Deelregeling projectsubsidies Fonds Podiumkunsten
Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid en artikel 4 van het Algemeen Reglement van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+
Besluit:
Artikel 1.1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- algemeen reglement: het Algemeen Reglement Fonds Podiumkunsten;
- bestuur: de raad van bestuur van de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;
- concours: een competitie gericht op podiumkunstenaars die aan het begin van een professionele carrière staan waarbij het wedstrijdelement het verbindende element tussen de activiteiten vormt;
- eigen inkomsten: bijdragen uit private fondsen, sponsoring en publieksinkomsten;
- Fonds Podiumkunsten: de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;
- maker: een podiumkunstenaar die of collectief podiumkunstenaars dat artistiek-inhoudelijk eindverantwoordelijk is voor de totstandkoming van producties;
- G4: de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht;
- G9: de gemeenten Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Maastricht,
- Nederland: het Koninkrijk der Nederlanden bestaande uit Nederland, inclusief Bonaire, Sint-Eustatius en Saba en Aruba, Curaçao en Sint-Maarten;
- podiumkunstenaar: een natuurlijk persoon die artistiek scheppend actief is in de podiumkunsten en in die hoedanigheid aantoonbaar geïntegreerd is in de professionele podiumkunstpraktijk in Nederland;
- professionele podiumkunstpraktijk: beroepsmatige beoefening van podiumkunsten vanuit een artistieke drijfveer door een podiumkunstenaar, die voor zijn werkzaamheden een passende financiële vergoeding ontvangt of dient te ontvangen;
- productie: een podiumkunstuiting voor publiek, bijvoorbeeld een concert, voorstelling of performance die wordt uitgevoerd door een of meerdere podiumkunstenaar(s);
- regio’s: Noord (provincies Friesland, Groningen en Drenthe); Oost (provincies Overijssel en Gelderland); Midden (provincies Flevoland en Utrecht); Zuid (provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg); West (provincies Noord-Holland en Zuid-Holland).
Artikel 1.2. Subsidievormen
Het bestuur kan subsidie verstrekken in de volgende vormen:
- a. Productiesubsidie;
- b. Subsidie nieuwe makers.
Artikel 1.3. De aanvraag
Een aanvraag wordt digitaal ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld aanvraagformulier voor de betreffende subsidievorm en dient vergezeld te gaan van de in het aanvraagformulier vermelde bijlagen.
Het bestuur kan besluiten om per subsidievorm eisen te stellen aan bijlagen waaronder:
- a. het maximale aantal pagina’s,
- b. het te gebruiken lettertype en lettergrootte.
Het bestuur kan besluiten dat bijlagen die niet aan de gestelde vereisten voldoen, al dan niet gedeeltelijk, buiten beschouwing worden gelaten bij de besluitvorming over de aanvraag.
Het bestuur kan door de aanvrager bijgevoegde maar niet op het aanvraagformulier vermelde bijlagen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten.
Na de uiterste indiendatum worden aanvragen getoetst aan de formele voorwaarden van deze regeling en het algemeen reglement. Ontbrekende informatie wordt na de uiterste indiendatum niet opgevraagd. Alleen in geval van een kennelijke fout in de aanvraag neemt het bestuur na de uiterste indiendatum contact op met de aanvrager.
Een aanvraag kan schriftelijk worden ingediend indien digitale indiening niet mogelijk is.
Besluiten als bedoeld in het tweede lid en derde lid worden bekendgemaakt door kennisgeving daarvan in de Staatscourant en op de website van Fonds Podiumkunsten.
Artikel 1.4. Procedure
Het bestuur kan per jaar per subsidievorm een of meer aanvraagrondes vaststellen. De bijbehorende indiendata worden bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit in de Staatscourant en op de website van Fonds Podiumkunsten.
Het bestuur kan advies vragen over ingediende aanvragen. Adviseurs beoordelen de aan hen voorgelegde aanvragen met inachtneming van het bepaalde in deze regeling.
Het bestuur informeert de aanvrager binnen 16 weken na de uiterste indiendatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.
Indien het digitaal indienen van aanvragen wegens een technische storing in de elektronische voorzieningen van Fonds Podiumkunsten niet mogelijk is binnen de laatste 24 uur voorafgaand aan het verstrijken van de indieningstermijn, kan het bestuur besluiten de indieningstermijn te verlengen met een minimum van één werkdag.
