Reglement Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring
In aanmerking nemend artikel 8 van de Wet op de rechtsbijstand,
Besluit:
Een commissie in te stellen voor de behandeling van klachten en het doen van ambtshalve onderzoek betreffende de rechtsbijstandverlening door individuele rechtsbijstandverleners aan asielzoekers en vreemdelingen in bewaring alsmede het naar aanleiding hiervan geven van advies tot het treffen van een maatregel.
In het aangehechte reglement is de samenstelling en de werkwijze van de KRAV geregeld.
De Commissies Rechtsbijstand Asiel (en Vreemdelingenbewaring) worden opgeheven met ingang van de inwerkingtreding van dit reglement. De op deze Commissies betrekking hebbende reglementen en andere regelgeving wordt bij gelijke datum ingetrokken.
Bijlage
Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV)
A. Algemene bepalingen
Artikel 1
Mede ter uitvoering van artikel 8 van de Wet op de Rechtsbijstand heeft het bestuur van de Raad voor de Rechtsbijstand (hierna: de Raad) een Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring (hierna te noemen: KRAV) ingesteld.
De KRAV zetelt te Utrecht.
Artikel 2
De KRAV kan naar aanleiding van een klacht, dan wel ambtshalve, besluiten om op grond van concrete feiten of omstandigheden een onderzoek in te stellen naar de taakuitoefening van rechtsbijstandverleners die ten tijde van de gewraakte gedraging zijn toegelaten tot de verlening van rechtsbijstand aan asielzoekers en vreemdelingen in bewaring. In de daarvoor in aanmerking komende gevallen adviseert de KRAV de Raad tot het treffen van een maatregel.
Artikel 3
Onder asielrechtsbijstand wordt verstaan de door een toegelaten rechtsbijstandverlener in het kader van een asielaanvraag en de daarmee verband houdende procedures verleende juridische bijstand, alsmede in dit kader verrichte advieswerkzaamheden.
Onder rechtsbijstand aan vreemdelingen in bewaring wordt verstaan de door een toegelaten rechtsbijstandverlener aan in bewaring gestelde vreemdelingen en in het kader van het vreemdelingenpiket en de daarmee verband houdende procedures verleende juridische bijstand, alsmede de in dit kader verrichte advieswerkzaamheden.
Artikel 4
De KRAV informeert terzake van de uitoefening van haar taken, zoals geformuleerd in de artikelen 2 en 3, de Landelijke Adviescommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring (verder: de LARAV) jaarlijks, of zoveel vaker als nodig is, omtrent de in haar opvatting relevante algemene aspecten van de kwaliteit van de rechtsbijstand in asiel en vreemdelingenbewaringszaken.
B. Samenstelling en werkwijze KRAV
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
De KRAV komt tenminste éénmaal per jaar voltallig bijeen, en overigens zo vaak als nodig.
Artikel 9
Een voor het onderzoek van klachten fungerende commissie is samengesteld uit:
Artikel 10
De in artikel 9 bedoelde commissies behandelen klachten met betrekking tot rechtsbijstandverleners die ingeschreven zijn bij de Raad voor Rechtsbijstand en die toegelaten zijn tot de rechtsbijstandverlening aan asielzoekers en in bewaring gestelde vreemdelingen. Tevens stelt de KRAV zo nodig ambtshalve onderzoek in terzake van de wijze waarop de rechtsbijstandverleners die tot de hiervoor genoemde groepen behoren hun taak hebben vervuld. Naar aanleiding van de behandelde klachten en ingestelde onderzoeken brengt zij aan de Raad advies uit.
Artikel 11
Klachtwaardig is in beginsel elk handelen of nalaten van een rechtsbijstandverlener dat in strijd is met de voor een behoorlijke asielrechtsbijstand en rechtsbijstand aan in bewaring gestelde vreemdelingen geldende normen van beroepsuitoefening.
Bij de beoordeling van klachten en het ambtshalve in te stellen onderzoeken neemt de KRAV mede tot richtsnoer wat dienaangaande is opgenomen in de publicatie ‘Bij de hand in asielzaken’ en de Best Practice Guide over Vreemdelingenbewaring.
Artikel 12
De voorzitter, de leden van de KRAV, haar secretaris, en zij die de KRAV administratief ondersteunen, en hun plaatsvervangers zijn verplicht tot geheimhouding van alle hen in het kader van hun werk voor de KRAV bekend geworden gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden.
C. Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV
Artikel 13
Het horen als bedoeld in artikel 26, en het uitbrengen van advies als bedoeld in dat artikel, geschiedt door de fungerende commissie die met het onderzoek is belast.
Artikel 14
Het instellen van een onderzoek naar de taakuitoefening door een advocaat laat de mogelijkheid onverlet dat de commissie de klager tevens naar de bevoegde Deken van de Orde van Advocaten verwijst, dan wel ambtshalve aan die Deken verzoekt terzake een onderzoek in te stellen.
Verschoning
Artikel 15
Elk van de leden van de KRAV kan zich verschonen op grond van feiten of omstandigheden, waardoor zijn onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Behandeling van klachten
Artikel 16
Bevoegd tot het indienen van een klacht tegen een rechtsbijstandverlener is ieder aan wie asielrechtsbijstand of rechtsbijstand in het kader van de vreemdelingenbewaring is of wordt verleend alsmede diens vroegere of huidige (rechts)hulpverlener. Indien de bijstand in de klachtprocedure wordt verleend door anderen, is de KRAV bevoegd een machtiging te verlangen.
Artikel 17
Artikel 18
De indiener van de klacht en de rechtsbijstandverlener kunnen zich bij de behandeling van de klacht door een derde laten bijstaan of doen vertegenwoordigen. Het bepaalde in de laatste volzin van artikel 16 is mede van toepassing.
Artikel 19
De KRAV bevestigt de ontvangst van de klacht binnen twee weken na ontvangst aan de klager en deelt dit met gelijke post aan de rechtsbijstandverlener mede.Aan de rechtsbijstandverlener wordt een kopie van het klaagschrift gezonden. In de bevestigingsbrieven wordt tevens meegedeeld dat de KRAV in een later stadium zal besluiten of de klacht al dan niet in behandeling wordt genomen.
Artikel 20
Artikel 21
De voortgezette behandeling
Artikel 22
Indien de voorzitter of de vicevoorzitter naar aanleiding van een klacht tot het instellen van een onderzoek besluit, stelt de secretaris de betrokken rechtsbijstandverlener in de gelegenheid om binnen vier wekennadat hij daartoe op de voet van artikel 20 lid 1 in kennis is gesteld schriftelijk op de klacht te reageren. Tevens verzoekt de secretaris de rechtsbijstandverlener alsdan om toezending van een afschrift van diens volledige dossier.
Artikel 23
De secretaris zendt de indiener van de klacht binnen twee weken na ontvangst een afschrift van de reactie van de rechtsbijstandverlener.
Artikel 24
Indien de voorzitter of de vice voorzitter naar aanleiding van de schriftelijke reactie van de rechtsbijstandverlener besluit dat er aanleiding is om het onderzoek voort te zetten, kan hij de indiener van de klacht en de rechtsbijstandverlener binnen een door haar te stellen termijn de gelegenheid geven schriftelijk te re- en dupliceren.
Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27
Ambtshalve onderzoek
Artikel 28
Artikel 29
Indien de fungerende commissie besluit om het onderzoek voort te zetten, kan zij de betrokken rechtsbijstandverlener schriftelijk om nadere inlichtingen verzoeken.
Artikel 30
Alvorens tot het verstrekken van een advies aan de Raad te besluiten, nodigt de fungerende commissie de rechtsbijstandverlener voor een hoorzitting uit.
Artikel 31
Maatregelen
Artikel 32
Artikel 33
Artikel 34
De op de voet van artikel 32 opgelegde maatregelen gaan, indien de rechtshulpverlener advocaat is, gepaard met melding daarvan aan de Deken in het arrondissement waar de advocaat is gevestigd.
Als de Raad naar aanleiding van een daartoe strekkend advies van de fungerende commissie heeft besloten een rechtsbijstandverlener geheel, al dan niet tijdelijk of voorwaardelijk, van de verlening van gefinancierde rechtsbijstand uit te sluiten, worden daarover ook geïnformeerd:
Artikel 35
De Raad heeft het beleid ten aanzien van tekortschieten in de verlening van zorgvuldige een doelmatige rechtsbijstandverlening uitgewerkt in het ‘Maatregelbeleid Raad voor Rechtsbijstand inzake de rechtsbijstandverlening asiel en vreemdelingenbewaring’.
D. Publicatie en verslaglegging
Artikel 36
Aan het bestaan van dit reglement geeft de Raad zoveel mogelijk bekendheid.
Artikel 37
In het jaarverslag doet de Raad verslag van de klachtbehandeling ingevolge dit reglement.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.