Beleidsregel verhandelbaarheid
De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten. Wij zijn de onafhankelijke gedragstoezichthouder op de markten van sparen, lenen, beleggen en verzekeren. De AFM bevordert zorgvuldige financiële dienstverlening aan consumenten en ziet toe op een eerlijke en efficiënte werking van kapitaalmarkten. Ons streven is het vertrouwen van consumenten en bedrijven in de financiële markten te versterken, ook internationaal. Op deze manier draagt de AFM bij aan de welvaart en de economische reputatie van Nederland.
Beleidsregel van de Stichting Autoriteit Financiële Markten over de uitleg van het begrip verhandelbaarheid in de definitie van ‘effect’ in artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht (Beleidsregel verhandelbaarheid).
De Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM),
Na overleg met representatieve organisaties en na raadpleging van het ministerie van Financiën;
Gelet op de definitie van ‘effect’ in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft);
Besluit tot de navolgende uitleg van het begrip verhandelbaarheid:
Leeswijzer:
Samenvatting
Achtergrond en kader
Beleid in de vorm van een stroomschema
Toelichting bij het stroomschema
Slotopmerkingen en overgangsregeling
Samenvatting
In de Beleidsregel is beschreven in welke gevallen een waardebewijs of een deelnemingsrecht al dan niet verhandelbaar is.
De uitleg van het begrip verhandelbaarheid is van belang bij het bepalen of een waardebewijs of deelnemingsrecht een ‘effect’ in de zin van de Wft is. Het antwoord op de vraag ‘verhandelbaar of niet?’ bepaalt of een daartoe bevoegde toezichthouder het prospectus moet goedkeuren volgens hoofdstuk 5.1 van de Wft en daarmee of het kapitaalmarkttoezicht van toepassing is.
Voor closed-end beleggingsinstellingen is de vraag ‘verhandelbaar of niet’ relevant om te bepalen welke bepalingen uit de Wft, en daarmee welk regime, van toepassing is op het prospectus. Het onderscheid tussen verhandelbare en niet-verhandelbare participaties van closed-end beleggingsinstellingen leidt tot toepasselijkheid van de volgende wettelijke bepaling:
De AFM gaat uit van een ruime, economische benadering van het begrip verhandelbaarheid. Alle constructies waarbij het economische belang van een gestandaardiseerd waardebewijs of deelnemingsrecht middellijk of onmiddellijk wordt of kan worden overgedragen aan een derde, beschouwt de AFM als verhandelbare waardebewijzen of deelnemingsrechten. Of sprake is van verhandelbaarheid volgt uit het stroomschema.
1. Achtergrond en kader
Achtergrond
Marktpartijen benaderen de AFM regelmatig met de vraag of een waardebewijs of deelnemingsrecht verhandelbaar is. Verhandelbaarheid is een essentieel onderdeel van de definitie van effect in artikel 1:1 Wft. Het antwoord op de vraag ‘verhandelbaar of niet’ bepaalt daardoor of het waardebewijs of deelnemingsrecht onder het kapitaalmarkt toezicht van de AFM valt.
Het kapitaalmarkt toezicht is onder meer bedoeld om beleggers te voorzien van uitgebreide informatie indien zij verhandelbare effecten overwegen te kopen. Mede uit het oogpunt van beleggerbescherming kiest de AFM voor een ruime, economische benadering van het begrip ‘verhandelbaarheid’. Een dergelijke benadering doet recht aan de economische werkelijkheid.
In alle situaties dat het economische belang van een deelnemingsrecht of waardebewijs kan worden overgedragen aan een derde, vindt de AFM het belangrijk dat beleggers over uitgebreide informatie kunnen beschikken. Bovendien vindt de AFM het belangrijk dat alle spelers op de kapitaalmarkt – uit oogpunt van een ‘level playing field’ – aan dezelfde eisen zijn onderworpen.
Kader
Dit is een Beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De bevoegdheid van de AFM tot het vaststellen van de Beleidsregel is gebaseerd op artikel 4:81, eerste lid, Awb. De toepassing van de Beleidsregel ziet alleen op financiële toezichtwetgeving en laat de fiscale wetgeving buiten beschouwing. De toezichtwetgeving en fiscaliteit hebben immers andere doelstellingen.
2. Stroomschema
Stroomschema (aan de hand van vragen)
3. Toelichting bij het stroomschema
4. Slotopmerkingen en overgangsregeling
1. Evaluatie
De Beleidsregel wordt periodiek geëvalueerd, voor het eerst één jaar na inwerkingtreding.
2. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op 15 februari 2011.
3. Overgangsbepalingen
Op de datum van inwerkingtreding is de Beleidsregel onmiddellijk van toepassing op:
4. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verhandelbaarheid.
Deze beleidsregel wordt in de Staatscourant geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.