Onderlinge regeling rechtsopvolging en boedelscheiding APNA alsmede de rechtsopvolging van een aantal niet kapitaal gefinancierde pensioen(vervangende) verplichtingen van het Land de Nederlandse Antillen
Hierna gezamenlijk te noemen: ‘Partijen’;
Partijen nemen in overweging:
dat binnen het staatkundig proces waarin het Koninkrijk der Nederlanden zich bevindt, de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten gekozen hebben voor de status van land binnen het Koninkrijk en dat Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna ‘de BES-eilanden’) als openbare lichamen onderdeel zullen worden van het Nederlandse staatsbestel;
dat als gevolg van voornoemde staatkundige ontwikkelingen de boedel van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen over de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland (voor de BES-eilanden) moet worden verdeeld, hetgeen onderlinge afspraken vergt;
dat in artikel 9 van het Rijksbesluit rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillen wordt bepaald dat de vaststelling van de omvang en de verdeling van dat vermogen geschieden overeenkomstig de daartoe in de Onderlinge regeling opvolging en boedelscheiding Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen en opvolging van enkele andere aanverwante regelingen vastgelegde afspraken;
dat het daarom wenselijk is om afspraken te maken over toedeling van de pensioenverplichtingen van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen naar de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland (voor de BES-eilanden) en over de, uitgaande van die toedeling, definitieve vaststelling en toedeling van het vermogen van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen;
dat het voorts wenselijk is dat de pensioenfondsen van de landen zich moeten kunnen voorbereiden op de overkomst van de verplichtingen per tijdstip van transitie en er dus een voorlopige vaststelling van de aan NL , Sint Maarten en Curaçao toevallende delen en een hierop gebaseerde betaling van voorschotten moet plaatsvinden;
dat het bovendien wenselijk is een en ander zodanig te regelen dat de continuïteit van de dienstverlening en aanspraken van de deelgenoten niet worden aangetast;
dat het tevens wenselijk is om voor een aantal met pensioen gerelateerde uitkeringsregelingen een toedeling van de aanspraken van (toekomstig)uitkeringsgerechtigden over de nieuwe entiteiten af te spreken;
dat het tenslotte wenselijk is om de afspraken neer te leggen in een onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden;
Komen het volgende overeen:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1. Begripsbepaling regeling
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. land: Curaçao, Sint Maarten of, met betrekking tot de BES, Nederland;
- b. BES: De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
- c. overnemende land: het land dat ingevolge artikel 2 of 4 de met een bepaalde aanspraak op een uitkering of verzekering corresponderende verplichting overneemt.
- d. tijdstip van transitie: het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt;
- e. actieve deelnemer: degene die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie overheidsdienaar is in de zin van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (P.B. 1997, no. 312).
- f. gepensioneerde: degene die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie gepensioneerd overheidsdienaar is in de zin van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (P.B. 1997, no. 312) of de nagelaten betrekking van deze ambtenaar.
- g. gewezen overheidsdienaar: degene die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie gewezen overheidsdienaar is in de zin van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (P.B. 1997, no. 312).
- h. uitkering: een uitkering, verstrekking of tegemoetkoming op grond van:
- 1°. De pensioenlandsverordening overheidsdienaren ( P.B. 1997, no. 312)
- 2°. De Duurtetoeslagregeling pensioengerechtigden 1943 (P.B. 1943 no. 77)
- 3°. De landsverordening verhoging leeftijdsgrens ambtenaren (P.B. 1959 no. 126) in samenhang met artikel VII van de Invoeringslandsverordening rechtspositionele regelingen 1998 (P.B. 1997, no. 313);
- 4°. De landsverordening verhoging leeftijdsgrens 1996 (P.B. 1995 no 230)
- 5°. De landsverordening Pensioenregeling politieke gezagsdragers (P.B. 2006, no 31) ;
- 6°. De regeling uitkering bij wijze van pensioen. (P.B. 1959, no 126)
- 7°. De werkliedenverordening 1944 (P.B. 1978 no 376)
- i. vermogen van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen: het blijkens de eindbalans uit de op te stellen gecontroleerde jaarrekening, per tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van transitie, totale vermogen van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen.
- j. Premiereserves = voorziening pensioenverplichting (netto vpv): de contante waarde van de opgebouwde pensioenrechten op basis van reeds verstreken dienstjaren tot aan het tijdstip van transitie. Voorst is in de waardering opgenomen de contante waarde van de toekomstige uitbetalings- en beheerskosten. Bij de berekening van de contante waarde is een rekenrente gehanteerd van 4% en GBM/V 2000–2005 -1-2. De overige actuariële grondslagen en veronderstellingen zijn gelijk de wetenschappelijke balans 2008
- k. Werklieden: deelgenoten in het Werkliedenpensioenfonds die een uitkering of een opgebouwd recht hebben op basis van de Werkliedenverodening 1944 (P.B. 1978 no 376)
- l. Indien een land de bevoegdheid ter zake van de uitvoering van een uitkering dan wel een hiermee naar aard en strekking overeenkomende voorziening, rechtstreeks opdraagt aan een daartoe aangewezen rechtspersoonlijkheid bezittende uitvoeringsorganisatie, kan die uitvoeringsorganisatie voor de toepassing van deze regeling in de plaats van dat land treden.
