Regeling spoorwegpersoneel 2011

Type Ministeriële regeling
Publication 2019-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 9, 10 en 12 van het Besluit spoorwegpersoneel 2011 en artikel 33, eerste lid, van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit spoorwegpersoneel 2011 in werking treedt.

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Eisen inzake de medische en psychologische geschiktheid

Artikel 2
1.

De eisen inzake de medische geschiktheid van personen die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid, machinist met beperkte bevoegdheid of rangeerder uitoefenen, bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van het Besluit, zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

2.

De eisen inzake de medische geschiktheid van personen die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem de veiligheidsfunctie van treindienstleider met volledige bevoegdheid uitoefenen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Besluit, zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

3.

De eisen inzake de medische geschiktheid van personen die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem de veiligheidsfunctie van treindienstleider met minimale bevoegdheid uitoefenen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Besluit, zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

Artikel 3

De eisen inzake de psychologische geschiktheid van personen die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem een veiligheidsfunctie uitoefenen, bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van het Besluit, zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Artikel 4

Indien de keurling in geringe mate niet aan één of meerdere ingevolge artikel 2 vastgestelde medische eisen voldoet, kan de keurling desondanks ten aanzien van de desbetreffende eis of eisen zonder voorwaarden of beperkingen worden goedgekeurd, indien:

Artikel 5

De verklaring van medische geschiktheid en de verklaring van psychologische geschiktheid, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het Besluit, bevatten ten minste de volgende gegevens:

§ 3. Aanvraagformulier verlening of wijziging machinistenvergunning

Artikel 6
1.

Voor een aanvraag tot verlening of wijziging van een machinistenvergunning wordt gebruik gemaakt van een door de Minister vastgesteld aanvraagformulier.

2.

Een aanvraag gaat vergezeld van de documenten zoals aangegeven op het aanvraagformulier, bedoeld in het eerste lid.

§ 3a. Aanwijzing baanvakken voor grensoverschrijdende treindiensten

Artikel 7

Deze paragraaf is van toepassing op een aanvraag van een migrerende beroepsbeoefenaar tot het verkrijgen van een erkenning van beroepskwalificaties voor de toegang tot de uitoefening van:

Artikel 8
1.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 33 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties wordt ingediend bij de Minister.

Artikel 9
1.

Indien de documenten, bedoeld in artikel 8, tweede of derde lid, niet aantonen dat de migrerende beroepsbeoefenaar bij de aanvraag voor een erkenning tot de uitoefening van een veiligheidsfunctie of functie van examinator voldoet aan de Nederlandse eisen voor het uitoefenen van de veiligheidsfunctie respectievelijk beschikt over grondige kennis van de relevante examenmethodes en examendocumenten, bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b, van Besluit 2011/765/EU, stelt de Minister vast op welk gebied hij een aanpassingsstage doorloopt of een proeve van bekwaamheid aflegt, alsmede de termijn waarbinnen dit geschiedt.

2.

De Minister kan ten behoeve van het afgeven van de erkenning bepalen dat de aanpassingsstage of de proeve van bekwaamheid wordt beoordeeld door een door hem aan te wijzen examencommissie.

Artikel 10

De migrerende beroepsbeoefenaar maakt zijn keuze voor een aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid vooraf kenbaar aan de Minister.

Artikel 11

Een aanvraag als bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt afgewezen indien de aanpassingsstage, dan wel de proeve van bekwaamheid, als onvoldoende is beoordeeld.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit in werking treedt.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling spoorwegpersoneel 2011.

Bijlage 1. behorende bij artikel 2, eerste lid, van de Regeling spoorwegpersoneel 2011

Medische eisen veiligheidsfuncties van rangeerder, machinist met volledige bevoegdheid en machinist met beperkte bevoegdheid

1. Algemeen

Indien bij de onderstaande keuringseisen meerdere niveaus zijn aangegeven, geldt:

1. Algemeen

Algemene opmerkingen

Voor de bepaling van de gezichtsscherpte mag alleen gebruik gemaakt worden van de Landolt-C visuskaart onder de juiste condities.

Voor de bepaling van het kleurenonderscheidingsvermogen mag alleen gebruik gemaakt worden van de Ishihara-test, 38 platen-editie; bij de afname van de Ishihara-test is het gebruik van gekleurde glazen of lenzen niet toegestaan.

Voor de bepaling van de gezichtsscherpte mag alleen gebruik gemaakt worden van de Landolt-C visuskaart onder de juiste condities.

