Beleidsregels van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 september 2011, nr. CZ-3082275, ter uitvoering van artikel 6, derde lid, van de Tijdelijke wet ambulancevoorziening

Type Beleidsregel
Publication 2013-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 6, derde lid, van de Tijdelijke wet ambulancezorg;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Tijdelijke wet ambulancezorg in werking treedt.

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1

Ten behoeve van de aanwijzing als Regionale Ambulancevoorziening, bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, van de Tijdelijke wet ambulancezorg worden naast de eisen in artikel 6, eerste en tweede lid, van de Tijdelijke wet ambulancezorg, de eisen gehanteerd, zoals voor een Regionale Ambulancevoorziening opgenomen in de hierna volgende artikelen.

Artikel 2

In de hierna volgende artikelen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Landelijke eisen ambulancezorg

§ 1. Algemeen

Artikel 3

De Regionale Ambulancevoorziening is in Nederland gevestigd.

Artikel 4

De Regionale Ambulancevoorziening verkeert in een dusdanig financiële staat dat deze de continuïteit van de ambulancezorg niet in gevaar brengt.

Artikel 5

De Regionale Ambulancevoorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en aan de door de beroepsgroep ontwikkelde richtlijnen en professionele standaarden, zoals vastgelegd in de landelijke richtlijnen voor de meldkamer en de ambulancezorg.

Artikel 6

Voor zover de Regionale Ambulancevoorziening de ambulancezorg, dan wel een deel ervan, laat uitvoeren door een derde, zorgt de Regionale Ambulancevoorziening ervoor dat deze derde handelt volgens de eisen die voor de Regionale Ambulancevoorziening zijn gesteld.

§ 2. De cliënt

Artikel 7
1.

De Regionale Ambulancevoorziening geeft in overleg met de zorgverzekeraars in de regio uitvoering aan het referentiekader spreiding en beschikbaarheid voor wat betreft de spreiding van standplaatsen en de beschikbaarheid van ambulances.

2.

De Regionale Ambulancevoorziening kan in overleg met de zorgverzekeraars in de regio gemotiveerd afwijken van de spreiding van standplaatsen van het referentiekader spreiding en beschikbaarheid, mits de spreiding van de standplaatsen zodanig is dat in de desbetreffende regio minstens 97% van de bevolking binnen 15 minuten responstijd kan worden bereikt door een ambulance.

3.

De Regionale Ambulancevoorziening beschikt over voldoende capaciteit om het referentiekader spreiding en beschikbaarheid uit te voeren en kan in overleg met de zorgverzekeraars in de regio gemotiveerd afwijken van de beschikbaarheid van ambulances van het referentiekader spreiding en beschikbaarheid, mits de bereikbaarheid is gewaarborgd.

4.

De Regionale Ambulancevoorziening zorgt ervoor dat onder normale omstandigheden in ten minste 95% van de A1-meldingen een ambulance binnen 15 minuten na aanname van de melding ter plaatse is. De Regionale ambulancevoorziening kan hier in overleg met de zorgverzekeraars in de regio gemotiveerd vanaf wijken.

5.

De Regionale Ambulancevoorziening heeft over de normen voor de wachttijden van het planbare vervoer afspraken met de zorginstellingen in de regio. De planning van het planbare vervoer wordt ondersteund door een adequaat werkend geautomatiseerd systeem.

6.

De Regionale Ambulancevoorziening analyseert de oorzaken van overschrijding van de 15 minuten responstijd en neemt maatregelen om deze zoveel mogelijk te voorkomen.

Artikel 8
1.

De Regionale Ambulancevoorziening past zorgdifferentiatie toe onder de volgende voorwaarden:

2.

De Regionale Ambulancevoorziening levert veilige ambulancezorg. Daartoe is een veiligheidsmanagementsysteem aanwezig.

§ 3. Prijs en doelmatigheid

Artikel 9
1.

De Regionale Ambulancevoorziening heeft een meerjarenbegroting, gekoppeld aan een meerjarenbeleidsplan, het zogenaamde Regionaal Ambulanceplan (RAP), waarmee de financiën en het beleid voor de langere termijn kan worden overzien en tijdig worden bijgestuurd.

2.

De Regionale Ambulancevoorziening stelt jaarlijks een plan op. Hierin worden inhoud en financiën gekoppeld. In de aan het jaarplan gekoppelde begroting worden de inkomsten en uitgaven, die direct zijn toe te rekenen aan ambulancezorg, inzichtelijk gemaakt.

