Huishoudelijk reglement penitentiaire inrichtingen BES
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In.deze regeling wordt verstaan onder:
- a. gesticht: de huizen van bewaring en de gevangenissen in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- b. directeur: de lokatie-directeur van een gesticht en bij diens afwezigheid, degene die hem vervangt;
- c. gedetineerde: de persoon ingesloten in een gesticht.
Deze regeling berust op de artikelen 13, 19, 21, 26, 28, 29, 38 en 39 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES en de artikelen 4, 4a en 19 van de Gevangenismaatregel 1999 BES.
§ 2. De opneming van een gedetineerde in het gesticht.
Artikel 2
De opneming van gedetineerden in een gesticht kan te allen tijde geschieden met dien verstande dat zij slechts bij uitzondering naar een gesticht overgebracht zullen worden voor 8.00 uur en na 22.00 uur.
Artikel 3
Na binnenkomst van een gedetineerde doet de directeur de bescheiden of last tot insluiting onverwijld onderzoeken.
Zijn de documenten in orde bevonden dan wordt de gedetineerde ingeschreven in het gedetineerdenregister.
In het gedetineerdenregister wordt tevens aantekening gemaakt van de door de gedetineerde opgegeven persoon of instantie die van bijzondere voorvallen die hem raken, in kennis gesteld kan worden.
De gedetineerde kan bij opneming of op een later tijdstip aangeven of en zo ja met welke geestelijke raadsman hij in contact wenst te treden. Betreft de opgave een niet aan het gesticht verbonden geestelijk raadsman dan beslist de directeur omtrent diens toelating. Toelating kan door de directeur worden geweigerd, indien de veiligheid, orde of goede gang van zaken in het gesticht daartoe, naar zijn oordeel, bepaaldelijk aanleiding geeft.
Artikel 4
Van de bij opneming of op een later tijdstip aangetroffen en in bewaring genomen gelden, waardepapieren en andere goederen, die de gedetineerde niet onder zijn berusting mag houden, wordt aantekening gemaakt in het bewaarnemingsregister. De gedetineerde dient, zo mogelijk, voor akkoord te tekenen.
In bewaring genomen geld wordt geboekt op de post ‘Eigen geld’ van de rekening bedoeld in artikel 9.
Waardepapieren en andere goederen doet de directeur verzegeld opbergen in de door hem aangewezen ruimte in het gesticht, tenzij dezen met schriftelijke toestemming van de gedetineerde en voor zijn rekening aan een door hem opgegeven derde worden afgestaan.
In bewaring genomen waardepapieren en andere goederen worden de gedetineerde, onverminderd artikel 20, bij zijn invrijheidstelling teruggegeven tegen getekend bewijs van ontvangst.
Artikel 5
Zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen 24 uren na opneming, wordt de gedetineerde geïnformeerd omtrent de Gevangenismaatregel 1999 BES, deze regeling en de overige dienstberichten en regelingen die voor hem van belang zijn.
Indien de gedetineerde de Nederlandse taal niet machtig is wordt hem een informatie-brochure over de Gevangenismaatregel 1999 BES en deze regeling verstrekt in een taal die hij wel begrijpt, voor zover het betreft Papiaments, Engels en Spaans.
Indien de gedetineerde ook de talen genoemd in het tweede lid, niet verstaat, wordt door de directeur naar een oplossing gezocht die zoveel mogelijk strookt met het eerste lid.
§ 3. Wijze van tenuitvoerlegging van de detentie
Artikel 6
De tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in een gesticht vindt als regel plaats in gemeenschap.
De directeur kan de gedetineerde op zijn verzoek dan wel ambtshalve de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel in afzondering laten ondergaan indien de veiligheid, orde of goede gang van zaken in het gesticht daartoe, naar zijn oordeel, bepaaldelijk aanleiding geeft.
Indien de directeur ambtshalve besluit de gedetineerde de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel in afzondering te laten ondergaan, dan wel indien hij een daartoe strekkend verzoek van de gedetineerde afwijst, geschiedt dat schriftelijk en met redenen omkleed. Daarbij wijst hij de gedetineerde op de mogelijkheid van beklag bedoeld in artikel 40 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES.
