Besluit van 23 december 2010 tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit Douane- en Accijnswet BES (Uitvoeringsbesluit Douane- en Accijnswet BES)
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 23 november 2010, nr. AFP 2010/558, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
Gelet op de artikelen 2.2, eerste lid, 2.26, eerste lid, 2.34, 2.35, eerste lid, 2.36, eerste lid, 2.37, 2.43, 2.44, vijfde lid, 2.48, eerste lid, 2.57, zesde lid, 2.66, achtste lid, 2.99, 2.115, 2.135, 4.4, tweede lid, 4.5, tweede lid, 4.24, eerste lid, 4.34, tweede lid, 4.49, 4.58, eerste lid en 4.60, van de Douane- en Accijnswet BES;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 9 december 2010, nr. W06.10.0540/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 16 december 2010, nr. DV2010/526 M, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 1.1 van de Douane- en Accijnswet BES in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 2.2, eerste lid, 2.26, eerste lid, 2.34, 2.35, eerste lid, 2.36, eerste lid, 2.37, 2.43, 2.44, vijfde lid, 2.48, eerste lid, 2.57, zesde lid, 2.66, achtste lid, 2.99, 2.115, 2.135, 4.4, tweede lid, 4.5, tweede lid, 4.24, eerste lid, 4.34, tweede lid, 4.49, eerste lid, 4.50a, eerste lid, 4.58, eerste lid, en 4.60, eerste lid, van de Douane- en Accijnswet BES.
Dit besluit verstaat onder wet: Douane- en Accijnswet BES.
Hoofdstuk 2. In-, uit- en doorvoer
Afdeling 2.1. Kosten ambtelijke werkzaamheden
Artikel 2.1
Kosten zijn verschuldigd:
- a. voor ambtelijke werkzaamheden verricht op verzoek van de belanghebbende:
- 1°. buiten de openingstijden van de douanekantoren;
- 2°. op andere plaatsen dan plaatsen die aangewezen zijn voor het onderzoek van goederen;
- 3°. indien voor de verstrekking van inlichtingen betreffende de toepassing van de douanewetgeving kosten zijn gemaakt, zoals voor analyses, expertises of terugzending van de goederen;
- 4°. ter zake van het wijzigen van aangiften, en het wedergeldig verklaren, het ongeldig maken of het verlengen van de geldigheidsduur van een document;
- b. voor de vernietiging van de goederen, bedoeld in de artikelen 2.22, eerste en derde lid, en 2.67, vijfde en zesde lid, van de wet;
- c. indien kosten als bedoeld in artikel 2.54, derde lid, van de wet zijn gemaakt;
- d. voor het heronderzoek van goederen, ingeval de verschillen in uitkomst tussen dat onderzoek en het eerdere onderzoek van de goederen, één percent of minder bedragen;
- e. ter zake van advertenties, inventarisatie, overbrenging, verkoop of vernietiging in het kader van de inbewaringneming van goederen, bedoeld in artikel 2.67 van de wet;
- f. ter zake van de opslag van goederen in een ruimte in beheer bij de overheid;
- g. in de gevallen waarin bewaking van de goederen is bevolen.
Afdeling 2.2. Beperkingen voor de uit- en doorvoer van strategische goederen
Artikel 2.2
In deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. Onze Minister: Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
- b. goederen voor tweeërlei gebruik: goederen die zowel een civiele als een militaire bestemming kunnen hebben, met inbegrip van alle goederen die voor niet-explosieve doeleinden gebruikt kunnen worden en op enige manier bijdragen aan de vervaardiging van nucleaire wapens of andere nucleaire explosiemiddelen;
- c. militaire goederen: de militaire goederen, bedoeld in een door Onze Minister van Financiën in overeenstemming met Onze Minister na overleg met Onze Minister die het mede aangaat vast te stellen ministeriële regeling;
- d. Verordening 428/2009: Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van goederen voor tweeërlei gebruik (PbEU 2009, L 134);
- e. militair eindgebruik: de verwerking in militaire goederen, het gebruik van productie-, test- of onderzoeksapparatuur en onderdelen daarvan voor de ontwikkeling, de productie of het onderhoud van militaire goederen, en het gebruik van onafgewerkte goederen in een fabriek voor de fabricage van militaire goederen;
- f. beschikking: een voor bezwaar vatbare schriftelijke beslissing, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is en die door Onze Minister is genomen op grond van deze afdeling.
Artikel 2.3
Voor de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik die voorkomen op de lijst in bijlage I van Verordening 428/2009 is een vergunning vereist.
