Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 11 oktober 2010, nr. BJZ2010025925, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van een eenmalige specifieke uitkering voor het opstellen van planstudies en het uitvoeren van proefprojecten in het kader van het Innovatieprogramma Klimaatneutrale Steden (Regeling eenmalige uitkering planstudies en proefprojecten IKS)

Type Ministeriële regeling
Publication 2010-10-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De minister kan in het kader van het Innovatieprogramma Klimaatneutrale Steden op aanvraag eenmalig een specifieke uitkering aan een gemeente verlenen ten behoeve van het opstellen van een planstudie.

2.

De minister kan in het kader van het Innovatieprogramma Klimaatneutrale Steden op aanvraag eenmalig een specifieke uitkering aan een gemeente verlenen ten behoeve van het uitvoeren van een proefproject.

Artikel 3
1.

Een uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt enkel verleend aan een gemeente die voor 16 december 2009 een aanvraag heeft ingediend die aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, voldoet.

2.

Een uitkering als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt enkel verleend aan een gemeente die voor 15 september 2010 een aanvraag heeft ingediend, die aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5, voldoet.

Artikel 4
1.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt ingediend bij SenterNovem.

2.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, bevat in ieder geval:

3.

Uit een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, blijkt verder in ieder geval, dat de planstudie:

Artikel 5
1.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt ingediend bij Agentschap NL.

2.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan enkel worden ingediend door een gemeente die voor 19 april 2010 een projectvoorstel heeft ingediend, dat:

3.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, bevat in ieder geval:

4.

Uit een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, blijkt verder in ieder geval:

Artikel 6
1.

Een projectvoorstel als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bestaat ten hoogste uit twee pagina’s van A4-formaat met een lettergrootte negen of tien en volgt het modelformulier dat op www.agentschapnl.nl/klimaatneutralesteden staat.

2.

Een projectvoorstel als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bevat in ieder geval:

3.

Uit een projectvoorstel als bedoeld in artikel 5, tweede lid, blijkt verder in ieder geval:

Artikel 7

De minister beoordeelt een projectvoorstel als bedoeld in artikel 5, tweede lid, positief, indien:

Artikel 8
1.

De minister rangschikt de projectvoorstellen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, die op grond van artikel 7 positief zijn beoordeeld, waarbij een projectvoorstel hoger in de rangschikking wordt geplaatst naarmate naar het oordeel van de minister het projectvoorstel een grotere bijdrage levert aan de doelstelling van de uitkering.

2.

Bij de rangschikking houdt de minister rekening met:

het project betrekking heeft.

3.

De minister kan externen inzetten die tot taak hebben projectvoorstellen overeenkomstig het eerste en tweede lid te beoordelen en over de rangschikking een niet bindend advies uit te brengen aan de minister.

Artikel 9
1.

Het totale bedrag van de te verlenen uitkeringen op grond van artikel 2, eerste lid, bedraagt €1.000.000,-.

2.

De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

3.

Het totale bedrag van de op grond van artikel 2, tweede lid, te verlenen uitkeringen bedraagt € 5.000.000,–.

4.

De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het derde lid, over de aanvragen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, in de volgorde van de hoogte in de rangschikking van de bij de aanvragen behorende projectvoorstellen als bedoeld in artikel 5, tweede lid.

Artikel 10
1.

Een uitkering op grond van artikel 2, eerste lid, bedraagt tenminste € 50.000 en ten hoogste € 150.000 per aanvraag.

2.

Een uitkering op grond van artikel 2, tweede lid, bedraagt ten hoogste € 1.000.000 per aanvraag.

3.

Zolang een uitkering nog niet is vastgesteld kan de minister de beschikking tot verlening van de uitkering intrekken of ten nadele van de gemeente waaraan de uitkering is verleend wijzigen, indien:

4.

Intrekking of wijziging van een verlening van een uitkering werkt terug tot en met het tijdstip waarop de uitkering is verleend, tenzij bij intrekking of wijziging anders is bepaald.

Artikel 11

Een uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, wordt verleend ten behoeve van de noodzakelijke, rechtstreeks aan het opstellen van de planstudie onderscheidenlijk het uitvoeren van het proefproject toe te rekenen kosten, bestaande uit:

Artikel 12
1.

De gemeente waaraan een uitkering is verleend op grond van artikel 2, eerste lid, betaalt 50% van de kosten, bedoeld in artikel 11, uit eigen middelen of met behulp van middelen van samenwerkingspartners.

2.

De gemeente waaraan een uitkering is verleend op grond van artikel 2, tweede lid, betaalt een substantieel deel van de kosten, bedoeld in artikel 11, uit eigen middelen of met behulp van middelen van samenwerkingspartners.

3.

Voor zover het opstellen van de planstudie of het uitvoeren van het proefproject al dan niet gedeeltelijk wordt betaald met een andere uitkering van het Rijk, wordt een uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, zodanig vastgesteld dat het totaal van de uitkeringen niet hoger is dan de totale uitkering die op grond van deze regeling kan worden verstrekt.

Artikel 13

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.