Onder een technische storing als bedoeld in het vierde lid wordt uitsluitend verstaan een storing aan de zijde van Fonds Podiumkunsten. Storingen in apparatuur, programmatuur of internetverbindingen aan de zijde van de aanvrager blijven voor rekening en risico van de aanvrager.
Fonds Podiumkunsten doet van de in het vierde lid bedoelde verlenging zo spoedig mogelijk mededeling op een zodanige wijze dat aanvragers die gebruikmaken van de desbetreffende wijze van elektronische verzending binnen een lopende aanvraagronde hiervan tijdig kennis kunnen nemen.
Een besluit als bedoeld in het vierde lid wordt bekendgemaakt door kennisgeving daarvan op de website van Fonds Podiumkunsten.
Artikel 1.5. Subsidieplafonds
Het bestuur kan een of meer subsidieplafonds vaststellen voor de subsidievormen als bedoeld in artikel 1.2.
Het bestuur kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen.
Een besluit tot het vaststellen of verhogen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit in de Staatscourant en via de website van Fonds Podiumkunsten.
Artikel 1.6. Verdeling budget
Aanvragen met een eindscore van 5 punten of meer ontvangen een positief advies en komen in aanmerking voor honorering.
Aanvragen met een eindscore van 4 punten of minder ontvangen een negatief advies en worden niet gehonoreerd.
Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen met een positief advies te honoreren, plaatst het bestuur deze aanvragen in een rangorde op basis van de toegekende totaalscores.
Aanvragen die een gelijke score hebben behaald, worden gerangschikt op basis van de behaalde scores op de beoordelingscriteria in de volgorde:
-
- artistieke kwaliteit van het plan;
-
- bijdrage aan de pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland;
-
- ondernemerschap;
-
- geografische spreiding.
Aanvragen die na toepassing van het vierde lid alsnog gelijk eindigen in de rangorde, worden gerangschikt door middel van loting door een notaris.
Het bestuur honoreert de aanvragen zoals bedoeld in het eerste lid voor het te honoreren subsidiebedrag in volgorde van de rangorde totdat het subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen wegens overschrijding van het subsidiebudget.
Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt eerst het subsidiebedrag van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was gehonoreerd alsnog verhoogd tot het volledig te honoreren subsidiebedrag.
Artikel 1.7. Algemene weigeringsgronden
Het bestuur weigert, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie;
- a. als voor dezelfde activiteit reeds eerder subsidie is aangevraagd en het bestuur daarbij heeft verwezen naar een advies van een adviescommissie;
- b. als de aanvraag betrekking heeft op een geheel of gedeeltelijk voltooide activiteit;
- c. als de eerste openbare activiteit waarvoor de subsidie bestemd is of mede bestemd is, plaatsvindt voor de uiterste indiendatum of binnen 16 weken na de uiterste indiendatum;
- d. als voor de activiteiten al eerder op basis van onderhavige of een andere regeling van Fonds Podiumkunsten subsidie is verstrekt;
- e. als de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet;
- f. als de aanvraag niet tijdig is ontvangen;
- g. als de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk is;
- h. als de subsidie niet zal leiden tot een of meer openbare activiteiten;
- i. als de aanvraag amateuraanbod betreft;
- j. als het project gemaakt, geproduceerd of uitgevoerd wordt door studenten.
De subsidie kan worden geweigerd:
- a. als de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende organisatie gebruikelijke normen met betrekking tot fair practice, diversiteit & inclusie en good governance op het terrein van goed bestuur, adequaat toezicht en transparante verantwoording;
- b. als de aanvrager in de voorafgaande twee jaren niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de realisatie en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;
- c. als de aanvraag onvoldoende concreet is of onvoldoende gegevens zijn verstrekt voor de beoordeling van de aanvraag.
Paragraaf 2:. Productiesubsidies
Artikel 2.1. Doel
Het bestuur verstrekt productiesubsidies voor het ontwikkelen, uitvoeren of hernemen van producties om bij te dragen aan de kwaliteit en diversiteit in de podiumkunsten in Nederland en het opbouwen en bereiken van een publiek daarvoor.
