Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 oktober 2010, nr. 2010-0000641889, houdende nadere regels met betrekking tot de dienst- en werktijden van de ambtenaren van het brandweerkorps BES en daarmee samenhangende toelagen (Dienst- en werktijdenregeling brandweerkorps BES)

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2010-10-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4, 8, 9, 10 en 12 van het Dienst- en werktijdenbesluit brandweerkorps BES en artikel 13 van het Besluit rechtspositie vrijwillige brandweerambtenaren BES;

Besluit:

Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Dienstrooster

Artikel 2

Wijziging van een voor de ambtenaar geldend dienstrooster kan, behoudens het bepaalde in de artikelen 6 en 7 van deze regeling en de artikelen 5 en 6 van het besluit slechts geschieden op verzoek van de ambtenaar of om dringende redenen van dienstbelang waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van de ambtenaar. Een wijziging uit dienstbelang dient behoudens bijzondere omstandigheden, uiterlijk tweemaal 12 uren vóór de aanvang van de te verrichten dienst ter kennis van de ambtenaar te zijn gebracht.

Artikel 3
1.

Voor de ambtenaar die niet in wachtdienst werkzaam is, geldt dat de dienst nadat maximaal vijf uren werk is verricht, door een pauze van een uur wordt onderbroken, gedurende welke de ambtenaar in de gelegenheid wordt gesteld naar behoren zijn maaltijd te nuttigen. Indien om dringende redenen van dienstbelang de werktijd niet door een pauze zoals voornoemd kan worden onderbroken, wordt in ieder geval aan de ambtenaar gelegenheid gegeven zijn maaltijd te nuttigen gedurende maximaal 10 minuten. De werktijd van de ambtenaar wordt in het laatstbedoelde geval op die dag verminderd met een aaneengesloten tijd van 1 uur.

2.

Voor de ambtenaar, werkzaam in wachtdienst, geldt dat de diensturen aaneengesloten zijn en dat zij, nadat maximaal vijf diensturen zijn verricht door een pauze worden onderbroken, gedurende welke de ambtenaar in de gelegenheid wordt gesteld naar behoren zijn maaltijd te nuttigen, als de omstandigheden voortvloeiende uit repressief optreden dit toelaten. De pauzes worden aangemerkt als wachturen.

Rustdagen

Artikel 4

Indien voor de ambtenaar, die niet in wachtdienst werkzaam is, het dienstbelang zich verzet tegen toekenning van een rustdag, dan mag deze worden verschoven; in de regel zal het voornemen daartoe tenminste tweemaal 24 uren vóór de aanvang daarvan aan de ambtenaar worden bekend gemaakt. In dit geval wordt de rustdag zo spoedig mogelijk daarna toegekend, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van de ambtenaar.

Artikel 5

Een rustdag voor de ambtenaar in wachtdienst is een roostervrije dag van 24 aaneengesloten uren.

Artikel 6
1.

Een extra rustdag, als bedoeld in artikel 5 van het besluit, is gelijk aan acht arbeidsuren.

2.

Voor de ambtenaar die niet het gehele jaar dienst heeft verricht, wegens onder meer vrijstelling van dienst wegens ziekte, worden de extra rustdagen als bedoeld in artikel 5 van het besluit verminderd met een gelijk aantal extra rustdagen die aan deze ambtenaar zou worden toegekend, indien hij in voornoemde periode dienst had verricht.

Artikel 7
1.

Op de ambtenaar die overgeplaatst wordt naar een functie waar hij in wachtdienst werkzaam zal zijn, wordt vanaf de dag der overplaatsing een tegoed aan extra rustdagen toegekend gelijk aan het aantal in dat jaar nog komende feestdagen waarbij rekening wordt gehouden met het bepaalde in artikel 6, tweede lid, dat hierop van toepassing is.

2.