Voor de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik die niet op de lijst in bijlage I van Verordening 428/2009 voorkomen, is een vergunning vereist indien:
- a. de exporteur door Onze Minister is meegedeeld dat de goederen geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor gebruik in verband met de ontwikkeling, de productie, de behandeling, de bediening, het onderhoud, de opslag, de opsporing, de herkenning of de verspreiding van chemische, biologische of nucleaire wapens of andere nucleaire explosiemiddelen, of voor de ontwikkeling, de productie, het onderhoud of de opslag van raketten die dergelijke wapens naar hun doel kunnen voeren;
- b. op het kopende land of het land van bestemming een wapenembargo rust waartoe besloten is in een een besluit van de Raad van de Europese Unie of een besluit van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), of een wapenembargo uit hoofde van een bindende resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, en indien de exporteur door Onze Minister is meegedeeld dat de goederen geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor militair eindgebruik;
- c. de exporteur door Onze Minister is meegedeeld dat de goederen geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn om te worden gebruikt als onderdelen of componenten van militaire goederen.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën in overeenstemming met Onze Minister kan om redenen van openbare veiligheid of uit mensenrechtenoverwegingen een verbod worden ingesteld op, of een vergunning verplicht worden gesteld voor, de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik die niet zijn genoemd in bijlage I van Verordening 428/2009.
Artikel 2.4
Doorvoer van goederen voor tweeërlei gebruik, die voorkomen op de lijst in bijlage I van Verordening 428/2009, kan bij regeling van Onze Minister van Financiën in overeenstemming met Onze Minister worden verboden, indien de goederen geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor de in artikel 2.3, tweede lid, onderdeel a, genoemde doeleinden.
Voordat hij een besluit neemt over het al dan niet verbieden van doorvoer, kan Onze Minister in individuele gevallen een vergunningsplicht opleggen voor een specifiek geval van doorvoer van goederen voor tweeërlei gebruik.
Artikel 2.5
Indien Onze Minister heeft bepaald dat de uitvoer of de doorvoer van daarbij aangewezen goederen zonder vergunning is verboden, is degene tot wie de in artikel 2.3, derde lid, bedoelde regeling zich richt en de adressaat van het besluit, bedoeld in artikel 2.4, zodra voor hem aannemelijk is dat die goederen een andere bestemming zullen krijgen dan in de regeling of in het besluit is vermeld, verplicht onder opgave van redenen van deze gewijzigde bestemming mededeling te doen aan Onze Minister.
Artikel 2.6
Het is verboden om militaire goederen uit te voeren van de BES eilanden of door te voeren via de BES eilanden zonder vergunning.
Het eerste lid is niet van toepassing:
- a. op de doorvoer van militaire goederen die uitsluitend worden vervoerd door de territoriale wateren of door het luchtruim van de BES eilanden;
- b. op de doorvoer van militaire goederen die afkomstig zijn uit, of als eindbestemming hebben Australië, Japan, Nieuw-Zeeland, Zwitserland of één van de lidstaten van de Europese Unie of de Noord-Atlantische verdragsorganisatie (NAVO).
Bij regeling van Onze Minister van Financiën in overeenstemming met Onze Minister kan worden bepaald dat voor de uitvoer of doorvoer van militaire goederen in situaties als bedoeld in het tweede lid een vergunning is vereist:
- a. indien het belang van de internationale rechtsorde of een daarop betrekking hebbende internationale afspraak dat vereist; of
- b. indien Onze Minister dit noodzakelijk acht voor de bescherming van de wezenlijke belangen van de nationale veiligheid.
In andere gevallen dan die, bedoeld in het tweede lid, kan bij regeling van Onze Minister van Financiën in overeenstemming met Onze Minister vrijstelling worden verleend van het eerste lid.
Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid.
Een vergunning of ontheffing wordt in ieder geval geweigerd voor zover dit voortvloeit uit internationale verplichtingen.
Vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden.
Het is verboden om de goederen, bedoeld in lijst 2 van onderdeel B van de bijlage inzake stoffen bij het op 13 januari 1983 tot stand gekomen Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens (Trb. 1993, 162) in te voeren op de BES eilanden uit landen, die geen partij zijn bij dit verdrag.
Artikel 2.7
Indien op basis van deze afdeling geen vergunning is vereist voor de uitvoer of de doorvoer van militaire goederen, vindt een melding plaats bij Onze Minister.
Ten aanzien van de melding, bedoeld in het eerste lid, worden bij regeling van Onze Minister van Financiën in overeenstemming met Onze Minister regels gesteld over:
- a. de wijze waarop en door wie een melding moet worden gedaan;
- b. het tijdstip van de melding; en
- c. de inhoud van de melding.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën in overeenstemming met Onze Minister kan vrijstelling worden verleend van het eerste lid.
Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid.
Vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend en daar kunnen voorschriften aan worden verbonden.
Artikel 2.8
De vergunning, bedoeld in de artikelen 2.3, 2.4, tweede lid, en 2.6 wordt op aanvraag verleend door Onze Minister.
Exporteurs verstrekken alle informatie die vereist is voor hun aanvragen van vergunningen, zodat Onze Minister over volledige informatie beschikt, met name ten aanzien van de eindgebruiker, het land van bestemming en het eindgebruik van het uitgevoerde goed.
Onze Minister kan aan de vergunning voorschriften en voorwaarden verbinden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.