3.

In de begroting en de financiële administratie zijn uitgaven en ontvangsten ten behoeve van ambulancezorg duidelijk traceerbaar naar bron en bestemming en onderscheiden van eventuele andere bedrijfsmatige activiteiten.

4.

De Regionale Ambulancevoorziening heeft afgeleid van het jaarplan financiële drie-, vier-, of zesmaandelijkse rapportages, waarbij inhoud aan financiën is gekoppeld en de rechtspersoon beschikt over een planning en controlecyclus.

§ 4. Samenwerking in de zorgketen en met buur- en grensregio’s

Artikel 10

De Regionale Ambulancevoorziening neemt deel aan het ROAZ en voert de adviezen van het ROAZ inzake het oplossen van knelpunten in de acute zorg uit, voor zover dit past binnen de (financiële) mogelijkheden en verantwoordelijkheden.

Artikel 11
1.

Ten behoeve van het leveren van verantwoorde zorg heeft de Regionale Ambulancevoorziening schriftelijke afspraken met:

2.

De Regionale Ambulancevoorziening voert minimaal halfjaarlijks overleg over de afspraken, bedoeld in het eerste lid, en evalueert deze.

§ 5. Het personeel

Artikel 12
1.

De Regionale Ambulancevoorziening beschikt over kwalitatief en kwantitatief voldoende deskundig personeel om verantwoorde ambulancezorg te kunnen leveren.

2.

Ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid past de Regionale Ambulancevoorziening in ieder geval een opleiding- en bekwaamheidsbeleid toe, gebaseerd op een meerjarenopleidingsplan.

3.

Het management van de Regionale Ambulancevoorziening is van onbesproken gedrag.

4.

De veiligheid van het personeel tijdens de uitoefening van hun functie in de publieke ruimte wordt structureel door de Regionale Ambulancevoorziening geïnventariseerd en minimaal vierjaarlijks wordt een risico-inventarisatie en -evaluatie uitgevoerd.

5.

De tevredenheid van het personeel wordt door de Regionale Ambulancevoorziening minimaal vierjaarlijks onderzocht.

§ 6. De organisatie

Artikel 13

De Regionale Ambulancevoorziening is ingericht voor het leveren van doelmatige en doeltreffende ambulancezorg, waarbij de verantwoordelijkheidsverdeling bij alle processen is beschreven, inclusief de overleg- en besluitvormingsstructuur. In ieder geval is de Regionale Ambulancevoorziening bestuurlijk zodanig georganiseerd dat slagvaardige besluitvorming over de (daadwerkelijke) uitvoering van de ambulancezorg onder alle omstandigheden is gegarandeerd.

Artikel 14

De Regionale Ambulancevoorziening heeft een gecertificeerd kwaliteitszorgsysteem voor ambulancezorg.

Artikel 15

De Regionale Ambulancevoorziening is verzekerd tegen risico’s verbonden aan ambulancezorg.

Artikel 16

De Regionale Ambulancevoorziening beschikt over de benodigde informatievoorzieningen om te kunnen communiceren met andere Regionale Ambulancevoorzieningen en partners in de keten van zorg.

§ 7. De meldkamer ambulancezorg

Artikel 17

Indien sprake is van een bovenregionale meldkamer ambulancezorg worden afspraken gemaakt over het centrale aanspreekpunt voor de directeur publieke gezondheid.

Artikel 18
1.

De Regionale Ambulancevoorziening heeft schriftelijke afspraken met het bestuur van de veiligheidsregio, bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s, en het regionale college, bedoeld in artikel 22 van de Politiewet 1993, over de bestuurlijke en operationele samenwerking in de meldkamer.

2.

De afspraken, bedoeld in het eerste lid, betreffen in ieder geval:

Artikel 19
1.

De Regionale Ambulancevoorziening controleert en verbetert continu de selectie en triage bij de ambulancezorg.

2.

De Regionale Ambulancevoorziening zorgt ervoor dat in de meldkamer de zorgintake en de zorgindicatie geschiedt door een op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg geregistreerde verpleegkundige.

§ 8. Opschaling

Artikel 20
1.

De Regionale Ambulancevoorziening heeft schriftelijk afspraken met de directeur publieke gezondheid over het multidisciplinaire oefenen, de inzet bij evenementen en de voorbereiding op de inzet bij een ramp of crisis.

