Burgerlijk Wetboek BES Boek 4

Type Wet Bes
Publication 2015-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Boek 4. Erfrecht

Titel Eerste t/m Tiende

Artikelen 551 t/m 857

[vervallen]

Titel Elfde. Van erfopvolging bij versterf

Afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Artikel 858

Erfopvolging heeft alleen door de dood plaats.

Artikel 859

Indien verscheidene personen, van welke de een tot des anderen erfenis geroepen is, door een en hetzelfde ongeval, of op dezelfde dag, omkomen, zonder dat men weten kunne wie het eerst overleden zij, worden zij vermoed op hetzelfde ogenblik gestorven te zijn, en er heeft geen overgang van erfenis van de een ten behoeve van de ander plaats.

Artikel 860
1.

Tot de erfenis worden door de wet geroepen zij die tot de overledene in familierechtelijke betrekkingen stonden, en de langstlevende echtgenoot, volgens de hierna vastgestelde regelen.

2.

Bij gebreke van zodanige personen als bedoeld in het vorige lid, vervallen de goederen aan de Staat, onder de last om de schulden te voldoen, voor zover de waarde dier goederen toereikend is.

Artikel 861
1.

De erfgenamen treden van rechtswege in het bezit der goederen en rechtsvorderingen van de overledene.

2.

Indien er geschil ontstaat wie erfgenaam, en alzo tot dat bezit bevoegd is, kan de rechter bevelen, dat de goederen onder gerechtelijke bewaring zullen worden gesteld.

3.

De Staat moet zich door de rechter doen in het bezit stellen, en is, op straffe van schadevergoeding, gehouden de nalatenschap te laten verzegelen, en een boedelbeschrijving

te doen opmaken, in de vorm voor de aanvaarding van nalatenschappen onder het voorrecht van boedelbeschrijving vastgesteld.

Artikel 862
1.

De erfgenaam heeft een rechtsvordering tot verkrijging der erfenis tegen al degenen, die, hetzij onder die titel, of zonder titel, in het bezit zijn van de gehele nalatenschap, of van een gedeelte daarvan, mitsgaders tegen degenen, die met arglist hebben opgehouden te bezitten.

2.

Hij kan deze rechtsvordering instellen voor het geheel, indien hij alleen erfgenaam is, en voor zijn aandeel, zo er meer erfgenamen zijn.

3.

Die rechtsvordering strekt tot afgifte van al hetgeen zich, onder welke titel ook, in de nalatenschap bevindt, met de vruchten, inkomsten en schadeloosstelling, volgens de regelen, welke ten aanzien van de opvordering van eigendom zijn voorgeschreven.

Artikel 863

[vervallen]

Artikel 864

Ten einde als erfgenamen te kunnen optreden, moet men bestaan op het ogenblik dat de erfenis is opengevallen.

Artikel 865

Als onwaardig om erfgenamen te zijn worden beschouwd, en als zodanig van de erfenis uitgesloten:

Artikel 866

De erfgenaam, die uit hoofde van onwaardigheid van de erfenis is uitgesloten, is gehouden tot de teruggave van alle vruchten en inkomsten, waarvan hij sedert het openvallen der erfenis genot heeft gehad.

Artikel 867

Kinderen van een onwaardig verklaarde persoon, uit eigen hoofde tot de erfenis komende, zijn niet uitgesloten door de schuld van hun ouders; doch dezen zijn in geen geval bevoegd om van de goederen dier nalatenschap het vruchtgenot te vorderen, hetwelk de wet aan ouders op de goederen van hun kinderen toekent.

Artikel 868

Plaatsvervulling geeft aan de vertegenwoordigende persoon het recht om te treden in de plaats, in de graad en in de rechten van degene, die vertegenwoordigd wordt.

Artikel 869
1.

Plaatsvervulling heeft in de rechte nedergaande linie in het oneindige plaats.

2.

