Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 12 oktober 2011, nr. WJZ/337681 (8299), houdende voorschriften betreffende de verstrekking van subsidie in 2011 en volgende jaren voor de instelling van een haalbaarheidsonderzoek voor de herbestemming van monumenten en voor het treffen van tijdelijke maatregelen ter voorkoming van het verval van monumenten (Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten)
Gelet op artikel 34, zesde en zevende lid, van de Monumentenwet 1988;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- b. kerkgebouw: monument of zelfstandig onderdeel dat in oorsprong uitsluitend of voor een overwegend deel is vervaardigd voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging;
- c. samenstel van monumenten: twee of meer monumenten gekenmerkt door hun onderlinge samenhang die mede bepalend is voor hun monumentale waarde;
- d. zelfstandig onderdeel: onderdeel van een monument dat is aan te merken als een zelfstandige bouwkundige eenheid;
- e. eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht op een monument heeft;
- f. herbestemming: geven van een nieuwe functie aan een monument of een belangrijk deel daarvan;
- g. haalbaarheidsonderzoek: onderzoek als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, en derde lid;
- h. verduurzamingsonderzoek: verduurzamingsonderzoek als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid;
- i. interactief of procesgericht onderzoek: onderzoek als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c;
- j. tijdelijke maatregel: maatregel als bedoeld in artikel 17;
- k. subsidiabele kosten: kosten als bedoeld in artikel 20;
- l. subsidietijdvak: tijdvak van 1 oktober tot en met 30 september in enig jaar;
- m. woonhuis: monument of zelfstandig onderdeel daarvan dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning of dat voor meer dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is met dien verstande dat niet als woonhuis wordt aangemerkt een gebouw dat deel uitmaakt van een geregistreerd museum, een kerkgebouw, kasteel, paleis, hoofdhuis van een buitenplaats, landhuis, gebouw van liefdadigheid, molen, gemaal, agrarisch gebouw of watertoren;
- n. erfgoedgemeenschap: erfgoedgemeenschap als bedoeld in artikel 6, lid 1a.
In deze regeling wordt onder monument tevens zelfstandig onderdeel begrepen, tenzij het tegendeel blijkt.
Artikel 2. Reikwijdte
Subsidie kan worden verstrekt ten behoeve van een op grond van de Erfgoedwet, een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet, of een gemeentelijke verordening beschermd monument dan wel ten behoeve van een monument dat niet op grond van een van die regelingen is beschermd.
Artikel 3. Begrotingsvoorbehoud
Vervallen
Hoofdstuk 2. Subsidie voor onderzoek naar herbestemming voor gebouwde monumenten
Paragraaf 2.1. Algemeen
Artikel 4. Begripsbepalingen hoofdstuk 2
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. subsidie: een subsidie als bedoeld in artikel 5;
- b. aanvraag: een aanvraag als bedoeld in artikel 9.
Artikel 5. Te subsidiëren activiteiten
De minister kan subsidie verstrekken ten behoeve van:
- a. het doen instellen van een onderzoek naar de haalbaarheid van herbestemming van een monument,
- b. het uitvoeren van een verduurzamingsonderzoek in aanvulling op een haalbaarheidsonderzoek,
- c. het doen instellen van een interactief of procesgericht onderzoek naar de herbestemming van een monument.
Een onderzoek als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op een of meer monumenten dan wel op een of meer zelfstandige onderdelen.
2a. Indien een onderzoek als bedoeld in het eerste lid geheel of ten dele betrekking heeft op mogelijke nieuwe functies voor het desbetreffende monument of zelfstandig onderdeel en de inpassing van deze functies in dat monument of zelfstandig onderdeel, houdt het onderzoek uitdrukkelijk rekening met het belang van het behoud van de bouwhistorische en cultuurhistorische kenmerken van het monument.
2b. Een onderzoek als bedoeld in het eerste lid komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking, indien het betrekking heeft op een monument of zelfstandig onderdeel:
- a. dat voor ten minste de helft van de oppervlakte leegstaat, of
- b. waarvan aannemelijk wordt gemaakt dat het naar verwachting binnen drie jaar voor ten minste de helft van de oppervlakte leeg zal komen te staan.
