Regeling tot vaststelling van de Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES (Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES)
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
Gelet op de Douane- en Accijnswet BES en de artikelen 2.2, onderdeel c, 2.6, vierde lid, 2.7, tweede lid, 2.8, vierde lid, en 2.39, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit Douane- en Accijnswet BES;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Afdeling 1.1. Definities en overige algemene bepalingen
Artikel 1.1
Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 1.1, onderdeel h, 2.2, tweede lid, 2.4, eerste en derde lid, 2.6, tweede lid, 2.9, eerste lid, 2.10, tweede en vierde lid, 2.11, eerste lid, 2.18, derde lid, 2.24, 2.25, tweede lid, 2.40, tweede en zesde lid, 2.46, eerste lid, 2.48, vijfde lid, 2.55, vijfde lid, 2.61, vierde lid, 2.66, zesde lid, 2.67, vijfde en zevende lid, 2.78, vierde lid, 2.89, derde lid, 2.115, 2.151, eerste lid, 2.155, eerste lid, 3.9, derde lid, 3.49, eerste en tweede lid, 3.50, aanhef en onderdeel b, 3.51, tweede lid, onderdeel b, 3.53, tweede lid, 3.57, eerste lid, onderdeel a, 3.72, eerste lid, onderdelen f, j en q, 3.115, tweede lid, onderdeel b, 3.117, tweede lid, onderdeel b, 3.118, eerste lid, onderdeel c, 3.119, eerste lid, onderdeel b, 3.133, 3.135, tweede lid, onderdeel a, 3.137, eerste lid, onderdeel c, 4.10, tweede lid, 4.23, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, 4.24, tweede lid, 4.25, tweede lid, 4.36, derde lid, 4.39, derde lid, 4.49, derde lid, 4.50, 4.50a, derde lid, 4.51, derde lid, 4.53, derde lid, 4.56, derde lid, 4.57, tweede en derde lid, 4.58, tweede lid, 4.60, tweede lid, 4.61, derde lid, 4.62, tweede lid, 4.65, tweede lid, 4.66, zevende lid, en 5.7 van de Douane- en Accijnswet BES, artikel 4.3 van de Douane- en Accijnswet BES in samenhang met artikel 8.11, tweede lid, van de Belastingwet BES en de artikelen 2.2, onderdeel c, 2.6, vierde lid, 2.7, tweede lid, 2.8, vierde lid, en 2.39, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit Douane- en Accijnswet BES.
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
- a. besluit: Uitvoeringsbesluit Douane- en Accijnswet BES;
- b. binnenbrengen: binnen het grondgebied brengen van één van de BES eilanden;
- c. buitenland: al hetgeen buiten het grondgebied van één van de BES eilanden is gelegen;
- d. formulier enig document: formulier voor het doen van een schriftelijke aangifte;
- e. goederenmanifest: uittreksel van een vrachtlijst of van een vrachtbrief;
- f. Post: houder van de concessie, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet post BES;
- g. wet: Douane- en Accijnswet BES.
Afdeling 1.2. Aanwijzing inspecteur en ontvanger
Artikel 1.2
Inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 1.1, aanhef en onderdeel h, van de wet, zijn:
- a. de directeur-generaal Douane, de algemeen directeuren en de directeur, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003;
- b. de directeur-generaal Belastingdienst, voor zover het de belastingaangelegenheden betreft die verband houden met het Koninklijk Huis.
Artikel 1.3
De directeur-generaal Douane, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, de algemeen directeuren en directeur, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, zijn ambtenaar als bedoeld in artikel 2.153 van de wet (contactambtenaar).
Artikel 1.4
De verplichtingen, die ingevolge de artikelen 2.51 tot en met 2.54 van de wet gelden jegens de inspecteur, gelden ook jegens de directeur van de FIOD alsmede jegens de door deze directeur aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst.
Afdeling 1.3. Lijfsvisitatie
Artikel 1.5
De instellingen van apparatuur waarmee door kleding van personen wordt gekeken, zijn zodanig dat de persoon, die aan lijfsvisitatie wordt onderworpen, niet herkenbaar is op de beelden die door de apparatuur worden gegenereerd.
Hoofdstuk 2. Formele bepalingen douane
Afdeling 2.1. Kosten ambtelijke werkzaamheden
Artikel 2.1
Het tarief van de kosten, die op grond van artikel 2.2, tweede lid, van de wet, door de belanghebbende aan het Rijk zijn verschuldigd, is:
- a. indien het ambtelijke verrichtingen betreft: USD 10 per half uur;
- b. het bedrag dat door derden aan de inspecteur in rekening is gebracht.
