Regeling pensioenen BES

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2011-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.

Artikel 1
1.

Als verzekeraar van een pensioen kan slechts optreden:

2.

Het lichaam, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, en de natuurlijk persoon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, kunnen slechts als verzekeraar van een pensioen optreden ter uitvoering van:

3.

In afwijking van het eerste lid, onder d, kan een stichting of doelvermogen niet als een verzekeraar van een pensioen optreden.

Artikel 2
1.

Een maatschappelijk aanvaardbaar ouderdomspensioen wordt opgebouwd met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen en bedraagt maximaal 100 percent van het pensioengevend loon op het tijdstip van ingang. De opbouw per jaar bedraagt maximaal 2 percent bij een op een eindloonstelsel gebaseerd ouderdomspensioen en 2,25 percent per jaar bij een op een middelloon gebaseerd ouderdomspensioen. Een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd ouderdomspensioen wordt tijdsevenredig opgebouwd en is gericht op een pensioen dat na 35 jaren opbouw maximaal 70 percent van het pensioengevend loon bedraagt, waarbij de beschikbare premie ten hoogste wordt bepaald met inachtneming van de volgende uitgangspunten:

2.

Een ouderdomspensioen gaat niet later in dan bij het vroegste van de volgende tijdstippen:

3.

Indien het ouderdomspensioen eerder ingaat dan bij het bereiken van de 60-jarige leeftijd wordt het ten opzichte van die leeftijd herrekend met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen.

4.

Ingeval het ouderdomspensioen later ingaat dan op de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum mag het pensioen na die ingangsdatum worden verhoogd overeenkomstig het tot die datum gevolgde stelsel, met inbegrip van herrekening met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen, doch niet verder dan tot 100 percent van het pensioengevend loon.

5.

Het weduwe- of weduwnaarspensioen, het pensioen voor wezen en voor volle wezen bedraagt maximaal 70 percent, onderscheidenlijk 14 percent en 28 percent van het ouderdomspensioen, doch tezamen niet meer dan het voordien genoten pensioengevend loon.

6.

Een invaliditeitspensioen bedraagt maximaal 80 percent van het pensioengevend loon of, als dat hoger is, het ouderdomspensioen.

7.

In afwijking van de in het eerste en tweede lid genoemde percentages, kunnen de pensioenuitkeringen in hoogte variëren waarbij de laagste niet minder bedraagt dan 75 percent van de hoogste uitkeringen en de mate van variatie ten laatste op de ingangsdatum van het pensioen wordt vastgesteld.

8.

Een partnerpensioen is toegestaan onder de voorwaarde dat de pensioengerechtigde een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert met zijn partner, niet zijnde een bloed- of aanverwant in de rechte lijn. Van een duurzame gemeenschappelijke huishouding is sprake indien twee personen zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage in de kosten van de huishouding krachtens een notarieel verleden samenlevingscontract dat ten minste één jaar eerder is ingegaan en de partners op hetzelfde adres ingeschreven staan en daar ook feitelijk samenwonen.

Artikel 2A
1.
Artikel 3
1.

Het pensioengevend loon omvat maximaal alle structurele, vaste loonbestanddelen.

2.

Loon in natura kan tot het pensioengevend loon gerekend worden voor de waarde die op grond van de Wet loonbelasting BES tot het fiscale loon wordt gerekend.

3.

Loonstijgingen gedurende 5 jaren voorafgaand aan de in de pensioenregeling opgenomen pensioendatum mogen slechts in aanmerking worden genomen tot maximaal 2 percent boven de gemiddelde loonindex met dien verstande dat, in elk geval in aanmerking komen loonstijgingen als gevolg van gangbare leeftijdsperiodieken of gangbare functiewijzigingen.

4.

Een loonverlaging kan buiten beschouwing blijven, voor zover deze het gevolg is van het aanvaarden van een deeltijdfunctie die tenminste 50 percent van een voltijdfunctie beloopt, dan wel het terugtreden naar een lager gekwalificeerde functie, in de periode van 10 jaren direct voorafgaand aan de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum.

Artikel 4
1.

De waardering van pensioenverplichtingen vindt plaats met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen, waarbij een rekenrente in aanmerking wordt genomen van tenminste 4 percent.

2.

Het pensioenlichaam kan een algemene reserve van maximaal 10 percent van de wiskundige reserve aanhouden.

Artikel 5
1.

De in te bouwen uitkeringen ingevolge de Wet algemene ouderdomsverzekering BES worden gesteld op ten minste de voor dat jaar geldende uitkeringen voor een gehuwde persoon.

2.

Ingeval bij de berekening van een pensioenvoorziening gebruik wordt gemaakt van de in Nederland algemeen gebruikte sterftetabellen, wordt daarbij slechts een leeftijdterugstelling van maximaal 2 jaar toegepast.

3.

De werknemersbijdrage bedraagt maximaal 50 percent van de pensioenlasten en niet meer dan 15 percent van het pensioengevend loon.

Artikel 6
1.

De pensioenregeling van een werknemer die tijdelijk op de BES eilanden werkzaam is en die is ondergebracht bij een ander lichaam dan bedoeld in artikel 6A, eerste lid onder b, van de Wet loonbelasting BES wordt op een daartoe strekkend verzoek als een pensioenregeling in de zin van artikel 6A aangewezen indien:

2.

Bij het verzoek om aanwijzing dat door zowel de werkgever als de werknemer kan worden gedaan, moeten de volgende bescheiden overgelegd en gegevens verstrekt worden:

3.

De in het eerste lid genoemde aanwijzing geldt voor een periode van 5 jaar en kan worden ingetrokken zodra de verzekeraar of het pensioenfonds met betrekking tot één of meer van de bij deze verzekeraar of pensioenfonds verzekerde aanspraken ingevolge een pensioenregeling, niet meer aan de verplichtingen met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen en gegevens voldoet dan wel geen of onvoldoende medewerking verleent bij de invordering van de verschuldigde belasting. Als dan zijn de totale pensioenaanspraken belast.

Artikel 7
1.

Indien op de BES eilanden opgebouwde pensioenaanspraken worden overgedragen aan een niet op de BES eilanden gevestigde professionele verzekeraar of een niet op de BES eilanden gevestigd pensioenfonds wegens het aanvaarden van een dienstbetrekking buiten de BES eilanden, kan de ontvanger ter zake van de verschuldigde belasting op verzoek van de belastingschuldige uitstel van betaling verlenen voor een periode van 10 jaar.

2.

Tien jaar na het verlenen van uitstel van betaling plaatst de ontvanger de belastingschuld op verzoek van de belastingschuldige geheel buiten invordering, indien wordt aangetoond dat de buitenlandse pensioenregeling op reguliere wijze wordt uitgevoerd en dat er geen sprake is van afkoop van pensioen of andere vormen van oneigenlijke afwikkeling van het pensioen.

3.

Uitstel van betaling wordt onder de voorwaarden verleend dat:

Artikel 8

Bij het verzoek om overdracht van pensioenkapitaal en uitstel van betaling dat bij de inspecteur wordt ingediend, worden de volgende bescheiden overgelegd en gegevens verstrekt:

Artikel 9

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.