Maatregelbeleid inzake de rechtsbijstandverlening asiel en vreemdelingenbewaring
Het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, verder te noemen de Raad,
In aanmerking nemend de artikelen 7, 8, 15 en 17 van de Wet op de rechtsbijstand en het Reglement Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring;
Overwegende, dat het wenselijk is een nadere uitwerking te geven aan de wijze waarop toepassing zal worden gegeven aan het bepaalde in artikel 17, tweede lid van de Wrb ten aanzien van de rechtsbijstandverlening inzake asiel en vreemdelingenbewaring en daarbij een kader te geven aan advisering door de Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring;
Stelt het volgende maatregelbeleid vast.
Bijlage
Maatregelbeleid Raad voor Rechtsbijstand inzake de rechtsbijstandverlening asiel en vreemdelingenbewaring
De Wet op de rechtsbijstand (Wrb) draagt het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand (verder: de Raad) op om de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand aan minder draagkrachtige rechtzoekenden, waaronder asielzoekers, te organiseren. De wet draagt aan de Raad voorts het toezicht op de verlening van rechtsbijstand op.
Krachtens de hem verleende wettelijke bevoegdheid heeft de Raad voor de asielrechtsbijstand inschrijvingsvoorwaarden vastgesteld.
Ingevolge het reglement dat voor hun werkzaamheden is vastgesteld kan de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring (verder: KRAV) naar aanleiding van klachten, dan wel ambtshalve het functioneren van rechtsbijstandverleners onderzoeken. Uit een individuele klacht of uit ambtshalve onderzoek kan blijken dat een rechtsbijstandverlener tekort schiet in de verlening van zorgvuldige en doelmatige asielrechtsbijstand. In dat geval kan door de Raad, op advies van de KRAV, een maatregel worden opgelegd.
Uitgangspunt van het onderhavige maatregelbeleid is het waarborgen van een zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstandverlening inzake asiel en vreemdelingenbewaring. Tevens wordt beoogd de te nemen maatregelen te normeren. Hiermee wordt een kader geboden dat rechtsgelijkheid en rechtszekerheid biedt, overigens zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid tot individualisering, waarvoor ondanks de normering ruimte blijft bestaan.
Gelet op het uitgangspunt van waarborging van een zorgvuldige en doelmatige asielrechtsbijstand zal een maatregel erop gericht zijn om te voorkomen dat zich tekortkomingen blijven voordoen.
Dit betekent enerzijds dat bij een incidenteel tekort schieten, dat niet structureel van aard is c.q. niet op een structureel gebrek aan kwaliteit van de rechtsbijstandverlener of diens praktijkorganisatie valt terug te voeren, kan worden volstaan met een waarschuwing en dat anderzijds, bij een structureel tekort schieten, waarbij geen zicht is op verbetering, de zwaarste maatregel van algehele uitsluiting van de verlening van asielrechtsbijstand kan worden toegepast (vide art. 17 lid 2 Wrb, alsmede de inschrijvings- resp. deelnemingsvoorwaarden).
In veel gevallen zal het tekortschieten te plaatsen zijn tussen genoemde uitersten, niet (volstrekt) incidenteel zijn, maar evenmin van dien aard dat geen verbetering mogelijk is. In die gevallen zal de maatregel kunnen variëren van een waarschuwing, waarbij kan worden aangegeven hoe de rechtsbijstandverlener herhaling dient te voorkomen, tot een voorwaardelijke uitsluiting, al dan niet in combinatie met tijdelijke opschorting van de deelneming, of een directe tijdelijke uitsluiting van de verlening van asielrechtsbijstand of van de georganiseerde spreekuur-/beschikbaarheidsvoorzieningen.
Om tekort schieten te kunnen vaststellen is het noodzakelijk dat inhoud wordt gegeven aan het begrip zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstand (hier specifiek: asielrechtsbijstand). Daarbij kunnen, niet limitatief, de volgende aspecten worden onderscheiden:
Bij de beoordeling van klachten en het ambtshalve in te stellen onderzoeken neemt de KRAV verder mede tot richtsnoer wat dienaangaande is opgenomen in de publicatie ‘Bij de hand in asielzaken’ en de Best Practice Guide over Vreemdelingenbewaring.
Ad a.
De communicatie met de cliënt dient minimaal te voldoen aan de volgende eisen:
Ad b.
De organisatie van het kantoor c.q. de praktijk van de rechtsbijstandverlener dient ingericht te zijn op en te garanderen dat:
Ad c.
Ad d.
Uit het voorgaande volgt de volgende werkwijze met betrekking tot de beoordeling van een klacht of het resultaat van ambtshalve onderzoek:
Bij de bepaling van de passende maatregel zal dan tenslotte worden overwogen in hoeverre de gedraging een bedreiging vormt voor de kwaliteit van voortgaande rechtsbijstand door de rechtsbijstandverlener en in welke mate die bedreiging acuut is. Daarmee zal de keuze worden bepaald tussen waarschuwing en tijdelijke dan wel definitieve uitsluiting van de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand aan asielzoekers of van de spreekuur-/beschikbaarheidsvoorzieningen.
De KRAV kan bij gegrond verklaring van een klacht de Raad adviseren hieraan geen verdere consequenties te verbinden. In dat geval zal het gaan om niet ernstige gevallen en/of gevallen waarin de rechtsbijstandverlener geen ernstig verwijt treft.
Wanneer aan een rechtsbijstandverlener een maatregel wegens eerder tekortschieten is opgelegd, zal die maatregel in beginsel bij het nemen van een besluit over herhaald tekortschieten worden meegewogen.
Het bovenstaande kan in het volgende schema worden samengevat:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.