Wet van 16 december 2010 houdende vaststelling van de Wet Belastingwet BES (Belastingwet BES)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is maatregelen te treffen zodat voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt voorzien in een fiscaal stelsel op het moment dat in het kader van de staatkundige vernieuwing van het Koninkrijk der Nederlanden deze eilanden als openbaar lichaam onderdeel gaan uitmaken van het land Nederland;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
Artikel 1.1
De bepalingen van deze belastingwet gelden op de BES eilanden bij de heffing van de BES belastingen alsmede de invordering van de BES belastingen.
Artikel 1.2
Krachtens deze belastingwet worden de volgende belastingen geheven en ingevorderd:
- a. vastgoedbelasting;
- b. opbrengstbelasting;
- c. algemene bestedingsbelasting;
- d. overdrachtsbelasting, en
- e. kansspelbelasting.
Artikel 1.3
Deze belastingwet verstaat onder:
- a. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
- b. belastingwet: deze wet alsmede alle op deze wet berustende bepalingen;
- c. lichamen: verenigingen en andere rechtspersonen, maat- en vennootschappen en doelvermogens;
- d. BES belastingen: de in artikel 1.2 genoemde belastingen alsmede de loonbelasting geheven op basis van de Wet loonbelasting BES, de inkomstenbelasting geheven op basis van de Wet inkomstenbelasting BES en de minimumbelasting geheven op basis van hoofdstuk VIIB, waaronder worden begrepen de bestuurlijke boeten die ingevolge deze wet kunnen worden opgelegd of vastgesteld, interest, alsmede de kosten van vervolging;
- e. Koninkrijk: Koninkrijk der Nederlanden;
- f. Rijk: het land Nederland, zijnde Nederland en de BES eilanden;
- g. Nederland: het in Europa gelegen deel van het Rijk;
- h. BES eilanden: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met daar onder begrepen, met in achtneming van de Rijkswet tot vaststelling van een zeegrens tussen Curaçao en Bonaire, en tussen Sint Maarten en Saba, het buiten de territoriale zee van de BES eilanden gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voor zover het Koninkrijk daar op grond van het internationale recht ten behoeve van de exploratie en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen soevereine rechten mag uitoefenen, alsmede de in, op of boven dat gebied aanwezige installaties en andere inrichtingen ten behoeve van de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen in dat gebied;
- i. binnenland: de BES eilanden;
- j. openbaar lichaam: Bonaire, Sint Eustatius of Saba, waarbij het openbaar lichaam Bonaire de eilanden Bonaire en Klein Bonaire omvat;
- k. directeur, inspecteur of ontvanger: de bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen functionaris van de rijksbelastingdienst;
- l. belastingdeurwaarder: de bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen ambtenaar met dien verstande dat de betrekking van belastingdeurwaarder van de BES belastingen verenigbaar is met die van deurwaarder bij een rechterlijk college of gerecht in eerste aanleg;
- m. belastingaanslag: de voorlopige aanslag, de aanslag, de navorderingsaanslag, en de naheffingsaanslag;
- n. belastingplichtige: de natuurlijke persoon of rechtspersoon van wie op grond van deze wet een belasting wordt geheven;
- o. belastingschuldige: degene te wiens naam de belastingaanslag is gesteld;
- p. het Hof: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- q. het Gerecht in eerste aanleg: het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- r. bevoegde autoriteit: de door een staat tot het uitwisselen van inlichtingen aangewezen persoon of instantie;
- s. USD: dollar van de Verenigde Staten van Amerika;
- t. personenauto: de personenauto, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992;
- u. bestelauto: de bestelauto, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en derde tot en met zesde lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op basis waarvan motorrijtuigen voor de toepassing van deze wet, de Wet inkomstenbelasting BES of de Wet loonbelasting BES:
- a. niet als personenauto worden aangemerkt; of
- b. niet als bestelauto worden aangemerkt.
Artikel 1.4
Waar in deze belastingwet wordt gesproken van:
- a. de bestuurder van een lichaam, wordt daaronder begrepen de beherende vennoot van een maat- of vennootschap en de binnenlandse vertegenwoordiger van een niet op de BES eilanden gevestigd lichaam, alsmede in geval van ontbinding degene die met de vereffening is belast;
- b. vereniging, wordt daaronder begrepen het samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid die maatschappelijk met een vereniging gelijk kan worden gesteld;
- c. Mogendheid, wordt daaronder begrepen een daarmee gelijk te stellen bestuurlijke eenheid;
- d. staat, wordt daaronder begrepen Mogendheid;
- e. verdrag, wordt daaronder begrepen regelen ter voorkoming van dubbele belasting die zijn overeengekomen met een in onderdeel d bedoelde bestuurlijke eenheid;
- f. regeling ter voorkoming van dubbele belasting, wordt daaronder begrepen regelen ter voorkoming van dubbele belasting die zijn overeengekomen met een in onderdeel d bedoelde bestuurlijke eenheid.
Artikel 1.5
Waar iemand woont en waar een lichaam is gevestigd, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen en luchtvaartuigen welke op de BES eilanden hun thuishaven hebben, ten aanzien van de bemanning als deel van de BES eilanden beschouwd.
Hoofdstuk II. Inkomstenbelasting
Hoofdstuk III. Loonbelasting
Hoofdstuk IV. Vastgoedbelasting
Titel 1. Algemene bepalingen
Artikel 4.1
Onder de naam vastgoedbelasting wordt een belasting geheven ter zake van voordelen uit een op de BES eilanden gelegen onroerende zaak.
