Beleidsregel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 april 2011, nr. KO/2011/6871, tot uitvoering van de Regeling Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen bij het op aanvraag gelijkstellen van getuigschriften van beroepsopleidingen, die zijn vereist om te voldoen aan de kwaliteitseisen voor gastouder op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Beleidsregel gelijkstelling beroepsopleiding gastouders)

Type Beleidsregel
Publication 2018-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 10, derde lid, 10a, derde lid, en 10b, derde lid, van de Regeling Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Reikwijdte

Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de Minister, dan wel een namens de Minister gemandateerde functionaris, gebruik maakt van zijn bevoegdheid om, op aanvraag, te besluiten om een beroepsopleiding, die vergelijkbaar is met een opleiding genoemd in de artikelen 10, eerste lid, 10a, eerste lid en 10b, eerste lid, van de Regeling aan te wijzen als opleiding waarmee de aanvrager, indien de aanvrager in het bezit is van een getuigschrift van deze opleiding, voldoet aan de in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang opgenomen eis.

Hoofdstuk 2. Beoordeling diploma’s beroepsopleidingen

Artikel 3. De aanvraag
1.

De aanvrager dient een aanvraag tot aanwijzing op basis van een identiek diploma of vergelijkbaar diploma in bij de Minister of de namens hem gemandateerde functionaris.

2.

Een aanvraag wordt gedaan door middel van een door de Minister, dan wel een namens de Minister gemandateerde functionaris, ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

3.

De aanvraag gaat ten minste vergezeld van een kopie van het getuigschrift van de beroepsopleiding, waarvan de aanwijzing, bedoeld in de artikelen 10, tweede lid, 10a, tweede lid of 10b, tweede lid, van de Regeling wordt verzocht, alsmede een cijferlijst, het vakkenoverzicht en het curriculum van de desbetreffende beroepsopleiding.

Artikel 4. Wijze van beoordeling van vergelijkbare diploma’s
1.

Bij het onderzoek naar de vraag of er sprake is van een vergelijkbaar diploma betrekt de Minister of een namens de Minister gemandateerde functionaris ten minste de volgende elementen:

2.

Het onderzoek wordt op adequate wijze verricht door personen, die over voldoende deskundigheid bezitten.

Artikel 5. Wijze van beoordeling van identieke diploma’s
1.

Bij het onderzoek naar de vraag of er sprake is van een identiek diploma betrekt de Minister ten minste de volgende elementen:

2.

Het onderzoek wordt op adequate wijze verricht door personen, die over voldoende deskundigheid bezitten.

Artikel 6. Voortzetting aanvraag identiek diploma als aanvraag vergelijkbaar diploma en omgekeerd

Indien de Minister of een namens de Minister gemandateerde functionaris constateert dat een aanvraag tot aanwijzing als identiek diploma feitelijk een aanvraag betreft tot aanwijzing als een vergelijkbaar diploma of omgekeerd, vindt het onderzoek verder plaats alsof de aanvraag zou zijn ingediend als een aanvraag tot aanwijzing als identiek diploma, dan wel vergelijkbaar diploma.

Artikel 7. Beslissing op de aanvraag

De Minister, of een namens de Minister gemandateerde functionaris beslist op de ingediende aanvraag en stuurt het besluit tot aanwijzing als identiek of vergelijkbaar diploma zo spoedig mogelijk na het voltooien van het onderzoek, bedoeld in artikel 4 of artikel 5 toe aan de aanvrager.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 8. Informatievoorziening

Een namens de Minister gemandateerde functionaris draagt ervoor zorg dat de Minister desgevraagd informatie of gegevens, die verband houden met de uitvoering van deze beleidsregel binnen een door de Minister vastgestelde termijn en op een door de Minister aangegeven wijze heeft ontvangen.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag nadat de beleidsregel in de Staatscourant zal worden geplaatst, maar niet eerder dan het tijdstip van inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 april 2011, nr. KO/2011/6871, tot wijziging van de Regeling Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen in verband met het aanvullen van de daarin aangewezen opleidingen waarmee kan worden voldaan aan de kwaliteitseisen voor gastouders op grond het Besluit deskundigheidseisen gastouders kinderopvang en het mogelijk maken van het op aanvraag aanwijzen van vergelijkbare opleidingen.

Artikel 10. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel gelijkstelling beroepsopleiding gastouders.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.