Dezelve wordt in alle gevallen toegelaten, hetzij de kinderen van de overledene tezamen tot de erfenis komen met de nakomelingen van een vooroverleden kind, hetzij, al de kinderen van de overledene vóór hem gestorven zijnde, de nakomelingen dier vooroverleden kinderen zich onderling in gelijke of ongelijke graden bestaan.

Artikel 870

Er bestaat geen plaatsvervulling ten opzichte van naastbestaanden in de opgaande linie. De naaste in ieder der beide liniën sluit te allen tijde degene uit, die in een verdere graad is.

Artikel 871

In de zijdlinie wordt de plaatsvervulling toegelaten ten voordele van kinderen en nakomelingen van des overledenen broeders en zusters, hetzij die gezamenlijk met hun ooms of moeien tot de nalatenschap komen, hetzij dat, na het vooroverlijden der broeders en zusters van de overledene, de erfenis overga tot derzelver nakomelingen, aan elkander in gelijke of in ongelijke graden bestaande.

Artikel 872

Plaatsvervulling wordt ook toegelaten in de erfopvolging van zijdmagen, wanneer nevens degene, die de erflater het naast in den bloede bestaat, er nog kinderen of afkomelingen aanwezig zijn van vooroverleden broeders of zusters van eerstgemelde.

Artikel 873

In al de gevallen, waarin plaatsvervulling wordt toegelaten, heeft de verdeling bij staken plaats; indien dezelfde staak verscheidene takken heeft voortgebracht, geschiedt de onderverdeling in iedere tak wederom bij staken, en onder de personen in dezelfde tak geschiedt de verdeling bij hoofden.

Artikel 874

Niemand kan voor een levende persoon bij plaatsvervulling optreden.

Artikel 875

Een kind ontleent niet van zijn ouders het recht om hen te vertegenwoordigen, en men kan zelfs degene vertegenwoordigen, wiens boedel men niet heeft willen aanvaarden.

Artikel 876

De wet slaat geen acht, noch op de aard, noch op de oorsprong der goederen, om de erfopvolging in dezelve te regelen.

Artikel 877
1.

Alle erfenissen, welke, hetzij geheel, hetzij voor een gedeelte, aan bloedverwanten in de opgaande of zijdlinie te beurt vallen, worden in twee gelijke delen gekloofd, waarvan het ene aan de nabestaanden in de vaderlijke, en het andere aan die in de moederlijke linie te beurt valt, behoudens de bepalingen in de artikelen 881, 882 en 886 voorkomende.

2.

De erfenis kan nimmer van de ene linie tot de andere overgaan, dan wanneer er in een der beide liniën, noch bloedverwant in de opgaande linie, noch zijdmaag gevonden wordt.

Artikel 878

Deze eerste verdeling tussen de vaderlijke en de moederlijke liniën daargesteld zijnde, heeft er geen verdere kloving tussen de onderscheiden takken plaats; maar de helft, aan iedere linie te beurt gevallen, behoort aan de erfgenaam, of de erfgenamen, welke de overledene het naast in graad bestaan, behoudens het geval van plaatsvervulling.

Afdeling Tweede. Van de orde der erfopvolging

Artikel 879
1.

De kinderen of hun afstammelingen erven van hun ouders, grootouders, of verdere bloedverwanten in de opgaande linie, zonder onderscheid van kunne of eerstgeboorte, en zelfs wanneer zij uit verschillende huwelijken verwekt zijn.

2.

Zij erven voor gelijke delen bij hoofden, wanneer zij allen in de eerste graad zijn, en uit eigen hoofde geroepen worden; zij erven bij staken, wanneer zij allen, of een gedeelte hunner, bij plaatsvervulling opkomen.

Artikel 879a

Voor zoveel betreft de nalatenschap van de vooroverleden echtgenoot wordt de langstlevende echtgenoot voor de toepassing der bepalingen van deze titel met een kind van de overledene gelijkgesteld.

Artikel 879b
1.