2c. Lid 2b is niet van toepassing indien sprake is van een kerkgebouw dat nog als zodanig in gebruik is.
Een haalbaarheidsonderzoek heeft betrekking op een of meer van de volgende onderwerpen:
- a. de bouwhistorische en cultuurhistorische kenmerken van het monument in relatie tot herbestemming,
- b. de bouwkundige staat van het monument,
- c. mogelijke nieuwe functies van het monument, en
- d. de financiële haalbaarheid van de herbestemming van het monument.
De minister verstrekt een subsidie voor een verduurzamingsonderzoek uitsluitend in combinatie met een subsidie voor het haalbaarheidsonderzoek waarop het verduurzamingsonderzoek een aanvulling vormt.
Een verduurzamingsonderzoek voldoet ten minste aan de eisen, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling en houdt uitdrukkelijk rekening met de bouwhistorische en cultuurhistorische kenmerken van het monument aan de hand van:
- a. het rapport van het haalbaarheidsonderzoek waarop het een aanvulling vormt, indien dat haalbaarheidsonderzoek mede of volledig betrekking heeft op de onderwerpen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a; of
- b. een rapport van een reeds uitgevoerd onderzoek met betrekking tot de bouwhistorische en cultuurhistorische kenmerken van het monument.
Indien een monument uit meerdere zelfstandige onderdelen bestaat of indien er sprake is van een samenstel van monumenten, kan een aanvrager voor dat monument onderscheidenlijk dat samenstel in enig jaar ten hoogste drie aanvragen om subsidie indienen.
Onverminderd het zesde lid kan een aanvrager per monument per drie jaar ten hoogste één aanvraag indienen. Indien een monument uit meerdere zelfstandige onderdelen bestaat, kan een aanvrager per zelfstandig onderdeel per drie jaar ten hoogste één aanvraag indienen.
Artikel 6. Aanvragers
Subsidie kan worden aangevraagd door:
- a. een eigenaar van een ander monument dan een woonhuis, en
- b. een persoon die optreedt namens een erfgoedgemeenschap.
1a. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan uitsluitend worden gedaan, indien de erfgoedgemeenschap:
- a. een verband is van ten minste vijf natuurlijke personen, die zich als vrijwilligers inzetten voor het behoud van het monument of het zelfstandig onderdeel om dit aan toekomstige generaties over te kunnen dragen, en
- b. aantoonbaar gedurende ten minste zes maanden betrokken is bij het monument ten behoeve waarvan subsidie wordt gevraagd.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een ander monument dan een woonhuis tevens begrepen een woonhuis dat onderdeel is van een samenstel van monumenten. Subsidie voor een woonhuis als bedoeld in de eerste volzin kan uitsluitend worden aangevraagd, indien voor dat samenstel van monumenten dan wel voor een of meer onderdelen daarvan tevens subsidie is aangevraagd.
Artikel 7. Subsidieplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is per subsidietijdvak is telkens een bedrag beschikbaar van:
- a. € 2.255.000,– ten behoeve van haalbaarheidsonderzoeken of interactieve of procesgerichte onderzoeken, en
- b. € 400.000,– ten behoeve van verduurzamingsonderzoeken.
Indien in enig subsidietijdvak een beschikbaar bedrag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet geheel wordt verstrekt, kan de minister het resterende bedrag toevoegen aan:
- a. het subsidieplafond, bedoeld in artikel 19, eerste lid, voor het zelfde subsidietijdvak, of
- b. het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, voor het volgende subsidietijdvak.
Indien in enig subsidietijdvak een beschikbaar bedrag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, niet geheel wordt verstrekt, voegt de minister het resterende bedrag toe aan het subsidieplafond, bedoeld in dat onderdeel, voor het volgende subsidietijdvak.
Artikel 8. Subsidiebedrag en subsidiabele kosten
De subsidie voor een haalbaarheidsonderzoek, een interactief of procesgericht onderzoek, danwel een verduurzamingsonderzoek, bedraagt 70 procent van de kosten van dat onderzoek.
