Besluit rechtspositie korps politie BES
Hoofdstuk I. Algemeen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- b. [Vervallen]
- c. ambtenaar van politie: de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de aspirant, de vrijwillige ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de vrijwillige ambtenaar in opleiding en de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;
- d. aspirant: degene die toegelaten is tot de basisopleiding;
- e. ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, onder a, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met uitzondering van de aspirant;
- f. ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, onder b, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- f1. vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, onder c, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- f2. vrijwillige ambtenaar in opleiding: degene die door Onze Minister is benoemd tot vrijwillige ambtenaar in opleiding en die is toegelaten tot de opleiding tot vrijwillige ambtenaar van politie;
- f3. vrijwillige ambtenaar van politie: de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de vrijwillige ambtenaar in opleiding;
- g. volledige betrekking: een betrekking met een arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week;
- h. deelbetrekking: een betrekking met een arbeidstijd van gemiddeld minder dan 36 uur per week;
- i. bezoldiging: het loon van de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de aspirant en de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken met inachtneming van de bepalingen bij of krachtens het Bezoldigingsbesluit 1998 BES vastgesteld;
- j. bezoldigingsschaal: een als zodanig bij ministeriële regeling vastgestelde, van een volgnummer voorziene reeks van bedragen;
- k. bezoldigingstrede: elk afzonderlijk binnen een bezoldigingsschaal opgenomen bezoldigingsbedrag;
- l. detachering: een tijdelijke tewerkstelling elders dan bij het korps waar de ambtenaar van politie is geplaatst;
- m. plaats van tewerkstelling: het gebouw, het gebouwencomplex, het terrein of het vaartuig dat de ambtenaar van politie voor de normale uitoefening van zijn functie is aangewezen, en bij gebrek aan een dergelijke aanwijzing,het gebouw, het gebouwencomplex, het terrein of het vaartuig waar hij gewoonlijk zijn functie uitoefent;
- n. werkgebied: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
- o. functie: het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar in zijn ambt te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door Onze Minister uitdrukkelijk of impliciet is opgedragen;
- p. maximum-bezoldiging: het bedrag behorende bij de hoogste bezoldigingstrede van een bezoldigingsschaal, waarvan de volgnummeraanduiding uitsluitend uit een getal bestaat;
- q. levensfaseverlof: levensfaseverlof, bedoeld in artikel 37d;
- r. Sectorale Overlegcommissie BES: de Sectorale Overlegcommissie Bonaire, Sint Eustatius en Saba, genoemd in artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit overlegstelsel BES.
In dit besluit wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven levenspartner met wie de overleden niet gehuwde ambtenaar een gemeenschappelijke huishouding voerde. Slechts één persoon kan als levenspartner worden aangemerkt.
Hoofdstuk II. Aanstelling, beoordeling en bezoldiging
§ 1. Algemeen
Artikel 2
De hoofdstukken II en III van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES zijn niet van toepassing op de ambtenaar van politie, met dien verstande, dat het bepaalde bij of krachtens artikel 10 van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES inzake bevordering wel van toepassing is op de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie.
§ 2. Rangen
Artikel 3
Voor de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de ambtenaar, bedoeld in artikel 5, eerste lid, eerste volzin, gelden de volgende hoofdrangen:
- a. hoofdcommissaris;
- b. commissaris;
- c. hoofdinspecteur;
- d. inspecteur;
- e. hoofdagent;
- f. brigadier;
- g. agent;
- h. aspirant.
Een in het eerste lid eerder genoemde hoofdrang is hoger dan een later genoemde hoofdrang.
