Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi

Type Ministeriële regeling
Publication 2020-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 79, zevende en achtste lid, en artikel 83, eerste, zesde en achtste lid, van het Besluit personenvervoer 2000;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Procedureregels

§ 1. Aanvraag en verlening van een erkenning

Artikel 2

De aanvraag voor een erkenning wordt bij de Dienst Wegverkeer ingediend door middel van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraag formulier.

Artikel 3
1.

Een erkenning wordt verleend aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon voor een of meer in Nederland gevestigde werkplaatsen of op naam van de aanvrager geregistreerde mobiele activeringseenheden die elk voldoen aan de in artikel 6 gestelde eisen.

2.

Een erkenning wordt ook verleend aan een fabrikant uitsluitend voor het testen.

3.

Een erkenning wordt voor onbepaalde tijd verleend.

4.

Van de erkenning wordt een bewijs afgegeven waarop wordt vermeld:

5.

Onmiddellijk na verlening van de erkenning meldt de Dienst Wegverkeer deze aan de minister.

Artikel 4
1.

De erkenning is slechts geldig voor de werkplaats, de vestiging van de fabrikant of de mobiele activeringseenheid en eventuele inrichtingen die in het bewijs van erkenning zijn vermeld.

2.

Een werkplaats, fabrikant of mobiele activeringseenheid kan slechts in één erkenning worden vermeld.

Artikel 5
1.

De Dienst Wegverkeer kent aan de erkenninghouder toegangscodes toe voor datacommunicatie met deze dienst.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op fabrikanten.

§ 2. Erkenningseisen

Artikel 6
1.

Een erkenning wordt verleend indien de aanvrager is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 en beschikt over een werkplaats die:

2.

Het eerste lid, aanhef en onder c, is van overeenkomstige toepassing voor het verkrijgen van een erkenning voor een mobiele activeringseenheid.

3.

Ingeval een erkenninghouder met een mobiele activeringseenheid werkzaamheden verricht in een inrichting is het eerste lid, onder a en b, van overeenkomstige toepassing op deze inrichting.

4.

Het eerste lid, onder b, en c, sub 1 tot en met 3, is niet van toepassing op fabrikanten.

5.

De apparatuur, bedoeld in het eerste lid, onder c, 1° tot en met 3°, is deugdelijk, verkeert in goede staat van onderhoud en werkt aantoonbaar binnen de toleranties die voor de boordcomputer op grond van de Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi zijn gesteld.

6.

Met apparatuur als bedoeld in het vijfde lid wordt gelijkgesteld apparatuur die rechtmatig is vervaardigd of in de handel is gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig is vervaardigd in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en dat voldoet aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

Hoofdstuk 3. Erkenningsvoorschriften

§ 1. Algemeen

Artikel 7
1.

Vanaf de buitenkant van elke werkplaats is op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde en bekendgemaakte wijze zichtbaar dat een erkenning is verleend.

2.

In elke werkplaats en mobiele activeringseenheid is een kopie van het bewijs van erkenning aanwezig.

Artikel 8
1.

De erkenninghouder meldt onmiddellijk bij de Dienst Wegverkeer wijzigingen van of aanvullingen op de gegevens als bedoeld in artikel 3, eerste en derde lid.

2.

Voor wijzigingen van of aanvullingen op gegevens als bedoeld in het eerste lid, voor zover het inrichtingen betreft, geldt een behandeltermijn van twee werkdagen.

Artikel 9

De erkenninghouder draagt er zorg voor dat:

§ 2. Voorschriften betreffende werkzaamheden aan de boordcomputer

Artikel 10

De erkenninghouder activeert de boordcomputer indien:

Artikel 11

De keuringskaart, bedoeld in artikel 1 van het Besluit personenvervoer 2000, wordt direct bij aanvang van de werkzaamheden in de boordcomputer ingevoerd.

Artikel 12

De met het activeren en herstellen van de boordcomputer verband houdende werkzaamheden vinden plaats onder de volgende omstandigheden:

Artikel 13

Bij de activering worden de volgende handelingen verricht:

Artikel 14
1.

Bij de deactivering van de boordcomputer, als bedoeld in de Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi worden alle in het geheugen geregistreerde gegevens overgebracht naar een externe gegevensdrager, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in artikel 6, zesde lid, van de Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi.

2.

Na overbrenging van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden die gegevens gewist, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi.

Artikel 15

Ingeval van storingen respectievelijk fouten als bedoeld in artikel 26, eerste respectievelijk derde lid, van de Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi brengt de erkenninghouder de in de boordcomputer geregistreerde gegevens over naar een externe gegevensdrager, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in artikel 6, zesde lid, van de Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi, en herstelt hij de boordcomputer.

Artikel 16

Nadat de boordcomputer is hersteld, wordt door middel van een korte rijproef, waarbij de keuringskaart in de boordcomputer aanwezig is, vastgesteld of deze naar behoren functioneert.

§ 3. Voorschriften betreffende het melden, opslaan, overdragen en bewaren van gegevens

Artikel 17
1.

De erkenninghouder houdt in elke werkplaats en met betrekking tot elke mobiele activeringseenheid een register bij waarin de volgende gegevens worden vastgelegd:

2.

De erkenninghouder neemt de door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen met betrekking tot de levering van de in het eerste lid bedoelde gegevens in acht.

Artikel 18
1.

De erkenninghouder verstrekt aan de Dienst Wegverkeer op de door die dienst bepaalde wijze de gegevens ten behoeve van het unieke nummer van het certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht, bedoeld in artikel 19, vijfde lid, van de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten.

2.

De Dienst Wegverkeer registreert deze gegevens en stelt deze aan de krachtens artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet aangewezen ambtenaren op hun verzoek ter beschikking.

Artikel 19
1.

De erkenninghouder bewaart de gegevens, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, en 15 gedurende ten minste zes maanden vanaf de datum van gegevensoverdracht.

2.

De erkenninghouder bewaart de gegevens, bedoeld in artikel 17, eerste lid, gedurende ten minste 104 weken, vanaf het tijdstip van registratie.

3.

De erkenninghouder bewaart een gewaarmerkte kopie van elk certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht, bedoeld in artikel 19, vijfde lid, van de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten, gedurende ten minste 104 weken vanaf de datum van afgifte.

4.

De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid en de kopie, bedoeld in het derde lid, worden op zodanige wijze bewaard, dat zij niet toegankelijk zijn voor onbevoegden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.