De langstlevende echtgenoot mag de inboedel tot zich nemen, tenzij hij tezamen erft met nakomelingen van de erflater die niet zijn eigen nakomelingen zijn.

2.

Voor zover deze inboedel behoort tot de nalatenschap van de erflater, komt de waarde daarvan alsdan in mindering van het erfdeel van die echtgenoot.

3.

Overtreft die waarde die van het erfdeel, dan moet het verschil aan de medeërfgenamen vooraf worden vergoed.

4.

In dit artikel wordt onder inboedel verstaan: alle roerende zaken, met uitzondering van geld, geldswaardige papieren, schepen, luchtvaartuigen en zaken die in de uitoefening van een beroep of bedrijf worden gebruikt.

Artikel 880
1.

Indien de overledene noch nakomelingen, noch echtgenoot, noch broeders of zusters achterlaten heeft,wordt de nalatenschap in twee gelijke delen tussen de bloedverwanten in de vaderlijke, en die in de moederlijke opgaande linie verdeeld, behoudens de bepaling van artikel 886.

2.

De naaste in graad in de opgaande linie bekomt de helft aan zijn linie behorende, met uitsluiting van alle anderen.

3.

Bloedverwanten in de opgaande linie, van dezelfde graad, erven bij hoofde.

Artikel 881
1.

Wanneer de vader en de moeder van een persoon, welke overleden is zonder nakomelingen en zonder echtgenoot na te laten, hem overleven, bekomt ieder hunner een derde gedeelte der nalatenschap, indien de verstorvene slechts één broeder of één zuster heeft achtergelaten, welke het overige derde gedeelte bekomt.

2.

De vader en de moeder erven ieder voor een vierde gedeelte, indien de overledene meerdere broeders of zusters heeft achtergelaten, en in dat geval vallen aan deze laatstgemelden de twee overige vierde gedeelten te beurt.

Artikel 882

Wanneer de vader of de moeder van iemand, overleden zonder nakomelingen en zonder echtgenoot na te laten, vóór hem gestorven is, zal de langstlevende de helft der nalatenschap bekomen, indien de overledene slechts één broeder of één zuster achterlaat; een derde, indien hij er twee achtergelaten heeft; en een vierde gedeelte, indien er meerdere broeders of zusters achtergebleven zijn. De overige delen vallen aan de broeders en zusters te beurt.

Artikel 883

Indien vader en moeder van een persoon, welke gestorven is zonder nakomelingen en zonder echtgenoot na te laten, vooroverleden zijn, worden de broeders en zusters tot de gehele erfenis geroepen.

Artikel 884

De verdeling van al hetgeen, volgens de bepalingen der hierboven staande artikelen, aan de broeders en de zusters toekomt, geschiedt onder hen in gelijke delen, indien zij allen van hetzelfde bed zijn; indien dit niet het geval is, wordt hetgeen zij erven in twee gelijke delen tussen de vaderlijke en de moederlijke liniën des overledenen verdeeld; de volle broeders en zusters bekomen hun deel in beide de liniën, en die van halven bedde slechts in de linie, tot welke zij behoren. Indien er niet dan halve broeders of zusters, van één kant slechts, zijn achtergebleven, bekomen zij de gehele nalatenschap, met uitsluiting van alle andere bloedverwanten in de andere linie.

Artikel 885
1.

Bij gebreke van broeders en zusters, en tevens van nabestaanden in een der beide opgaande liniën, komt de nalatenschap voor de ene helft aan de in leven zijnde bloedverwanten in de opgaande linie, en voor de wederhelft aan de zijdmagen in de andere linie, met uitzondering van het geval bij het volgende artikel vermeld.

2.

Bij gebreke van broeders en zusters en van nabestaanden in de beide opgaande liniën, worden in iedere zijdlinie de naaste bloedverwanten, ieder voor de helft, tot de erfenis geroepen.

3.

Indien er in dezelfde zijdlinie bloedverwanten van dezelfde graad gevonden worden, delen zij onder elkander bij hoofden, behoudens de bepaling van artikel 872.

