← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten

Geldende tekst a fecha 2011-10-01

Gelet op de artikelen 73, tweede en derde lid, 79, zevende lid, 80, derde tot en met zesde lid, 82, eerste lid, onderdeel d, en derde lid, en 83, zesde tot en met achtste lid, van het Besluit personenvervoer 2000, en artikel 2.4:2, tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De boordcomputerkaart is eigendom van de Staat der Nederlanden.

Artikel 3

Op een aanvraag om een boordcomputerkaart wordt binnen drie weken na ontvangst van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier beslist.

Artikel 4

Het is de houder van een boordcomputerkaart verboden om:

Hoofdstuk 2. Chauffeurskaart

Artikel 5
1.

De aanvrager geeft aan of de aanvraag betrekking heeft op een chauffeurskaart dan wel een chauffeurskaart onder beperkingen.

2.

Degene die in het bezit is van een chauffeurskaart onder beperkingen, kan een chauffeurskaart met dezelfde einddatum van geldigheid aanvragen onder overlegging van een ingevolge de Regeling taxibestuurders 2005 erkend getuigschrift.

Artikel 6

De chauffeurskaart en de chauffeurskaart onder beperkingen bevatten de volgende gegevens van de houder:

Artikel 7

Afgifte van een chauffeurskaart of een chauffeurskaart onder beperkingen geschiedt op vertoon door de aanvrager van:

Artikel 8
1.

De bestuurder handelt overeenkomstig de bij de afgifte van de chauffeurskaart verstrekte schriftelijke instructies.

2.

De bestuurder meldt onmiddellijk aan de Minister indien:

3.

Na de melding, bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk de melding, bedoeld in artikel 83, vijfde lid, van het Besluit, mag de bestuurder, zo lang nog niet is beslist omtrent zijn aanvraag om een vervangende kaart, taxivervoer verrichten, mits hij:

4.

Bij de in het derde lid bedoelde aanvraag wordt in geval van een melding als bedoeld in artikel 83, vijfde lid, van het Besluit, een door de aanvrager ondertekende verklaring overgelegd dat de kaart verloren is geraakt of gestolen is, met een omschrijving van de omstandigheden waaronder dit is gebeurd.

5.

Indien de te vervangen kaart op het moment van de melding als bedoeld in het eerste lid nog een geldigheidsduur heeft van drie maanden of minder, kan de bestuurder in plaats van een vervangende kaart een aanvraag indienen voor een nieuwe kaart, mits hij binnen de in het derde lid bedoelde termijn een geldige verklaring omtrent het gedrag en een geldige geneeskundige verklaring overlegt.

Artikel 9
1.

In geval van een melding als bedoeld in artikel 8, tweede lid, levert de aanvrager zijn te vervangen kaart in bij de afgifte van de vervangende kaart.

2.

Indien de aanvrager na een melding als bedoeld in artikel 83, vijfde lid, van het Besluit, zijn kaart na de melding weer in zijn bezit krijgt, zendt hij deze onmiddellijk terug aan de Minister.

Artikel 10
1.

De chauffeurskaart en de chauffeurskaart onder beperkingen worden ingetrokken in de gevallen bedoeld in artikel 8, tweede lid.

2.

De chauffeurskaart onder beperkingen wordt ingetrokken indien aan de houder een chauffeurskaart is verstrekt.

3.

De chauffeurskaart en de chauffeurskaart onder beperkingen kunnen worden ingetrokken:

Hoofdstuk 3. Ondernemerskaart

Artikel 11

Een ondernemerskaart wordt op aanvraag verleend indien de aanvrager:

Artikel 12
1.

De vervoerder meldt defect, beschadiging, verlies of diefstal van een ondernemerskaart onmiddellijk aan de Minister onder vermelding van het op die kaart vermelde unieke nummer.

2.

Indien de op de buitenkant van de ondernemerskaart vermelde gegevens, dan wel de in de ondernemerskaart opgeslagen elektronische gegevens niet meer juist zijn, meldt de vervoerder dit onmiddellijk aan de Minister.

3.

Een ondernemerskaart wordt ingetrokken:

4.

Na intrekking van de ondernemerskaart zendt de vervoerder deze kaart onmiddellijk terug naar de Minister, tenzij de ondernemerskaart als gevolg van verlies of diefstal niet meer in het bezit van de vervoerder is. Indien de vervoerder deze ondernemerskaart na verlies of diefstal opnieuw in zijn bezit krijgt, zendt hij deze ondernemerskaart alsnog onmiddellijk aan de Minister.

Hoofdstuk 4. Keuringskaart

Artikel 13

Een keuringskaart wordt op aanvraag verleend aan een erkenninghouder die is ingeschreven in het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007.

Artikel 14

De erkenninghouder ontvangt voor iedere door hem ten behoeve van het activeren, onderzoeken of herstellen van de boordcomputer geëxploiteerde werkplaats, ten hoogste twee keuringskaarten.

Artikel 15
1.

Een keuringskaart wordt ingetrokken indien:

2.

De erkenninghouder meldt een geval als bedoeld in het eerste lid onder b, c of d onmiddellijk aan de Minister onder opgave van het op de kaart vermelde unieke nummer.

3.

De houder van een keuringskaart zendt deze binnen vier weken na intrekking aan de Minister.

