Wet van 16 december 2010 houdende vaststelling van de Wet Belastingwet BES (Belastingwet BES)

Type Wet Bes
Publication 2026-04-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is maatregelen te treffen zodat voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt voorzien in een fiscaal stelsel op het moment dat in het kader van de staatkundige vernieuwing van het Koninkrijk der Nederlanden deze eilanden als openbaar lichaam onderdeel gaan uitmaken van het land Nederland;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1.1

De bepalingen van deze belastingwet gelden op de BES eilanden bij de heffing van de BES belastingen alsmede de invordering van de BES belastingen.

Artikel 1.2

Krachtens deze belastingwet worden de volgende belastingen geheven en ingevorderd:

Artikel 1.3
1.

Deze belastingwet verstaat onder:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op basis waarvan motorrijtuigen voor de toepassing van deze wet, de Wet inkomstenbelasting BES of de Wet loonbelasting BES:

Artikel 1.4

Waar in deze belastingwet wordt gesproken van:

Artikel 1.5
1.

Waar iemand woont en waar een lichaam is gevestigd, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen en luchtvaartuigen welke op de BES eilanden hun thuishaven hebben, ten aanzien van de bemanning als deel van de BES eilanden beschouwd.

Hoofdstuk II. Inkomstenbelasting

Hoofdstuk III. Loonbelasting

Hoofdstuk IV. Vastgoedbelasting

Titel 1. Algemene bepalingen

Artikel 4.1

Onder de naam vastgoedbelasting wordt een belasting geheven ter zake van voordelen uit een op de BES eilanden gelegen onroerende zaak.

Titel 2. Belastingplichtige

Artikel 4.2
1.

De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak.

2.

Als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt, degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

3.

Indien bij het begin van het kalenderjaar meer dan een belastingplichtige het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak, wordt de belasting geheven van alle belastingplichtigen gezamenlijk.

4.

Indien belastingplichtigen bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak hebben en dit genot elk van deze belastingplichtigen afzonderlijk het recht geeft om de onroerende zaak gedurende een deel van het kalenderjaar te gebruiken (time-share), wordt de belasting geheven van al deze belastingplichtigen gezamenlijk.

Titel 3. Voorwerp van belasting

Artikel 4.3

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als één onroerende zaak aangemerkt:

Artikel 4.4

De belasting wordt niet geheven ter zake van voordelen uit:

Titel 4. Heffingsmaatstaf en waardevaststelling

Artikel 4.5
1.

De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.

2.

In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een onroerende zaak bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:

Artikel 4.6
1.

De inspecteur stelt de waarde van de onroerende zaken ter zake waarvan de vastgoedbelasting wordt geheven vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.

2.

De waarde wordt bepaald naar de waarde die de onroerende zaak op de waardepeildatum heeft naar de staat waarin de zaak op die datum verkeert.

3.

De waardepeildatum ligt aan het begin van het tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld.

4.

De waarde geldt voor een tijdvak van vijf achtereenvolgende kalenderjaren.

5.

Indien er met betrekking tot een onroerende zaak meer dan één genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, kan de beschikking, bedoeld in het eerste lid, worden toegezonden aan één van hen.

Artikel 4.7
1.

In afwijking in zoverre van hoofdstuk VIII, stelt de inspecteur de aanslag vast, zonder dat daaraan een aangifte is voorafgegaan.

2.

Bezwaar tegen de aanslag kan niet gegrond zijn op de stelling dat de waarde onjuist is vastgesteld.

3.

De belasting wordt geheven over een tijdvak van één kalenderjaar.

4.

Indien er met betrekking tot een onroerende zaak meer dan één genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, kan de inspecteur de aanslag opleggen aan één van hen.

5.

Indien er met betrekking tot een onroerende zaak meer dan één genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, vordert de ontvanger de belastingaanslag in bij degene op wiens naam de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige belastingplichtigen.

Artikel 4.8
1.

Indien de onroerende zaak in het jaar voorafgaand aan het tijdvak van heffing of in de loop van het tijdvak van heffing wijzigt als gevolg van bouw, verbouwing, verbetering, afbraak of vernietiging wordt in afwijking van artikel 4.6, derde en vierde lid, de waarde bepaald naar de staat van die zaak bij het begin van het kalenderjaar volgend op dat waarin de genoemde wijziging zich heeft voorgedaan.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.