Besluit radioamateurs BES
§ 1. Definities
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- b. beschikking: de beschikking waarbij een machtiging is verleend;
- c. bewijs van bevoegdheid: het door Onze Minister afgegeven bewijs van bevoegdheid als radioamateur uitgereikt na een met goed gevolg afgelegd examen als bedoeld in artikel 6;
- d. machtiging: een machtiging voor een radio-elektrische zend- en ontvanginrichting als bedoeld in artikel 15, eerste lid, en artikel 16 van de wet bestemd voor de aanleg, het bezit of het gebruik van een amateurstation;
- e. radioamateur: een daartoe bevoegd persoon die uit een zuiver persoonlijk oogmerk en zonder enig geldelijk voordeel proeven neemt op telecommunicatiegebied;
- f. amateurstation: een zend- en ontvanginrichting voor radiotelegrafie of radiotelefonie, bestemd voor het nemen van proeven op telecommunicatiegebied;
- g. radiotelegrafie: telecommunicatie via de ether door middel van morsetekens;
- h. radiotelefonie: telecommunicatie via de ether door middel van spraak;
- i. klasse van uitzending: een aanduiding bestaande uit drie symbolen die respectievelijk de modulatievorm van de draaggolf, het type signaal dat de draaggolf moduleert en de soort informatie die wordt uitgezonden, aangeven. De betekenis van de symbolen is aangegeven in bijlage 1 behorende bij dit besluit;
- j. bandbreedte: het frequentieverschil tussen de hoogste en de laagste frequentie waarbinnen tijdens modulatie 99% van de uitgezonden energie wordt waargenomen;
- k. ongewenste hoogfrequentuitstralingen: alle hoogfrequente uitstralingen op andere frequenties dan de zendfrequentie en de frequentie in de frequentiebanden die noodzakelijkerwijs in verband met het modulatieproces in beslag worden genomen;
- l. zendvermogen:
- –. bij toepassing van frequentie- of fasemodulatie: het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van de zendinrichting afgegeven gemiddelde vermogen;
- –. bij de overige modulatietoepassingen: 25% van het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap afgegeven gemiddeld vermogen, gerekend over een periode van de hoogfrequent uitgangswisselspanning tijdens het maximum van het modulerende signaal;
- m. toegestane zendvermogen: de waarde van het zendvermogen welke tijdens het gebruik van de zendinrichting niet mag worden overschreden;
- n. maximum zendvermogen: de waarde van het zendvermogen welke als gevolg van de constructie van de zendinrichting niet kan worden overschreden.
Artikel 1a
Dit besluit berust op de artikelen 13 tot en met 16, 19, 31 en 33 van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES.
§ 2. Algemene bepalingen
Artikel 2
Terzake van telecommunicatievoorzieningen ten behoeve van radioamateurs gelden, onverminderd, tenzij anders is bepaald, de regels die zijn gesteld bij en krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES en de navolgende bepalingen.
Artikel 3
In afwijking van artikel 34, eerste lid, van het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES, worden machtigingen voor radioamateurs verleend voor ten hoogste tien jaar.
Artikel 4
Radioamateurs verkrijgen een machtiging indien zij in het bezit zijn van een door Onze Minister afgegeven bewijs van bevoegdheid als radioamateur. Een zodanig bewijs wordt verstrekt nadat zij met goed gevolg een daartoe strekkend examen hebben afgelegd.
In afwijking van het eerste lid wordt de machtiging van de in artikel 5, eerste lid, bedoelde Nederlanders en personen van andere nationaliteit gedurende drie maanden na hun aankomst op het grondgebied van een openbaar lichaam beschouwd als een machtiging in de zin van dit besluit.
In afwijking van het eerste lid wordt aan de in artikel 5, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde Nederlanders en personen, na verloop van de in het tweede lid genoemde periode van drie maanden, tegen betaling van een door Onze Minister te bepalen vergoeding machtiging verleend na overlegging van de geldige machtiging van het land van herkomst.
In afwijking van het eerste lid wordt de machtiging verleend aan een door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkende onderwijsinstelling waar telecommunicatie een deel van het onderwijspakket vormt, indien de docent, die belast is met het geven van het onderwijs inzake het radioamateurisme, in het bezit is van een amateurradio machting A als bedoeld in artikel 22.