De volgende hoofdrangen zijn verbonden aan de volgende functies:
- a. [Vervallen]
- b. aspirant voor degene die is aangesteld om de opleiding tot agent of inspecteur te volgen, bezoldigingsschaal 4;
- c. agent voor functies die zijn gewaardeerd op bezoldigingsschaal 5 en 6;
- d. brigadier voor functies die zijn gewaardeerd op bezoldigingsschaal 7;
- e. hoofdagent voor functies die zijn gewaardeerd op bezoldigingsschaal 8;
- f. inspecteur voor functies die zijn gewaardeerd op bezoldigingsschaal 9, 10 en 11;
- g. hoofdinspecteur voor functies die zijn gewaardeerd op bezoldigingsschaal 12, 13 en 14;
- h. hoofdcommissaris en commissaris voor functies die zijn gewaardeerd op bezoldigingsschaal 15, 16 en 17.
Hij die is aangesteld als aspirant, heeft voor de duur dat hij praktijkstage volgt de hoofdrang die verbonden is aan de functie die hij tijdens die stage uitoefent.
Onze Minister kan om redenen van dienstbelang functies die zijn gewaardeerd op bezoldigingsschaal 12, 13 of 14, aanwijzen waaraan, in afwijking van het bepaalde in het derde lid, onder g en h, de hoofdrang van commissaris is verbonden.
In afwijking van het derde lid, onderdeel d, is de hoofdrang van brigadier voor de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak die krachtens artikel 15, vijfde lid, is bekleed met deze rang, verbonden aan functies die zijn gewaardeerd op bezoldigingsschaal 6 en 7.
Artikel 3a
Voor de vrijwillige ambtenaar van politie gelden de volgende hoofdrangen:
- a. aspirant voor degene die is aangesteld als vrijwillige ambtenaar in opleiding;
- b. agent voor de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak die is belast met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 74h, eerste en tweede lid;
- c. agent, brigadier, hoofdagent, inspecteur, hoofdsinspecteur of commissaris, voor de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak die is belast met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 74i.
§ 3. Aanstellingseisen
Artikel 4
Aanstelling van de ambtenaar van politie geschiedt in tijdelijke of vaste dienst.
Aanstelling van de ambtenaar van politie, met uitzondering van de vrijwillige ambtenaar van politie, in tijdelijke dienst geschiedt voor bepaalde of onbepaalde tijd.
Aanstelling van de vrijwillige ambtenaar van politie in tijdelijke dienst geschiedt voor bepaalde tijd.
Artikel 5
De aanstelling van de aspirant geschiedt in tijdelijke dienst voor de duur dat de basisopleiding wordt gevolgd. De aanstelling van de vrijwillige ambtenaar in opleiding geschiedt in tijdelijke dienst voor de tijd dat de opleiding tot vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak wordt gevolgd
Na het voltooien van de basisopleiding respectievelijk de opleiding van de vrijwillig ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak vindt aanstelling in tijdelijke dienst plaats als ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak onderscheidenlijk als vrijwillig ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak voor een proeftijd van zes maanden, zonodig in bijzondere gevallen op verzoek van betrokkene met zes maanden te verlengen en zonodig ambtshalve te verlengen met het deel van de proeftijd dat hij niet in actieve dienst was.
[Vervallen].
[vervallen].
De ambtenaar van politie, bedoeld in het tweede lid, die de proeftijd volgens Onze Minister zonder bedenkingen heeft voltooid, wordt in vaste dienst aangesteld.
In afwijking van het vijfde lid kan de aanstelling van de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die de proeftijd zonder bedenkingen heeft voltooid, in tijdelijke dienst plaatsvinden:
- a. ter vervanging van een wegens ziekte of uit anderen hoofde afwezige ambtenaar van politie;
- b. ter uitvoering van werkzaamheden met een kennelijk tijdelijk karakter.
Zodra de omstandigheid die leidde tot de aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het zesde lid, zich niet meer voordoet vindt zo mogelijk aanstelling in vaste dienst plaats.
De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het zesde lid, onder a, kan niet langer duren dan vijf jaren.
In het geval, bedoeld in het zesde lid, onder b, wordt in ieder geval aangenomen dat de omstandigheid die leidde tot de aanstelling in tijdelijke dienst, zich niet meer voordoet wanneer betrokkene twee jaar, zonder onderbreking van langer dan een maand, in politiedienst werkzaam is, waarvan laatstelijk ten minste één jaar in zijn huidige functie.
