Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2011
Gelet op de artikelen 32, vijfde lid en 34, vierde lid van de Zorgverzekeringswet, hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering en hoofdstuk 3 van de Regeling zorgverzekering;
Heeft in zijn vergadering van 17 januari 2011 besloten:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
Deze beleidsregels verstaan onder:
- a. college: het College voor zorgverzekeringen;
- b. risicoklasse naar leeftijd en geslacht: een één- of meerjarige leeftijdsklasse, verdeeld naar geslacht, overeenkomstig tabel B4.1 van Bijlage 4, tabel B5.2 van Bijlage 5, tabel B6A.1 van Bijlage 6A en tabel B7.1 van Bijlage 7 van de Regeling zorgverzekering;
- c. risicoklasse naar farmacie kostengroep (FKG): een klasse gebaseerd op geneesmiddelengebruik gekoppeld aan aandoeningen overeenkomstig tabel B4.2 van Bijlage 4 en tabel B6A.2 van Bijlage 6A van de Regeling zorgverzekering;
- d. risicoklasse naar farmacie kostengroep voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (FKG-GGZ): een klasse gebaseerd op geneesmiddelengebruik gekoppeld aan aandoeningen overeenkomstig tabel B5.4 van Bijlage 5 van de Regeling zorgverzekering;
- e. risicoklasse naar diagnose kostengroep (DKG): een klasse gebaseerd op kostenhomogene aandoeningengroepen, overeenkomstig tabel B4.3 van bijlage 4 en tabel B6A.3 van Bijlage 6A van de Regeling zorgverzekering;
- f. aard van het inkomenklasse: een klasse gebaseerd op de aard van het inkomen en de leeftijd van een verzekerde, overeenkomstig tabel B4.4 van Bijlage 4, tabel B5.5 van Bijlage 5, tabel B6A.4 van Bijlage 6A en tabel B7.2 van Bijlage 7 van de Regeling zorgverzekering;
- g. regioklasse: een klasse gebaseerd op de postcode van het adres waar een verzekerde woonachtig is overeenkomstig tabel B4.5 van Bijlage 4, tabel B6A.5 van Bijlage 6A en tabel B7.3 van Bijlage 7 van de Regeling zorgverzekering;
- h. GGZ-regioklasse: een klasse gebaseerd op de postcode van het adres waar een verzekerde woonachtig is overeenkomstig tabel B5.2 van Bijlage 5 van de Regeling zorgverzekering;
- i. morbiditeitsrisico- klasse: een vijftienjaarsklasse per geslacht, gebaseerd op morbiditeitsrisico, te rekenen vanaf nul tot en met vierenzeventig jaar en vijfenzeventig jaar en ouder;
- j. sociaal economische statusklasse: een klasse gebaseerd op het inkomen per adres, waarbij verzekerden worden ingedeeld in klassen op basis van het aantal personen op een adres, hun leeftijd en het inkomen per adres overeenkomstig tabel B4.6 van Bijlage 4, tabel B5.6 van Bijlage 5 en B6A.6 van Bijlage 6A van de Regeling zorgverzekering;
- k. éénpersoonsadres-klasse: een klasse gebaseerd op het onderscheid naar ‘woont op een adres waar één persoon is ingeschreven’ of ‘woont niet op een adres waar één persoon is ingeschreven’ overeenkomstig tabel B5.7 van Bijlage 5 van de Regeling zorgverzekering;
- l. GGZ-kosten lage drempelklasse: een klasse gebaseerd op een drempel van EUR 550 voor de geneeskundige GGZ-kosten in het jaar t-1 van verzekerden van 18 jaar en ouder op peildatum 30 juni van jaar t overeenkomstig tabel B5.8 van bijlage 5 van de Regeling zorgverzekering;
- m. GGZ-kosten hoge drempelklasse: een klasse gebaseerd op een drempel van EUR 2750 voor de geneeskundige GGZ-kosten in het jaar t-1 van verzekerden van 18 jaar en ouder op peildatum 30 juni van jaar t overeenkomstig tabel B5.9 van bijlage 5 van de Regeling zorgverzekering;
- n. jonger dan 18 jaarklasse: een klasse gebaseerd op de leeftijd van een verzekerde overeenkomstig tabel B5.1 van bijlage 5 van de Regeling zorgverzekering;
- o. zwaarte: het deel waarvoor de verzekerde meetelt in een betreffende klasse;
- p. macro verzekerdenraming: een raming van het aantal verzekerden op macroniveau op basis van de opgave van de zorgverzekeraars en trends van het CBS naar aantal inwoners in Nederland;
- q. persoonskenmerkenbestand: een bestand dat bestaat uit de opgave van de zorgverzekeraar per peildatum met per gepseudonimiseerd burgerservicenummer de persoonskenmerken geslacht, geboortemaand en geboortejaar, viercijferige postcode en gepseudonimiseerd adres;
