Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 6 juli 2011, nr. 5699818/11/DJI, houdende vaststelling van een model voor huisregels voor een justitiële jeugdinrichting (Regeling model huisregels justitiële jeugdinrichtingen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 16, zesde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;

Besluit:

Artikel 1
1.

De directeur stelt in aanvulling op de bij of krachtens de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen gegeven regels, met inachtneming van het model opgenomen in de bijlage en de daarbij gegeven aanwijzingen, de huisregels van zijn inrichting vast.

2.

De directeur stelt de huisregels van zijn inrichting binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze regeling vast.

3.

De directeur zendt de huisregels van zijn inrichting aan de Minister van Veiligheid en Justitie. Een wijziging van de huisregels van zijn inrichting zendt de directeur, binnen een maand na vaststelling van de wijziging, aan de Minister van Veiligheid en Justitie.

Artikel 2

De Regeling model huisregels justitiële jeugdinrichtingen van 14 augustus 2001, nr. 5113416/01/DJI wordt ingetrokken.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling model huisregels justitiële jeugdinrichtingen.

Bijlage

1. Algemene inleiding

Je bent geplaatst in de justitiële jeugdinrichting [naam van de inrichting invullen] in [vestigingsplaats inrichting invullen].

[hier bestemming of aard van de inrichting omschrijven. Indien de inrichting is aangewezen voor het verblijf van kinderen van de jeugdige dat hier eveneens vermelden]

De adresgegevens van [naam inrichting invullen] zijn:

[hier vermelden: bezoekadres, postadres, algemeen telefoonnummer, faxnummer, evt.e-mailadres en website]

In een inrichting wonen en werken we met veel mensen samen. Om dat allemaal goed te laten verlopen zijn er regels nodig. In deze huisregels staan de belangrijkste regels waar we ons allemaal aan moeten houden. Veel van de regels zijn gebaseerd op de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een andere wet of regeling. Als een regel gebaseerd is op een wet of een andere regeling wordt dat vermeld onder het kopje ‘nadere regelgeving’.

[hier aangeven op welke wijze de jeugdige kennis kan nemen van de huisregels. In ieder geval moeten de huisregels op de afdeling ter inzage liggen voor de jeugdige. Geef daarnaast aan waar de jeugdige de wet- en regelgeving kan inzien.]

De medewerkers van de inrichting hebben de taak je verblijf in de inrichting zo goed mogelijk te laten verlopen. Daarvoor kunnen ze je aanspreken op je gedrag en je aanwijzingen en opdrachten geven.

Aanwijzingen en opdrachten van medewerkers moet je altijd uitvoeren.

Er mag alleen gerookt worden [hier aangeven waar en wanneer gerookt mag worden]. Voor de rest geldt in de hele inrichting een rookverbod.

Nadere regelgeving:

2. Binnenkomst

Als je bij ons in de inrichting komt, wijzen wij je een kamer aan. De eerste week dat je hier bent kan voor jou een ander dagprogramma gelden dan voor de anderen. Je mag wel minimaal zes uur per dag deelnemen aan gemeenschappelijke activiteiten. Het afwijkend dagprogramma kan nodig zijn om te bekijken in welke groep je het beste geplaatst kunt worden en/of om je perspectiefplan op te stellen. Als de directeur het, na overleg met een gedragsdeskundige, noodzakelijk vindt, kan hij of zij de duur van je afwijkende programma twee keer verlengen met maximaal een week.

Bij binnenkomst in de inrichting geldt de volgende procedure:

[hier procedure bij binnenkomst in de inrichting vermelden (intakegesprek, administratieve inschrijving, medische controle, fouillering/visitatie, controle goederen, urinecontrole etc.)]

Nadere regelgeving:

3. Perspectiefplan

We willen de tijd dat je bij ons bent zo nuttig mogelijk besteden. Terwijl je hier bent willen we werken aan je opvoeding en je helpen met je voorbereidingen voor je terugkeer in de vrije maatschappij. Dat heeft alleen zin als we respect voor elkaar hebben, afspraken nakomen en ons houden aan duidelijke regels over de manier waarop we met elkaar omgaan. De medewerkers in deze inrichting zijn er niet alleen voor de beveiliging en het handhaven van de orde.

Binnen drie weken na je aankomst in de inrichting stellen we een perspectiefplan voor je op. Dit plan vormt de basis voor de structuur van je verblijf in de inrichting. In het perspectiefplan wordt vastgelegd wat de doelstellingen zijn van je opvoeding en behandeling tijdens je verblijf in de inrichting en hoe we die doelstellingen willen bereiken. In het perspectiefplan leggen we ook vast wat je individuele werkdoelen zijn en wat je gaat doen op het gebied van onderwijs en andere activiteiten. Voordat je perspectiefplan wordt vastgesteld, wordt het met jou en indien mogelijk en gewenst met je ouders of je voogd, stiefouder of pleegouders besproken. Ook wordt je perspectiefplan besproken met de Raad voor de Kinderbescherming.

