Voorschottenregeling BES

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.

Artikel 1

Aan personen, die ten laste van de Staat inkomsten genieten kunnen door het bevoegd gezag in de na te noemen gevallen voorschotten worden verleend:

Artikel 2
1.

Het bedrag van het voorschot, bedoeld in artikel 1 onder a, b, d, e en f en de wijze van terugbetaling daarvan worden in ieder voorkomend geval door het bevoegd gezag vastgesteld.

2.

Het voorschot, bedoeld in artikel 1 onder c, bedraagt hetgeen voor de overtochtskosten nodig is volgens geldende tarieven of speciale overeenkomsten, doch niet meer dan het passagegeld rechtstreeks naar het Europese deel van Nederland of terug dat te voldoen zou zijn geweest aan een maatschappij, indien van overheidswege overtocht zou zijn verleend, behoudens in de gevallen, waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag, aanleiding bestaat een hoger bedrag als voorschot te verlenen. De terugbetaling van deze voorschotten geschiedt – behoudens het hierna bepaalde – door inhouding op de inkomsten van de schuldenaar in twintig gelijke achtereenvolgende maandelijkse termijnen, aanvangende over de derde maand na het vertrek der vooruitgezonden gezinsleden. Wanneer de persoon aan wie het voorschot is verleend zelf de reis naar het Europese deel van Nederland of het buitenland of omgekeerd onderneemt, wordt hetgeen dan nog van het voorschot verschuldigd is, verrekend met de aan hem uit te betalen gelden. Is het voorschot met die verrekening nog niet geheel afgelost, dan geschiedt de verdere terugbetaling van het niet afgeloste gedeelte door inhouding van 10 ten honderd op de bezoldiging (verlofs- en non-activiteitsbezoldiging daaronder begrepen) of het wachtgeld van de schuldenaar tot de schuld is voldaan.

Artikel 3
1.

Op de krachtens artikel 1 onder a en f verleende voorschotten is een rente van acht ten honderd 's jaars verschuldigd.

2.

Op de krachtens artikel 1 onder c verleende voorschotten is tot het tijdstip, dat het gezinshoofd de reis heeft aanvaard een rente van acht ten honderd 's jaars verschuldigd, tenzij het voorschot wordt verleend ter voldoening van overtochtskosten van leden van het gezin van de ambtenaar, die door hem worden vooruitgezonden op een tijdstip waarop hij zelf recht heeft op vrije overtocht, doch daarvan geen gebruik kan maken omdat hem is medegedeeld, dat het met de belangen van de dienst onverenigbaar is hem op bedoeld tijdstip buitenlands verlof te verlenen.

3.

Indien aan een ambtenaar een voorschot krachtens artikel 1 onder c is verleend en betrokkene wordt medegedeeld, dat het met de belangen van de dienst onverenigbaar is hem met ingang van de door hem verzochte datum buitenlands verlof te verlenen, is, met ingang van de eerste van de maand volgende op die waarin de ambtenaar met verlof wenste te vertrekken, op het verleende voorschot geen rente meer verschuldigd.

4.

Indien aan een ambtenaar een voorschot krachtens artikel 1 onder d is verleend en betrokkene niet binnen 3 maanden na de datum van ingang van de overplaatsing of van afloop van de detachering een verzoek tot toekenning van een vergoeding voor de verhuizing, onderscheidenlijk een verzoek tot vaststelling van het bedrag der detacheringstoelage heeft ingediend, is met ingang van de eerste dag van de maand na het verstrijken van bedoeld 3-maandelijks tijdvak op het verleende voorschot een rente van acht ten honderd 's jaars verschuldigd.

5.

Indien het aan de ambtenaar krachtens artikel 1 onder d verleende voorschot meer blijkt te bedragen dan de hem toegekende vergoeding voor de verhuizing of dan de hem toegekende detacheringstoelage is met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die, waarin de toekenning heeft plaats gehad op dat gedeelte van het voorschot een rente van acht ten honderd 's jaars verschuldigd.

6.

De wijze van betaling van de in de vorige leden bedoelde rente wordt door het bevoegd gezag bij de toekenning van het voorschot bepaald.

Artikel 4

[vervallen]

Artikel 5

Aan personen, die met een dienstopdracht in Europa verblijven kunnen door het bevoegd gezag renteloze voorschotten worden verleend op de hen toe te kennen vergoeding voor reis- en verblijfkosten, welke voorschotten geheel in de Staatskas, dienen te worden teruggestort bij de uitbetaling van het aan betrokkenen toekomende bedrag wegens reis- en, verblijfkosten.

Artikel 6

Deze regeling berust op artikel 2a van het Bezoldigingsbesluit 1998 BES.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Voorschottenregeling BES.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.