- r. uitstroombestand: een bestand waarin de zorgverzekeraar per gepseudonimiseerd burgerservicenummer de persoonskenmerken, bedoeld onder q, opgeeft van verzekerden die in enig jaar zijn uitgestroomd;
- s. Referentiebestand Verzekerden Zorgverzekeringswet (RBVZ): een bestand over enig jaar waarin per gepseudonimiseerd burgerservicenummer de in- en uitschrijfdatum en het UZOVI nummer van de verzekeraar van de verzekerde zijn vastgelegd;
- t. verzekerde die in het buitenland woont: een verzekerde die in Nederland werkt en in de Europese Unie, de Europees Economische Ruimte, Zwitserland of een verdragsland woont;
- u. vereveningsbijdrage: de bijdrage bedoeld in paragraaf 4.2 van de Zorgverzekeringswet;
- v. VPPKB: Verzekerde Periode en Persoonskenmerken Bestand: een bestand dat bestaat uit de opgave van de zorgverzekeraar van verzekerden mét een geverifieerd gepseudonimiseerd burgerservicenummer dat per geverifieerd gepseudonimiseerd burgerservicenummer de verzekerde periode, de persoonskenmerken geslacht, geboortemaand en geboortejaar, viercijferige postcode en gepseudonimiseerd adres bevat en de opgave van de zorgverzekeraar van verzekerden zonder een geverifieerd burgerservicenummer en verzekerden zonder burgerservicenummer dat per verzekerde de verzekerde periode, de persoonskenmerken geslacht, geboortemaand en geboortejaar en viercijferige postcode bevat.
Artikel 2. Algemene bepaling
Het college past de bepalingen uit het Besluit zorgverzekering en de Regeling zorgverzekering met betrekking tot de toekenning en vaststelling van de bijdrage aan de zorgverzekeraars toe met inachtneming van het bepaalde in deze beleidsregels.
Artikel 3. Zorgverzekeraars
Het college gaat bij de verdeling van de macro-deelbedragen 2011 en de berekening van de normatieve bedragen en de vereveningsbijdragen ervan uit dat alle zorgverzekeraars die gedurende 2010 actief zijn geweest ook in 2011 als zorgverzekeraar actief zullen zijn, tenzij zij voor 1 augustus 2010 aan het college hebben aangegeven dat zulks niet het geval zal zijn.
Artikel 4. Samenloop van klassen aard van het inkomen
Voor de indeling in de aard van het inkomenklasse deelt het college een verzekerde, die in meerdere klassen is in te delen, in op basis van de hierna genoemde volgorde:
-
- 0 tot en met 17 jaar of 65 jaar en ouder;
-
- arbeidsongeschikten;
-
- bijstandsgerechtigden;
-
- zelfstandigen, voor zover zij niet zijn ingedeeld onder 1 tot en met 3 of inkomsten uit dienstbetrekking of werkloosheidsuitkering hebben;
-
- referentiegroep aard van het inkomen, alle verzekerden omvattend die niet zijn ingedeeld onder 1 tot en met 4.
Artikel 5. Indeling in FKG’s 2011 en DKG’s 2011
Het college baseert de indeling in FKG’s 2011 op bijlage 6 en 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 september 2010 Z/F-3024689.
Wanneer sprake is van samenloop van FKG’s wijst het college alle toepasselijke FKG’s toe met in achtneming van het volgende:
- a. In geval van samenloop bij FKG’s diabetes I, diabetes IIa en diabetes IIb stelt het college aan de hand van de tabel in bijlage 2 vast welke FKG het college aan een verzekerde toewijst.
- b. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de FKG diabetes I, de FKG diabetes IIa of de FKG diabetes IIb, deelt het college deze verzekerde niet in bij de FKG hoog cholesterol.
- c. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de FKG hartaandoeningen, deelt het college deze verzekerde niet in bij de FKG hoog cholesterol.
- d. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de FKG antipsychotica, Alzheimer en verslaving deelt het college deze verzekerde niet in bij de FKG antidepressiva.
- e. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de FKG COPD/zware astma deelt het college deze verzekerde niet in bij de FKG astma.
- f. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de FKG reuma: TNF-a-blokkers, deelt het college deze verzekerde niet in bij de FKG overige reuma middelen.
Het college baseert de indeling in DKG’s 2011 op bijlage 8, bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 september 2010 Z/F-3024689.