§ 2. Toedeling categorieën belanghebbenden
Artikel 2. Toedeling deelgenoten Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen en het Werkliedenpensioenfonds en de verplichtingen jegens hen
De verplichtingen op grond van het recht op pensioen dat de gepensioneerde onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van transitie op grond van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (P.B. 1997, no 312) gaan op dat tijdstip over op:
- a. indien de gepensioneerde op het moment van diens ontslag in dienst was van het eilandgebied Sint Maarten of in dienst was van het land Nederlandse Antillen met als laatste standplaats Sint Maarten of als de laatste werkgever van de gepensioneerde op Sint Maarten gevestigd was: het land Sint Maarten.
- b. indien de gepensioneerde op het moment van diens ontslag in dienst was van het eilandgebied Bonaire, het eilandgebied Sint Eustatius of het eilandgebied Saba of in dienst was van het land Nederlandse Antillen met als laatste standplaats een van de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius of Saba of als de laatste werkgever van de gepensioneerde op het eilandgebied Bonaire, het eilandgebied Sint Eustatius dan wel het eilandgebied Saba gevestigd was: het land Nederland;
- c. in alle overige gevallen: het land Curaçao.
Ten aanzien van de verplichtingen op grond van opgebouwde rechten die een gewezen overheidsdienaar of een actieve overheidsdienaar onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van transitie ontleent aan de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (P.B. 1997, no 312) is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Ten aanzien van de actieve overheidsdienaar geldt daarbij in de plaats van het moment van ontslag, het moment van transitie.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de verplichtingen ten aanzien van het recht op nabestaanden- en wezenpensioen dat onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van transitie wordt ontleend aan de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren. Daarbij geldt in de plaats van het moment van ontslag, het moment van overlijden van degene aan wiens overlijden dat recht wordt ontleend.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is het Regionaal Service Centrum een op het eilandgebied Bonaire gevestigde werkgever.
De overnemende landen zullen de noodzakelijke landelijke wetgeving tot stand brengen waarin het recht op pensioen, bedoeld in het eerste lid, en de verplichtingen op grond van opgebouwde rechten op pensioen, bedoeld in het tweede lid, en het recht op nabestaanden- en wezenpensioen, bedoeld in het derde lid, voorzover het opgebouwde recht tot aan transitiedatum betreft onverkort worden gegarandeerd.
Op aanspraken ten laste van de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland is de wetgeving van het overnemende land van toepassing.
De deelgenoten van het Werkliedenpensioenfonds, de verplichtingen jegens hen en het gereserveerde vermogen worden, tenzij anders wordt overeengekomen tussen partijen, op overeenkomstige wijze als hier ten aanzien van de deelgenoten in het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen is bepaald, toegewezen aan de landen Sint Maarten, Nederland en Curaçao. Partijen maken uiterlijk voor 31 december 2011 nadere afspraken over de praktische uitwerking van deze bepaling. Tot dat moment blijven activa en passiva van dit fonds onverdeeld.
Uiterlijk voor 31 december 2011 maken partijen nadere afspraken over de verdeling van lusten en lasten ten aanzien van de aan Curaçao toegewezen deelgenoten met als laatste standplaats Aruba.
Artikel 3. Uitvoeringsbepalingen m.b.t. de toedeling van de deelgenoten in het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen en het Werkliedenpensioenfonds
Aan de onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van transitie bestaande deelgenoten in het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds wordt individueel bericht wat voor hun de tot aan het tijdstip van transitie voor pensioen meetellende tijd is en de pensioengrondslag is of de pensioengrondslagen zijn. De in de vorige volzin bedoelde tijd en grondslag of grondslagen worden vastgesteld door het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds dan wel, na het tijdstip van transitie, elk van de landen. Dit is een formele beschikking waartegen bezwaar en beroep mogelijk is.
Het Algemeen pensioenfonds Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds, dan wel het land Curaçao dan wel de op grond van artikel 1 lid 2 opgedragen uitvoeringsorganisatie van het land Curaçao maakt de individuele dossiers zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 31-12-2011 overdrachtsklaar en stelt deze ter beschikking van de overnemende landen dan wel de op grond van artikel 1 lid 2 opgedragen uitvoeringsorganisaties van die landen. Elektronische bestanden worden volgens de in bijlage 1 opgenomen specificatie uiterlijk per transitiedatum of zoveel eerder als mogelijk overgedragen.