Op de ambtenaar die in de loop van een kalenderjaar overgeplaatst wordt naar een functie waar hij niet in wachtdienst werkzaam zal zijn, is vanaf de dag van de overplaatsing het bepaalde in artikel 4 van het besluit van toepassing, echter wordt aan hem alsnog verleend een tegoed van een aantal extra rustdagen gelijk aan het aantal nog niet door hem als extra rustdag genoten feestdagen.

3.

Aan het begin van een kalenderjaar wordt voor de ambtenaar in wachtdienst op de dienstroosters een tegoed aan extra rustdagen opgebracht, gelijk aan het aantal in dat jaar aan de ambtenaar, niet in wachtdienst werkzaam, te verlenen feestdagen. De verlening van de extra rustdagen dient gelijkmatig over het gehele jaar te worden verspreid. De extra rustdagen dienen op straffe van verval in het desbetreffende kalenderjaar te worden opgenomen, tenzij het niet opnemen van deze dagen het gevolg is van het toedoen van degene die bevoegd is om toestemming te verlenen voor het opnemen van deze rustdagen.

4.

Aan de ambtenaar die met vakantie, vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden van twee maanden of langer of de dienst verlaat, wordt – onder aftrek van de reeds verleende en ingevolge artikel 6, tweede lid, in mindering gebrachte dagen – voorafgaande daaraan een aantal extra rustdagen verleend gelijk aan het aantal in dat jaar reeds verschenen feestdagen.

5.

Aan de in het vorige lid bedoelde ambtenaar worden echter geen extra rustdagen verleend voor de in dat jaar nog komende feestdagen die – voor zover te voorzien – binnen dat verlof of deze vrijstelling van dienst wegens buitengewone omstandigheden of na ontslag, vallen.

6.

Aan de ambtenaar die aan het begin van een kalenderjaar niet werkzaam is, wordt na aanvang van zijn werkzaamheden een tegoed aan extra rustdagen toegekend, verminderd met de in dat jaar reeds verschenen feestdagen.

7.

Aan de ambtenaar die in het lopende kalenderjaar geen tegoed meer heeft aan extra rustdagen worden – ingeval op hem artikel 6, tweede lid inzake vermindering van tegoed aan extra rustdagen van toepassing is – niet op andere wijze rustdagen in mindering gebracht.

Paraatheidstoelage

Artikel 8
1.

In beginsel wordt het ter beschikking zijn, als bedoeld in artikel 7 van het besluit, vergoed door toekenning door de lokaal commandant van vrije tijd, mits deze vrije tijd kan worden genoten in de maand waarin de ambtenaar paraat was of in de daaropvolgende maand. De paraatheidstoelage bedoeld in de vorige zin wordt maandelijks vergoed naar reden van het bedrag, genoemd in de bijlage, omgerekend in uren. Voornoemde uren worden genoten ongeacht het aantal dagen waarop de ambtenaar paraat was.

2.

Indien de in het eerste lid genoemde paraat-uren vanwege het dienstbelang niet in vrije tijd kunnen worden vergoed, ontvangt de ambtenaar een toelage ter hoogte van het bedrag, genoemd in de bijlage. Voornoemde toelage wordt genoten in de maand waarin de ambtenaar paraat was of in de daaropvolgende maand.

3.

De tijdens paraatheidsdienst gemaakte werkuren komen in aanmerking voor overwerkvergoeding overeenkomstig artikel 27 van de Wet materieel ambtenarenrecht BES. Voor deze werkuren, komt de aanspraak op paraatheidvergoeding te vervallen.

4.

Op de ambtenaar die door de lokaal commandant is aangewezen paraatheidsdienst te verrichten, rust de verplichting, om bij een gegeven alarm, zich binnen vijftien minuten op de werkplaats te melden.

5.

De ambtenaar verricht zijn paraatheidsdienst met inachtneming van de door de lokaal commandant vastgestelde instructie.

6.

De lokaal commandant en de ondercommandanten van het brandweerkorps verrichten bij toerbeurt zogenaamde paraatheidsdienst en ontvangen hiervoor een vergoeding als bedoeld in het eerste lid.

7.