Om de zoveel tijd en ten minste drie maal per jaar wordt gekeken of alles volgens plan verloopt of dat je perspectiefplan aangepast moet worden.

Nadere regelgeving:

4. Gebruik kamer en persoonlijke bezittingen

4.1. Gebruik kamer

Elke kamer heeft een standaard inrichting. Als je je kamer voor het eerst in gebruik neemt, controleert een medewerker van de inrichting samen met jou of alles aanwezig en in orde is. De spullen die in je kamer staan worden weer gecontroleerd als je verhuist naar een andere kamer of uit de inrichting vertrekt. Ook tijdens je verblijf zal regelmatig door medewerkers worden gekeken of alles in je kamer nog schoon en in orde is. De medewerkers van de inrichting mogen altijd je kamer binnenkomen.

Het is verboden de deur, de luiken in de deur of het raam ergens mee te blokkeren of af te schermen. Het is ook verboden lampen of rookmelders ergens mee af te dekken. Als bij een tussentijdse controle of bij je vertrek uit de kamer blijkt dat er spullen zijn beschadigd of weg zijn, kan de inrichting de kosten daarvan door jou laten betalen (zie ook paragraaf 12.2 van deze huisregels).

[aanvullen met de procedures en regels voor de volgende onderwerpen:

De ruimtes en materialen die je hebt gebruikt, moet je altijd schoon en opgeruimd achterlaten.

[hier nadere regels opnemen voor het schoonhouden van gemeenschappelijke ruimtes, opvang- en afzonderingsruimtes, corvee etc.]

Nadere regelgeving:

4.2. Persoonlijke bezittingen

Je mag alleen persoonlijke bezittingen bij je houden waar de directeur toestemming voor heeft gegeven.

Het is verboden om de volgende voorwerpen in de inrichting in bezit te hebben:

De directeur is bevoegd ontheffing te verlenen voor een gedetineerde dan wel voor een groep van gedetineerden.

Het is geen recht, maar een gunst als je iets mag hebben en bij je mag houden. De directeur kan voorwaarden stellen aan het gebruik van voorwerpen die je in je bezit mag hebben. Het is verboden persoonlijke bezittingen met anderen te ruilen, aan anderen uit te lenen of op een andere manier van eigenaar te laten wisselen.

De directeur kan bepalen dat je bepaalde goederen niet langer bij je mag houden als:

Je moet er rekening mee houden dat je goederen die om deze redenen door de directeur van je zijn afgenomen ook niet mee mag nemen als je wordt overgeplaatst naar een andere afdeling of inrichting. Je bent persoonlijk aansprakelijk voor de voorwerpen die je bij je draagt of in je kamer hebt (zie verder paragraaf 12.2 van deze huisregels). De aansprakelijkheid van de directeur is nooit meer dan vijfhonderd euro.

Goederen die je niet in je bezit mag hebben, worden op jouw naam geregistreerd en bewaard, naar je ouders of je voogd, stiefouder of pleegouders gestuurd of, als je daar toestemming voor hebt gegeven, vernietigd. De kosten van het bewaren, versturen of vernietigen kunnen aan jou in rekening worden gebracht. De directeur kan bezittingen van jou aan een opsporingsambtenaar geven als dit nodig is voor de voorkoming of de opsporing van strafbare feiten.

[hier procedure van de inrichting voor de in- en uitvoer van goederen opnemen]

5. Dagprogramma

Het dagprogramma is vooral gericht op je opvoeding en om je zo goed mogelijk voor te bereiden op je terugkeer in de samenleving. Het dagprogramma omvat alles van de tijd van opstaan ’s morgens tot de tijd van het naar bed gaan ’s avonds. Het programma is er onder meer op gericht om je eigen mogelijkheden beter te leren kennen en je te helpen je verder te ontwikkelen.

Het dagprogramma is vooral gericht op je opvoeding en om je zo goed mogelijk voor te bereiden op je terugkeer in de samenleving. Het dagprogramma omvat alles van de tijd van opstaan ’s morgens tot de tijd van het naar bed gaan ’s avonds. Het programma is er onder meer op gericht om je eigen mogelijkheden beter te leren kennen en je te helpen je verder te ontwikkelen.

Je bent verplicht aan alle activiteiten in het dagprogramma deel te nemen, tenzij de directeur heeft bepaald dat de deelname vrijwillig is. Als je niet deelneemt aan een bepaalde activiteit, kun je verplicht worden zolang op je kamer te blijven.

