Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Type Circulaire Bes
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 3
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Rijksdienst

Caribisch Nederland

Immigratie- en Naturalisatiedienst

Oktober 2010

Afkortingenlijst CTU-BES

Hoofdstuk 1. Toegang

1. Begrippen

In artikel 1 WTU-BES, artikel 1.1 en artikel 1.2 BTU-BES worden de definities van verschillende woorden aangegeven.

Aanvullend hierop zijn de volgende begrippen met hun omschrijvingen nog van belang:

2. Grensbewaking

2.1. Toepassing van bevoegdheden van ambtenaren

De met grensbewaking belaste ambtenaren zijn genoemd in artikel 22a WTU-BES. Alle ambtenaren belast met grensbewaking zijn, zonder territoriale beperkingen, bevoegd deze taken binnen de openbare lichamen uit te oefenen. Met het oog op een efficiënte uitvoering van deze taken en het toezicht op personen richten de ambtenaren van KMar zich in beginsel primair op de grensbewaking en de ambtenaren van de politie op het toezicht op vreemdelingen.

De ambtenaren van de KMar en de ambtenaren van de politie oefenen de grensbewaking uit onder leiding van de Commandant van de KMar en het toezicht op vreemdelingen onder leiding van de Korpschef. De bevoegdheden van deze ambtenaren zijn uiteengezet in artikel 22d tot en met 22g van de WTU-BES.

2.2. Grensdoorlaatpost

Grensbewaking wordt uitgeoefend in verband met het in en uit de openbare lichamen reizen van personen. Iedereen is in principe verplicht bij grensoverschrijding een grensdoorlaatpost te passeren (zie artikel 2m WTU-BES) en zich daar te melden bij een ambtenaar belast met de grensbewaking. In de regel worden de grensdoorlaatposten bediend door ambtenaren van de KMar.

In de openbare lichamen fungeren alleen zee- en luchthavens als grensdoorlaatpost. In artikel 6.2 BTU-BES staan de grensdoorlaatposten opgesomd:

Melden bij de hierboven genoemde grensdoorlaatposten kan alleen binnen de tijd dat de desbetreffende doorlaatpost is opengesteld. Voor de openingstijden van de grensdoorlaatposten wordt verwezen naar de RTU-BES.

Tijdelijke grensdoorlaatposten worden ingesteld met het oog op bijzondere omstandigheden en zijn gedurende de tijd dat zij zijn opengesteld te beschouwen als gewone grensdoorlaatposten.

Bovenstaande verdeling laat onverlet dat de uitvoerende diensten elkaar, indien nodig, kunnen bijstaan in de uitoefening van de grensbewakingstaken.

Op grond van artikel 6.4 BTU-BES moet iedereen, die zich op of nabij een plaats bevindt waar een grensdoorlaatpost is gevestigd, zich houden aan de daar door de ambtenaren belast met grensbewaking gegeven aanwijzingen.

Bij een grensdoorlaatpost wordt aan een vreemdeling toegang verleend, dan wel geweigerd. Aan de vreemdeling die om toegang verzoekt, kan de toegang worden geweigerd op de gronden bedoeld in artikel 2r WTU-BES.

Op grond van artikel 3.1, eerste lid, BTU-BES vindt een weigering van de toegang altijd schriftelijk plaats.

Als de toegang wordt geweigerd, moet de vreemdeling onmiddellijk de openbare lichamen verlaten, waarbij de aanwijzingen van de ambtenaar belast met de grensbewaking, op grond van artikel 6.4 BTU-BES, moeten worden opgevolgd.

2.3. Toegangsvoorwaarden

Op grond van artikel 2r WTU-BES moet een vreemdeling:

De vreemdeling moet desgevraagd de in artikel 6.3 BTU-BES genoemde documenten en inlichtingen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking tonen dan wel verstrekken.

Als de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden zoals omschreven in artikel 2r WTU-BES, wordt hem de toegang geweigerd. Verder kan de ambtenaar belast met grensbewaking de vreemdeling de toegang tot de openbare lichamen weigeren als de vreemdeling eerder de maximale duur van het toegestane verblijf in de openbare lichamen heeft overschreden.