Titel 2. Belastingplichtige
Artikel 4.2
De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak.
Als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt, degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Indien bij het begin van het kalenderjaar meer dan een belastingplichtige het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak, wordt de belasting geheven van alle belastingplichtigen gezamenlijk.
Indien belastingplichtigen bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak hebben en dit genot elk van deze belastingplichtigen afzonderlijk het recht geeft om de onroerende zaak gedurende een deel van het kalenderjaar te gebruiken (time-share), wordt de belasting geheven van al deze belastingplichtigen gezamenlijk.
Titel 3. Voorwerp van belasting
Artikel 4.3
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als één onroerende zaak aangemerkt:
- a. een gebouwd eigendom;
- b. een ongebouwd eigendom;
- c. een gedeelte van een in onderdeel a of in onderdeel b bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
- d. een samenstel van twee of meer van de in onderdeel a of onderdeel b bedoelde eigendommen of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
Artikel 4.4
De belasting wordt niet geheven ter zake van voordelen uit:
- a. onroerende zaken die als eigen woning worden aangemerkt als bedoeld in artikel 4 van de Wet inkomstenbelasting BES en die de belastingplichtige als hoofdverblijf ter beschikking staan;
- b. onroerende zaken die tot het vermogen van een onderneming behoren waarmee een belastingplichtige voor de inkomstenbelasting opbrengst als bedoeld in artikel 6 van de Wet inkomstenbelasting BES verkrijgt;
- c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
- d. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
- e. werken die zijn bestemd voor de levering van water, de inzameling en zuivering van riool- en ander afvalwater of de levering van elektriciteit en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
- f. ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, voor zover die niet de ondergrond vormt van gebouwde eigendommen;
- g. natuurterreinen, waaronder mede wordt verstaan duinen, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;
- h. onroerende zaken, waarvan het Rijk of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht hebben, behoudens voor zover die zaak wordt gebruikt in het kader van een onderneming of een andere economische activiteit;
- i. onroerende zaken, niet zijnde zelfstandige woningen, voor zover het genot daarvan krachtens eigendom, bezit of beperkt recht berust bij, bij ministeriële regeling aan te wijzen, charitatieve of culturele instellingen, doelen voor de behartiging van het algemeen nut of een sociaal belang of organisaties van werkgevers of werknemers en de betreffende onroerende zaak uitsluitend of nagenoeg uitsluitend door de belastingplichtige zelf wordt gebruikt; een aanwijzing is alleen mogelijk indien de belastingplichtige geen winst beoogt en er geen verstoring van concurrentieverhoudingen optreedt ten opzichte van belastingplichtigen die wel winst beogen;
- j. onroerende zaken, voor zover een lichaam dat op grond van artikel 5.2, in Nederland wordt geacht te zijn gevestigd het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft;
- k. onroerende zaken, waarvan de waarde uitsluitend of nagenoeg uitsluitend wordt bepaald door de waarde van de daarvan deel uitmakende braakliggende grond, voor zover degene of degenen die het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft of hebben een natuurlijke persoon is of zijn en inwoner is of zijn van de BES eilanden, met dien verstande dat grond waarop een woning wordt gebouwd ook als braakliggende grond wordt aangemerkt, mits de te bouwen woning binnen 24 maanden na aanvang van de bouwactiviteiten voor degene of degenen die het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft of hebben, als een eigen woning als bedoeld in artikel 4 van de Wet inkomstenbelasting BES wordt aangemerkt.
Titel 4. Heffingsmaatstaf en waardevaststelling
Artikel 4.5
De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.
In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een onroerende zaak bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:
- a. de aard en de bestemming van de zaak;
- b. de sedert de stichting van de zaak opgetreden technische en functionele veroudering, waarbij de invloed van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen.
Artikel 4.6
De inspecteur stelt de waarde van de onroerende zaken ter zake waarvan de vastgoedbelasting wordt geheven vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
De waarde wordt bepaald naar de waarde die de onroerende zaak op de waardepeildatum heeft naar de staat waarin de zaak op die datum verkeert.
De waardepeildatum ligt aan het begin van het tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld.
De waarde geldt voor een tijdvak van vijf achtereenvolgende kalenderjaren.
Indien er met betrekking tot een onroerende zaak meer dan één genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, kan de beschikking, bedoeld in het eerste lid, worden toegezonden aan één van hen.
Artikel 4.7
In afwijking in zoverre van hoofdstuk VIII, stelt de inspecteur de aanslag vast, zonder dat daaraan een aangifte is voorafgegaan.
Bezwaar tegen de aanslag kan niet gegrond zijn op de stelling dat de waarde onjuist is vastgesteld.
De belasting wordt geheven over een tijdvak van één kalenderjaar.
Indien er met betrekking tot een onroerende zaak meer dan één genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, kan de inspecteur de aanslag opleggen aan één van hen.
Indien er met betrekking tot een onroerende zaak meer dan één genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, vordert de ontvanger de belastingaanslag in bij degene op wiens naam de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige belastingplichtigen.
Artikel 4.8
Indien de onroerende zaak in het jaar voorafgaand aan het tijdvak van heffing of in de loop van het tijdvak van heffing wijzigt als gevolg van bouw, verbouwing, verbetering, afbraak of vernietiging wordt in afwijking van artikel 4.6, derde en vierde lid, de waarde bepaald naar de staat van die zaak bij het begin van het kalenderjaar volgend op dat waarin de genoemde wijziging zich heeft voorgedaan.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.