Aanwijzing pre-opsporing, opsporing en vervolging van maritieme strafbare feiten

Type Beleidsregel
Publication 2011-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Samenvatting

Deze aanwijzing bevat beleids- en werkafspraken voor pre-opsporing en opsporen en vervolgen van strafbare feiten, die:

Achtergrond

Op 1 januari 2007 is het Besluit instelling Kustwacht (verder te noemen BiK) van 17 november 2006, Stcr. Nr. 229 d.d. 23 november 2006, in werking getreden. Omdat dit besluit geen duidelijke taakverdeling voor het OM bevat, hetgeen in de praktijk als een gemis wordt ervaren, is besloten om de vervallen Aanwijzing opsporing en vervolging van strafbare feiten op de Noordzee nieuw leven in te blazen.

De handhavingsactiviteiten worden uitgevoerd door de Kustwacht Nederland3Kustwacht Nederland, internationaal aangeduid als Netherlands Coastguard. De Kustwacht is beheersmatig ondergebracht te Den Helder bij het Commando Zeestrijdkrachten van het Ministerie van Defensie. De Kustwacht beschikt over een Kustwachtcentrum, op welke plaats de handhavingcoördinatie plaatsvindt.(verder te noemen de Kustwacht) en gecoördineerd door de Permanente Kontaktgroep Handhaving Noordzee (verder te noemen PKHN). De binnen de kustwacht werkzame opsporingsambtenaren – zowel algemene als buitengewone of bijzondere opsporingsambtenaren – worden Koa’s genoemd.

Het werkgebied van de Kustwacht omvat (artikel 6 BiK):

Ter nakoming van internationale afspraken kan het werkgebied van de Kustwacht verder uitgebreid worden.

De Kustwacht voert dienstverlenende, toezichthoudende en opsporingstaken uit. Het Kustwachtcentrum (hierna KWC) is gevestigd in Den Helder. Bij de Kustwacht werken een aantal diensten van verschillende ministeries samen. De instelling en besturing van de Kustwacht is geregeld in het BiK4Besluit instelling Kustwacht, 17 november 2006/nr. STG 2006/1961 Rijkswaterstaat, Staatscourant 23 november 2006, nr. 229/p.38.. De Kustwacht wordt beleidsmatig aangestuurd door de PKHN ten aanzien van de algemene handhaving, milieu, verkeer/veiligheid en visserij. Voorts heeft de PKHN tot taak het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van het maritieme handhavingsbeleid5Artikel 10, 11 lid 2 en 3 Besluit instelling Kustwacht..

Het voorzitterschap PKHN is belegd bij het Openbaar Ministerie, in de persoon van de officier van justitie Noordzee6Artikel 11 lid 4 onder a Besluit instelling Kustwacht.van het Functioneel Parket (hierna de Noordzeeofficier van het FP). De voorzitter PKHN heeft regelmatig een driehoeksoverleg met de directeur Kustwacht en de hoofdingenieur-directeur van de Dienst Noordzee van het ministerie van Rijkswaterstaat, het zogenaamde Kustwachtdriemanschap (hierna KW3). Het KW3 fungeert als dagelijks bestuur en beheert de activiteiten en begroting van de Kustwacht Nederland7Artikel 13 Besluit instelling Kustwacht.. De voorzitter PKHN is tevens gedelegeerd opdrachtgever namens de Raad voor de Kustwacht voor de gehele handhaving in kustwachtverband.

Het Besluit is de formele uitwerking van het Kabinetsbesluit8Kamerstukken II, 2005/06, 30490 nr. 1, d.d. 13 maart 2006.over de omvorming van het oude samenwerkingsverband Kustwacht tot een Kustwacht Nederland ‘nieuwe stijl’. De omvorming werd door het Kabinet nodig geacht om de taken, bevoegdheden van de Kustwacht helder te beleggen en belangenafwegingen omtrent de kustwachttaken transparant en integraal plaats te laten vinden. Het Kabinet verwacht op deze wijze belangrijke voorwaarden geschapen te hebben voor een effectief en efficiënt overheidsoptreden door de Kustwacht9Voorts sluit de omvorming van de Kustwacht aan bij de ambities van het kabinet Balkenende II voor de verbetering van de kwaliteit van het openbaar bestuur en bij het Integraal Beheerplan Noordzee 2015..

Het Martitiem Informatie Knooppunt (MIK) bij het Kustwachtcentrum in Den Helder is in het kader van de realisering van het Veiligheidsconcept Noordzee (VCN) ingericht. Het eindrapport VCN is op 26 januari 2010 door de Raad voor de Kustwacht vastgesteld.

Het VCN is gebaseerd op en heeft verbindingen met de navolgende anker- en uitgangspunten in bestaand beleid, te weten: Strategie Nationale Veiligheid (Kabinet 2007), Nationaal Intelligence Model (NIM) en Informatie Gestuurd Werken (Politie en KMAR), Nationaal Dreigingsbeeld (NDB, Ned. Politie), positie Kustwacht Nederland ‘nieuwe stijl’ (Besluit Instelling Kustwacht / BiK), aansluiting bij bestaande initiatieven, departementale verantwoordelijkheid, vermindering toezicht- en handhavingslast, effectieve inzet capaciteit en internationale ontwikkelingen. Aan de hand van deze punten zijn de voorwaarden bepaald, waaraan de werkmethoden binnen het MIK moeten voldoen.

De doelen van het MIK zijn:

Het gezag over het MIK, ten aanzien van strafrechtelijk optreden, is belegd bij de Noordzeeofficier van justitie.