§ 4. Persoonlijke verzorging
Artikel 7
De gedetineerde is verplicht de hem toegewezen woon- en slaapruimte, met de zich daarin bevindende voorwerpen, in zindelijke staat te houden.
Artikel 8
De directeur doet, zo vaak als redelijkerwijs nodig, aan de gedetineerde verstrekken: zeep, tandpasta, een tandenborstel, toiletpapier, eet- en drinkgerei, een hoofdkussen, een matras, een deken en een laken tegen getekend bewijs van ontvangst.
De directeur kan nadere voorschriften vaststellen omtrent het verstrekken en het gebruik van de goederen bedoeld in het eerste lid.
§ 5. Beheer en besteedbaarheid geldelijke middelen gedetineerde
Artikel 9
Het beheer van de rekening-courant van de gedetineerde, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Gevangenismaatregel 1999 BES, berust bij de directeur of een door deze aangewezen gestichtsmedewerker.
De directeur dan wel de gestichtsmedewerker bedoeld in het eerste lid, doet van het beheer rekening en verantwoording aan de gedetineerde bij diens invrijheidstelling.
Artikel 10
Het door de gedetineerde in een kalendermaand met arbeid verdiende bedrag bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Gevangenismaatregel 1999 BES, wordt uiterlijk op de zevende dag van de volgende kalendermaand geboekt op de rekening bedoeld in artikel 9, met inachtneming van artikel 21, tweede lid, van de Gevangenismaatregel 1999 BES.
Artikel 11
(vervallen)
Artikel 12
De gelden geboekt als ‘Eigen geld’ op de rekening bedoeld in artikel 9, staan niet ter beschikking van de gedetineerde, tenzij bij of krachtens de Wet beginselen gevangeniswezen BES anders is bepaald.
De door de gedetineerde in een kalendermaand van derden ontvangen gelden bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Gevangenismaatregel 1999 BES, doet de directeur uiterlijk de zevende dag van de volgende kalendermaand overboeken van de post ‘Eigen geld’ naar de post ‘Zakgeld’ van de rekening bedoeld in artikel 9. Bij zijn invrijheidstelling worden de resterende gelden hem meegegeven tegen ondertekend bewijs van ontvangst.
Indien de gedetineerde in een kalendermaand meer geld van derden ontvangt dan het maximaal toegestane bedrag bedoeld in artikel 23 van de Gevangenismaatregel 1999 BES, wordt het meerdere aan de afzender geretourneerd. Is zulks niet mogelijk, dan wordt het meerdere apart bewaard op een door de directeur aangewezen plaats om de daarop volgende maand of maanden met in achtneming van evengenoemd artikel 23 te worden geboekt als ‘Eigen geld’.
Artikel 13
De gelden geboekt als ‘Zakgeld’ op de rekening bedoeld in artikel 9, staan ter beschikking van de gedetineerde voor de aankoop van kantine-artikelen alsmede voor andere doeleinden. Bij zijn invrijheidstelling worden de resterende gelden hem meegegeven tegen getekend bewijs van ontvangst.
Door de directeur kan het worden verboden om de gelden geboekt als ‘Zakgeld’ te gebruiken voor een bepaald doel indien dat naar zijn oordeel is vereist in het belang van de veiligheid, orde of goede gang van zaken in het gesticht, de voorkoming of opsporing van strafbare feiten, dan wel het tegengaan van vluchtgevaar.
Artikel 14
De gelden geboekt als ‘Uitgaanskas’ op de rekening bedoeld in artikel 9, staan niet ter beschikking van de gedetineerde, tenzij bij of krachtens de Wet beginselen gevangeniswezen BES anders is bepaald.
De gelden bedoeld in het eerste lid, doet de directeur bij de invrijheidstelling van de gedetineerde:
- a. aan hem meegeven tegen getekend bewijs van ontvangst. In overleg met de gedetineerde kan de directeur het bedrag doen verminderen met het nodige reisgeld; of
- b. indien dit met het oog op de reclassering of anderszins wenselijk is, op met redenen omkleed advies van de maatschappelijk hulpverlener van het gesticht, geheel of gedeeltelijk overmaken aan een autoriteit, instelling of persoon om door deze in eens of in termijnen aan de gedetineerde te worden verstrekt.
