonplaats, de nationaliteit, den burgerlijken staat, het aantal kinderen tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat, welke te zijnen laste zijn en het beroep of ambacht van den arbeider. Indien de geboortedatum of de nationaliteit niet vaststaat, wordt zulks in het werkboekje aangeteekend.

4.

Het werkboekje, hetwelk binnen twee maal vier en twintig uren, nadat de dienstbetrekking een aanvang heeft genomen, aan den werkgever overhandigd moet worden, blijft tot op het tijdstip, in artikel 8, lid 1 bepaald, onder berusting van den werkgever. De houder van het werkboekje moet dit op aanvrage van de controleerende ambtenaren onmiddellijk ter inzage toonen.

5.

Bij verlies of in ongereede raken van het werkboekje kan een nieuw boekje worden uitgereikt. Indien aan den arbeider een of meer werkboekjes reeds werden uitgereikt, moet het nieuwe daarvan melding maken.

6.

Op verzoek van den betrokken werkgever is het bestuurscollege bevoegd aan arbeiders van vreemde nationaliteit, voor den duur van een jaar voorwaardelijk of onvoorwaardelijk vrijstelling te verleenen van de verplichting tot het hebben van een werkboekje, indien deze arbeiders zich reeds in het buitenland verbonden hebben tot het verrichten van arbeid, uitsluitend in dienst van dien werkgever. Deze vrijstelling kan telkens voor den duur van een jaar verlengd worden.

Artikel 4
1.

Na beëindiging van zijn dienstbetrekking is de arbeider, die in het bezit is van een werkboekje, verplicht uiterlijk een week nadien, zijn werkboekje in bewaring te geven: aan de door het bestuurscollege aangewezen ambtenaar.

2.

Voor de inbewaringgeving van het werkboekje wordt door of vanwege de betrokken autoriteit een ontvangstbewijs afgegeven.

3.

De verplichting in het eerste lid bedoeld, bestaat slechts indien de arbeider binnen een week na de beëindiging zijner dienstbetrekking geen nieuwe dienstbetrekking heeft aangegaan.

Artikel 5

Van iedere wijziging in de persoonlijke gegevens, zooals bedoeld in artikel 3, lid 3, wordt door of namens den arbeider binnen tien dagen, nadat die wijziging heeft plaats gevonden, aangifte gedaan bij de autoriteit, die hem het werkboekje heeft uitgereikt.

Artikel 6
1.

Het is den werkgever verboden een arbeider in zijn dienst te hebben, die niet voldoet aan het gestelde in artikel 3, lid 1, dezer wet.

2.

De werkgever is verplicht binnen acht maal vier en twintig uren, nadat hij een arbeider in zijn dienst heeft genomen, hiervan melding te maken in het werkboekje van den arbeider. Deze verplichting bestaat niet, indien de dienstverhouding minder dan zes achtereenvolgende dagen (Zon- en feestdagen niet medegerekend) heeft geduurd. Indien de werkgever den dag van indiensttreding heeft ingeschreven, moet hij ook den dag van uitdiensttreding inschrijven. Onder feestdagen worden ten deze verstaan de Nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, Christelijke tweede Paaschdag, Hemelvaartsdag, Christelijke tweede Pinksterdag, verjaardag van de Koning en de beide Kerstdagen.

3.

Ingeval van overlijden van den werkgever en in alle gevallen, waar deze in de onmogelijkheid zou zijn om in het werkboekje den datum van uitdiensttreding te schrijven, geschiedt zulks door de autoriteit, die den arbeider het werkboekje uitreikte.

Artikel 7

Het is den werkgever verboden anders dan de dagteekening der indienst- en der uitdiensttreding, voorts het beroep, de functie of het ambacht van den arbeider in diens werkboekje aan te teekenen, alsmede den naam, de woonplaats, het bedrijf, het beroep of de onderneming van den werkgever met wien de arbeider de betreffende dienstverhouding heeft aangegaan en diens onderteekening.

Artikel 8
1.

Het werkboekje blijft na elke inschrijving van den datum van indiensttreding onder berusting van den werkgever en wordt den arbeider teruggegeven.

2.

Voor het in bewaring geven van het werkboekje wordt den arbeider door den werkgever een bewijs afgegeven.

Artikel 9
1.

De werkgever is voorts verplicht:

2.

Het in sub 1a bedoelde register vermeldt de namen, de voornamen, den geboortedatum, de plaats van geboorte, de woonplaats, de nationaliteit, het geslacht, den burgerlijken staat, het aantal kinderen tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat, welke te zijnen laste zijn, het beroep, ambacht of de functie van alle in zijn dienst zijnde arbeiders, de met hen overeengekomen loonsbedragen, alsmede den datum van indiensttreding en na beëindiging der dienstbetrekking den datum van uitdiensttreding dezer arbeiders, echter met uitzondering van arbeiders, die huiselijke diensten verrichten.

3.

Voor werkgevers, die uitsluitend arbeiders in dienst hebben voor het verrichten van huiselijke diensten, geldt de verplichting, omschreven in lid 1 van dit artikel, niet.

Toezicht

Artikel 9a
1.

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen personen.

2.

De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:

3.

Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, verschaft met behulp van de sterke arm.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen personen.

5.

Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd.

Strafbepalingen

Artikel 10

Niet naleving van een van de voorschriften van deze wet of van de voorschriften door het bestuurscollege uit te vaardigen krachtens de artikelen 2, derde lid, en 9, leden 1a, d en e, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 11

[vervallen]

Artikel 12

[vervallen]

Artikel 13

De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden als overtredingen beschouwd.

Slotbepalingen

Artikel 14

Deze wet wordt aangehaald als: Wet tot inschrijving van arbeidskrachten 1945 BES.

Artikel 15

Deze landsverordening treedt in werking met ingang van een nader door den Gouverneur te bepalen datum.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.