Pre opsporing

Taken Noordzeeofficier en het FP

De Noordzeeofficier:

Daarnaast stuurt de Noordzeeofficier op de kwaliteit van de processen-verbaal van de KOa’s, die in de Kustwacht participeren. Tevens valt onder zijn bevoegdheid de inzet van opsporingsambtenaren voor een strafrechtelijk onderzoek op zeeën mondiaal11Zie (VN) Zeerechtverdrag, 10 december 1982, (in werking getreden op 16 november 1994); Part VII (High Seas)., dit in het kader van het vlagbeginsel.

De Noordzeeofficier kan een aantal van de hierboven genoemde taken delegeren aan een andere officier van justitie, die werkzaam is binnen het cluster Noordzee van het FP.

Op grond van het vlagbeginsel vallen penale incidenten waarbij Nederlandse vaartuigen betrokken zijn onder het gezag van de Noordzeeofficier. De Noordzeeofficier wordt over elk incident geïnformeerd. Voor zover het gaat om strafrechtelijke incidenten waarbij Nederlandse vaartuigen betrokken zijn én het Klpd unit Maritieme Politie onderzoek verricht, valt voornoemde dienst onder het gezag van de Noordzeeoffcier (zie ook de passage over het MIK en de taken Noordzeeofficier hierboven).

Het FP (Beleid/operationeel)

Het FP zorgt voor afstemming van het Kustwacht handhavingbeleid aangaande de onderwerpen uit de resultaatgebieden algemene handhaving, milieu, verkeer/veiligheid en visserij en voert de daarmee verband houdende taken uit.

Het werkterrein van het FP-team (cluster Noordzee) dat zich bezighoudt met zeezaken is nauw te relateren aan de handhavingstaken van de Kustwacht, welke de navolgende geografische en functionele werkgebieden omvat12Artikel 6 lid 1 en 2 Besluit instelling Kustwacht.:

Uitzondering ex artikel 14 BiK

Het domein Noordzee bevat het territorium buiten de ‘één kilometer uit de laagwaterlijn’15Bij Besluit houdende wijziging van de grens tussen de gemeente Rotterdam en niet ingedeeld gebied in de Noordzee, tevens provinciegrens van Zuid-Holland, d.d. 22 september 2004, wijkt per 1 januari 2005 de ‘één kilometergrens’ van de gemeente Rotterdam tijdelijk af, zoals dat in de bijlage van dit Besluit is opgenomen, tot het moment waarop het project maasvlakte II is gerealiseerd., hier geldt het strafrechtelijk gezag van de Noordzeeofficier.

Het territorium binnen de één kilometer uit de laagwaterlijn valt globaal onder de verantwoordelijkheid van de regionale parketten, het FP of het Landelijk Parket (hierna LP) van het Openbaar Ministerie, afhankelijk van het type delict. Aan deze norm ligt ten grondslag de grens die wordt gehanteerd voor bestuurlijke doeleinden (bestuurlijke indeling). Binnen de één kilometer uit de laagwaterlijn gelden onder meer de provinciale en gemeentelijke verordeningen en het strafrechtelijk gezag van het regionale parket.

Opsporing en vervolging

De inzet van opsporingsdiensten op de Noordzee dient te worden afgestemd met de Noordzeeofficier en het KWC. Voorts kan het KWC alleen opsporingsonderzoeken uitvoeren die door – of door tussenkomst van – de Noordzeeofficier gegeven zijn. De Noordzeeofficier kan op deze wijze een verantwoorde beslissing nemen ten aanzien van de rechtmatigheid van aanwending en technische uitvoerbaarheid van nautische justitiële activiteiten. Dat geldt tevens voor het Klpd unit Maritieme Politie, indien deze betrokken raakt dan wel wordt ingezet bij handhavingstaken op de Noordzee.

Strafbare feiten gepleegd op zee zowel binnen de territoriale/economische grenzen van het Nederlands zeegebied en/of op vaartuigen met geldend Nederlands rechtsregime:

Strafbare feiten gepleegd waarbij een Nederlands vaartuig betrokken is:

De Noordzeeofficier adviseert en ondersteunt in alle vorenstaande gevallen zijn collegae op de parketten. De Noordzeeofficier en het FP Noordzee-team (beleid/operationeel) functioneren als vraagbaak voor diegenen die informatie behoeven in nautische aangelegenheden.

Crisisbeheersing op de Noordzee

Een belangrijk onderdeel van de beleidsportefeuille Noordzee bestaat uit zaken die zien op de crisisbeheersing op het Nederlandse deel van Noordzee. De Noordzeeofficier wordt als eerste vertegenwoordiger van het OM benaderd/geïnformeerd bij een crisis of ramp en hij beoordeelt de omvang en de aard van de ramp en/of crisis.

Ook ingeval van een crisis/ramp op de Noordzee wordt de hiervoor beschreven gezagsverdeling tussen het LP, het arrondissementsparket en het FP gevolgd. Indien het gezag buiten het FP blijkt te liggen zal de Noordzeeofficier adviserend optreden richting het zaaksbehandelend parket.

De Noordzeeofficier is primair verantwoordelijk voor de beleidsmatige zaken over de crisisdreigingen die voor de Noordzee gelden. De strafzaken die daaruit voortvloeien zullen via vorenstaande verdeelsleutel verwerkt worden door het bevoegde parket.

Waddenzee

De handhavingcoördinatie met betrekking tot de Waddenzee (officieel behorend tot Nederlands binnenwatergebied) is niet belegd bij de Noordzeeofficier. Deze handhavingcoördinatie ligt bij het bestuur en de diverse landelijke toezichthoudende diensten, die daartoe een samenwerking zijn aangegaan, waarvan het OM geen deel uitmaakt. De strafrechtelijke handhaving valt onder de aansturing van de regionale parketten Alkmaar/Haarlem en Groningen/Leeuwarden.

Overgangsrecht

De beleidsregels in deze Aanwijzing hebben onmiddellijke gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.