De ambtenaar genoemd in artikel 7 van het besluit ontvangt geen paraatheidstoelage gedurende de tijd dat:

8.

Onze Minister kan bepalen dat de paraatheidstoelage zal worden toegekend naar ratio van de daadwerkelijke uren waarop de ambtenaar paraat is geweest, met dien verstande dat dit de overheid niet meer mag kosten dan de huidige regeling opgenomen in het eerste en tweede lid.

Artikel 9
1.

In geval van buitengewone omstandigheden kan door de lokaal commandant aan de ambtenaren worden opgedragen dat zij zich gedurende een bepaalde tijd boven de voor hen vastgestelde werktijd ter beschikking van het brandweerkorps dienen te houden in hun woning dan wel in een dienstgebouw of een andere daartoe aangewezen lokaliteit of plaats.

2.

Voor de in het eerste lid bedoelde tijd wordt een vergoeding toegekend van tweemaal de vergoeding, bedoeld in artikel 8, eerste lid.

3.

De in de bovenomschreven tijd gemaakte werkuren komen in aanmerking voor overwerkvergoeding overeenkomstig het in artikel 27 van de Wet materieel ambtenarenrecht BES bepaalde voor dienst op een roostervrije dag. De vergoeding ingevolge het tweede lid komt voor deze tijd te vervallen.

Continudiensttoelage

Artikel 10
1.

De ambtenaar die niet in vol- dan wel halfcontinudienst werkzaam is, wordt, ingeval hij tijdelijk in een werkrooster als bedoeld in artikel 8 van het besluit wordt ingedeeld, voor de duur van die indeling geacht in vol- dan wel halfcontinudienst werkzaam te zijn.

2.

De hoogte van de continudiensttoelage in geval van volcontinudienst en halfcontinudienst is vastgesteld in debijlage.

3.

De in het eerste lid bedoelde ambtenaar ontvangt voor de duur van de tijdelijke indeling de continudiensttoelage als bedoeld in het vorige lid naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in vol- dan wel halfcontinudienst werkzaam is geweest.

4.

Artikel 8, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die in aanmerking komt voor een continudiensttoelage.

Artikel 11
1.

De hoogte van de meerurentoelage is vastgesteld in de bijlage.

2.

De meerurentoelage is herleid aan de hand van de dienst- en werktijden. Ingevolge artikel 1, onderdelen c, d en e, van het besluit zijn aan de onderscheidene type diensturen verschillende waarderingsfaktoren verbonden waarbij tevens voor het volgens rooster verrichten van dienst op zondagen en zaterdagen, voor de onderscheidene diensturen daarenboven respectievelijk een waarderingsfaktor van 200% en 150% wordt toegekend.

3.

Artikel 8, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die in aanmerking komt voor een meerurentoelage.

4.

De ambtenaar die niet in de wachtdienst werkzaam is en tijdelijk wordt ingedeeld in wachtdienst ontvangt, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens artikel 9 van het besluit, naar evenredigheid een toelage als bedoeld in lid 1.

Vakantie en snipperdagen en vrijstelling van dienst in verband met bijzondere omstandigheden ambtenaar in wachtdienst

Artikel 12
1.

Aan de ambtenaar wordt een gelijk aantal arbeidsuren vakantie verleend als het aantal vakantie-uren waarop hij ingevolge het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES, aanspraak heeft.

2.

Per vestiging kunnen afspraken worden gemaakt over het verlenen van vakantiedagen, met inachtneming van het eerste lid en het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES.

3.

Vakantie- en snipperdagen worden schriftelijk verleend, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de belangen van de ambtenaar.

Artikel 13
1.

Ter uitvoering van artikel 26, eerste lid, van het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES, wordt voor de ambtenaar in wachtdienst voor onderstaande gelegenheden op onderstaande wijze vrijstelling van dienst verleend. De vrijstelling van dienst wordt verleend indien de onderstaande gelegenheden plaatsvinden op de dag dat de betrokken ambtenaar zijn dienst zou aanvangen tenzij anders bepaald in dit artikel:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.