Besluit van 6 juli 2011, houdende regels inzake de opleidingseisen van de verpleegkundige (Besluit opleidingseisen verpleegkundige 2011)

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 april 2011, kenmerk DWJZ/JBA&J-3061193;

Gelet op artikel 32 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 1 juni 2011, no. W13.11.0151/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 juni 2011, kenmerk DWJZ/JBA&J-3071102;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

§ 2. Opleiding

Artikel 2

Om in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van verpleegkundigen te worden ingeschreven, wordt vereist het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene met goed gevolg het examen ter afsluiting van een opleiding tot verpleegkundige heeft afgelegd die is opgenomen in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en artikel 6.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en die voldoet aan de artikelen 3 en 4 van dit besluit.

Artikel 3
1.

Een opleiding als bedoeld in artikel 2, omvat zowel theoretisch als praktisch onderwijs dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in de volgende aspecten van de beroepsuitoefening van de verpleegkundige die betrekking hebben op het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 33 van de wet:

2.

De opleiding duurt ten minste drie jaar en omvat ten minste 4.600 uur theoretisch en praktisch onderwijs, waarbij de duur van het theoretisch onderwijs ten minste een derde en die van het praktisch onderwijs ten minste de helft van de minimumduur van de opleiding bedraagt.

3.

Het theoretische en praktische onderwijs voldoen ten minste aan de eisen, gesteld in punt 5.2.1 van Bijlage V van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005, betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU L 255).

4.

Een wijziging van punt 5.2.1 van Bijlage V, bedoeld in het derde lid, gaat voor de toepassing van het derde lid gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

5.

De onderwijsinstellingen die de opleiding verzorgen zijn gedurende het gehele studieprogramma verantwoordelijk voor de coördinatie tussen het theoretisch en praktisch onderwijs.

6.

Het praktisch onderwijs voldoet aan het vereiste van adequate klinische ervaring en is erop gericht dat de betrokkene:

7.

De klinische ervaring, bij de keuze waarvan de vormende waarde voorop wordt gesteld, wordt opgedaan onder toezicht van geschoold verpleegkundig personeel en op plaatsen waar de numerieke omvang van het geschoolde personeel en de uitrusting geschikt zijn voor de verpleging van zieken.

Artikel 4
1.

Het in artikel 3, eerste lid, onder a, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is snel inzicht te krijgen in de zorgbehoefte van de cliënt. De betrokkene draagt daarbij verantwoordelijkheid voor het zelfstandig verzamelen en interpreteren van gegevens rond een individuele cliënt en het interpreteren en registreren van de effecten hiervan. Op grond hiervan is de betrokkene in staat de benodigde verpleegkundige interventies en bijbehorende activiteiten te plannen, uit te voeren en te verantwoorden.

2.

Het in artikel 3, eerste lid, onder b, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is:

3.

Het in artikel 3, eerste lid, onder c, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is een verpleegproces in een verpleegplan vast te leggen, alsmede een eigen werkplanning te maken, voorwaarden te formuleren die wenselijk zijn voor de te verlenen zorg en efficiënt en kostenbewust om te gaan met de beschikbare materiële en financiële middelen.

4.

Het in artikel 3, eerste lid, onder d, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de betrokkene:

5.

Het in artikel 3, eerste lid, onder e, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is om periodiek de effecten van de zorgverlening op de gezondheidstoestand van de cliënt te evalueren en het verpleegplan zodanig bij te stellen dat optimale resultaten bereikt kunnen worden.

6.

Het in artikel 3, eerste lid, onder f, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is:

7.

Het in artikel 3, eerste lid, onder g, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de betrokkene:

8.

Het in artikel 3, eerste lid, onder h, genoemde aspect is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is:

Artikel 5
1.

Het praktische onderwijs omvat het opdoen van ervaring in de praktijk op de in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met h, bedoelde aspecten van de opleiding onder verantwoordelijkheid van docenten verpleegkunde.

2.

Het praktisch onderwijs wordt gegeven in instellingen voor gezondheidszorg en andere omgevingen waar verpleegkundige zorg wordt verleend.

3.

In het kader van het praktisch onderwijs neemt de betrokkene deel aan de werkzaamheden voor zover deze bijdragen aan diens opleiding en de betrokkene in staat stellen de verantwoordelijkheden op zich te leren nemen die aan de verpleegkundige zorg zijn verbonden.

§ 3. Overgangsregeling

Artikel 6

Een bevoegdheid tot inschrijving in het register van verpleegkundigen, bedoeld in artikel 3 van de wet, komt eveneens toe aan de houder van een getuigschrift dat:

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 7

Het Besluit opleidingseisen verpleegkundige wordt ingetrokken.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang 1 augustus 2011.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit opleidingseisen verpleegkundige 2011.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 5a

Het theoretisch onderwijs voor verpleegkundigen wordt gegeven door docenten in de verpleegkunde en andere bevoegde personen in een onderwijsinstelling die een opleiding als bedoeld in artikel 2 verzorgt.

§ 3. Overgangsregeling

§ 4. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.