Het negende lid geldt niet in die gevallen waarin vaststaat dat de werkzaamheden in de door betrokkene uitgeoefende functie binnen een jaar worden beëindigd.
Artikel 6
De aanstelling van de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, kan in tijdelijke dienst voor bepaalde duur plaatsvinden:
- a. voor een proeftijd van één jaar, zonodig in bijzondere gevallen op verzoek van betrokkene met één jaar te verlengen en zonodig ambtshalve te verlengen met het deel van de proeftijd dat hij niet in actieve dienst was;
- b. ter vervanging van een wegens ziekte of uit anderen hoofde afwezige ambtenaar van politie;
- c. ter uitvoering van werkzaamheden met een kennelijk tijdelijk karakter;
- d. indien betrokkene in dienst wordt genomen als leerling ter opleiding tot een functie binnen de politiedienst dan wel in verband met zijn verdere praktische opleiding of vorming;
- e. indien een wijziging in de taak van betrokkene of het politiedienst-onderdeel is voorgenomen.
Zodra de omstandigheid die leidde tot de aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, zich niet meer voordoet vindt zo mogelijk aanstelling in vaste dienst plaats.
De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, onder b, kan niet langer duren dan vijf jaren.
In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder c en e, wordt in ieder geval aangenomen dat de omstandigheid die leidde tot de aanstelling in tijdelijke dienst, zich niet meer voordoet wanneer betrokkene twee jaar zonder onderbreking van langer dan een maand in politiedienst werkzaam is, waarvan laatstelijk ten minste één jaar in zijn huidige functie.
Het vierde lid geldt niet in die gevallen waarin vaststaat dat de werkzaamheden in de door betrokkene uitgeoefende functie binnen een jaar worden beëindigd.
Artikel 7
Aanstelling of plaatsing in een functie vindt niet plaats van personen die op het tijdstip waarop de door Onze Minister voor die functie vastgestelde leeftijdsgrens, anders dan die genoemd in artikel 118, wordt bereikt, niet ten minste een ononderbroken diensttijd van drie jaren doorgebracht kunnen hebben in een dergelijke functie.
Artikel 8
Voor een aanstelling als aspirant komt uitsluitend in aanmerking degene die:
- a. de Nederlandse nationaliteit bezit;
- b. voldoet aan de eisen betreffende het geneeskundig en psychologisch onderzoek;
- c. ten minste de leeftijd van 17 jaar heeft;
- d. voldoet aan de eisen met betrekking tot het opleidingsniveau;
- e. op het moment van zijn aanstelling in het bezit is van het rijbewijs B of dit binnen twee jaar na zijn aanstelling behaalt.
- f. voldoet aan de bij het geschiktheidsonderzoek gestelde eisen.
Voor een aanstelling als vrijwillige ambtenaar in opleiding aangesteld voor de uitvoering van de politietaak komt uitsluitend in aanmerking degene die voldoet aan het gestelde in het eerste lid, a tot en met d en f.
Artikel 8a
Voor een aanstelling als ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak komt uitsluitend in aanmerking degene die:
- a. de Nederlandse nationaliteit bezit;
- b. ten minste de leeftijd van 18 jaar heeft;
- c. voldoet aan de eisen met betrekking tot het opleidingsniveau;
- d. voldoet aan de eisen betreffende het geneeskundig en psychologisch onderzoek.
Artikel 8b
Voor de aanstelling als ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie komt in aanmerking degene die:
- a. de Nederlandse nationaliteit bezit;
- b. ten minste de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt;
- c. voldoet aan de gestelde eisen met betrekking tot het opleidingsniveau;
- d. voldoet aan de eisen betreffende het geneeskundig onderzoek;
- e. voldoet aan de eisen betreffende het psychologisch onderzoek, indien daaraan naar het oordeel van Onze Minister behoefte bestaat;
- f. voldoet aan de overige door Onze Minister te stellen eisen die specifiek gerelateerd zijn aan de te vervullen functie binnen het politiekorps.
Artikel 8c
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.