In afwijking van het eerste lid kan tevens machtiging worden verleend aan een op het grondgebied van een openbaar lichaam gevestigde rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging van radioamateurs.
Artikel 5
Geen examen behoeft te worden afgelegd door:
- a. Nederlanders die in het bezit zijn van een geldig Nederlands radioamateur machtiging;
- b. personen van andere nationaliteit mits zij in het bezit zijn van een geldige machtiging van een land dat is aangesloten bij de Conférence Européenne des Administrations des Postes et des Télécommunications (CEPT);
- c. personen van andere nationaliteit die gedurende een periode van ten hoogste drie maanden op het grondgebied van een openbaar lichaam verblijven mits zij in bezit zijn van een geldige machtiging van het land van herkomst, en dat land radioamateurs afkomstig uit een openbaar lichaam op de voet van wederkerigheid gedurende eenzelfde periode zonder aanvullende eisen toelaat.
Artikel 6
Het examen, bedoeld in artikel 4, wordt afgenomen door een bij besluit in te stellen commissie.
Tegen de beslissing van de commissie staat geen beroep open.
Onze Minister stelt een reglement vast voor het examen en bepaalt tevens de eisen waaraan moet worden voldaan ter verkrijging van een machtiging als radioamateur. Daarin kan mede worden bepaald dat Onze Minister in bepaalde gevallen geheel of gedeeltelijk ontheffing kan verlenen indien op een andere door Onze Minister te bepalen wijze aan de exameneisen wordt voldaan.
De aanvrager wordt eerst tot het examen toegelaten nadat de voor het examen of een onderdeel daarvan dan wel voor de ontheffing ingevolge artikel 31, onderdeel a, van de wet verschuldigde vergoeding is betaald.
Het examen wordt afgenomen in de Nederlandse of de Engelse taal.
Onze Minister houdt een register bij van de verleende bewijzen van bevoegdheid als radioamateur.
Artikel 7
Onze Minister kan op verzoek van de belanghebbende een uittreksel verstrekken uit het register, waaruit blijkt dat de machtinginghouder in het bezit is van een bevoegdheid als radioamateur, dat overeenkomt met de daartoe strekkende internationale eisen, zulks ter verkrijging van een machtiging in landen waarmede het Koninkrijk der Nederlanden laterale of multilaterale overeenkomsten van wederkerigheid heeft ondertekend. Dit uittreksel heeft een geldigheidsduur van één jaar en wordt opgesteld in de Engelse of Spaanse taal.
Artikel 8
De uitgifte van roepletters, bedoeld in artikel 40 van het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES, geschiedt voor wat betreft radioamateurs overeenkomstig het bepaalde in bijlage 2 behorende bij dit besluit.
§ 3. Verplichtingen
Artikel 9
De machtiginghouder is verplicht een register te houden met betrekking tot de zendinrichtingen die deel uitmaken of deel hebben uitgemaakt van het amateurstation overeenkomstig het model aangegeven in bijlage 3 behorende bij dit besluit en dit register volledig in te vullen. De machtiginghouder dient onverwijld bij elke mutatie een afschrift van dit register aan Onze Minister toe te zenden. Onder mutatie wordt tevens verstaan veranderingen in het correspondentieadres van de machtiginghouder.
De machtiginghouder dient de gegevens met betrekking tot de zendinrichtingen gedurende drie jaren in het register te bewaren, te rekenen vanaf het moment dat de betreffende zendinrichtingen geen deel meer uitmaken van het amateurstation.
Op het vaste adres van het amateurstation dienen de beschikking, het registratiebewijs en het register aanwezig te zijn.
Indien zendinrichtingen van het amateurstation zich op een andere plaats dan het vaste adres bevinden, dient het registratiebewijs in afwijking van het bepaalde in het derde lid, bij deze zendinrichtingen aanwezig te zijn.
Alle aan de machtiginghouder verstrekte bescheiden blijven eigendom van de Staat der Nederlanden.
Artikel 10
Zodra een in dit besluit bedoelde zend- of ontvanginrichting voor gebruik gereed is, stelt de machtiginghouder Onze Minister daarvan in kennis ten einde de keuring, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderscheidenlijk 69, eerste lid, van het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES te kunnen doen plaatsvinden.