Op grond van artikel 2r, eerste lid onder e, WTU-BES moet de KMar in ieder geval de volgende (inter)nationale databases raadplegen om te kunnen nagaan of een vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen:

Het betreft de check op signaleringen waarin opvolging vereist is:

2.3.1. Geldig document voor grensoverschrijding

Onder bepaalde voorwaarden kan desondanks toegang worden verleend wanneer niet (volledig) wordt voldaan aan de voorwaarden voor toegang zoals genoemd in deze paragraaf. Zie hiervoor paragraaf 3.5 van dit hoofdstuk.

Het bezit van een geldig (nationaal) paspoort is een algemeen uitgangspunt. Het paspoortvereiste wordt onder meer gesteld als waarborg voor terugkeer.

In artikel 2r, eerste lid, onder a, WTU-BES is bepaald dat de toegang aan een vreemdeling wordt geweigerd, als deze niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding. Voor de nadere uitwerking van de voorwaarde om te beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding wordt verwezen naar de artikelen 3.5 en 3.6 BTU-BES.

Het bezit van een geldig (nationaal) paspoort is een algemeen uitgangspunt. Het paspoortvereiste wordt onder meer gesteld als waarborg voor terugkeer.

Onder een paspoort wordt verstaan:

Het grensoverschrijdingsdocument moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een door Nederland erkende staat. Een uitzondering hierop vormt Taiwan. Dit land wordt door Nederland niet erkend, terwijl het reisdocument van Taiwan wel wordt erkend als geldig document voor grensoverschrijding.

Het document voor grensoverschrijding moet zijn voorzien van een goedgelijkende pasfoto van de houder en moet door de houder zijn ondertekend. Daarnaast moet dit document in het algemeen de volgende gegevens bevatten:

De geldigheidsduur van het paspoort moet de duur van het voorgenomen verblijf overschrijden.

De door het Koninkrijk der Nederlanden uitgegeven documenten die worden aangemerkt als geldig document voor grensoverschrijding zijn opgenomen in de (Rijks)Paspoortwet.

Op grond van art 3.5, vierde lid, BTU-BES kan worden afgeweken van het vereiste bezit van een geldig document voor grensoverschrijding.

Aan niet-visumplichtige vreemdelingen (voor de visum wet- en regelgeving: zie de Rijksvisumwet) die bij binnenkomst niet beschikken over het vereiste document voor grensoverschrijding kan aan de grens, met het oog op kort verblijf, een bijzonder doorlaatbewijs worden afgegeven. Dit doorlaatbewijs is als model opgenomen in de RTU-BES. Dit doorlaatbewijs is als model MBES17a opgenomen in de CTU. Dit bijzonder doorlaatbewijs wordt na afgifte hiervan aangemerkt als een geldig document voor grensoverschrijding.

2.3.2. Visum voor kort verblijf, terugkeervisum, machtiging tot voorlopig verblijf (mvv)

Voor de afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen zijn geen leges verschuldigd.

Voor een nader uitleg van het hebben van een visum kort verblijf wordt verwezen naar de Rijksvisumwet (artikel 5, tweede lid).

Behalve als de vreemdeling houder is van een geldige verblijfstitel, is een van de voorwaarden voor toegang voor de visumplichtige vreemdeling, het in het bezit zijn van een visum voor kort verblijf, een terugkeervisum of een mvv. Zie artikel 2r, eerste lid, onder b, WTU-BES.

Voor een nader uitleg van het hebben van een visum kort verblijf wordt verwezen naar artikel 5 van de Rijksvisumwet.

2.3.3. Het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf

De voorwaarden voor een mvv staan in hoofdstuk 3 van de CTU-BES.