2.

De afspraken, bedoeld in het eerste lid, betreffen:

Artikel 21

De Regionale Ambulancevoorziening heeft een ambulancebijstandsplan, actueel regionaal gewondenspreidingsplan en slachtoffervolgsysteem.

Hoofdstuk III. Regionale eisen ambulancezorg

Artikel 22
1.

Voor de Veiligheidsregio Limburg Noord geldt de eis dat de betreffende Regionale Ambulancevoorziening meewerkt aan een geïntegreerde meldkamer, voor zover dit niet strijdig is met geldende wet- en regelgeving en past binnen de budgettaire kaders van de betreffende rechtspersoon.

2.

Voor de Veiligheidsregio Zuid-Limburg geldt de eis dat de betreffende Regionale Ambulancevoorziening ervaring heeft met internationale, grensoverschrijdende ambulancezorg en in staat is om te werken volgens de protocollen en afspraken zoals deze zijn vastgelegd in het samenwerkingsdocument ‘Eumed Euregio Maas-Rijn van 2007’.

3.

Voor de Veiligheidsregio Haaglanden en de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland geldt dat op de meldkamer 7 x 24 uur minimaal twee op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg geregistreerde verpleegkundigen aanwezig zijn die verantwoordelijk zijn voor de zorgintake en de zorgindicatie.

Artikel 23

Indien het bij koninklijke boodschap van 8 augustus 2011 ingediende voorstel van wet houdende tijdelijke bepalingen over de ambulancezorg (Tijdelijke wet ambulancezorg), (Kamerstukken II 2010/11, 32 854) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, treden deze beleidsregels op hetzelfde tijdstip in werking en werken zij terug tot en met 1 december 2011.

Bijlage

Referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid Ambulancezorg 2008

RIVM Briefrapport 270192001/2008

ir. G.J. Kommer, drs. S.L.N. Zwakhals

Contact:

G.J. Kommer

Centrum Volksgezondheid Toekomst Verkenningen (cVTV)

g.kommer@rivm.nl

Een modelmatige benadering van de spreiding en capaciteit van de ambulancezorg in Nederland.

Dit onderzoek werd verricht in opdracht van het ministerie van VWS.

©RIVM 2008

Delen uit deze publicatie mogen worden opgenomen op voorwaarden van bronvermelding: ‘Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid Ambulancezorg 2008, Bilthoven, 2008.’

Samenvatting

Afhankelijk van de dag van de week en het dagdeel zijn er volgens de huidige capaciteitsberekeningen landelijk 19 tot 47 meer ambulances nodig ten opzichte van eerdere berekeningen uit het referentiekader-2004. De belangrijkste oorzaken hiervan is een toename van het aantal ritten (productie) en het aantal standplaatsen. Dit is berekend op het niveau van de RAV-regio’s in het kader van het Referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid Ambulancezorg 2008.

Het referentiekader definieert de spreiding van standplaatsen en de beschikbaarheid van ambulances voor de reguliere ambulancezorg in een samenhangend geheel. Op basis van het referentiekader worden regionale budgetten vastgesteld. Hoewel het referentiekader als basis dient voor het financiële kader van de ambulancezorg, valt het financiële aspect buiten dit onderzoek.

In het referentiekader worden landelijk uniforme uitgangspunten en objectieve criteria gehanteerd. Deze uitgangspunten en criteria worden vervolgens regionaal toegepast. Het staat aanbieders en verzekeraars echter vrij om, met inachtneming van de uitgangspunten en criteria, afspraken te maken waarbij wordt afgeweken van dit referentiekader. Het referentiekader-2008 is expliciet een kader en is net als blauwdrukplanning bedoeld. Binnen de regio heeft elke RAV de vrijheid de ambulancevoorziening naar eigen inzicht te optimaliseren.

Een expertteam bestaande uit vertegenwoordigers van het Ministerie van VWS, Ambulancezorg Nederland (AZN), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), aangevuld met provinciale expertise vanuit de provincie Gelderland, heeft onder voorzitterschap van prof. dr. W. Derksen het referentiekader-2008 opgesteld. Het expertteam heeft de uitgangspunten en randvoorwaarden van het onderzoek vastgesteld. Het onderzoek is uitgevoerd door en valt onder verantwoordelijkheid van het RIVM.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.