Besluit van 3 februari 2011, houdende vaststelling van voorschriften inzake voorzieningen in de huisvesting PO/VO BES (Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO BES)
Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 september 2010, nr. WJZ/236432 (3837), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Gelet op artikel 78, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES en artikel 129, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 oktober 2010, no. W05.10.0448/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 31 januari 2011, nr. WJZ 256918 (3837), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 78, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES in werking treedt.
Artikel 1. Begripsbepalingen
- a. wet: Wet voortgezet onderwijs 2020;
- b. vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 2.4 van de wet;
- c. mavo: middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.6 van de wet;
- d. avo: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.5 van de wet of mavo;
- e. vbo: voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.7 van de wet;
- f. praktijkonderwijs: praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de wet;
- g. een scholengemeenschap: een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 4.5 van de wet;
- h. gemengde leerweg: de leerjaren 3 en 4 van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 2.27 van de wet.
Artikel 2. Bruto vloeroppervlakte basisonderwijs
Per school als bedoeld in artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES en per nevenvestiging als bedoeld in die wet geldt een vaste voet van ten minste 70 m2.
De bruto vloeroppervlakte per gelijktijdig aanwezige leerling die een school ten minste dient te bevatten, bedraagt 3,5 m2.
Artikel 3. Bruto vloeroppervlakte voortgezet onderwijs
Er geldt een vaste voet:
- a. van 890 m2 per scholengemeenschap ;
- b. van 890 m2 per school als bedoeld in artikel 1.1 van de wet, niet zijnde een school voor praktijkonderwijs, die geen deel uitmaakt van een scholengemeenschap;
- c. van 260 m2 per school voor praktijkonderwijs die geen deel uitmaakt van een scholengemeenschap.
De bruto vloeroppervlakte per gelijktijdig aanwezige leerling die een school voor vwo, voor avo en voor vbo inclusief een of meer afdelingen ten minste dient te bevatten, bedraagt voor de onderscheiden schoolsoorten in vierkante meters:
| a. vwo, avo, vbo | leerjaar 1 en 2 | 7,0 |
|---|---|---|
| b. vwo, avo | leerjaar 3 t/m 6 | 5,7 |
| c. vbo, sectoren zorg en techniek | leerjaar 3 en 4 | 13,0 |
| d. vbo, overige sectoren | leerjaar 3 en 4 | 7,0 |
| e. praktijkonderwijs | alle leerjaren | 10,5 |
Artikel 4. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop artikel 78, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES in werking treedt.
Artikel 5. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO BES.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 3a. Omhangbepaling
Dit besluit berust mede op artikel 11.62, derde lid, van de wet.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.