Als de vreemdeling gebruikt heeft gemaakt van een elektronisch ticket en daarom niet in het bezit is van een retourpassagebiljet, kan de ambtenaar belast met grensbewaking met toestemming van de vreemdeling hierover inlichtingen inwinnen. De betreffende luchtvaartmaatschappij heeft hiervoor een informatiepunt beschikbaar gesteld. Als de vreemdeling geen toestemming verleent aan de ambtenaar belast met grensbewaking om de bovenbedoelde informatie op te vragen bij de betreffende luchtvaartmaatschappij en niet op een andere manier het doel en de duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk kan maken, wijst de ambtenaar de vreemdeling er op dat dit tot toegangsweigering kan leiden.

2.3.4. Voldoende middelen van bestaan

Als de vreemdeling gebruikt heeft gemaakt van een elektronisch ticket en daarom niet in het bezit is van een retourpassagebiljet, kan de ambtenaar belast met grensbewaking met toestemming van de vreemdeling hierover inlichtingen inwinnen. De betreffende luchtvaartmaatschappij heeft hiervoor een informatiepunt beschikbaar gesteld. Als de vreemdeling geen toestemming verleent aan de ambtenaar belast met grensbewaking om de bovenbedoelde informatie op te vragen bij de betreffende luchtvaartmaatschappij en niet op een andere manier het doel en de duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk kan maken, wijst de ambtenaar de vreemdeling er op dat dit tot toegangsweigering kan leiden.

De middelen moeten toereikend zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in de openbare lichamen als in de kosten van de reis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar de toegang is gewaarborgd. Of de middelen waarover de vreemdeling kan beschikken toereikend zijn, hangt af van verschillende (persoonsgebonden) factoren, waaronder:

Als toegangsvoorwaarde voor verblijf van ten hoogste drie maanden geldt het vereiste om te beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 2r, eerste lid, onder d WTU-BES en artikel 3.8 BTU-BES). Overigens wordt ook in het kader van de aanvraag tot het verlenen van een visum voor kort verblijf bezien of de vreemdeling beschikt over voldoende middelen van bestaan voor de duur van het voorgenomen verblijf.

De middelen moeten toereikend zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in de openbare lichamen als in de kosten van de reis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar de toegang is gewaarborgd. Of de middelen waarover de vreemdeling kan beschikken toereikend zijn, hangt af van verschillende (persoonsgebonden) factoren, waaronder:

Vaste maatstaven zijn in dit verband niet te geven. Ter indicatie kan worden aangenomen dat vreemdelingen die zelfstandig reizen, moeten kunnen voorzien in de kosten van hun verblijf en onderdak. Voor de openbare lichamen komt dit neer op een bedrag van minimaal USD 1000 per week per persoon. Dit bedrag is exclusief de eventuele kosten voor een vliegreis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar de toegang is gewaarborgd.

Aan vreemdelingen van wie niet zeker is dat zij over voldoende middelen van bestaan kunnen beschikken, kan onder voorwaarden toegang worden verleend voor:

Zie hiervoor paragraaf 3.5 van dit hoofdstuk.

Een voorwaarde voor toegang is dat de vreemdeling -indien nodig- zekerheid stelt (zie artikel 3.9, tweede lid, BTU-BES) voor de kosten van de reis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar zijn toelating is gewaarborgd. Dit doet hij door een in de openbare lichamen wonende solvabele derde die zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (MBES14).

Uitgangspunt: een solvabele derde is een natuurlijk persoon.

De zekerheid kan worden gesteld doordat een op de openbare lichamen wonende solvabele derde zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (MBES14).

In geval de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt kan desondanks toegang worden verleend wanneer een in de openbare lichamen rechtmatig verblijvende solvabele derde zich garant heeft gesteld.

Deze derde persoon stelt zich daarbij garant voor:

Nadat is besloten om de vreemdeling toegang te verlenen onder voorwaarden, brengt de ambtenaar belast met de grensbewaking een sticker ‘Doorlating onder voorwaarden openbare lichamen’ (MBES45) aan in het paspoort van de vreemdeling. Vervolgens plaatst de ambtenaar een inreisstempel half op en half onder het laminaat.

Zie hiervoor paragraaf 3.5 van dit hoofdstuk.

