Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nr. DMO-OHW-U-3065710, houdende regels omtrent de bekostiging van de uitvoering van de taken van de Pensioen- en Uitkeringsraad en de Sociale verzekeringsbank, genoemd inde Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Bekostigingsregeling Wuvo)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 9, tweede lid, van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen en de artikelen 14, tweede lid, en 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De Raad zendt de minister jaarlijks vóór 1 oktober een begroting voor het daaropvolgende jaar en een meerjarenraming voor de vier jaren daarna.

Artikel 3

In de begroting en de meerjarenraming van de Raad worden de volgende onderdelen onderscheiden:

Artikel 4
1.

De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 3, onderdeel a en onderdeel b, onder 2, bestaat voor de onderscheiden kosten uit de werkelijk gemaakte kosten tot een door de minister jaarlijks te bepalen maximum.

2.

De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, onder 1 en 3, bestaat uit de werkelijk gemaakte kosten.

Artikel 5
1.

De voorzitter van de Raad wordt naar rato bezoldigd overeenkomstig het maximum van salarisschaal 17 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, uitgaande van een gemiddelde arbeidsduur van 8 uur per week.

2.

De voorzitter van de Raad heeft recht op een vakantie-uitkering ten bedrage van 8% en recht op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 8,3% van de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid. De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar betaald over de periode van twaalf maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar. De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorafgaande kalenderjaar.

3.

De leden van de Raad, niet zijnde de voorzitter, ontvangen voor hun werkzaamheden voor de Raad een schadeloosstelling. Gebaseerd op een uurloon dat is afgeleid van het maximum van salarisschaal 14, zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, bedraagt deze voor:

4.

Indien een van de in het derde lid bedoelde leden de voorzitter vervangt bij een plenaire vergadering, wordt het in dat lid onder a genoemde bedrag verhoogd met een toeslag van 20 procent.

5.

De bedragen genoemd in het derde lid worden aangepast overeenkomstig de aanpassing van de salarissen van de rijksambtenaren.

6.

De leden van de Raad hebben recht op een vergoeding voor reiskosten overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.

Artikel 6
1.

De controle door de accountant, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, van de jaarrekening van de Raad, geschiedt overeenkomstig een door de Minister vastgesteld protocol.

2.

De Raad en de accountant, bedoeld in het eerste lid, werken mee aan de door de Auditdienst Rijk in te stellen onderzoeken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van die dienst.

Artikel 7

De Sociale verzekeringsbank zendt de minister jaarlijks vóór 1 oktober een begroting voor het daaropvolgende jaar en een meerjarenraming voor de vier jaren daarna betreffende:

Artikel 8

In de begroting en de meerjarenraming van de Sociale verzekeringsbank genoemd in artikel 7, onder a, worden de volgende onderdelen onderscheiden:

Artikel 9
1.

De bijdrage in de kosten, genoemd in artikel 8, onder b, onderdelen 4 en 7, bestaat voor de onderscheiden kosten uit een door de minister jaarlijks vastgesteld bedrag.

2.

De bijdrage in de kosten, genoemd in artikel 8, onder b, onderdelen 1, 2, 3, 5, 6 en 8, bestaat voor de onderscheiden kosten uit de werkelijk gemaakte kosten.

Artikel 10
1.

De controle door de accountant, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, van de jaarrekening van de Sociale verzekeringsbank betreffende de uitvoering van de taken, genoemd in artikel 6 van de wet, geschiedt overeenkomstig een door de Minister vastgesteld protocol.

2.

De accountant die de verklaring, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen afgeeft, rapporteert binnen drie maanden na afloop van het boekjaar aan de minister omtrent de uitvoering van de taken, genoemd in artikel 6 van de wet en de naleving van het bij of krachtens wet bepaalde.

3.

De Sociale verzekeringsbank en de in het eerste lid bedoelde accountant werken mee aan de door de Rijksauditdienst in te stellen onderzoeken betreffende de uitvoering van de taken, genoemd in artikel 6 van de wet, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van die dienst.

Artikel 11

De egalisatiereserve per 31 december van enig jaar mag niet meer bedragen dan 10% van de laatste vaststelling van de bijdragen bedoeld in artikel 8e, tweede en derde lid.

Artikel 12

De Sociale verzekeringsbank verschaft de minister periodiek de volgende informatie:

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2011.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 8a
1.

Op basis van de begroting, genoemd in artikel 7, onder a, stelt de minister ten behoeve van de kosten, bedoeld in artikel 8, onder a, een normbegroting vast. De minister kan kosten aanwijzen die niet onder de normbegroting vallen.

2.

Op basis van de normbegroting stelt de minister per product een tarief vast.

3.

De minister draagt zorg voor een driejaarlijkse herijking van de tarieven.

4.

De minister geeft bij de vaststelling van de tarieven aan welk deel aan de ontwikkeling van de lonen en welk deel aan de ontwikkeling van de prijzen wordt aangepast.

Artikel 8b
1.

Indien de begrote productie wezenlijk afwijkt van de normproductie kan de minister, na overleg met de Sociale verzekeringsbank, een tarief wijzigen.

2.

De Sociale verzekeringsbank kan een voorstel doen tot wijziging van een tarief.

Artikel 8c
1.

De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 8, onder a, bestaat uit de som van de per product volgens de navolgende formule berekende bedragen:

Pb x T.

In deze formule is:

2.

In afwijking van het eerste lid kan de minister, na overleg met de Sociale verzekeringsbank, voor een naar aard te specificeren aantal eenheden van de begrote productie van een product, welke zich gezien de daaraan verbonden werklast en kosten onderscheiden van de gemiddelde werklast en kosten op basis waarvan het tarief, genoemd in artikel 8a, tweede lid, is vastgesteld, de bijdrage in de kosten op een andere wijze vaststellen. In de formule, genoemd in het eerste lid, wordt daartoe Pb verlaagd met het aantal eenheden waarvoor de bijdrage op een andere wijze wordt vastgesteld.

Artikel 8d

De bijdrage, bedoeld in artikel 8c, eerste lid, kan in de loop van enig jaar worden aangepast indien de ontwikkeling van de lonen of prijzen daartoe aanleiding geven.

Artikel 8e
1.

De minister beslist na de indiening van de begroting, genoemd in artikel 7, onder a, over de goedkeuring van deze begroting en doet de Sociale verzekeringsbank voor 1 december een vaststelling van de bijdragen bedoeld in de artikelen 8c en 9 toekomen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.