In de inrichting zijn er ten minste 77 uur per week aan gemeenschappelijke activiteiten in het dagprogramma opgenomen. Deze uren worden verdeeld over de week, maar per dag neem je minimaal acht en een half uur deel aan gemeenschappelijke activiteiten. Deze uren kunnen onderbroken worden door een verblijf op je kamer. Je kunt ten minste twee uur per dag van de voor gemeenschappelijke activiteiten bestemde tijd besteden aan recreatie. Die twee uur kunnen ingevuld worden met vrije tijd of met een georganiseerde activiteit. In het dagprogramma is aangegeven hoe de dag is ingedeeld en wanneer de activiteiten plaatsvinden. In het dagprogramma zijn ook de tijden opgenomen dat je op je kamer moet blijven. Je moet in ieder geval op je kamer blijven gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd.

[hier aangeven op welke wijze de jeugdige kennis kan nemen van het dagprogramma.

Het programma moet in ieder geval voor de jeugdige op de afdeling ter inzage liggen]

Tijdens de eerste drie weken in de inrichting kunnen andere regels gelden (zie hoofdstuk 2).

5.1. Verblijf in de buitenlucht

Als je gezondheid het toelaat, mag je dagelijks in totaal ten minste één uur in de buitenlucht zijn. Dit uur hoeft niet aaneengesloten te zijn. Ook als je in afzondering bent geplaatst, mag je ten minste één uur per dag in de buitenlucht verblijven. Het verblijf in de buitenlucht kan dan ook in afzondering plaatsvinden.

Als je gezondheid het toelaat, mag je dagelijks in totaal ten minste één uur in de buitenlucht zijn. Dit uur hoeft niet aaneengesloten te zijn. Ook als je in afzondering bent geplaatst, mag je ten minste één uur per dag in de buitenlucht verblijven. Het verblijf in de buitenlucht kan dan ook in afzondering plaatsvinden.

5.2. Onderwijs

Je bent gedurende je verblijf in de inrichting verplicht om onderwijs of andere scholings- en vormingsactiviteiten te volgen. Indien mogelijk houden we bij de keuze van het onderwijs rekening met je wensen en die van je ouders of je voogd, stiefouder of pleegouders.

Je bent gedurende je verblijf in de inrichting verplicht om onderwijs of andere scholings- en vormingsactiviteiten te volgen. Indien mogelijk houden we bij de keuze van het onderwijs rekening met je wensen en die van je ouders of je voogd, stiefouder of pleegouders.

[hier opnemen welke onderwijsfaciliteiten in de inrichting geboden worden]

5.3. Sport

Je mag ten minste tweemaal per week drie kwartier sporten of een andere vorm van lichamelijke oefening uitvoeren, uitzonderingen daargelaten. De hiervoor bestemde tijden zijn opgenomen in het dagprogramma.

Je mag ten minste tweemaal per week drie kwartier sporten of een andere vorm van lichamelijke oefening uitvoeren, uitzonderingen daargelaten. De hiervoor bestemde tijden zijn opgenomen in het dagprogramma.

[hier eventueel nadere bepalingen over het gebruik van voorgeschreven sportkleding omschrijven, zoals het verbod op het dragen van sieraden, zwarte zolen etc.]

5.4. Bibliotheek

Je mag eenmaal per week gebruik maken van een bibliotheek.

Je mag eenmaal per week gebruik maken van een bibliotheek.

[hier procedure beschrijven voor het gebruik van de bibliotheekvoorziening]

5.5. Winkel of winkelbestellijst

Je kunt eenmaal per week in de winkel van de inrichting of via een winkelbestellijst van je eigen geld dingen kopen, zoals snoepgoed, frisdrank, lectuur, postzegels, rookwaar of toiletartikelen. Zie ook paragraaf 12.1 van deze huisregels. Uiteraard kun je alleen dingen kopen die in de inrichting zijn toegestaan en waar jij toestemming voor hebt.

Je kunt eenmaal per week in de winkel van de inrichting of via een winkelbestellijst van je eigen geld dingen kopen, zoals snoepgoed, frisdrank, lectuur, postzegels, rookwaar of toiletartikelen. Zie ook paragraaf 12.1 van deze huisregels. Uiteraard kun je alleen dingen kopen die in de inrichting zijn toegestaan en waar jij toestemming voor hebt.

[hier procedure, frequentie en maximaal te besteden bedrag aangeven]

5.6. Overige activiteiten

[hier overige in de inrichting aangeboden activiteiten omschrijven]

6. Verzorging

6. Verzorging

In de inrichting worden op vaste tijden maaltijden verstrekt. De tijden staan vermeld in het dagprogramma. Zo mogelijk houden we bij het menu rekening met je godsdienst en levensovertuiging. Je kunt alleen een bepaald dieet of aangepaste voeding krijgen als dat volgens de medische dienst om medische redenen noodzakelijk is.

