Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nr. MEVA/ABA-3072441, houdende regels voor het subsidiëren van stageplaatsen in de zorg vanaf studiejaar 2011/2012 (Subsidieregeling stageplaatsen zorg 2011/2012)
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. minister: Minister voor Langdurige Zorg en Sport;
- b. onderwijsinstelling:
- 1°. instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 1° en 2°, van de Wet educatie en beroepsonderwijs die ingevolge artikel 2.1.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht;
- 2°. instelling met een diploma-erkenning als bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- 3°. de in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bedoelde universiteiten, hogescholen, de Open Universiteit en de levensbeschouwelijke universiteiten;
- 4°. rechtspersonen voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek met volledige rechtsbevoegdheid die initiële opleidingen als bedoeld in voormelde wet verzorgen met uitzondering van de Staat en rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die postinitiële masteropleidingen verzorgen met uitzondering van de Staat;
- c. zorgopleiding:
- 1°. beroepsopleidende leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel i, van de Wet educatie en beroepsonderwijs die met een in bijlage 1 van deze regeling genoemde code wordt vermeld in het Centraal register beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 6.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- 2°. beroepsbegeleidende leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel i, van de Wet educatie en beroepsonderwijs die met een in bijlage 2 van deze regeling genoemde code wordt vermeld in het Centraal register beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 6.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- 3°. voltijds opleiding als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die met een in bijlage 3 van deze regeling genoemde code wordt vermeld in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- 4°. duale of deeltijds opleiding als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die met een in bijlage 4 van deze regeling genoemde code wordt vermeld in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- d. stageplaats:
- 1°. de praktijkuren van de deelnemer in het kader van de beroepspraktijkvorming, bedoeld in artikel 7.2.8 van de Wet Educatie en beroepsonderwijs, voor een zorgopleiding als bedoeld in onderdeel c, onder 1° of 2°, bij een voor de opleiding van de deelnemer bevoegd leerbedrijf als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het Reglement erkenning leerbedrijven Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven;
- 2°. de tijdsduur gedurende welke een deelnemer als onderdeel van een zorgopleiding als bedoeld onderdeel c, onder 3° of 4°, ingevolge artikel 7.6, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een bepaald vak onder leiding in praktijk brengt op grondslag van een overeenkomst, gesloten door de deelnemer, de stageaanbieder en de onderwijsinstelling, waarin ten minste is opgenomen de aanvangsdatum en einddatum van de periode en het aantal te volgen praktijkuren;
- e. studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daarop volgende jaar voor zover het betreft een zorgopleiding, bedoeld in onderdeel c, onder 1° of 2°, of tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daarop volgende jaar voor zover het betreft een zorgopleiding, bedoeld in onderdeel c, onder 3° of 4°;
- f. deelnemer: natuurlijke persoon die in het studiejaar bij een onderwijsinstelling ingeschreven staat of heeft gestaan voor een volledige zorgopleiding waarbij, indien het een zorgopleiding betreft als bedoeld in onderdeel c, onder 1°, blijkens de overeenkomst, bedoeld in artikel 8.1.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de studielast op jaarbasis ten minste 300 uren omvat en indien het een zorgopleiding betreft als bedoeld in onderdeel c, onder 2°, blijkens de overeenkomst, bedoeld in artikel 8.1.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de studielast van het door de onderwijsinstelling verzorgde onderwijsprogramma op jaarbasis ten minste 200 uren omvat;
- g. stageaanbieder:
- 1°. een rechtspersoon die bedrijfsmatig zorg verleent als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet of de Wet publieke gezondheid, een organisatorisch verband van natuurlijke personen die bedrijfsmatig een vorm van voornoemde zorg verleent of doet verlenen, alsmede een natuurlijke persoon die bedrijfsmatig een vorm van voornoemde zorg doet verlenen;
- 2°. degene die:
- –. in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg staat ingeschreven of een beroep uitoefent waarvan de opleiding krachtens artikel 34, eerste lid, van die wet is geregeld of aangewezen en
- –. als solistisch werkende zorgverlener als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg verleent als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg;
- 3°. jeugdhulpaanbieder als bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet;
- 4°. aanbieder als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, die als zodanig door het desbetreffende College van burgemeester en wethouders is aangemerkt;
- h. gerealiseerde stageplaats: het aantal uren tijdens de periode van de stageplaats volgens de overeenkomst, bedoeld in artikel 7.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of onderdeel d, onder 2°, tot ten hoogste 1280 uren per studiejaar indien het een zorgopleiding betreft als bedoeld in onderdeel c, onder 2° of 4°, dan wel 1440 uren per studiejaar indien het een zorgopleiding betreft als bedoeld in onderdeel c, onder 1° of 3°, gedeeld door 1280 indien het een zorgopleiding betreft als bedoeld in onderdeel c, onder 2° of 4°, dan wel door 1440 indien het een zorgopleiding betreft als bedoeld in onderdeel c, onder 1° of 3°, en vermenigvuldigd met de periode van de stageplaats tijdens het studiejaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt gedeeld door de volledige periode van de stageplaats, met dien verstande dat uitsluitend acht wordt geslagen op de uren en de periode van de stageplaats die binnen de looptijd van de overeenkomst vallen.