Artikel 6. Indeling in regioklasse 2011 en sociaal economische statusklasse 2011
Wanneer van een verzekerde geen Nederlandse postcode bekend is – ondanks inspanningen van de zorgverzekeraar deze te administreren – zal het college als gewicht van de regioklasse, de GGZ-regioklasse en de sociaal economische statusklasse het gewicht nul hanteren.
Hoofdstuk II. Toekenning van de vereveningsbijdrage 2011 aan de zorgverzekeraar
Artikel 7. Raming van de verzekerdenaantallen 2011
Uitgangspunt voor de raming is het persoonskenmerkenbestand 2010 dat de zorgverzekeraars op 1 juli 2010 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van deze opgaven is de datum van nominale premieprolongatie voor de maand juni 2010.
Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2011, naar regioklasse 2011, naar GGZ-regioklasse 2011, naar éénpersoonsadresklasse 2011, naar jonger dan 18 jaarklasse 2011 en naar de verzekerdenaantallen van 18 jaar en ouder 2011, op het in het eerste lid genoemde persoonskenmerkenbestand 2010.
Voor de vaststelling van de aard van het inkomenklasse baseert het college zich op de gepseudonimiseerde opgave van het UWV en de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2009.
Voor de vaststelling van de sociaal economische statusklasse baseert het college zich op de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst over het jaar 2008. Wanneer voor 2008 geen gegevens beschikbaar zijn baseert het college zich op gegevens over het jaar 2007.
Voor de vaststelling van de GGZ kosten lage drempelklasse en de GGZ kosten hoge drempelklasse baseert het college zich op het GGZ kostenbestand dat door onderzoeksbureau APE voor de raming 2011 is gebruikt en dat op 24 juli 2010 bij het college is aangeleverd.
Het college bepaalt per zorgverzekeraar het geraamde aantal verzekerden voor het macro-deelbedrag kosten van B-dbc’s, voor het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties als volgt:
- a. De verzekerden uit het persoonskenmerkenbestand 2010 worden geclassificeerd naarde risicoklassen leeftijd en geslacht, aard van het inkomenklasse, regioklasse, FKG klasse, DKG klasse en sociaal economische statusklasse.
- b. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.
Het college bepaalt per zorgverzekeraar het geraamde aantal verzekerden voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als volgt:
- a. Voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg worden de verzekerden van 18 jaar en ouder geclassificeerd naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht, naar aard van het inkomenklasse, naar GGZ-regioklasse, naar FKG GGZ klasse, naar sociaal economische statusklasse, naar éénpersoonsadresklasse, naar GGZ kosten lage drempelklasse en naar GGZ kosten hoge drempel klasse.
- b. Voor het macrodeelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg worden de verzekerden jonger dan 18 jaar geclassificeerd naar de jonger dan 18 jaarklasse.
- c. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.
Het college bepaalt per verzekerde de zwaarte per FKG 2011 verder als volgt:
- a. Uitgangspunt is de opgave per 1 juli 2010 van alle declaraties farmaceutische hulp 2009 van de zorgverzekeraars aan het college.
- b. Bij de bepaling van de FKG’s zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten:
- i. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering;
- ii. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als kliniekverpakkingen;
- iii. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen.
- c. Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG aan een verzekerde toe.
- d. Het college koppelt de opgave onder a met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het persoonskenmerkenbestand 2010 en bepaalt op basis hiervan en met behulp van de drempel onder c per verzekerde in welke FKG klasse en FKG GGZ klasse de verzekerde valt. Aan de verzekerde koppelt het college een zwaarte van 1 voor de betreffende klasse, met inachtneming van het bepaalde met betrekking tot de samenloop van FKG’s, bedoeld in artikel 5, tweede lid. Het college zet verzekerden die in het persoonskenmerkenbestand 2010 voor het eerst voorkomen per FKG op de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het persoonskenmerkenbestand naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht.
- e. Vervolgens past het college per verzekerde per FKG 2011 en per FKG GGZ 2011 een ophoogfactor toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling, zoals weergegeven in bijlage 1 van deze beleidsregels. Het college vermenigvuldigt de zwaarte, bepaald onder d, met de prevalentieontwikkeling en berekent de uiteindelijke zwaarte voor de verzekerde voor de betreffende klasse.
- f. Als een verzekerde niet in een FKG 1 t/m 23 2011 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij FKG 0 geen FKG. Als een verzekerde niet in de FKG GGZ 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij FKG GGZ 0 geen FKG GGZ.
Het college bepaalt per verzekerde de zwaarte per DKG 2011 verder als volgt:
- a. Uitgangspunt is de opgave van de zorgverzekeraar aan het college per 1 juni 2010 van de declaraties van alle DBC’s die in 2008 geopend zijn.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.