Bij inname en teruggave van het retourpassagebiljet (MBES11 CTU-BES) dan wel de garantiesom (MBES12 CTU-BES) wordt het originele bewijs ingenomen dan wel teruggegeven.

Indien er indicaties zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen, wordt op grond van artikel 2r, eerste lid, onder e, WTU-BES de vreemdeling de toegang geweigerd. Indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid, dient de ambtenaar belast met de grensbewaking contact op te nemen met de Korpschef. In het geval sprake is dat een vreemdeling een gevaar vormt voor de internationale betrekkingen dient contact te worden gezocht met de Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid (DCV) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Deze derde persoon stelt zich daarbij garant voor:

Een vreemdeling die toegang tot de openbare lichamen wenst, maar is gesignaleerd geregistreerd ter fine van weigering van de toegang, wordt op grond van artikel 2r, derde lid WTU-BES de toegang geweigerd.

2.3.5. Geen gevaar voor de openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen

Registratie van een vreemdeling ter fine van weigering vindt plaats in het Border Management System (BMS). Dit is het systeem dat de KMar gebruikt om personen te registreren. Een vreemdeling kan om verschillende redenen worden geregistreerd. Het Hoofd Grensbewaking KMar op de openbare lichamen is verantwoordelijk voor de registratie. Wanneer een vreemdeling wordt geregistreerd moet altijd vermeld worden wat de motivatie/reden hiertoe is (openbare orde, voldoende middelen van bestaan, geen mvv, etc). Daarnaast moet de termijn van de signalering worden genoteerd.

3. Toezicht aan de buitengrens, toegangsverlening en toegangsweigering

Een vreemdeling die toegang tot de openbare lichamen wenst, maar is geregistreerd ter fine van weigering van de toegang, wordt op grond van artikel 2r, derde lid WTU-BES de toegang geweigerd.

Alvorens op de verschillende aspecten van toezicht aan de buitengrens wordt ingegaan, worden een paar algemene opmerkingen geplaatst.

Het is niet mogelijk om een mvv-aanvraag of een aanvraag om een verblijfsvergunning aan een grensdoorlaatpost of door tussenkomst van een ambtenaar belast met de grensbewaking in te dienen. Dit is om te voorkomen dat het mvv-vereiste en de bijbehorende aanvraagprocedure vanuit het buitenland worden omzeild. Het mvv-vereiste wordt behandeld in hoofdstuk 3 van de CTU-BES.

3. Toezicht aan de buitengrens, toegangsverlening en toegangsweigering

3.1. Algemeen

Alvorens op de verschillende aspecten van toezicht aan de buitengrens wordt ingegaan, worden een paar algemene opmerkingen geplaatst.

Op grond van artikel 2s WTU-BES moet iedereen (zowel vreemdelingen, Nederlanders, eilandbewoners, etc.) bij in- en uitreis aan een minimumcontrole worden onderworpen.

De minimale controle behelst een onderzoek van het document voor grensoverschrijding en een onderzoek, op niet-systematische basis, naar signaleringen ter fine van opsporing en weigering van de toegang en het verblijf.

Op grond van artikel 2t WTU-BES worden slechts vreemdelingen bij binnenkomst en uitreis onderworpen aan een grondige controle. Een grondige controle bij inreis behelst verificatie van de toegangsvoorwaarden als genoemd in artikel 2r WTU-BES.

3.2. Minimumcontrole en grondige controle

Als de nodige faciliteiten voorhanden zijn en de vreemdeling hier om verzoekt, vinden de bedoelde grondige controles in een privé-ruimte plaats.

De minimale controle behelst een onderzoek van het document voor grensoverschrijding en een onderzoek, op niet-systematische basis, naar signaleringen ter fine van opsporing en weigering van de toegang en het verblijf.

Op grond van artikel 2v WTU-BES worden bij overschrijding van de buitengrenzen de documenten voor grensoverschrijding afgestempeld. In artikel 2v, tweede lid WTU-BES staan de situaties neergeschreven wanneer er geen stempel hoeft te worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.