Gezichtsscherpte

Voor de bepaling van het gezichtsveld volstaan de anamnese (centrale defecten) en de confrontatiemethode volgens Donders (perifere defecten).

Indien tijdens de dienstbetrekking met optimale correctie aan deze eisen niet meer kan worden voldaan: nadere beoordeling door de arts-deskundige.

Contrastgevoeligheid

Indien tijdens de dienstbetrekking met optimale correctie aan deze eisen niet meer kan worden voldaan: nadere beoordeling door de arts-deskundige.

Indien uit de anamnese blijkt dat er sprake is van een verminderd vermogen om details waar te nemen of van de continue aanwezigheid van een grijze waas met een verminderde kleurperceptie dient men bedacht te zijn op het bestaan van een verminderde contrastgevoeligheid.

De contrastgevoeligheid wordt anamnestisch bepaald en moet goed zijn.

Nabijzien en intermediair zien

Indien tijdens de dienstbetrekking aan deze eis niet meer kan worden voldaan: nadere beoordeling door de arts-deskundige.

Geen eisen

Niveau 1

Ongecorrigeerde gezichtsscherpte (bij correctie), maximaal toegestane correctie en gekleurde glazen/lenzen

Ongecorrigeerde gezichtsscherpte (bij correctie)

Geen eisen

Ongecorrigeerde gezichtsscherpte (bij correctie)

Geen eisen

Myopie: maximaal –8

Orthokeratologie-lenzen (nachtlenzen)

Myopie: maximaal –8

Orthokeratologie-lenzen (nachtlenzen)

Niet toegestaan

Toegestaan, mits niet te uitgesproken van kleur (met name geel)

Niveau 1

Toegestaan, mits niet te uitgesproken van kleur (met name geel)

UV-coating

Getinte lenzen niet toegestaan

UV-coating

Toegestaan

Indien tijdens de dienstbetrekking aan deze eisen niet meer kan worden voldaan: nadere beoordeling door de arts-deskundige.

Refractiechirurgie

LASIK, LASEK, PRK, RK

Toegestaan bij voldoende gezichtsscherpte en indien er geen klachten zijn.

Jaarlijks controle gezichtsscherpte en anamnese.

Toegestaan bij voldoende gezichtsscherpte en indien er geen klachten zijn.

Jaarlijks controle gezichtsscherpte en anamnese.

NB: De eerste 10 dagen na de laserbehandeling is de gezichtsscherpte verminderd.

Intra-oculaire lens (IOL)

De sterkte kan tot 3 maanden na de ingreep nog licht fluctueren.

Jaarlijks controle gezichtsscherpte en anamnese.

Afakie

Jaarlijks controle gezichtsscherpte en anamnese.

In geval van afakie, klachten of onvoldoende gezichtsvermogen na refractiechirurgie, ontstaan tijdens de dienstbetrekking: nadere beoordeling door de arts-deskundige.

Kleurenonderscheidingsvermogen

In geval van afakie, klachten of onvoldoende gezichtsvermogen na refractiechirurgie, ontstaan tijdens de dienstbetrekking: nadere beoordeling door de arts-deskundige.

Bij >3 fouten (<13/16 goed) nadere beoordeling door de arts-deskundige

Gezichtsvelden

Bij >3 fouten (<13/16 goed) nadere beoordeling door de arts-deskundige

Anamnestisch geen uitval, binoculair gezichtsveld tenminste 140° continu.

Niveau 1

Anamnestisch geen uitval, binoculair gezichtsveld tenminste 140° continu.

Niveau 2

Nacht- en schemerzien

Indien tijdens de dienstbetrekking een gezichtsvelddefect of monoculus: nadere beoordeling door de arts-deskundige.

Indien tijdens de dienstbetrekking aan deze eis niet meer kan worden voldaan: nadere beoordeling door de arts-deskundige.

Het binoculaire gezichtsvermogen

Indien tijdens de dienstbetrekking aan deze eis niet meer kan worden voldaan: nadere beoordeling door de arts-deskundige.

Indien de storing van het binoculaire zien is ontstaan tijdens de dienstbetrekking: nadere beoordeling door de arts-deskundige.

Progressieve oogziekten

Indien de storing van het binoculaire zien is ontstaan tijdens de dienstbetrekking: nadere beoordeling door de arts-deskundige.

Indien de progressieve oogziekte is ontstaan tijdens de dienstbetrekking: nader onderzoek door de arts-deskundige.