- i. de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;
- j. dienst van algemeen economisch belang: dienst als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- k. DAEB de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen.
Artikel 2
De minister kan aan een stageaanbieder, die in een studiejaar meer dan een vijfde van het aantal uren van één gerealiseerde stageplaats realiseert, jaarlijks op aanvraag een subsidie verstrekken voor het realiseren van stageplaatsen. De subsidie voor een zorgopleiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1° en 3°, bestaat uit een tegemoetkoming in de begeleidingskosten en voor een zorgopleiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 2° en 4°, uit een tegemoetkoming in de loonkosten.
De subsidie wordt per studiejaar verstrekt.
De subsidie wordt voor het eerst verstrekt voor het studiejaar dat begint in 2011.
Het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidies bedraagt voor het studiejaar 2024–2025 € 132.625.000, waarvan:
- a. 25% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie A, C en F, tot ten hoogste € 1.300 per gerealiseerde stageplaats;
- b. 26% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie B, D, E en G, tot ten hoogste € 1.700 per gerealiseerde stageplaats;
- c. 44% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie C, D, F en G, tot, wat betreft categorie C, ten hoogste € 2.000 per gerealiseerde stageplaats, tot, wat betreft categorie D, ten hoogste € 2.700 per gerealiseerde stageplaats en tot, wat betreft categorie F en G, ten hoogste € 1.400 per gerealiseerde stageplaats;
- d. 5% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie F en G, tot, wat betreft categorie F, ten hoogste € 1.100 per gerealiseerde stageplaats en tot, wat betreft categorie G, ten hoogste € 1.300 per gerealiseerde stageplaats.
Indien het subsidieplafond niet wordt bereikt, kan de minister het subsidiebedrag dat resteert naar rato verdelen over de overige gerealiseerde stageplaatsen.
Tenzij de stageaanbieder bij de aanvraag een ander aantal gerealiseerde stageplaatsen opgeeft, ontleent de minister, door tussenkomst van Stichting Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven, het aantal gerealiseerde stageplaatsen, bedoeld in het vorige lid:
- a. voor een zorgopleiding bij een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, aan het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht;
- b. voor een zorgopleiding bij een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, 3° of 4°, aan gegevens die de minister zijn verstrekt door de onderwijsinstelling.
Indien de stageaanbieder bij de aanvraag een hoger aantal gerealiseerde stageplaatsen opgeeft en de aanvraag uitgaande van de maximumbedragen per gerealiseerde stageplaats een subsidie betreft van meer dan € 150.000 voor stageplaatsen als bedoeld in artikel 1, onder d, onderdeel 1e, of van meer dan € 150.000 voor stageplaatsen als bedoeld in artikel 1, onder d, onderdeel 2e, is de aanvraag voorzien van een assurancerapport van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig een door de minister vastgesteld controleprotocol en modelassurancerapport.
Indien de stageaanbieder bij de aanvraag een hoger aantal gerealiseerde stageplaatsen opgeeft en de aanvraag uitgaande van de maximumbedragen per gerealiseerde stageplaats een subsidie betreft van niet meer dan € 150.000, is de aanvraag voorzien van een overzicht, overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, van alle gerealiseerde stageplaatsen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd alsmede afschriften van de overeenkomsten tussen de deelnemers, de stageaanbieder en de onderwijsinstellingen en de bijbehorende beroepspraktijkvorming bladen. De stageaanbieder kan in plaats van het overzicht en de afschriften een assurancerapport als bedoeld in het zevende lid overleggen.
De stageaanbieder kan in plaats van de afschriften van de overeenkomsten, bedoeld in het achtste lid, een door een onderwijsinstelling gewaarmerkte afdruk van het digitale overzicht van door haar deelnemers gelopen stages in combinatie met afschriften van door de deelnemers en stageaanbieders ondertekende overeenkomsten en de bijbehorende beroepspraktijkvormingbladen overleggen. Voornoemde afschriften en voornoemde afdruk bevatten beide ten minste de volgende, met elkaar corresponderende gegevens:
- –. de naam van de deelnemer;
- –. de naam van de onderwijsinstelling;
- –. de zorgopleiding met de bijbehorende code vermeld in het Centraal Register Beroepsopleidingennummer (crebonummer) of het Centraal Register Opleidingen Hoger onderwijsnummer (crohonummer);
- –. de betreffende leerweg;
- –. de begin- en einddatum van de periode van de stageplaats;
- –. het aantal praktijkuren per week of het totale aantal praktijkuren.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.