Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 24 december 2010, nr. 5679537/10/DJI, houdende regels over de verlening van een machtiging tot verlof aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden (Verlofregeling TBS)

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-01-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 53, achtste lid, en 54, vijfde lid, van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen

Artikel 2
1.

Het hoofd FPC dient de verlofaanvraag schriftelijk in bij de Minister en voert deze in, in het door de Minister voorgeschreven geautomatiseerde systeem.

2.

Uit de verlofaanvraag blijkt dat deze is opgesteld op basis van multidisciplinair overleg en professioneel inhoudelijke toetsing.

3.

In de verlofaanvraag wordt door het hoofd FPC de volgende informatie verschaft:

4.

Uit de verlofaanvraag blijkt dat een slachtofferonderzoek heeft plaatsgevonden. Van een machtiging wordt slechts gebruik gemaakt indien – voor zover daartoe de verplichting bestaat – een financiële regeling met slachtoffers en/of hun omgeving is getroffen.

5.

Indien de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde voor de datum voorwaardelijke invrijheidstelling in een FPC is geplaatst, wordt een machtiging niet verleend voor genoemde datum.

6.

Een machtiging wordt niet verleend

7.

De risicotaxatie bedoeld in artikel 2, derde lid onder e, is niet ouder dan een jaar, gerekend vanaf de datum van de verlofaanvraag.

Artikel 3
1.

Een verzoek tot wijziging van het verlofplan wordt ondertekend door het hoofd FPC.

2.

Het verzoek bevat die informatie die relevant is voor de gevraagde wijziging. De wijziging van het verlofplan past binnen de bestaande machtiging.

3.

Het verzoek voldoet aan de eisen die aan een verlofaanvraag worden gesteld als vermeld in artikel 2, eerste tot en met derde lid.

Artikel 4
1.

Indien een machtiging wordt aangevraagd na overplaatsing, blijkt uit de aanvraag tot welke resultaten de behandelpogingen in het vorige FPC hebben geleid.

2.

Indien tot overplaatsing is besloten met het oog op voortzetting van de behandeling elders, kan het hoofd van het ontvangende FPC, op basis van de laatst verleende machtiging, een verlofaanvraag doen om een nieuwe machtiging te verlenen. Deze verlofaanvraag voldoet aan de volgende eisen:

Artikel 5
1.

Met het oog op een nieuwe machtiging wordt door het hoofd FPC een evaluatie opgesteld, die ten hoogste vier maanden en uiterlijk twee maanden voordat de machtiging verloopt, wordt ingediend.

2.

De evaluatie voldoet aan de eisen die aan een verlofaanvraag worden gesteld als vermeld in artikel 2, eerste tot en met vierde lid en zevende lid.

Artikel 6
1.

Een verlofaanvraag, waaronder begrepen de evaluatie van een verlof, wordt door de Minister procedureel getoetst en vervolgens, met het oog op een inhoudelijk advies voorgelegd aan het AVt.

2.

In afwijking van het eerste lid, wordt de aanvraag voor een machtiging incidenteel verlof en de aanvraag voor een machtiging eenmalig begeleid verlof uitgezonderd van advisering door het AVt.

3.

Indien het AVt adviseert geen machtiging te verlenen, beslist de Minister dienovereenkomstig.

4.

Indien het AVt adviseert een machtiging te verlenen, kan de Minister gemotiveerd een andere beslissing nemen.

Artikel 7
1.

Indien bij een evaluatie van het onbegeleid verlof of het transmuraal verlof of het proefverlof door een administratieve nalatigheid een nieuwe machtiging niet aansluitend aan de bestaande machtiging kan worden verleend, kan de Minister ambtshalve een machtiging afgeven.

2.

De machtiging wordt overeenkomstig de bestaande machtiging, afgegeven voor de duur van maximaal vier weken.

3.

De Minister kan bij het verlenen van de in het vorige lid bedoelde machtiging aanvullende voorwaarden stellen.

Hoofdstuk 3. Resocialisatieverlof

Artikel 8
1.

De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof kan alle verloven buiten het FPC onder begeleiding van personeelsleden of medewerkers van het FPC inhouden.

2.

Begeleid verlof is in de regel eendaags, maar kan in uitzonderlijke gevallen meerdaags zijn, indien daartoe bijzondere redenen bestaan die samenhangen met het doel van het verlof.

3.

De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof omvat een beveiligde fase van tenminste vijf beveiligde verloven, tenzij het hoofd FPC gemotiveerd en op grond van relevante gegevens aannemelijk maakt dat geen beveiligde fase nodig is, of daarvoor een contra indicatie is.

4.

De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof omvat na de beveiligde fase een dubbel begeleide fase, tenzij het hoofd FPC op de wijze als genoemd in het vorige lid aannemelijk maakt dat geen dubbel begeleide fase nodig is.

Artikel 9
1.

