Algemeen Reglement Fonds Podiumkunsten

Type ZBO-regeling
Publication 2020-05-16
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel
1.

Het bestuur verstrekt, in overeenstemming met artikel 3 van de statuten van het Fonds Podiumkunsten, subsidies voor activiteiten die bijdragen aan het bevorderen van de kwaliteit en diversiteit van het scheppen, produceren en programmeren van de professionele podiumkunsten in Nederland en het opbouwen van een publiek daarvoor.

2.

Het bestuur kan een of meer deelregelingen vaststellen waarin nadere bepalingen zijn opgenomen voor het verstrekken van subsidie.

Artikel 3. Toepasbaarheid
1.

Het bepaalde in deze regeling is van toepassing op alle subsidies die het bestuur verstrekt, tenzij in een deelregeling wordt afgeweken van hetgeen in onderhavige regeling bepaald is.

2.

Het bestuur kan bepalingen in de door hem vastgestelde subsidieregelingen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, indien de onverkorte toepassing van deze bepalingen, gelet op de gevolgen voor subsidieontvangers van de uitbraak van het Coronavirus en de maatregelen ter bestrijding ervan, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 4. Kring van aanvragers
1.

Een subsidie aan of ten behoeve van een natuurlijk persoon wordt slechts verstrekt als deze artistiek-inhoudelijk actief is in de podiumkunsten en in die hoedanigheid aantoonbaar geïntegreerd is in de professionele podiumkunstpraktijk in Nederland.

2.

Een subsidie aan een rechtspersoon wordt slechts verstrekt als deze in Nederland gevestigd is. In bijzondere gevallen kan het bestuur subsidie verstrekken aan een buiten Nederland gevestigde instelling als dat bijdraagt aan de doelstelling van de betreffende subsidievorm.

Artikel 5. Weigeringsgronden
1.

Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie weigeren:

2.

In een deelregeling kunnen andere weigeringsgronden dan die uit het eerste lid worden opgenomen.

Artikel 6. Subsidieplafonds
1.

Het bestuur kan subsidieplafonds instellen voor een of meer subsidievormen.

2.

Bij deelregeling wordt bepaald hoe een subsidieplafond wordt ingesteld en op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

Artikel 7. Aan de subsidie verbonden verplichtingen
1.

De ontvanger van het subsidie meldt onverwijld aan het bestuur als:

2.

De ontvanger van het subsidie plaatst het logo of de naam van het Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten.

3.

In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb, is de ontvanger van het subsidie aan het Fonds een door hem te bepalen vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken, wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de instelling wordt ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen.

4.

Een subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat de ontvanger het bestuur toestemming geeft (delen van) de aanvraag of het inhoudelijk en financieel eindverslag of overige op de aanvraag van toepassing zijnde documentatie (inclusief beeldmateriaal) openbaar te maken of anderszins te presenteren of te verveelvoudigen, zonder dat de aanvrager daarvoor een vergoeding ontvangt. Openbaarmaking, presentatie of verveelvoudiging vindt uitsluitend plaats ter verantwoording van de werkzaamheden van het Fonds Podiumkunsten.

5.

Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste tot en met vierde lid opgenomen verplichtingen aan de subsidie verbinden.

Artikel 8. Verantwoording
1.

De ontvanger van het subsidie stuurt binnen 3 maanden na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen einddatum een korte verantwoording in over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

2.

Het bepaalde in het voorgaande lid is niet van toepassing als het verstrekte subsidie minder dan € 25.000 bedraagt of als in een deelregeling anderszins is bepaald.

3.

Als het verstrekte subsidie € 125.000 of meer bedraagt, kan het bestuur de ontvanger verplichten binnen 3 maanden na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen einddatum tevens een financiële verantwoording met daarbij een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in te zenden.

Artikel 9. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2012.

Artikel 11. Intrekking
2.

Alle deelregelingen die berusten op de in het eerste lid genoemde regeling worden na intrekking van voornoemde regeling geacht op onderhavige regeling te berusten.

3.

Inwerkingtreding van deze regeling brengt geen verandering aan in de rechten en verplichtingen die rusten op subsidieontvangers waaraan daarvoor subsidie is verstrekt.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen reglement Fonds Podiumkunsten.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.