Het bedrag aan kosten van een onderzoek waarover subsidie kan worden verstrekt, bedraagt:
- a. ten minste € 10.000 en ten hoogste € 15.000 per aanvraag voor een haalbaarheidsonderzoek of een interactief of procesgericht onderzoek; en
- b. ten hoogste € 4.000 per aanvraag voor een verduurzamingsonderzoek.
Paragraaf 2.2. Aanvraag
Artikel 9. Aanvraag en indieningsvereisten
De subsidie wordt op aanvraag verstrekt.
De aanvraag wordt ingediend op een door de minister vastgesteld formulier. Daarop wordt in elk geval aangegeven:
- a. of subsidie wordt aangevraagd voor een haalbaarheidsonderzoek dan wel voor een interactief of procesgericht onderzoek,
- b. of, indien subsidie wordt aangevraagd voor een haalbaarheidsonderzoek, eveneens subsidie wordt aangevraagd voor een verduurzamingsonderzoek,
- c. op welk monument of welke monumenten dan wel op welk zelfstandig onderdeel of welke zelfstandige onderdelen het onderzoek betrekking heeft,
- d. tot welke soort monumenten, bedoeld in artikel 2, het monument behoort, en
- e. indien de aanvraag wordt gedaan voor een erfgoedgemeenschap:
- 1°. dat de eigenaar van het monument of het zelfstandig onderdeel instemt met de uitvoering van het onderzoek, en
- 2°. dat de deelnemers aan de erfgoedgemeenschap uitsluitend als vrijwilliger bij de erfgoedgemeenschap betrokken zijn.
De aanvraag gaat vergezeld van:
- a. een beschrijving van de problematiek van de herbestemming en de te onderzoeken mogelijkheden tot herbestemming en een mededeling over het tijdstip waarop het haalbaarheidsonderzoek, hetzij het interactief of procesgericht onderzoek is afgerond, alsmede in voorkomend geval het tijdstip waarop het verduurzamingsonderzoek is afgerond,
- b. een opgave van de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een offerte,
- c. indien subsidie wordt aangevraagd voor een verduurzamingsonderzoek waarop artikel 5, vijfde lid, onderdeel b, van toepassing is, een afschrift van het in dat onderdeel bedoelde rapport, en
- d. in geval van een monument dat niet op grond van de Erfgoedwet, een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet, of een gemeentelijke verordening is beschermd, een verklaring van het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente dat het monument van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, zijn betekenis voor de wetenschap of zijn cultuurhistorische waarde,
- e. indien de aanvraag wordt gedaan voor een erfgoedgemeenschap:
- 1°. bewijsstukken waaruit blijkt dat de erfgoedgemeenschap gedurende ten minste zes maanden betrokken is bij het behoud van het monument of het zelfstandig onderdeel ten behoeve waarvan subsidie wordt gevraagd, en
- 2°. een verklaring van de eigenaar van het monument, waaruit blijkt dat hij medewerking zal verlenen aan de uitvoering van het desbetreffende onderzoek.
Artikel 10. Indieningstermijn
De aanvraag wordt per subsidietijdvak ingediend van 1 oktober tot en met 30 november.
De aanvraag wordt ingediend bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort.
Paragraaf 2.3. Subsidievaststelling
Artikel 11. Weigeringsgronden
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de verstrekking van een subsidie in elk geval geweigerd, voor zover:
- a. de in de offerte, bedoeld in artikel 9, derde lid, onderdeel b, opgenomen kosten naar het oordeel van de minister niet redelijk zijn,
- b. met betrekking tot de kosten subsidie is verstrekt op grond van een andere rijkssubsidieregeling,
- c. met de werkzaamheden voor een onderzoek als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen g, h of i is begonnen, voordat de aanvraag is ingediend, of
- d. de rechtspersoon, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, naar het oordeel van de minister onvoldoende of geen belang bij de herbestemming van het monument heeft.
Artikel 12. Wijze van verdeling van de beschikbare middelen
De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen om subsidie met betrekking tot de activiteiten, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
De minister rangschikt de aanvragen in de volgorde als hierna vermeld:
- a. aanvragen ingediend door organisaties als bedoeld in artikel 30 van de Subsidieregeling instandhouding monumenten, die eigenaar van het desbetreffende monument zijn,
- b. aanvragen ingediend door andere aanvragers dan die, bedoeld in onderdeel a.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.