Artikel 15
Op verzoek van de gedetineerde besteed of verzonden geld doet de directeur afboeken van de post ‘Zakgeld’ van de rekening bedoeld in artikel 9. Kosten in verband met medisch onderzoek of medische behandeling kunnen voor zover nodig ook worden afgeboekt van de post ‘Eigen geld’. De gedetineerde dient, zo mogelijk, voor akkoord te tekenen.
§ 6. Werktijden, arbeidsduur en arbeidsloon
Artikel 16
De werktijd voor de gedetineerde ligt tussen 06.00 uur en 19.00 uur, met dien verstande dat de directeur voor gedetineerden die huisdienst verrichten in het gesticht afwijkende werktijden kan vaststellen.
De arbeidsduur voor de gedetineerde bedraagt ten hoogste 8 uur per dag en ten hoogste 40 uur per week.
In bijzondere gevallen kan de directeur afwijken van de arbeidsduur bedoeld in het tweede lid. In dat geval mag de arbeidsduur maximaal 10 uren per dag en maximaal 50 uren per week bedragen, met dien verstande dat deze nooit meer dan 160 uren per maand kan bedragen.
De arbeid wordt onderbroken door een pauze in de loop van de ochtend, middag en, voor zover van toepassing, avond van telkens tenminste één kwartier, met dien verstande dat de pauze voor de middag- en, voor zover van toepassing, avondmaaltijd ten tenminste 45 minuten bedraagt.
Artikel 17
Op zater-, zon- en feestdagen wordt geen arbeid verricht, tenzij het betreft gedetineerden die huisdienst verrichten in het gesticht.
Indien de gedetineerde uit hoofde van zijn levensovertuiging de wekelijkse rustdag op een andere dag dan zater- of zondag wenst te houden, wordt door de directeur met die wens, voorzover dat redelijkerwijs mogelijk is, rekening gehouden.
Artikel 18
De gedetineerde die arbeid verricht, ontvangt voor ieder vol uur daadwerkelijk
- –. verrichte arbeid van eenvoudige aard: netto USD 0,70;
- –. verrichte gespecialiseerde arbeid: netto USD 1,12.
Op zater-, zon- of feestdagen ontvangt de gedetineerde voor ieder vol uur daadwerkelijk verrichte arbeid naast het netto bedrag bedoeld in het eerste lid, een netto toeslag van 50% van dat bedrag.
Artikel 19
Van het aantal volle uren dat de gedetineerde op die dag arbeid heeft verricht, doet de directeur aantekening houden in het arbeidsregister van het gesticht.
Tevens wordt in het arbeidsregister aantekening gemaakt van het voor de gedetineerde toepasselijke netto uur bedrag bedoeld in artikel 18.
§ 7. Ontvangst, bezit en verzenden van goederen, anders dan gelden, tijdens het verblijf in het gesticht.
Artikel 20
Van het op verzoek van de gedetineerde verzenden van goederen doet de directeur aantekening maken in het bewaarnemingsregister bedoeld in artikel 4. De gedetineerde dient, zo mogelijk voor akkoord te tekenen.
Op de inbewaarneming van ten behoeve van de gedetineerde ontvangen goederen die hij niet onder zijn berusting mag houden, en de teruggave daarvan bij zijn invrijheidstelling is artikel 4 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21
Indien de gedetineerde bij de opneming medicamenten bij zich heeft of in een later stadium voorgeschreven krijgt, beslist de directeur, na overleg met de aan het gesticht verbonden arts, of hij deze medicamenten onder zijn berusting mag hebben.
Indien het de gedetineerde niet wordt toegestaan de medicamenten onder zijn berusting te hebben, wordt er door de directeur zorg voor gedragen dat de medicamenten verstrekt worden conform de medische aanwijzingen.
Het is een gedetineerde verboden om medicijnen op een andere wijze te gebruiken dan is voorgeschreven.
Artikel 22
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.