Wanneer nadere beoordeling door de arts-deskundige?

Indien de progressieve oogziekte is ontstaan tijdens de dienstbetrekking: nader onderzoek door de arts-deskundige.

Wanneer nadere beoordeling door de arts-deskundige?

Tijdens de dienstbetrekking

Initieel

Tijdens de dienstbetrekking

Evaluatie door de arts-deskundige kan bestaan uit beoordeling van functietests met gebruik van model signaal-ruis en multidisciplinaire bespreking.

Algemeen overzicht van auditieve taken

Evaluatie door de arts-deskundige kan bestaan uit beoordeling van functietests met gebruik van model signaal-ruis en multidisciplinaire bespreking.

Factoren die de veiligheidsgeschiktheid kunnen beïnvloeden

Factoren zoals achtergrondrumoer en stress of emotie zijn van invloed op het adequaat kunnen verrichten van veiligheidstaken en kunnen bij de beoordeling meegewogen worden. Ook ervaring speelt hierbij een belangrijke rol.

Onderzoek

Ongeschikt

Bij een somverlies bij 1,2 en 4Khz van het beste oor (met of zonder hoortoestel) dat 120dB overschrijdt. Nader overleg met de arts-deskundige is aangewezen indien er aanwijzingen zijn dat de hoorrevalidatie niet optimaal lijkt (niet optimaal ingesteld hoortoestel, niet optimale medische behandeling).

Ongeschikt

Eigen verantwoordelijkheid

De machinist met een hartaandoening moet bij de eerste signalen van een dreigende handelingsonbekwaamheid de trein stilzetten. Er moet een zeker ziekte inzicht c.q. capaciteit om adequaat te handelen aanwezig zijn.

Eigen verantwoordelijkheid

De machinist met een hartaandoening moet bij de eerste signalen van een dreigende handelingsonbekwaamheid de trein stilzetten. Er moet een zeker ziekte inzicht c.q. capaciteit om adequaat te handelen aanwezig zijn.

Deze basisgegevens zijn: Diagnose van de aandoening, de uitwendige belastbaarheid, de hartfunctie, de aan of afwezigheid van ischemie, de aan of afwezigheid van ritmestoornissen, klachten, co-morbiditeit (Diabetes), familiaire belasting, lengte, gewicht, vetspectrum, rookgedrag, bloeddruk, ecg en medicatie. Indien een persoon met een van onderstaande aandoeningen geschikt is, zal er jaarlijks een evaluatie moeten plaatsvinden.

Ischemische hartziekten

Deze basisgegevens zijn: Diagnose van de aandoening, de uitwendige belastbaarheid, de hartfunctie, de aan of afwezigheid van ischemie, de aan of afwezigheid van ritmestoornissen, klachten, co-morbiditeit (Diabetes), familiaire belasting, lengte, gewicht, vetspectrum, rookgedrag, bloeddruk, ecg en medicatie. Indien een persoon met een van onderstaande aandoeningen geschikt is, zal er jaarlijks een evaluatie moeten plaatsvinden.

Indien de persoon op grond van bovenstaande criteria niet ongeschikt is, kan er een beoordeling worden gevraagd van de arts-deskundige.

Hypertensie

Indien de persoon op grond van bovenstaande criteria niet ongeschikt is, kan er een beoordeling worden gevraagd van de arts-deskundige.

Indien na verbetering van bovenstaande situaties de persoon geschikt wordt, dient de bloeddruk halfjaarlijks te worden gecontroleerd.

De bloeddruk moet lege artis worden gemeten. Bij te hoge bloeddruk moeten er minstens drie metingen worden verricht. De systolische bloeddruk wordt zwaarder gewogen dan de diastolische bloeddruk.

Linker Ventrikel Hypertrofie (LVH)

Bij een adequate behandeling, een goede leefstijl en therapietrouw is de verwachting dat de ongeschiktheid t.g.v. hypertensie slechts van tijdelijke aard is.

Er kan een indicatie bestaan voor aanvullend onderzoek zoals Holter onderzoek om complexe ventriculaire ritmestoornissen uit te sluiten.

Hartfalen

Er kan een indicatie bestaan voor aanvullend onderzoek zoals Holter onderzoek om complexe ventriculaire ritmestoornissen uit te sluiten.

Indien de persoon op grond van bovenstaande criteria niet ongeschikt is, kan er een evaluatie worden gevraagd aan de arts-deskundige.

Ongeschikt indien:

Hypertrofische cardiomyopathie (HOCM)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.