In de inrichting worden op vaste tijden maaltijden verstrekt. De tijden staan vermeld in het dagprogramma. Zo mogelijk houden we bij het menu rekening met je godsdienst en levensovertuiging. Je kunt alleen een bepaald dieet of aangepaste voeding krijgen als dat volgens de medische dienst om medische redenen noodzakelijk is.

6.2. Gebruik en onderhoud van kleding

Je mag in de inrichting je eigen kleding en schoeisel dragen, tenzij die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de inrichting of niet voldoen aan redelijk te stellen eisen. Je kunt verplicht worden tijdens bepaalde activiteiten of tijdens het sporten bepaalde voorgeschreven kleding of schoeisel te dragen.

Je mag in de inrichting je eigen kleding en schoeisel dragen, tenzij die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de inrichting of niet voldoen aan redelijk te stellen eisen. Je kunt verplicht worden tijdens bepaalde activiteiten of tijdens het sporten bepaalde voorgeschreven kleding of schoeisel te dragen.

[hier aangeven welke regels in de inrichting gelden voor het gebruik en onderhoud van kleding en schoeisel. Tevens aangeven hoeveel kleding en schoeisel de jeugdige op zijn eigen kamer mag bewaren]

6.3. Persoonlijke verzorging

Je krijgt in de inrichting de gelegenheid om je uiterlijk en lichamelijke hygiëne naar behoren te verzorgen.

Je krijgt in de inrichting de gelegenheid om je uiterlijk en lichamelijke hygiëne naar behoren te verzorgen.

[hier aangeven wanneer de jeugdige mag douchen]

[hier aangeven hoe vaak de jeugdige naar de kapper mag gaan en welke regels gelden voor de kosten van een bezoek aan de kapper]

6.4. Medische verzorging

Aan de inrichting is een medische dienst verbonden met een inrichtingsarts, tandarts en een verpleegkundige. Je kunt de leden van de medische dienst raadplegen volgens de in de inrichting geldende procedures. Daarnaast heb je het recht om een door jezelf uitgekozen arts te raadplegen. De kosten van dit consult worden echter niet door de inrichting betaald. De directeur stelt in overleg met de door jou gekozen arts de plaats en het tijdstip van de afspraak vast.

Aan de inrichting is een medische dienst verbonden met een inrichtingsarts, tandarts en een verpleegkundige. Je kunt de leden van de medische dienst raadplegen volgens de in de inrichting geldende procedures. Daarnaast heb je het recht om een door jezelf uitgekozen arts te raadplegen. De kosten van dit consult worden echter niet door de inrichting betaald. De directeur stelt in overleg met de door jou gekozen arts de plaats en het tijdstip van de afspraak vast.

Er is tevens een psychiater aan de inrichting verbonden. De psychiater kun je volgens de hieronder omschreven procedure raadplegen.

[hier de procedure omschrijven voor het raadplegen van de (tand)arts, verpleegkundige en psychiater. Tevens de procedure voor de verstrekking van medicijnen en de procedure voor ziek- betermeldingen vermelden]

Als je een klacht hebt over het medisch handelen van de inrichtingsarts, verpleegkundige, tandarts, psycholoog of een andere medische hulpverlener binnen de inrichting kun je binnen veertien dagen om bemiddeling vragen. Dit doe je door een brief te sturen aan het Hoofd Medische Dienst (HMD) van de inrichting. Het HMD zal je uitnodigen voor een gesprek. Als dit gesprek niet tot een oplossing leidt, zal het HMD je klacht:

In het eerste geval wordt je klacht afgehandeld zoals omschreven in hoofdstuk 11 van deze huisregels.

In het tweede geval stelt de Medisch Adviseur je zo nodig in de gelegenheid je klacht nader toe te lichten. De Medisch Adviseur kan ook informatie inwinnen bij andere personen en hij mag jouw medisch dossier inzien. De Medisch Adviseur probeert binnen vier weken een oplossing te vinden voor je probleem. Als de bemiddeling is afgesloten en je bent nog niet tevreden, kun je binnen zeven dagen na ontvangst van het afschrift van de mededeling van de Medisch Adviseur een beroepschrift indienen bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming. Hoe je dat doet, lees je in de artikelen 55 tot en met 58 van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen.

[hier aangeven waar de jeugdige de regelgeving kan inzien en wie de jeugdige bij het indienen van het beroepsschrift kan ondersteunen]

6.5. Geestelijke verzorging

Je mag je godsdienst of levensovertuiging in de inrichting vrij belijden en beleven. Je kunt onder andere godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten bijwonen en persoonlijk en vertrouwelijk contact hebben met geestelijk verzorgers.

Je mag je godsdienst of levensovertuiging in de inrichting vrij belijden en beleven. Je kunt onder andere godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten bijwonen en persoonlijk en vertrouwelijk contact hebben met geestelijk verzorgers.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.