Voor de berekening van de duur van de ambtelijke verrichting wordt niet in aanmerking genomen:
- a. de reistijd van de ambtenaar naar de plaats waar de ambtelijke verrichting wordt verricht; en
- b. de tijd die de ambtenaar nodig heeft om terug te keren naar de plaats vanwaar hij is vertrokken.
Artikel 2.2
Ter zake van de opslag van goederen in een ruimte voor de tijdelijke opslag of een douane-entrepot in beheer bij de overheid, is aan opslagkosten verschuldigd USD 20 per kubieke meter per dag. Een gedeelte van een kubieke meter wordt gerekend voor een volle kubieke meter. Een periode, korter dan een dag, wordt gerekend voor een volle dag.
Het eerste lid is eveneens van toepassing op goederen ten aanzien waarvan de bij wettelijke regelingen voorgeschreven verplichtingen niet zijn nagekomen en om die reden naar een in het eerste lid bedoelde ruimte zijn overgebracht.
Afdeling 2.2. Formulieren en modellen
Artikel 2.3
Het model en de inhoud van het formulier voor de verklaring tot inklaring, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de wet, wordt door de inspecteur vastgesteld en bevat in ieder geval de volgende gegevens:
- a. de naam van de gezagvoerder;
- b. de naam, het domicilie, de tonnenmaat, de plaatsen van inlading en de plaats van bestemming van het schip of luchtvaartuig;
- c. de lijst van alle ingeladen goederen met vermelding van de soort volgens de algemene handelsbenaming of goederenmanifesten;
- d. het aantal, de soort en de merken van de colli of losse voorwerpen of de opmerking dat de goederen los gestort zijn; en
- e. de hoeveelheid van de gestorte goederen.
Artikel 2.4
Het model van het formulier D.V. 1 voor de aangifte van gegevens inzake de douanewaarde is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
Het model van het formulier voor de aanvullende lijst D.V. 1 – BIS is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
Artikel 2.5
Het model van het formulier enig document is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3. Het model bestaat uit een basisset en een bislijst.
Zowel de basisset als de bislijst bestaat uit vier exemplaren met de navolgende bestemmingen:
- a. exemplaar 1 is het kantoorexemplaar en is bestemd voor de inspecteur;
- b. exemplaar 2 is het aangeverexemplaar en is bestemd voor de aangever;
- c. exemplaar 3 is bestemd om te dienen als geleide en terugzendingexemplaar;
- d. exemplaar 0 is bedoeld als extra exemplaar.
Een elektronische aangifte bevat de in bijlage 3 bij deze regeling opgenomen gegevens in gecodeerde of in een andere door de inspecteur vastgestelde vorm, met het oog op de verwerking ervan per computer.
Het formulier enig document wordt schriftelijk ingediend. De invulling van het formulier geschiedt door middel van doordruk, zodat alleen het eerste exemplaar van zowel de basisset als de bislijst wordt ingevuld.
Ook de achterzijden van de exemplaren van de basisset zijn bedrukt. De aftekening van deze exemplaren geldt voor de gehele aangifte inclusief de bislijsten. De achterzijden van de bislijsten zijn niet bedrukt.
Het formulier enig document is niet vereist indien op grond van internationale overeenkomsten bescheiden worden gebruikt die in overeenstemming zijn met de in die overeenkomsten gegeven voorschriften.
Afdeling 2.3. Douane-expediteur
Artikel 2.6
Bij een aanvraag tot toelating als douane-expediteur worden in ieder geval gegevens verstrekt over:
- a. onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling van de aanvrager in de afgelopen vijf jaren, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de schriftelijke aanvraag aan de inspecteur wordt ingezonden, wegens een strafbaar feit dat naar Nederlands recht wordt aangemerkt als een misdrijf;
- b. de vakbekwaamheid van de aanvrager, die rechtstreeks samenhangt met de te verrichten activiteiten als douane-expediteur; en
- c. de wijze waarop de aanvrager zekerheid zal stellen voor de gevallen waarin dit wordt verlangd.
Afdeling 2.4. Bindende inlichtingen
Artikel 2.7
De inspecteur kan bindende tariefinlichtingen of bindende inlichtingen ten aanzien van de oorsprong van goederen verstrekken.
Het verzoek ter verkrijging van een bindende tariefinlichting mag slechts op één soort goederen, dat ter verkrijging van een bindende inlichting inzake de oorsprong van goederen slechts op één soort goederen en op één type oorsprongsverlenende omstandigheden betrekking hebben.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.