Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 11 oktober 2010, nr. BJZ2010027165, houdende regels betreffende overige pyrotechnische artikelen (Regeling overige pyrotechnische artikelen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op richtlijn nr. 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen (PbEU L 154) en de artikelen 9.2.2.1, 9.2.2.4, 9.2.3.2en 21.6 van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2. In de handel brengen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Verbodsbepalingen

§ 3. Conformiteitsbeoordelingsprocedure

§ 4. Ce-markering

§ 5. Etikettering

§ 6. Aangewezen instantie

Artikel 26
1.

De Minister kan een instantie, die hiertoe een verzoek heeft ingediend overeenkomstig artikel 26a, aanwijzen die bevoegd is tot het uitvoeren van de conformiteitsbeoordelingsprocedure. De Minister meldt de aangewezen instantie aan overeenkomstig artikel 21 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen.

2.

De aangewezen instantie voldoet aan de eisen, genoemd in de artikelen 26a tot en met 26i.

3.

Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden ter uitvoering van de eisen, genoemd in de artikelen 26a tot en met 26i.

Artikel 27
1.

De aangewezen instantie voert conformiteitsbeoordelingen uit. Zij voldoet aan de eisen die in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan haar worden gesteld.

2.

De aangewezen instantie is bij uitvoering van de conformiteitsbeoordelingen, genoemd in het eerste lid, in elk geval bevoegd tot het nemen van de volgende besluiten:

3.

De aangewezen instantie voert de conformiteitbeoordelingen op evenredige wijze uit, waarbij zij voorkomt dat de marktdeelnemers onnodig worden belast. De aangewezen instantie houdt hierbij naar behoren rekening met de volgende aspecten, waarbij zij de striktheid en het beschermingsniveau eerbiedigt die nodig zijn opdat het pyrotechnische artikel voldoet aan de essentiële veiligheidseisen:

Artikel 28

De minister ziet toe op de rechtmatige en doeltreffende uitvoering van deze regeling door de aangewezen instantie.

Artikel 29
1.

De aangewezen instantie brengt de Minister onverwijld op de hoogte van:

2.

Op verzoek van de Minister brengt de aangewezen instantie de Minister op de hoogte van de binnen haar werkingssfeer verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en uitbestedingen.

3.

De aangewezen instantie verstrekt relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten en op verzoek over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten aan de andere aangemelde instanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor dezelfde pyrotechnische artikelen verrichten.

Artikel 30

De aangewezen instantie beschikt over een behoorlijke administratie waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd. Aan de hand van deze gegevens zijn de beoordeelde pyrotechnische artikelen afdoende te identificeren.

Artikel 31
1.

Indien is gebleken dat de aangewezen instantie niet langer voldoet aan de eisen, genoemd in 26a tot en met 26i, of haar verplichtingen niet nakomt, kan de Minister de aanwijzing beperken, schorsen of intrekken, afhankelijk van de ernst van het niet-voldoen aan die eisen of het niet-nakomen van die verplichtingen.

2.

De Minister stelt de andere lidstaten van de Europese Unie en de Europese Commissie onverwijld op de hoogte van de maatregelen, genoemd in het eerste lid.

3.

Wanneer de aanwijzing wordt beperkt, geschorst, of ingetrokken, of de aangewezen instantie haar activiteiten heeft gestaakt:

Artikel 32

Vervallen

Hoofdstuk 3. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 33

In artikel 4 van de Regeling aanwijzing keuringsinstelling pyrotechnische artikelen wordt na ‘artikelen’ ingevoegd: Vuurwerkbesluit.

Artikel 34
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 4 juli 2013.

2.

In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 27 tot en met 33 in werking op 1 januari 2012.

3.

In afwijking van het eerste lid kan een fabrikant of importeur in de periode vanaf 1 januari 2012 tot en met 3 juli 2013 met betrekking tot een pyrotechnisch artikel waarop deze regeling met ingang van 4 juli 2013 van toepassing wordt, toepassing geven aan artikel 14. Indien aan dat artikel toepassing wordt gegeven, zijn de artikelen 6, 7, 15, 16, 17, tweede lid, 18 tot en met 21, 22, eerste en tweede lid, en 23 tot en met 25 van toepassing.

4.

Pyrotechnische artikelen die voldoen aan deze regeling zoals die vóór inwerkingtreding van de regeling van 15 januari 2016, houdende wijziging van de Regeling overige pyrotechnische artikelen in verband met de implementatie van richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013, betreffende de harmonisatie van de wetgeving van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking) (PbEU 2013 L 178) en uitvoeringsrichtlijn 2014/58/EU van 16 april 2014 van de Commissie voor het opzetten van een traceerbaarheidssysteem voor pyrotechnische artikelen overeenkomstig Richtlijn 2007/23/EG (PbEU L 115) (Stcr. 2016, nr. 1696) luidde en vóór dat tijdstip in de handel zijn gebracht, mogen ook na dat tijdstip op de markt worden aangeboden.

5.

Conformiteitscertificaten, verstrekt uit hoofde van Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen, zijn geldig uit hoofde van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen.

Artikel 35

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overige pyrotechnische artikelen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.