Per transitiedatum gaan de pensioenverplichtingen conform de verdeling in art 2 over op de landen Curaçao, St. Maarten respectievelijk Nederland. Uiterlijk tot het in lid 2 genoemde moment blijft het land Curaçao dan wel de door hem opgedragen uitvoeringsorganisatie op grond van artikel 1 lid 2, de uitkering dan wel een hiermee naar aard en strekking overeenkomende voorziening als administratiekantoor uitvoeren ten behoeve van de landen Sint Maarten en Nederland, naar het recht van die landen tenzij in goed overleg anders wordt overeengekomen. Hiertoe sluiten de landen Sint Maarten en Nederland een overdrachtsovereenkomst met het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds dan wel met het land Curaçao dan wel met de op grond van artikel 1, tweede lid opgedragen uitvoeringsorganisatie van het land Curaçao. Onderdeel van een dergelijke overeenkomst is dat deze uitvoerder de onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van transitie bestaande deelgenoten in het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen respectievelijk het Werkliedenpensioenfonds individueel bericht wat voor hun de tot aan het tijdstip van transitie voor pensioen meetellende tijd is en de pensioengrondslag is of de pensioengrondslagen zijn.
Totdat partijen anders afspreken, blijft het Werkliedenpensioenfonds, dan wel met het land Curaçao dan wel met de op grond van artikel 1, tweede lid opgedragen uitvoeringsorganisatie van het land Curaçao, uitvoerder van de werkliedenverordening 1944 (PB 1978 no 376) en beheerder van de verplichtingen en het vermogen van de deelgenoten in het Werkliedenpensioenfonds. Zij legt over het gevoerde beleid en de stand van het fonds ten minste een keer per jaar verantwoording af aan de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland.
Artikel 4. Toedeling deelnemers in de op omslag gefinancierde pensioen(vervangende)regelingen
De verplichtingen ten aanzien van aanspraken op de door het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen uitgevoerde Duurtetoeslagregeling pensioengerechtigden 1943 (P.B. 1943 no. 77), de landsverordening verhoging leeftijdsgrens ambtenaren (P.B. 1959 no. 126), de landsverordening verhoging leeftijdsgrens 1996 (P.B. 1995 no 230), en de pensioenregeling politieke gezagsdragers (P.B. 2006, no 31), pensioenregeling ministers P.B. 1969 no. 104; Pensioenregeling leden der Staten P.B. 1990 n. 82, voor zover van toepassing op personeel en voormalig personeel in dienst van het Land Nederlandse Antillen en de eilandgebieden Bonaire, Curaçao, Saba, St. Eustatius en St. Maarten, worden overgenomen door de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland via de in artikel 2, vierde lid, bedoelde wetgeving.
De wijze van verdeling geschiedt op dezelfde wijze als in artikel 2 gebeurt t.a.v. de deelgenoten van het Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen. Evenals bij de kapitaalgedekte pensioenen geschiedt de toedeling voor de aanspraken op duurtetoeslag, vut, uitkering bij wijze van pensioen voor actieven, uitkeringsgerechtigden en gewezen overheidsdienaren op basis van de laatste standplaats, dan wel de standplaats op het moment van transitie. Voor politieke gezagsdragers dragers geschiedt de toedeling op basis van het eilandgebied dat zij vertegenwoordig(d)en.
Uitkerings- en pensioenaanspraken op grond van de Pensioenregeling politieke gezagdragers van gewezen leden der Staten, de gevolmachtigde minister, ministers, staatssecretarissen, gezaghebbers en hun nabestaanden worden overgenomen door de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland.
Uitkerings- en/of pensioenaanspraken komen ten laste van het land Curaçao van gewezen gezaghebbers en hun nabestaanden van het eilandgebied Curaçao en van gewezen leden der Staten, ministers en staatssecretarissen en hun nabestaanden die namens een politieke partij van het eilandgebied Curaçao waren vertegenwoordigd in de Staten of benoemd als minister, staatssecretaris of gevolmachtigde minister. Uitkerings- en/of pensioenaanspraken komen ten laste van het land St. Maarten van gewezen gezaghebbers en hun nabestaanden van het eilandgebied St. Maarten en van gewezen leden der Staten, ministers en staatssecretarissen en hun nabestaanden die namens een politieke partij van het eilandgebied St. Maarten waren vertegenwoordigd in de Staten of benoemd als minister, staatssecretaris of gevolmachtigde minister. Uitkerings- en/of pensioenaanspraken komen ten laste van Nederland van gewezen gezaghebbers en hun nabestaanden van de eilandgebieden Bonaire, St. Eustatius en Saba en van gewezen leden der Staten, ministers en staatssecretarissen en hun nabestaanden die namens een politieke partij van de eilandgebieden Bonaire, St. Eustatius en Saba waren vertegenwoordigd in de Staten of benoemd als minister, staatssecretaris of gevolmachtigde minister.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.