Hoofdstuk 5. Gebruik van de boordcomputer

Artikel 16
1.

Bij aanvang van de werkzaamheden aan boord van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht voert de bestuurder zijn kaart en pincode in de boordcomputer in.

2.

Indien de bestuurder voorafgaand aan het rijden een pauze heeft genoten dan wel andere werkzaamheden dan rijden heeft verricht, voert hij deze direct na de in het eerste lid bedoelde handelingen in de boordcomputer in.

3.

Bij de aanvang van taxivervoer schakelt de bestuurder het werkingsniveau taxivervoer in en voert de aanvang en het einde van iedere rit in.

4.

De bestuurder voert de gegevens in die niet automatisch met behulp van sensoren worden gegenereerd, dan wel accepteert deze handmatig indien zij via een externe inrichting worden ingevoerd.

5.

Ingeval de boordcomputer niet gekoppeld is aan de taxameter, voert de bestuurder handmatig de door de taxameter aangegeven ritprijs, toeslagen en totaalprijs in, dan wel, indien voor het vervoer geen taxameter verplicht is en de ritprijs direct na de rit wordt voldaan, de door de reiziger verschuldigde vergoeding.

6.

Indien de boordcomputer een waarschuwing als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi geeft, bevestigt de bestuurder handmatig dat hij de waarschuwing heeft opgemerkt.

7.

Bij beëindiging van de werkzaamheden beëindigt de bestuurder de kaartsessie en bevestigt dit door het invoeren van zijn pincode alvorens zijn chauffeurskaart uit de boordcomputer te nemen.

8.

Indien de chauffeurskaart onvoldoende dataopslag heeft, stelt de bestuurder de op de chauffeurskaart opgeslagen gegevens onmiddellijk veilig door deze over te brengen op de boordcomputer dan wel op een andere daartoe geschikte en veilige wijze.

Artikel 17

De vervoerder draagt er zorg voor dat te allen tijde:

Artikel 18
1.

Ingeval van een storing als bedoeld in artikel 26, vierde lid, onder a, b, c of e, van de Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi dan wel wanneer de boordcomputer buiten gebruik is, laat de vervoerder deze zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen drie werkdagen, door een erkenninghouder herstellen en draagt hij er zorg voor dat de bestuurder gedurende zijn dienst een registratie bijhoudt van diens arbeids- en rusttijden en van de gegevens, bedoeld in artikel 79, derde lid, onder a, c en d, en vijfde lid, onder d tot en met f, van het Besluit.

2.

De in het eerste lid bedoelde registratie is handmatig ondertekend en vermeldt de gegevens, bedoeld in artikel 79, derde lid, onder b, en vijfde lid, onder a tot en met c, van het Besluit.

3.

Ingeval van een storing als bedoeld in artikel 26, vierde lid, onder d, van de Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi laat de vervoerder deze binnen drie werkdagen door een erkenninghouder herstellen, en de in de boordcomputer geregistreerde gegevens door die erkenninghouder veilig stellen.

4.

Ingeval van een storing als bedoeld in artikel 26, vierde lid, onder f, van de Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi, draagt de vervoerder er zorg voor dat de bestuurder handelt in overeenstemming met artikel 11, derde lid.

5.

Indien er een waarschuwing wordt gegeven van het ontstaan van onvoldoende opslagcapaciteit in het geheugen van de boordcomputer, draagt de vervoerder onmiddellijk zorg voor een overbrenging van de gegevens uit de boordcomputer naar zijn vestiging.

Artikel 19
1.

De vervoerder brengt de in de boordcomputer geregistreerde gegevens met behulp van de ondernemerskaart over naar de vestiging:

2.

De vervoerder draagt er zorg voor dat de gegevens op een chauffeurskaart waarmee ten behoeve van zijn onderneming in de relevante periode taxivervoer is verricht, tenminste elke vijf weken worden overgebracht naar een boordcomputer die aan zijn onderneming is gekoppeld.

3.

De bestuurder brengt de gegevens op zijn chauffeurskaart ten minste elke vijf weken over naar de boordcomputer van elke vervoerder ten behoeve van wie hij in die periode taxivervoer heeft verricht.

4.

Indien de vervoerder vanwege een storing niet aan zijn verplichtingen op grond van het eerste lid kan voldoen, verzoekt hij aan een erkenninghouder om de gegevens over te brengen naar een computer of ander opslagmedium.

5.

Indien de in het vierde lid bedoelde gegevensoverdracht door de erkenninghouder niet mogelijk is, verstrekt de erkenninghouder aan de vervoerder een certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht.

6.

De vervoerder bewaart een certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht ten minste 104 weken vanaf de datum van afgifte.

Hoofdstuk 6. Wijziging andere regelingen

Artikel 20

De Regeling werkmap wordt ingetrokken.

Artikel 21

Wijzigt de Regeling taxibestuurders 2005.

Hoofdstuk 7. Slotbepaling

Artikel 22

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten.

Artikel 23

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel L, van het Besluit van 16 oktober 2009 houdende wijziging van het Besluit personenvervoer 2000, het Arbeidstijdenbesluit vervoer en het Reglement rijbewijzen in verband met de invoering van de boordcomputer taxi, de afschaffing van de vergunning voor collectief personenvervoer en een technische wijziging in verband met het elektronisch vervoerbewijs in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.