Artikel 886

De langstlevende vader of moeder erft alleen de gehele nalatenschap van zijn kind, hetwelke zonder nakomelingen, echtgenoot, broeders of zusters na te laten overleden is.

Artikel 887

Onder de benaming van broeders en zusters, in deze afdeling voorkomende, worden steeds de afstammelingen van ieder hunner begrepen.

Artikel 888
1.

Bloedverwanten, welke de overledene verder dan in de zesde graad in de zijdlinie bestaan, erven niet.

2.

Indien in de ene linie geen bloedverwanten van de graad, waarin men erven kan, gevonden worden, bekomen de bloedverwanten in de andere linie de gehele erfenis.

Afdeling Derde. Van erfopvolging, wanneer er natuurlijke kinderen aanwezig zijn

Artikel 889

Vervallen

Artikel 890

Vervallen

Artikel 891

Vervallen

Artikel 892

Vervallen

Artikel 893

Vervallen

Artikel 894

Vervallen

Artikel 895

Vervallen

Artikel 896

Vervallen

Artikel 897

Vervallen

Artikel 898

Vervallen

Artikel 899

Vervallen

Artikel 900

Vervallen

Titel Twaalfde. Van uiterste willen

Afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Artikel 901
1.

De goederen, welke iemand bij zijn overlijden nalaat, behoren aan zijn wettelijke erfgenamen, voor zover hij daarover niet bij uiterste wil wettiglijk mocht hebben beschikt.

2.

Men kan geen afstand doen van een erfenis die nog niet opengevallen is, noch over een zodanige nalatenschap enig beding aangaan, zelfs niet met toestemming van degene over wiens nalatenschap gehandeld wordt, behoudens de bepalingen van artikel 146 van Boek 1.

Artikel 902

Een testament of uiterste wil is een akte, houdende de verklaring van hetgeen iemand wil dat na zijn dood zal geschieden, en welke akte door hem kan worden herroepen.

Artikel 903
1.

Uiterste wilsbeschikkingen ten aanzien van goederen zijn, of algemeen, of onder een algemene titel, of onder een bijzondere titel.

2.

Elk dezer beschikkingen, hetzij dezelve gedaan zij onder de benaming van erfstelling, hetzij onder de benaming van legaat, of onder elke andere benaming, zal kracht hebben, volgens de regelen bij deze titel voorgeschreven.

Artikel 904

Een uiterste wilsbeschikking ten voordele van de naaste bloedverwanten, of het naaste bloed van de erflater, zonder verdere aanduiding, wordt geacht te zijn gemaakt ten voordele van zijn door de wet geroepen erfgenamen.

Artikel 905

De uiterste wilsbeschikking ten voordele van de armen, zonder andere aanduiding, wordt geacht gemaakt te zijn ten behoeve van al de noodlijdenden, zonder onderscheid van godsdienst, welke in de plaats, alwaar de erfenis is opengevallen, door armeninrichtingen bedeeld worden.

Artikel 906
1.

De erfstellingen over de hand of fideï-commissaire substitutiën zijn verboden.

2.

Dienvolgens is, zelfs ten aanzien van de benoemde erfgenaam of legataris, nietig en van onwaarde elke beschikking, waarbij dezelve belast wordt de erfenis of het legaat te bewaren, en aan een derde, voor het geheel of voor een gedeelte, uit te keren.

Artikel 907

Van de bij het vorige artikel verboden erfstellingen over de hand zijn uitgezonderd die, welke bij de zevende en achtste afdeling van deze titel zijn toegelaten.

Artikel 908
1.

De bepaling waarbij een derde, of, bij diens vooroverlijden, al deszelfs kinderen, reeds geboren of die nog zullen worden geboren, zijn geroepen tot het geheel of tot een gedeelte van hetgeen de erfgenaam of legataris, bij zijn overlijden, van de erfenis of van het legaat onvervreemd of onverteerd zal overlaten, is geen verboden erfstelling over de hand.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.