Regeling van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 26 april 2011, nr. WJZ / 11060091, houdende regels met betrekking tot het eenmalig bedrag verschuldigd door een verkrijger of houder van de vergunningen voor kavel A7 en voor frequentieruimte in band III (Regeling vaststelling eenmalig bedrag uitgifte kavel A7 2011)

Type Ministeriële regeling
Publication 2011-04-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Financiën;

Gelet op artikel 3.3a, eerste lid, van de Telecommunicatiewet;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De verkrijger of houder van een vergunning voor kavel A7 en van een vergunning voor digitale radio-omroep welke verleend is met toepassing van de Regeling aanvraag, is voor het gebruik van de desbetreffende frequentieruimte gedurende de periode van 1 september 2011 tot en met 31 augustus 2017 een eenmalig bedrag verschuldigd, waarvan de hoogte is: € 17.563.200,–.

2.

Indien de verlening van de vergunningen met toepassing van de Regeling aanvraag plaats vindt na 1 september 2011, is voor de resterende periode tot en met 31 augustus 2017 een eenmalig bedrag verschuldigd waarvan de hoogte wordt bepaald door het desbetreffende eenmalig bedrag, genoemd in het eerste lid, te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het aantal hele maanden dat na het tijdstip van vergunningverlening resteert tot en met 31 augustus 2017 en de noemer door het getal 72.

Artikel 3
1.

De verkrijger of de houder van de vergunningen betaalt het op grond van artikel 2 verschuldigde bedrag uiterlijk op 1 september 2011 of, indien het tijdstip van vergunningverlening later ligt dan 21 juli 2011, uiterlijk zes weken na dat tijdstip.

2.

Indien op verzoek van de verkrijger of de houder van de vergunningen in afwijking van het eerste lid uitstel van betaling wordt verleend, worden aan de beschikking tot uitstel van betaling de voorschriften verbonden dat het verschuldigde bedrag wordt betaald in zes gelijke termijnen die steeds jaarlijks vervallen op 1 september, voor het eerst op 1 september 2011, en dat de verkrijger respectievelijk de houder van de vergunningen een waarborgsom verstrekt of een bankgarantie volgens het model, opgenomen in de bijlage, overlegt ter hoogte van een zesde deel van het verschuldigde bedrag. Indien het tijdstip van vergunningverlening later ligt dan 21 juli 2011, vervalt de eerste termijn uiterlijk zes weken na dat tijdstip.

3.

Voor de betaling door de verkrijger of de houder van het door hem op grond van artikel 2 verschuldigde bedrag wordt mede:

4.

De betalingen worden verricht door overmaking op het bankrekeningnummer 56.99.94.039, ten name van Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; Agentschap Telecom, onder vermelding van ‘kavel A7’ en van ‘vergunning voor digitale radio-omroep’.

5.

De minister kan een geldschuld jegens de vergunninghouder die verband houdt met een bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet genomen besluit, verrekenen met een vordering op grond van artikel 2.

Artikel 4

Artikel 4 van de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2011 is van overeenkomstige toepassing op degene die houder is van een vergunning voor digitale radio-omroep welke verleend is met toepassing van de Regeling aanvraag.

Artikel 5
1.

Indien op grond van de Regeling aanvraag aan een aanvrager geen vergunningen worden verleend voor kavel A7 en voor digitale radio-omroep, wordt de door hem op grond van artikel 6, eerste lid, van de Regeling aanvraag verstrekte waarborgsom of bankgarantie door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie teruggestort, respectievelijk teruggegeven.

2.

Bij toepassing van het eerste lid vergoedt de minister de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 3, vierde lid, met dien verstande dat de rente wordt vergoed tot en met de dagvoorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort.

3.

Bij toepassing van artikel 3, derde lid, onderdeel a, vergoedt de minister de rente over de op grond van artikel 6, eerste lid, van de Regeling aanvraag verstrekte gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop het besluit tot vaststelling van dit bedrag aan hem bekend is gemaakt tot en met 31 augustus 2011.

4.

De rente wordt berekend volgens actual/360 op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Overnight Index Average, minus 4 basispunten.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling eenmalig bedrag uitgifte kavel A7 2011.

Bijlage. Model voor een bankgarantie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling vaststelling eenmalig bedrag uitgifte kavel a7 2011

Modelbankgarantie1dit model dient te worden gebruikt voor een bankgarantiea.voor het stellen van zekerheid in het kader van de aanvraagprocedure (i.v.m. de verplichting bedoeld in de verklaring onder I.C1 en/of I.C2) ofb.met het oog op het verkrijgen van uitstel van betaling (i.v.m. de verplichting bedoeld in de verklaring onder I.D; uitstel van betaling wordt niet verleend voor het financieel bod)c.of ten behoeve van een combinatie hiervan.Voor het financieel bod geldt de bankgarantie in beginsel voor maximaal één jaar. Bij het financieel instrument geldt de bankgarantie in beginsel maximaal 1 jaar als de aanvrager geen uitstel van betaling aanvraagt. Vraagt de aanvraag wél uitstel van betaling dan geldt de bankgarantie in beginsel voor maximaal zes jaar. De aanvrager kan al bij de aanvraag een verzoek om uitstel van betaling doen en dan zekerheid verschaffen met behulp van een bankgarantie voor in beginsel maximaal zes jaar.

I. De ondergetekende

..... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte), statutair gevestigd te ....., mede kantoorhoudende te ....., hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

II. Verbindt zich tot het navolgende:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.