De aanvraag voor een machtiging onbegeleid verlof kan zowel eendaags als meerdaags verlof inhouden, met een maximum van zes overnachtingen per week buiten het beveiligde deel van het FPC.

2.

De machtiging onbegeleid verlof kan alleen worden verleend indien de voorgaande fase van begeleid verlof goed is verlopen of gemotiveerd is overgeslagen.

Artikel 10
1.

De aanvraag voor een machtiging transmuraal verlof kan een meerdaags verblijf in de samenleving buiten de beveiligde zone van het FPC inhouden.

2.

De machtiging transmuraal verlof kan alleen worden verleend indien de voorgaande fasen van begeleid en onbegeleid verlof goed zijn verlopen of gemotiveerd zijn overgeslagen.

Artikel 11
1.

De aanvraag voor een machtiging proefverlof houdt in de regel een verblijf geheel buiten de beveiligde zone van het FPC in, waarbij het toezicht op de ter beschikking gestelde wordt uitgeoefend door de reclassering.

2.

De machtiging proefverlof kan alleen worden verleend indien de voorgaande fasen van begeleid, onbegeleid en transmuraal verlof goed zijn verlopen of gemotiveerd zijn overgeslagen.

Hoofdstuk 4. Verlof in geval van langdurige forensische en psychiatrische zorg

Artikel 12
1.

Voor de ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening wordt geen machtiging voor verlof verleend, behoudens het bepaalde in het tweede en vijfde lid en het bepaalde in artikel 13 en 14.

2.

Het hoofd FPC kan voor de ter beschikking gestelde, die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, een machtiging begeleid verlof aanvragen.

3.

De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof voor een ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, bevat naast het bepaalde in artikel 2, derde en vierde lid, informatie omtrent de aanvaarding door de ter beschikking gestelde van zijn verblijf in een longstay-voorziening.

4.

Het hoofd FPC kan de ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, en voor wie een machtiging is verleend, begeleid verlof in groepsverband verlenen na toestemming van de Minister. De Minister geeft slechts toestemming voor bedoeld verlof, indien groepssamenstelling en groepsgrootte geen veiligheidsrisico’s voor de samenleving opleveren. De aanvraag voor begeleid groepsverlof bevat de informatie op basis waarvan bedoelde veiligheidsrisico’s kunnen worden afgewogen.

5.

Het hoofd FPC kan voor de ter beschikking gestelde, die geplaatst is in een voorziening voor langdurige forensische en psychiatrische zorg en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, maximaal twee maal een machtiging onbegeleid verlof aanvragen indien bedoeld verlof noodzakelijk is voor de plaatsing in een vervolgvoorziening.

6.

De aanvraag als bedoeld in het vijfde lid bevat naast het bepaalde in artikel 2, derde en vierde lid, een uitstroomplan waarin de noodzaak van bedoeld verlof gemotiveerd wordt toegelicht.

7.

De Minister kan aan de in dit artikel bedoelde verlofverlening aanvullende voorwaarden verbinden.

Hoofdstuk 5. Incidenteel verlof en de machtiging eenmalig begeleid verlof

Artikel 13
1.

De aanvraag voor een machtiging tot incidenteel verlof geschiedt schriftelijk en kan worden gedaan indien er omstandigheden zijn in de persoonlijke levenssfeer van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde, die zijn aanwezigheid op een plaats buiten het FPC, om redenen van humanitaire aard, noodzakelijk maakt.

2.

Op een aanvraag voor een machtiging tot incidenteel verlof is artikel 2, met uitzondering van het zesde lid, onder b, niet van toepassing.

3.

In de aanvraag voor een machtiging tot incidenteel verlof geeft het hoofd FPC aan welke beveiliging en begeleiding hij noodzakelijk acht.

4.

Bij de afweging of een machtiging tot incidenteel verlof wordt verleend, betrekt de Minister de belangen van slachtoffers en hun omgeving, van het door de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde gepleegde delict.

Artikel 14
1.

De aanvraag voor een machtiging voor eenmalig begeleid verlof geschiedt schriftelijk en kan worden gedaan indien er omstandigheden zijn, die de aanwezigheid van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde op een plaats buiten het FPC noodzakelijk maakt, om redenen die voortvloeien uit de resocialisatie.

2.

Op een aanvraag voor een machtiging eenmalig begeleid verlof is artikel 2, met uitzondering van het zesde lid, onder b, niet van toepassing.

3.

In de aanvraag voor een machtiging eenmalig begeleid verlof geeft het hoofd van het FPC aan welke beveiliging en/of begeleiding hij noodzakelijk acht.

4.

Bij afweging of een machtiging eenmalig begeleid verlof wordt verleend, betrekt de Minister de belangen van de slachtoffers en/of hun omgeving, van het door betrokkene gepleegde delict.

Hoofdstuk 6. Einde verlof

Artikel 15

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.