Besluit van 3 mei 2011, houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot de bekwaamheid en geschiktheid van spoorwegpersoneel met een veiligheidsfunctie (Besluit spoorwegpersoneel 2011)
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 8 december 2010, nr. VENW/BSK-2010/181313, Hoofddirectie Juridische Zaken;
Gelet op richtlijn nr. 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de gemeenschap besturen (PbEU L 315) en de artikelen 1, onderdeel j, 36, tweede lid, 49, 50, 51, 51a, achtste lid, 51b, derde lid en 52 van de Spoorwegwet;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 14 januari 2011, nr. W14.10.0554/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 27 april 2011, nr. IENM/BSK-2011/51548, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- Aanbeveling 2011/766/EU: Aanbeveling 2011/766/EU van de Commissie van 22 november 2011 betreffende de procedure voor de erkenning van opleidingscentra en examinatoren voor treinbestuurders overeenkomstig Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2011, L 314/41);
- Besluit 2011/765/EU: Besluit 2011/765/EU van de Commissie van 22 november 2011 inzake criteria voor de erkenning van examinatoren van treinbestuurders en inzake criteria voor de organisatie van examens overeenkomstig Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2011, L 314/36);
- categorie A: rangeerlocomotieven, werktreinen, onderhoudsspoorwagens en alle andere locomotieven die gebruikt worden voor het rangeren;
- categorie B: vervoer van reizigers, vervoer van goederen;
- locomotief: spoorvoertuig met eigen voortbewegingsinrichting, hoofdzakelijk bestemd en ingericht om andere spoorvoertuigen voort te bewegen;
- treinstel: treinstel als bedoeld in artikel 1 van het Besluit spoorverkeer;
- TSI Exploitatie en verkeersleiding: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 van de Commissie van 16 mei 2019 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2012/757/EU (PbEU 2019, L 139I);
- wet: Spoorwegwet.
Artikel 2
Als veiligheidsfuncties binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem worden aangewezen de functies van:
- a. machinist met volledige bevoegdheid;
- b. machinist met beperkte bevoegdheid;
- c. rangeerder;
- d. wagencontroleur;
- e. treindienstleider met volledige bevoegdheid;
- f. treindienstleider met minimale bevoegdheid.
Artikel 3
De machinist met volledige bevoegdheid is bevoegd tot het op hoofdspoorwegen besturen en begeleiden van alle typen spoorvoertuigen van categorie A en B.
De machinist met beperkte bevoegdheid is bevoegd tot het op hoofdspoorwegen besturen en begeleiden van een of meerdere typen spoorvoertuigen van categorie A.
De machinist met volledige bevoegdheid of de machinist met beperkte bevoegdheid is tevens bevoegd tot het koppelen en ontkoppelen van locomotieven en treinstellen voor zover hij voor die handelingen is opgeleid.
De rangeerder is bevoegd tot het samenstellen en begeleiden van treinen en het begeleiden van spoorvoertuigen op hoofdspoorwegen met een maximumsnelheid van 40 km per uur.
De wagencontroleur is bevoegd tot het controleren op kenbare gebreken van goederenwagens en de belading daarvan.
De treindienstleider met volledige bevoegdheid is bevoegd tot:
- a. het ter beschikking stellen van veilige rijwegen; en
- b. het treffen van veiligheidsmaatregelen bij storingen en werkzaamheden aan hoofdspoorwegen of in de nabijheid daarvan.
De treindienstleider met minimale bevoegdheid is bevoegd tot:
- a. het ter beschikking stellen van veilige rijwegen op emplacementen of gedeelten daarvan, die niet zijn voorzien van een technische beveiliging;
- b. het treffen van veiligheidsmaatregelen bij storingen en bij werkzaamheden aan of in de nabijheid van hoofdspoorwegen, op emplacementen of gedeelten daarvan, die niet zijn voorzien van een technische beveiliging.
Artikel 4
Een persoon die uitsluitend tot taak heeft het besturen van als gereedschap dienende spoorvoertuigen tijdens het gebruik daarvan bij werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg ten behoeve van de hoofdspoorweginfrastructuur, op hoofdspoorwegen die buiten dienst zijn gesteld, is geen machinist als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b.
Een persoon die uitsluitend tot taak heeft het samenstellen en begeleiden van treinen en het begeleiden van spoorvoertuigen op hoofdspoorwegen die buiten dienst zijn gesteld, is geen rangeerder als bedoeld in artikel 2, onderdeel c.
Artikel 5
De persoon die een veiligheidsfunctie uitoefent is ten minste 18 jaar oud.
De persoon die een veiligheidsfunctie uitoefent beheerst de Nederlandse taal of een door de beheerder voorgeschreven taal zodanig dat hij de voor de uitoefening van de betrokken functie gebruikelijke procescommunicatie kan voeren en begrijpen.
In afwijking van het tweede lid kunnen bij regeling van Onze Minister baanvakken voor grensoverschrijdende treindiensten worden aangewezen waar, op aanvraag van een spoorwegonderneming en met inachtneming van de in punt 8, derde lid, van bijlage VI bij richtlijn 2007/59/EG genoemde procedure, machinisten door de beheerder kunnen worden vrijgesteld van de taaleis, bedoeld in punt 8, eerste en tweede lid, van die bijlage.
Artikel 6
Onze Minister stelt ten behoeve van een beoordeling als bedoeld in artikel 50, tweede lid, onder a, van de wet, een examenprogramma vast dat voldoet aan de in bijlage IV van richtlijn 2007/59/EG gestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden.
Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend, stelt ten behoeve van de beoordeling, bedoeld in artikel 51a, vierde lid, onder b, van de wet, een examenprogramma vast dat voldoet aan de in bijlage V en VI van richtlijn 2007/59/EG gestelde eisen inzake specifieke vakkennis inzake spoorvoertuigen en hoofdspoorweginfrastructuur.
Onze Minister stelt voor de veiligheidsfunctie van rangeerder, wagencontroleur, treindienstleider met volledige bevoegdheid en treindienstleider met minimale bevoegdheid een examenprogramma vast dat voldoet aan de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding inzake algemene kennis, bekwaamheid en ervaring.
Artikel 7
Onze Minister geeft een beoordeling als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder a, van de wet, aan degene die bij een door Onze Minister afgenomen onderzoek voldoet aan de voor de betrokken veiligheidsfunctie krachtens artikel 6, eerste en derde lid, in het examenprogramma vastgestelde eisen.
Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend geeft een beoordeling als bedoeld in artikel 51a, vierde lid, onder b, van de wet, aan degene die bij een door hem afgenomen onderzoek voldoet aan de voor de betrokken veiligheidsfunctie krachtens artikel 6, tweede lid, in het examenprogramma vastgestelde eisen.
Een persoon wordt ten aanzien van de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid toegelaten tot de onderzoeken, bedoeld in het eerste en tweede lid, indien hij een opleiding voor de betrokken veiligheidsfunctie heeft gevolgd bij een krachtens artikel 51b, eerste lid, van de wet, door Onze Minister erkend opleidingsinstituut.
Het onderzoek ten behoeve van een beoordeling, bedoeld in artikel 50, tweede lid, onder a, van de wet, omvat een theoriegedeelte en een gedeelte waarbij gebruik wordt gemaakt van een simulator.
Het onderzoek ten behoeve van een beoordeling, bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a, en artikel 51a, vierde lid, onder b, van de wet, omvat een theoriegedeelte en een praktijkgedeelte en kan tevens onderzoeken omvatten waarbij gebruik wordt gemaakt van een simulator.
Bij de beoordelingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt gebruik gemaakt van door Onze Minister erkende examinatoren.
De beoordelingen bevatten ten minste de volgende gegevens:
- a. datum van het onderzoek;
- b. naam en geboortedatum van de onderzochte persoon;
- c. de veiligheidsfunctie waarop de beoordeling betrekking heeft, en
- d. de examenuitslag, uitgedrukt in voldoende dan wel onvoldoende.
De beoordelingen zijn voor onbepaalde tijd geldig.
Artikel 8
De voor de machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid vereiste bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, bedoeld in artikel 51a, vierde lid, onderdeel c, van de wet, betreft de kennis van de bedrijfsorganisatie en het veiligheidsbeheersysteem van de betrokken spoorwegonderneming.
De voor de veiligheidsfunctie van rangeerder vereiste specifieke, taakgebonden en bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de wet, betreft:
- a. wegbekendheid op de locatie waarop hij als rangeerder wordt ingezet;
- b. kennis van lokale voorschriften;
- c. kennis van de spoorvoertuigen die hij begeleidt;
- d. kennis van de bedrijfsorganisatie en het veiligheidsbeheersysteem van de betrokken spoorwegonderneming.
De voor de veiligheidsfunctie van wagencontroleur vereiste specifieke, taakgebonden en bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de wet, betreft:
- a. kennis van wagentypen en beladingen die hij controleert;
- b. kennis van de bedrijfsorganisatie en het veiligheidsbeheersysteem van de betrokken spoorwegonderneming.
De voor de veiligheidsfunctie van treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid vereiste specifieke, taakgebonden en bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de wet, betreft:
- a. kennis van de inrichting van de gedeelten van het hoofdspoorwegnet waarvoor hij als treindienstleider dienst doet;
- b. kennis van lokale voorschriften;
- c. kennis van de bedrijfsorganisatie en het veiligheidsbeheersysteem;
- d. kennis van de schriftelijke, digitale en mondelinge communicatie als bedoeld in de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding.
De beoordeling van de kennis en bekwaamheid, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, geschiedt door een vakinhoudelijk leidinggevende als bedoeld in artikel 15, tweede lid.
Artikel 9
Bij regeling van Onze Minister worden met inachtneming van bijlage II van richtlijn 2007/59/EG de eisen vastgesteld inzake medische en psychologische geschiktheid voor de machinist met volledige bevoegdheid en de machinist met beperkte bevoegdheid.
Bij regeling van Onze Minister worden met inachtneming van de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding de eisen vastgesteld inzake medische en psychologische geschiktheid voor de rangeerder, de treindienstleider met volledige bevoegdheid en de treindienstleider met minimale bevoegdheid.
Het vereiste om te beschikken over een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel a, van de wet, geldt niet voor:
- a. een persoon die de veiligheidsfunctie van wagencontroleur uitoefent;
- b. een persoon die de veiligheidsfunctie van rangeerder uitoefent, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die zijn standplaats heeft in het buitenland, mits hij voldoet aan de in het land van zijn standplaats voor de uitoefening van zijn functie in overeenstemming met de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding geldende medische en psychologische eisen.
Artikel 10
Het keuringsinstituut, bedoeld in artikel 50, eerste en tweede lid, van de wet, geeft de verklaring van medische geschiktheid respectievelijk van psychologische geschiktheid af indien de keuring:
- a. heeft plaatsgevonden volgens een door Onze Minister goedgekeurd keuringsreglement, en
- b. doet blijken dat de aanvrager voldoet aan de krachtens artikel 9 voor de betrokken veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake medische en psychologische geschiktheid.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.