Artikel 11
De machtiginghouder mag de navolgende zendinrichtingen aanwezig hebben:
-
- Zendinrichtingen die uitsluitend zijn ingericht voor de frequentiebanden waarin frequenties voorkomen welke zijn toegewezen aan de machtiginghouder mits deze voldoen aan de volgende eisen:
- a. In de zendinrichting dienen zodanige technische voorzieningen te zijn aangebracht dat het gebruik is geblokkeerd van de niet aan de machtiginghouder toegewezen frequenties, één en ander voor zover de mechanische, elektrische en elektronische uitvoering van de zendinrichting dit toelaat;
- b. Het toegestane zendvermogen van de zendinrichtingen bedraagt maximaal 250 Watt, tenzij overeenkomstig artikel 12, achtste en negende lid, toestemming is verleend hiervan af te wijken. Tevens mogen delen of onderdelen van de zendinrichtingen niet meer hoogfrequent zendvermogen kunnen afgeven dan voor de goede werking van deze zendinrichtingen noodzakelijk is;
- c. Indien de zendinrichting meer zendvermogen kan afgeven dan het toegestane zendvermogen moet de zendinrichting zijn uitgerust met een niet direct toegankelijke voorziening die ervoor zorgt dat het toegestane zendvermogen niet kan worden overschreden;
- d. De zendinrichtingen dienen te voldoen aan de in artikel 20 gestelde technische voorschriften.
-
- Andere zendinrichtingen mits deze zodanig zijn gedemonteerd dat de zendinrichtingen niet geschikt zijn of op eenvoudige wijze geschikt gemaakt kunnen worden voor het doen van uitzendingen.
Artikel 12
De machtiginghouder mag het amateurstation slechts gebruiken voor het doen van technische en wetenschappelijke onderzoekingen.
De machtiginghouder mag uitsluitend informatie uitzenden die betrekking heeft op amateurstations en op de door middel van amateurstations te verrichten onderzoekingen, alsmede opmerkingen van persoonlijke aard, waarvoor uit hoofde van hun onbelangrijkheid het gebruik van de openbare Telegraaf- en Telefoondienst niet in aanmerking zou komen. Elk ander gebruik van het amateurstation is verboden.
Gedurende uitzendingen op frequenties waarop de amateurdienst met een secundaire status is toegelaten, is de machtiginghouder verplicht:
- a. te allen tijde voorrang te verlenen aan diensten met een primaire status;
- b. ingeval bij storing veroorzaakt in een radioverbinding van een primaire dienst, deze radioverbinding onmiddellijk te beëindigen.
De machtiginghouder mag het amateurstation doen gebruiken door radioamateurs met een A, B, C of N machtiging onder de voor hen geldende voorschriften en beperkingen.
De machtiginghouder mag het amateurstation slechts gebruiken indien hij daarbij aanwezig is, behoudens ingeval van Packet-radio als bedoeld in artikel 14, derde lid, onder b, alsmede in geval van georganiseerde radioamateurpeilevenementen.
De machtiginghouder dient passende maatregelen te treffen ter voorkoming van het gebruik van het amateurstation door onbevoegden.
Onze Minister kan aan de houder van een machtiging A, B of C toestemming verlenen, onder door Onze Minister te stellen voorwaarden af te wijken van de in de voorschriften en beperkingen voorgeschreven klassen van uitzending, frequenties, zendvermogen en het bemand gebruik van het amateurstation. In geval Onze Minister toestemming verleent voor onbemand gebruik van een zendinrichting, blijft de machtiginghouder aansprakelijk dat het gebruik slechts strekt ten dienste van het radioamateurisme.
Onze Minister kan aan de houder van een machtiging A die twee jaar in het bezit is van de desbetreffende machtiging, met uitzondering van de banden boven de 30 MHz en de banden genoemd in artikel 22, tweede lid, toestemming verlenen om de maximale vermogen te verhogen tot 1500 Watt.
Onze Minister kan aan een houder van een machtiging A, B, of C die twee jaar in het bezit is van desbetreffende machtiging, toestemming verlenen om de toegestane zendvermogen in de banden boven de 30 MHz te verhogen tot 1000 Watt, voor het voeren van technische en wetenschappelijke proefnemingen van korte duur.
De machtiginghouder dient bij het gebruik van het amateurstation overlast in het amateurradioverkeer te voorkomen.
Artikel 13
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.