Besluit rechtspositie korps politie BES

Type Amvb Bes
Publication 2026-04-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1
1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

2.

In dit besluit wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven levenspartner met wie de overleden niet gehuwde ambtenaar een gemeenschappelijke huishouding voerde. Slechts één persoon kan als levenspartner worden aangemerkt.

Hoofdstuk II. Aanstelling, beoordeling en bezoldiging

§ 1. Algemeen

Artikel 2

De hoofdstukken II en III van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES zijn niet van toepassing op de ambtenaar van politie, met dien verstande, dat het bepaalde bij of krachtens artikel 10 van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES inzake bevordering wel van toepassing is op de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie.

§ 2. Rangen

Artikel 3
1.

Voor de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de ambtenaar, bedoeld in artikel 5, eerste lid, eerste volzin, gelden de volgende hoofdrangen:

2.

Een in het eerste lid eerder genoemde hoofdrang is hoger dan een later genoemde hoofdrang.

3.

De volgende hoofdrangen zijn verbonden aan de volgende functies:

4.

Hij die is aangesteld als aspirant, heeft voor de duur dat hij praktijkstage volgt de hoofdrang die verbonden is aan de functie die hij tijdens die stage uitoefent.

5.

Onze Minister kan om redenen van dienstbelang functies die zijn gewaardeerd op bezoldigingsschaal 12, 13 of 14, aanwijzen waaraan, in afwijking van het bepaalde in het derde lid, onder g en h, de hoofdrang van commissaris is verbonden.

6.

In afwijking van het derde lid, onderdeel d, is de hoofdrang van brigadier voor de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak die krachtens artikel 15, vijfde lid, is bekleed met deze rang, verbonden aan functies die zijn gewaardeerd op bezoldigingsschaal 6 en 7.

Artikel 3a

Voor de vrijwillige ambtenaar van politie gelden de volgende hoofdrangen:

§ 3. Aanstellingseisen

Artikel 4
1.

Aanstelling van de ambtenaar van politie geschiedt in tijdelijke of vaste dienst.

2.

Aanstelling van de ambtenaar van politie, met uitzondering van de vrijwillige ambtenaar van politie, in tijdelijke dienst geschiedt voor bepaalde of onbepaalde tijd.

3.

Aanstelling van de vrijwillige ambtenaar van politie in tijdelijke dienst geschiedt voor bepaalde tijd.

Artikel 5
1.

De aanstelling van de aspirant geschiedt in tijdelijke dienst voor de duur dat de basisopleiding wordt gevolgd. De aanstelling van de vrijwillige ambtenaar in opleiding geschiedt in tijdelijke dienst voor de tijd dat de opleiding tot vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak wordt gevolgd

2.

Na het voltooien van de basisopleiding respectievelijk de opleiding van de vrijwillig ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak vindt aanstelling in tijdelijke dienst plaats als ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak onderscheidenlijk als vrijwillig ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak voor een proeftijd van zes maanden, zonodig in bijzondere gevallen op verzoek van betrokkene met zes maanden te verlengen en zonodig ambtshalve te verlengen met het deel van de proeftijd dat hij niet in actieve dienst was.

3.

[Vervallen].

4.

[vervallen].

5.

De ambtenaar van politie, bedoeld in het tweede lid, die de proeftijd volgens Onze Minister zonder bedenkingen heeft voltooid, wordt in vaste dienst aangesteld.

6.

In afwijking van het vijfde lid kan de aanstelling van de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die de proeftijd zonder bedenkingen heeft voltooid, in tijdelijke dienst plaatsvinden:

7.

Zodra de omstandigheid die leidde tot de aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het zesde lid, zich niet meer voordoet vindt zo mogelijk aanstelling in vaste dienst plaats.

8.

De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het zesde lid, onder a, kan niet langer duren dan vijf jaren.

9.

In het geval, bedoeld in het zesde lid, onder b, wordt in ieder geval aangenomen dat de omstandigheid die leidde tot de aanstelling in tijdelijke dienst, zich niet meer voordoet wanneer betrokkene twee jaar, zonder onderbreking van langer dan een maand, in politiedienst werkzaam is, waarvan laatstelijk ten minste één jaar in zijn huidige functie.

10.

Het negende lid geldt niet in die gevallen waarin vaststaat dat de werkzaamheden in de door betrokkene uitgeoefende functie binnen een jaar worden beëindigd.

Artikel 6
1.

De aanstelling van de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, kan in tijdelijke dienst voor bepaalde duur plaatsvinden:

2.

Zodra de omstandigheid die leidde tot de aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, zich niet meer voordoet vindt zo mogelijk aanstelling in vaste dienst plaats.

3.

De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, onder b, kan niet langer duren dan vijf jaren.

4.

In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder c en e, wordt in ieder geval aangenomen dat de omstandigheid die leidde tot de aanstelling in tijdelijke dienst, zich niet meer voordoet wanneer betrokkene twee jaar zonder onderbreking van langer dan een maand in politiedienst werkzaam is, waarvan laatstelijk ten minste één jaar in zijn huidige functie.

5.

Het vierde lid geldt niet in die gevallen waarin vaststaat dat de werkzaamheden in de door betrokkene uitgeoefende functie binnen een jaar worden beëindigd.

Artikel 7

Aanstelling of plaatsing in een functie vindt niet plaats van personen die op het tijdstip waarop de door Onze Minister voor die functie vastgestelde leeftijdsgrens, anders dan die genoemd in artikel 118, wordt bereikt, niet ten minste een ononderbroken diensttijd van drie jaren doorgebracht kunnen hebben in een dergelijke functie.

Artikel 8
1.

Voor een aanstelling als aspirant komt uitsluitend in aanmerking degene die:

2.

Voor een aanstelling als vrijwillige ambtenaar in opleiding aangesteld voor de uitvoering van de politietaak komt uitsluitend in aanmerking degene die voldoet aan het gestelde in het eerste lid, a tot en met d en f.

Artikel 8a

Voor een aanstelling als ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak komt uitsluitend in aanmerking degene die:

Artikel 8b

Voor de aanstelling als ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie komt in aanmerking degene die:

Artikel 8c

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.