Artikel 2.2. Aanvrager
Een productiesubsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een organisatie die primair gericht is op het zelf ontwikkelen en produceren van producties door professionele podiumkunstenaars of het organiseren van een concours.
Een aanvrager kan per aanvraagronde maximaal 1 aanvraag indienen.
Artikel 2.3. Subsidieaanvraag
Een aanvraag heeft betrekking op één specifieke productie of één specifieke editie van een concours.
Als in het kader van de aanvraag tevens een compositie of theatertekst tot stand komt, wordt de aanvraag als geheel beoordeeld op basis van het bepaalde in deze paragraaf.
Artikel 2.4. Aanvullende weigeringsgronden
Het bestuur weigert subsidie:
-
- als de verantwoordelijke maker of makers minder dan twee jaar actief zijn en niet ten minste 2 producties hebben voortgebracht.
-
- als minder dan 50 procent van de uitvoeringen waarvoor subsidie wordt aangevraagd in Nederland plaatsvindt.
-
- als de gevraagde subsidie niet in een redelijke verhouding staat tot het aantal te realiseren activiteiten of de te behalen eigen inkomsten. Hiervan is in elk geval sprake als niet minimaal 20 procent van de subsidiabele kosten worden gedekt door eigen inkomsten.
-
- als aanvrager reeds een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of een meerjarige subsidie van het Fonds Podiumkunsten ontvangt.
-
- als in het geval van een coproductie de betrokken partijen niet ieder een proportionele artistieke en financiële bijdrage leveren.
Artikel 2.5. Beoordeling
Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
-
- artistieke kwaliteit van het plan;
-
- ondernemerschap;
-
- bijdrage aan de pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland;
-
- geografische spreiding.
Het bestuur stelt nadere regels vast voor de berekening van de score binnen het criterium geografische spreiding als bedoeld in het eerste lid onder 4.
Een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt bekendgemaakt door kennisgeving daarvan in de Staatscourant en op de website van Fonds Podiumkunsten.
Artikel 2.6. Hoogte subsidie
Voor subsidiering komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking:
- a. personeelskosten;
- b. voorbereidings- en uitvoeringskosten;
- c. kosten voor marketing en publiciteit;
- d. bureau- en huisvestingskosten.
Niet voor subsidiëring in aanmerking komen:
- a. kosten voor activiteiten die op het moment van indiening van de aanvraag reeds zijn gerealiseerd;
- b. structurele investeringen, zoals kosten die betrekking hebben op exploitatie, investeringen in accommodaties en de aanschaf van instrumenten;
- c. kosten die redelijkerwijs niet voor subsidie in aanmerking komen.
De aanvrager moet kunnen aantonen dat de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd redelijkerwijs toe te rekenen zijn aan de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Daarvan is in ieder geval geen sprake voor zover kosten hoger zijn dan bestaande normen of anderszins afwijken van wat de gangbare praktijk in het veld is.
Als de aanvraag betrekking heeft op het hernemen van een eerder ontwikkelde productie bedraagt de subsidie maximaal 40 procent van de subsidiabele kosten.
Het bestuur kan bepalen dat een productiesubsidie nooit meer bedraagt dan een bepaald bedrag.
Het bestuur kan, in afwijking van artikel 2.4 derde lid, bepalen dat bij een vastgesteld of nog vast te stellen maximaal subsidiebedrag, geldt dat ten minste 50 procent van de subsidiabele kosten wordt gedekt door eigen inkomsten.
Een besluit als bedoeld in het vijfde en zesde lid wordt bekendgemaakt door kennisgeving daarvan in de Staatscourant en op de website van Fonds Podiumkunsten.
Paragraaf 3:. Subsidie nieuwe makers
Paragraaf 4:. Subsidie compositieopdrachten
Artikel 4.1. Doel
Vervallen
Artikel 4.2. Aanvrager
Vervallen
Artikel 4.3. Subsidieaanvraag
Vervallen
Artikel 4.4. Vereisten
Vervallen
Artikel 4.5. Beoordeling
Vervallen
Artikel 4.6. Hoogte subsidie
Vervallen
Paragraaf 5:. Overige bepalingen
Artikel 5.1. Aan het subsidie verbonden verplichtingen
De ontvanger van het subsidie meldt onverwijld aan het bestuur als:
- a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;
- b. niet of niet geheel aan de aan het subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of
- c. er aanzienlijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.